Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:AZ9731

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
01-03-2007
Datum publicatie
01-03-2007
Zaaknummer
93294/KG ZA 07-39
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Auteursrecht. Eiseres is niet-ontvankelijk in haar vordering. Niet gebleken is dat zij als auteursrechthebbbende moet worden aangemerkt.

Wetsverwijzingen
Auteurswet 1912
Auteurswet 1912 1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

FV/HV[ 1]

zaak- en rolnummer: 93294/KG ZA 07-39

datum: 1 maart 2007

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SCHOOL EN ONDERWIJS SERVICE B.V.,

gevestigd en kantoor houdende te Middenbeemster, gemeente Beemster,

eiseres in kort geding,

procureur mr. R.J. van Velzen,

advocaat mr. J. Stam te Amsterdam,

tegen:

de stichting STICHTING OBD NOORDWEST,

gevestigd en kantoor houdende te Hoorn,

gedaagde in kort geding,

procureur mr. J. van Rhijn.

Partijen zullen verder ook worden genoemd "Sos" respectievelijk "de stichting".

1. Het verloop van het geding

Bij exploot van 9 februari 2007 heeft Sos de stichting in kort geding gedagvaard.

De stichting heeft bij brief van 16 februari 2007 producties in het geding gebracht.

Ter terechtzitting van 19 februari 2007 heeft Sos gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

De stichting heeft de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van Sos een kopie van de originele dagvaarding en van beide zijden pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. De uitgangspunten

2.1 Partijen houden zich beiden bezig met het verrichten van onderzoeken van leerlingen op scholen ten behoeve van te maken (school)keuzes.

2.2 De onderzoeken monden uit in rapportages - in de vorm van formulieren - die aan scholen, leerlingen en ouders worden gepresenteerd.

2.3 Sos en de stichting maken in dit verband allebei gebruik van het computerprogramma Access.

2.4 Tussen partijen is een geschil gerezen over de door de stichting gebruikte formulieren.

3. De vordering en de standpunten van partijen

1.1 Sos vordert, samengevat en zoals de voorzieningenrechter begrijpt, de stichting te verbieden om de formulieren te gebruiken die (vrijwel) gelijk zijn aan de door Sos gehanteerde formulieren, alsmede om de stichting te gebieden om de nog in haar bezit zijnde formulieren te vernietigen en om degenen aan wie de formulieren zijn verstrekt te berichten dat het gebruik daarvan onrechtmatig was, op straffe van verbeurte van een dwangsom van 10.000 euro per dag dat de stichting niet aan dit vonnis voldoet, met veroordeling van de stichting in de kosten van het geding.

1.2 Sos legt aan haar vordering ten grondslag dat de formulieren van Sos auteursrechtelijk beschermd worden. De formulieren van Sos zijn zodanig ontworpen dat de resultaten in een oogopslag kunnen worden herkend. Door middel van de kleurstelling wordt in verschillende rubrieken naar elkaar verwezen, zodat het snel inzichtelijk is wat de status quo is en welke keuzen kunnen/moeten worden gemaakt en wat de consequenties zijn. De formulieren hebben een eigen, oorspronkelijk karakter. De stichting maakt inbreuk op het auteursrecht, omdat zij de door Sos gehanteerde methode van rapporteren schaamteloos kopieert, alles aldus Sos. Sos stelt verder in de dagvaarding dat zij de maker is van de formulieren.

1.3 De stichting heeft tegen de vordering verweer gevoerd.

1.4 Partijen hebben hun wederzijdse standpunten nader uiteengezet, onder meer aan de hand van de overgelegde pleitnotities. Voor zover nodig voor de beslissing zal daarop hierna afzonderlijk en uitdrukkelijk worden ingegaan.

4. De gronden van de beslissing

4.1 De stichting heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat de vordering moet worden afgewezen, omdat Sos niet als maker in de zin van de Auteurswet kan worden aangemerkt. Dit verweer slaagt en daartoe wordt als volgt overwogen. In artikel 1 van de Auteurswet wordt het auteursrecht omschreven als een uitsluitend recht dat toekomt aan de maker. Ter zitting is van de zijde van Sos verschenen

Dhr. [naam] (hierna ook: [naam]). [Naam] heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat hij degene is die de formulieren bedacht en ontworpen heeft. Dit brengt mee dat [naam] als maker moet worden aangemerkt en dat aan hem in beginsel de auteursrechten toekomen. Dit kan anders zijn indien [naam] de auteursrechten heeft overgedragen, bijvoorbeeld aan Sos. [Naam] heeft weliswaar verder verklaard dat hij de auteursrechten heeft ingebracht in Sos, maar Sos heeft nagelaten de juistheid van deze stelling - na weerspreking daarvan door de stichting - nader te onderbouwen. De raadsman van Sos heeft in dit verband nog wel verklaard dat de auteursrechten ongetwijfeld als activa in de administratie van Sos terug te vinden zullen zijn, maar aan dit betoog wordt voorbijgegaan omdat het niet met stukken is onderbouwd. Omdat ook overigens niet is gebleken dat [naam] zijn auteursrechten heeft overgedragen aan Sos en evenmin is gesteld of gebleken dat aan Sos uit andere hoofde de auteursrechten toekomen, moet er vooralsnog van uit worden gegaan dat de auteursrechten nog altijd aan [naam] toekomen en niet aan Sos. Dit laatste brengt mee dat Sos in haar vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

4.2 Sos wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van het geding.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart Sos niet-ontvankelijk in haar vordering;

- veroordeelt Sos in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de stichting begroot op € 251,-- aan verschotten en op € 816,- aan salaris procureur.

Gewezen door mr. J.M. Vrakking, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 maart 2007 in tegenwoordigheid van mr. F. Vermeij, griffier.