Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:AZ9264

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
20-02-2007
Datum publicatie
26-02-2007
Zaaknummer
14.810480-06 en 14/705168-06 (tul) en 14/009215-04 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft tot tweemaal toe op straat jongeren overvallen en hen door de suggestie te wekken dat hij een wapen bij zich had in combinatie met dreigend taalgebruik gedwongen geld danwel goederen af te geven of dit van ze afgepakt. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan bedreiging, verduistering en wederspannigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummers : 14.810480-06 en 14/705168-06 (tul) en 14/009215-04 (tul)

Datum uitspraak: 20 februari 2007

OP TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Noord-Holland Noord, Huis van Bewaring Zwaag, De Compagnie 1 te Zwaag.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 februari 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van het onder 2 primair ten laste gelegde, het ten laste gelegde onder 1, 2 subsidiair, 3, 4 en 5 zal bewezen verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest, een proeftijd van twee jaar en als bijzondere voorwaarde een verplicht contact met de Brijderstichting/William Schrikkerstichting. Tevens vordert de officier van justitie toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] ( € 35,00) en [slachtoffer 3] (€ 20,--) met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel alsmede de tenuitvoerlegging van de beide vorderingen tot tenuitvoerlegging.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en

mr. J.G. Schmidt, raadsman van de verdachte, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is onder 1 ten laste gelegd, dat hij op of omstreeks 28 oktober 2006 in de gemeente Alkmaar,

- met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Sony, type W810i) en/of een DVD (titel "From Dusk Till Dawn"), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld, gepleegd op of aan de openbare weg, te weten de Laat, tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

- met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, gepleegd op of aan de openbare weg, te weten de Laat, [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (merk Sony, type W810i) en/of een DVD (titel "From Dusk Till Dawn"), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, die [slachtoffer 1] (die toen aldaar fietste) tot stoppen heeft gedwongen en/of (vervolgens) de fiets van die [slachtoffer 1] heeft vast- en/of tegengehouden, althans het wiel van die fiets tussen zijn, verdachtes, benen heeft geklemd en/of geklemd gehouden, en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] (op voor die [slachtoffer 1] dreigende toon) heeft meegedeeld: "Ik heb een pistool. Ik schiet je neer, ik maak je dood. Geef me wat er in je zak zit", althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking en/of (daarbij) zijn, verdachtes, hand in zijn, verdachtes, zak(ken) heeft gedaan als had hij, verdachte, daar een pistool en/of (vervolgens) die telefoon en/of DVD uit de hand(en) van die [slachtoffer 1] heeft getrokken en/of gegrist en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] nog (op voor die [slachtoffer 1] dreigende toon) heeft meegedeeld: "Niet naar de politie, niet schreeuwen, anders maak ik je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

Aan de verdachte is onder 2 ten laste gelegd, dat hij op of omstreeks 28 oktober 2006 in de gemeente Alkmaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een simkaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 oktober 2006 in de gemeente Alkmaar opzettelijk een simkaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als geleend (in ieder geval als zich bevindende in een geleende mobiele telefoon), onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Aan de verdachte is onder 3 ten laste gelegd, dat hij op of omstreeks 17 juni 2006 in de gemeente Hoorn op de Veemarkt, in elk geval op of aan de openbare weg,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een OV-strippenkaart en/of een geldbiljet van 5,- euro en/of een (gedeelte van een) geldbiljet van 20,- euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een OV-strippenkaart en/of een geldbiljet van vijf euro en/of een (gedeelte van een) geldbiljet van 20,- euro, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte op die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] is afgelopen en/of tegen die [slachtoffer 3] is aangelopen en/of tegen die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] heeft gezegd: "Geef me doekoes" en/of "Geef me geld want anders maak ik je dood" en/of "Geef me nu vijf euro, ik ga je keel steken, geef vijftig euro, maakt me niks uit", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, waarbij verdachte zijn hand in (de binnenzak van) zijn jas stak alsof hij, verdachte daaruit een (steek-)wapen wilde pakken en/of vervolgens met kracht aan de portemonnee en/of een geldbiljet van 20,- euro die die [slachtoffer 3] vasthield heeft getrokken en/of gerukt.

