Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:AZ9295

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
20-02-2007
Datum publicatie
26-02-2007
Zaaknummer
14/810478-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich in een relatief korte periode schuldig gemaakt aan een reeks inbraken, voornamelijk in woningen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14/810478-06

Datum uitspraak: 20 februari 2007

OP TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Noord-Holland Noord, Schutterswei te Alkmaar.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 februari 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank de onder 1 tot en met 7 tenlastegelegde feiten zal bewezen verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden met aftrek van voorarrest. De officier van justitie vordert voorts dat de rechtbank de twee inbeslaggenomen schroevendraaiers zal ontrekken aan het verkeer, het inbeslaggenomen paspoort zal teruggeven aan de verdachte en tenslotte dat de vordering tot tenuitvoerlegging wordt toegewezen.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en mr. G. Lieffijn , raadsman van de verdachte, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is onder 1 ten laste gelegd, dat hij op of omstreeks 07 september 2006 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem/hun voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 1], weg te nemen een of meer goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, het volgende hebben/heeft gedaan over een (tuin)schutting is/zijn geklommen en/of (vervolgens) door de tuin naar die woning is/zijn gelopen en/of (daarna) met een (kruiskop) schroevendraaier, een of meer schroe(f)(ven) van een uitzetijzer van het/een (keuken)raampje van die woning hebben/heeft losgedraaid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Aan de verdachte is onder 2 ten laste gelegd, dat hij op of omstreeks 13 september 2006 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan [adres 2], heeft weggenomen een dvd-speler (merk Sony) en/of 40 compactdiscs en/of een geldbedrag van (ongeveer) 800 euro, en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of een sporttas en/of een schoudertas (Samsonite) en/of een computer en/of een horloge (merk Seiko) en/of een playstation (merk Sony) en/of 18 computerspellen en/of een televisie en/of een fotocamera en/of een hoeveelheid make-up artikelen en/of een enveloppe met aankoop- en/of garantiebewijzen en/of een mp3-speler (merk Philips), in elk geval enig(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Aan de verdachte is onder 3 ten laste gelegd, dat hij op of omstreeks 13 oktober 2006 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan [adres 3], heeft weggenomen een portable computer (een notebook, merk Hewlett Packard) en/of een mini portable computer (merk Hewlett Packard) en/of een laptoptas en/of een sporttas (merk Nike) en/of een playstation spelcomputer (merk Sony) en/of een Nederlands paspoort en/of een gouden (trouw)ring en/of een parfumverstuiver (merk Davidoff) en/of 40 dvd-discs, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Aan de verdachte is onder 4 ten laste gelegd, dat hij op of omstreeks 24 oktober 2006 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan [adres 4], heeft weggenomen een (auto)sleutel (merk Volkswagen Golf) en/of een (huis)sleutel met label [adres 4] en/of (ongeveer) 43 dvd-discs en/of een

telefoon en/of een computer en/of een gouden oorbel en/of drie gouden ringen en/of een gouden dasspeld en/of een gouden slavenarmband en/of een gouden armband en/of een bankpas (op naam van [slachtoffer 5]) en/of een geldbedrag van (ongeveer) 400 Euro, in elk geval enig(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Aan de verdachte is onder 5 ten laste gelegd, dat hij op of omstreeks 03 augustus 2006 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een kantoor, gevestigd aan de [adres 5], heeft weggenomen een kluis met inhoud en/of vier voorraadbussen en/of een of meer geldbedrag(en) van totaal (ongeveer) 182 euro en/of een geldkist, in elk geval enig(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en), geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Aan de verdachte is onder 6 ten laste gelegd, dat hij op of omstreeks 21 oktober 2006 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan [adres 6], heeft weggenomen twee portable computers (merk Siemens en/of Dell) en/of een fotocamera (merk Canon) en/of een spelcomputer en/of een

(laptop)tas en/of een pda-computer (merk Mio) en/of drie psp-spellen en/of een Ipod en/of een sleutelbos en/of een headset en/of vier computerspellen en/of tien compactdiscs en/of een geldbedrag van (ongeveer) 700 Euro, in elk geval enig(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Aan de verdachte is onder 7 ten laste gelegd, dat hij op of omstreeks 29 augustus 2006 in de gemeente Den Helder met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan het [adres 7], heeft weggenomen een portable computer in zwarte tas met diverse toebehoren, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden

verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 6 is ten laste gelegd.

De rechtbank heeft hiertoe het volgende overwogen. Naast de aangifte bevat het dossier alleen een proces-verbaal onderzoek gereedschap waarin wordt geconcludeerd dat de in de desbetreffende woning aangetroffen braaksporen mogelijk zijn veroorzaakt door één van de schroevendraaiers die in het bezit van verdachte zijn aangetroffen.

Nu verdachte ontkent dit feit te hebben gepleegd en het dossier geen andere concrete aanwijzingen of sporen bevat die in de richting van verdachte wijzen is de rechtbank van oordeel dat de conclusie van het werktuigsporenonderzoek, en wel de laagst mogelijke waarschijnlijkheidsconclusie, in combinatie met de aangifte onvoldoende wettig bewijs oplevert dat verdachte deze inbraak heeft gepleegd.

Verdachte behoort dan ook van dit feit te worden vrijgesproken.

3. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, en 7 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat hij

ten aanzien van feit 1:

hij op 7 september 2006 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door hun voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met elkaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning, gelegen aan de [adres 1], weg te nemen een of meer goed(eren) en/of geld, toebehorende aan [slachtoffer 1], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak en inklimming, het volgende heeft gedaan: over een tuinschutting is geklommen en vervolgens door de tuin naar die woning is gelopen en daarna met een kruiskopschroevendraaier, schroeven van een uitzetijzer van het keukenraampje van die woning heeft losgedraaid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ten aanzien van feit 2:

hij op13 september 2006 in de gemeente Den Helder met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning, gelegen aan [adres 2], heeft weggenomen een dvd-speler, merk Sony, en 40 compactdiscs en een mobiele telefoon, merk Samsung, en een sporttas en een schoudertas, Samsonite, en een computer en een horloge (merk Seiko) en een playstation (merk Sony) en 18 computerspellen en een foto-camera en een mp3-speler (merk Philips) toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 3:

hij op 13 oktober 2006 in de gemeente Den Helder met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning, gelegen aan [adres 3], heeft weggenomen een portable computer, een notebook (merk Hewlett Packard) en een mini portable computer (merk Hewlett Packard) en een laptoptas en een sporttas, merk Nike, en een playstation spelcomputer (merk Sony) en een Nederlands paspoort en een gouden trouwring en 40 dvd-discs, toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 4:

hij op 24 oktober 2006 in de gemeente Den Helder met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning, gelegen aan [adres 4], heeft weggenomen een huissleutel met label [adres 4] en dvd-discs en een gouden oorbel en drie gouden ringen en een gouden dasspeld en een gouden slavenarmband en een gouden armband en een bankpas op naam van [slachtoffer 5], toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 5:

hij op of omstreeks 3 augustus 2006 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een kantoor, gevestigd aan de [adres 5], heeft weggenomen een kluis met inhoud waaronder een geldbedrag van ongeveer 182 euro, toebehorende aan [slachtoffer 7],

waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 7:

hij op 29 augustus 2006 in de gemeente Den Helder met het oogmerk van weder-rechtelijke toe-eigening in een woning, gelegen aan het [adres 7], heeft weggenomen een portable computer in zwarte tas met diverse toebehoren, toebehorende aan [slachtoffer 9], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan,

op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

5. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van de feiten 2, 4 en 7, telkens:

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van de feiten 3 en 5, telkens:

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

6. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. MOTIVERING VAN DE STRAF

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft zich in een relatief korte periode schuldig gemaakt aan een reeks inbraken, voornamelijk in woningen. In een aantal gevallen heeft verdachte de gehele woning doorzocht en daarbij een flinke ravage aangericht. Woninginbraken vormen een ernstige inbreuk op de privacy en het woongenot van de betrokken bewoners. Daarnaast heeft verdachte door zijn wijze van binnendringen eveneens voor materiële schade en ongemak gezorgd. Verdachte heeft zich weinig gelegen laten liggen aan de schade en de ongemakken van de slachtoffers en was slechts uit op eigen financieel gewin.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

-het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 26 oktober 2006.

- het faxbericht met bijlage d.d. 26 oktober 2006 van M.D. Contze als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Nederland, Unit Alkmaar.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 1 februari 2007 van J.P. Wouda als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland, Unit Alkmaar.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank verder nog het volgende overwogen:

Verdachte is, ondanks zijn nog jeugdige leeftijd, in het verleden reeds eerder tot vrijheidsbenemende straffen veroordeeld ter zake van onder meer soortgelijke feiten en wordt inmiddels aangemerkt als zeer actieve veelpleger.

In eerdere gevallen heeft verdachte van justitie nog een kans gehad in de vorm van een deels voorwaardelijke bestraffing al dan niet in combinatie met een bijzondere voorwaarde.