Aan de verdachte is onder 4 ten laste gelegd, dat hij op of omstreeks 02 maart 2006 te De Goorn, gemeente Wester-Koggenland, [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een hand in zijn jas gestopt alsof hij een wapen wilde pakken en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd : "Ik maak je dood!" en/of "Ik moet je vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Aan de verdachte is onder 5 ten laste gelegd, dat hij op of omstreeks 15 oktober 2006 in de gemeente Alkmaar zich met geweld tegen een of meer opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening, te weten doende met een controle en/of doende, dan wel voornemens, hem, verdachte, te fouilleren en/of te controleren op grond van de Opiumwet, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden en/of door te trachten zich los te rukken en/of door schoppende en/of slaande bewegingen te maken in de richting van die opsporingsambtena(a)r(en).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden

verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 primair is ten laste gelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 subsidiair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

Ten aanzien van feit 1:

hij op 28 oktober 2006 in de gemeente Alkmaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon, merk Sony, type W810i, en een DVD, titel "From Dusk Till Dawn", toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd op de openbare weg, te weten de Laat, tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, die [slachtoffer 1], die toen aldaar fietste, tot stoppen heeft gedwongen en de fiets van die [slachtoffer 1] heeft tegengehouden en vervolgens die [slachtoffer 1], op voor die [slachtoffer 1] dreigende toon, heeft meegedeeld: "Ik heb een pistool. Ik schiet je neer, ik maak je dood. Geef me wat er in je zak zit", en daarbij zijn, verdachtes, hand in zijn, verdachtes, zak heeft gedaan als had hij, verdachte, daar een pistool en vervolgens die telefoon en DVD uit de handen van die [slachtoffer 1] heeft getrokken en of vervolgens die [slachtoffer 1] nog, op voor die [slachtoffer 1] dreigende toon, heeft meegedeeld: "Niet naar de politie, niet schreeuwen, anders maak ik je dood";

Ten aanzien van feit 2 subsidiair:

hij op 28 oktober 2006 in de gemeente Alkmaar opzettelijk een simkaart, toebehorende aan [slachtoffer 2], welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als geleend (in ieder geval als zich bevindende in een geleende mobiele telefoon), onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Ten aanzien van feit 3:

hij op 17 juni 2006 in de gemeente Hoorn op de Veemarkt, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een OV-strippenkaart toebehorende aan [slachtoffer 4] en een gedeelte van een geldbiljet van 20 euro, toebehorende aan [slachtoffer 3], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

en

met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbiljet van vijf euro toebehorende aan die [slachtoffer 3],

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte op die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] is afgelopen en tegen die [slachtoffer 3] is aangelopen en tegen die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] heeft gezegd: "Geef me doekoes" en/of "Geef me geld want anders maak ik je dood" en/of "Geef me nu vijf euro, ik ga je keel steken, geef vijftig euro, maakt me niks uit", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, waarbij verdachte zijn hand in de binnenzak van zijn jas stak alsof hij, verdachte daaruit een (steek-)wapen wilde pakken en vervolgens met kracht aan een geldbiljet van 20,- euro dat die [slachtoffer 3] vasthield heeft getrokken;

Ten aanzien van feit 4:

hij op 2 maart 2006 te De Goorn, gemeente Wester-Koggenland, [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een hand in zijn jas gestopt alsof hij een wapen wilde pakken en daarbij dreigend de woorden toegevoegd : "Ik maak je dood!" en "Ik moet je vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Ten aanzien van feit 5:

hij op 15 oktober 2006 in de gemeente Alkmaar zich met geweld tegen opsporings-ambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten doende met een controle en voornemens, hem, verdachte, te fouilleren en te controleren op grond van de Opiumwet, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan,

op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

5. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg.

Ten aanzien van feit 2 subsidiair:

verduistering

Ten aanzien van feit 3:

De voortgezette handeling van

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, meermalen gepleegd

en afpersing.

Ten aanzien van feit 4:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Ten aanzien van feit 5:

Wederspannigheid.

6. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. MOTIVERING VAN DE STRAF

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft tot tweemaal toe op straat jongeren overvallen en hen door de suggestie te wekken dat hij een wapen bij zich had in combinatie met dreigend taalgebruik gedwongen geld danwel goederen af te geven of dit van ze afgepakt. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan bedreiging, verduistering en wederspannigheid.

Met name door het begaan van de beide overvallen heeft verdachte zich op nog vrij jeugdige leeftijd schuldig gemaakt aan een zware vorm van criminaliteit die niet alleen zeer bedreigend en traumatiserend is voor de slachtoffers maar ook grote onrust en gevoelens van onveiligheid veroorzaakt in de samenleving in het algemeen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

-het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 30 oktober 2006, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onder andere terzake van vermogensdelicten tot werkstraffen en een voorwaardelijke vrijheidsbenemende straf is veroordeeld.

- het over de verdachte uitgebrachte vroeghulpinterventierapport gedateerd 30 oktober 2006 van M.W.E. Vollebregt als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Nederland, Regio Alkmaar Haarlem.

- het over de verdachte uitgebrachte psychologisch rapport gedateerd 19 december 2006, van drs. R.S. Turk, GZ-psycholoog.