Ondanks deze veroordelingen is verdachte doorgegaan met het plegen van strafbare feiten. Verdachte liep ten tijde van het begaan van de onderhavige feiten bovendien in een proeftijd.

Blijkens het rapport van de reclassering van 1 februari 2006 is aan verdachte oplegging van een verplicht

reclasseringscontact voorgesteld. Voorts is hem meegedeeld dat een dergelijk contact alleen kans van slagen heeft wanneer verdachte voorlopig niet terugkeert naar zijn woonplaats Den Helder en bereid is mee te werken aan een plaatsing in Stichting Exodus. Verdachte heeft, aldus de rapporteur, te kennen gegeven dat deze voorwaarden voor hem onbespreekbaar zijn.

Het advies luidt derhalve dat de reclassering verdachte geen hulpaanbod doet en de rechtbank in overweging geeft een gevangenisstraf op te leggen die recht doet aan de ernst van de tenlastegelegde feiten.

Op de dag voor de behandeling ter terechtzitting heeft de raadsman de rechtbank laten weten dat verdachte toch wel in Stichting Exodus geplaatst zou willen worden en dat hij bereid is zich aan de daar geldende regels te houden. Volgens de raadsman heeft verdachte vanuit zijn impulsiviteit negatief gereageerd op het voorstel van de reclassering en ziet hij bij nader inzien wel het belang in van een plaatsing in Exodus.

De getuige-deskundige M.D. Contze, als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Nederland, heeft ter terechtzitting verklaard dat verdachte naar de reclassering toe telkens heel duidelijk is geweest in zijn beslissing niet naar Exodus te willen. Hij heeft zowel mondelinge als schriftelijke informatie gekregen over de Stichting en heeft vier weken bedenktijd gehad. Desondanks heeft hij te kennen gegeven “liever te gaan zitten”.

Gelet op het hiervoor overwogene heeft de rechtbank twijfels aan de motivatie van verdachte ten aanzien van een plaatsing in Exodus. Van een impulsieve weigering kan naar het oordeel van de rechtbank geen sprake zijn gelet op de verklaring van de getuige-deskundige dat verdachte na het verkrijgen van informatie over Exodus nog vier weken bedenktijd heeft gehad.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur dient te worden opgelegd.

De rechtbank komt tot een lagere strafoplegging dan door de officier van justitie gevorderd, aangezien zij anders dan door de officier van justitie gevorderd verdachte van één feit vrijspreekt.

Gelet op de niet aflatende recidive acht de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur op zijn plaats.

Indien verdachte daadwerkelijk gemotiveerd is om zijn leven een positieve wending te geven dan kan hij gedurende zijn detentie deelnemen aan het Terugdringen Recidive Traject.

8. MOTIVERING VAN DE BIJKOMENDE STRAF

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat de inbeslaggenomen voorwerpen te weten:

a. een schroevendraaier met een geel handvat en voorzien van een kruiskop,

b. een schroevendraaier met een geel handvat en voorzien van een platte kop,

dienen te worden verbeurd verklaard.

Voor onttrekking aan het verkeer als bedoeld in artikel 36c van het Wetboek van Strafrecht komen genoemde voorwerpen naar het oordeel van de rechtbank niet in aanmerking omdat het geen voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Met betrekking tot de schroevendraaiers is uit het onderzoek op de terechtzitting het volgende gebleken.

Het bewezen verklaarde onder 4. is met behulp van voornoemde voorwerpen begaan en blijkens de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting behoren deze schroevendraaiers toe aan een persoon die bekend was met het gebruik dat van die voorwerpen in verband met het bewezen verklaarde is gemaakt.

9. BESLISSING OMTRENT IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

De rechtbank is van oordeel, dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een veiligheidspaspoort, kleur groen, merk SSVV, serienummer P329198, inscriptie: [verdachte], dient te worden teruggegeven aan: verdachte.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken, dat deze persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt.

10. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen (bijkomende) straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

11. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 6 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 18 (ACHTTIEN) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

a. een schroevendraaier met een geel handvat en voorzien van een kruiskop,

b. een schroevendraaier met een geel handvat en voorzien van een platte kop,

Gelast de teruggave aan de verdachte van een veiligheidspaspoort, kleur groen, merk SSVV, serienummer P329198, inscriptie: [verdachte].

Dit vonnis is gewezen door

mr. F.J. Lourens, voorzitter,

mr. B.H. Franke en mr. G.D.M. Hoedemaker, rechters,

in tegenwoordigheid van M. Woudman, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 februari 2007.