Dit rapport houdt onder meer het volgende in:

Betrokkene is een 18-jarige licht zwakzinnige man met een Marokkaanse achtergrond die afhankelijk is van cannabis en misbruik maakt van alcohol. Betrokkene kan slecht voor zichzelf zorgen en komt regelmatig in grote problemen terecht. Betrokkene overziet de consequenties van zijn handelen niet en is slecht in staat zichzelf te sturen en in de hand te houden. Betrokkene kan daardoor impulsief reageren en tot grensoverschrijdend gedrag komen. De combinatie met alcohol is gevaarlijk, zowel voor betrokkene zelf als voor anderen, omdat betrokkene niet goed in staat is zichzelf grenzen te stellen.

Geadviseerd wordt betrokkene voor het tenlastegelegde als licht verminderd toerekenings-vatbaar te beschouwen.

De kans op recidive is verhoogd en alleen te verlagen door betrokkene intensief te begeleiden en te controleren. Ondergetekende adviseert betrokkene te doen plaatsen in een project voor begeleid wonen en hem aan te melden bij de Brijderstichting, zodat zijn gebruik van middelen kan worden gereguleerd, een en ander onder toezicht van de reclassering en in het kader van bijzondere voorwaarden. Ondergetekende heeft de heer G. Poorthuis van Bureau Jeugdzorg Noord-Holland op de hoogte gebracht van de resultaten van onderzoek, van de conclusies en de adviezen. De heer Poorthuis zegde toe contact op te nemen met de William Schrikkerstichting, de reclasseringsinstantie die de doelgroep

waarin ook betrokkene valt begeleidt, en in samenwerking met deze organisatie de geadviseerde mogelijkheden te onderzoeken.

Ter terechtzitting heeft de getuige-deskundige G. Poorthuis voornoemd bevestigd dat het gelet op het niveau waarop verdachte functioneert beter is wanneer de William Schrikkerstichting de begeleiding van de verdachte van Bureau Jeugdzorg overneemt.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke vrijheidsstraf met daaraan verbonden na te noemen bijzondere voorwaarde passend en geboden is.

8. BENADEELDE PARTIJEN

A. De benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [adres en woonplaats slachtoffer 1], heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 35,-- wegens schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag kan de vordering worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voorzover het toewijsbare reeds door de mededader aan de benadeelde partij is voldaan.

B. De benadeelde partij [slachtoffer 3], wonende te [adres en woonplaats slachtoffer 3], heeft vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 25,-- wegens schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden.

Nu de officier van justitie tijdens de behandeling ter terechtzitting heeft verklaard dat het bij verdachte, vlak na het begaan van dit feit, inbeslaggenomen briefje van 5 euro zal worden teruggegeven aan de rechthebbende [slachtoffer 3], zal de vordering tot een bedrag van € 20,-- worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De rechtbank zal de vordering voor het overige afwijzen.

9. SCHADEVERGOEDING ALS MAATREGEL

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] voornoemd naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder respectievelijk 1 en 3 bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht aan de benadeelde.

De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

10. VORDERINGEN TENUITVOERLEGGING VOORWAARDELIJKE STRAF

A. 14/705168-06

De officier van justitie vordert dat de rechtbank zal gelasten dat de bij vonnis van de kinderrechter van 19 april 2006 in de zaak met parketnummer 14/705168-06 aan de verdachte opgelegde straf voorzover voorwaardelijk opgelegd, alsnog zal worden ten uitvoer gelegd, op grond van het feit dat de verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde voor het einde van de proeftijd zich niet schuldig te zullen maken aan een strafbaar feit.

De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is om over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

De mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is op 9 juni 2006 aan de verdachte toegezonden.

De bij genoemd vonnis vastgestelde proeftijd is ingegaan op 4 mei 2006 en was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie niet geëindigd.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering gegrond, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat de verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde voor het einde van de proeftijd zich niet schuldig te zullen maken aan een strafbaar feit.

Daarom behoort de gevorderde tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde straf te worden gelast.

B. 14/009215-04

De officier van justitie vordert dat de rechtbank zal gelasten dat de bij vonnis van de kinderrechter bij deze rechtbank van 12 juli 2005 in de zaak met parketnummer 14/009215-04 aan de verdachte opgelegde straf voorzover voorwaardelijk opgelegd, alsnog zal worden ten uitvoer gelegd, op grond van het feit dat de verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde voor het einde van de proeftijd zich niet schuldig te zullen maken aan een strafbaar feit.

De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is om over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

De mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is op 12 september 2005 aan de verdachte toegezonden.

De bij genoemd vonnis vastgestelde proeftijd is ingegaan op 27 juli 2005 en was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie niet geëindigd.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering gegrond, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat de verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde voor het einde van de proeftijd zich niet schuldig te zullen maken aan een strafbaar feit.

Daarom behoort de gevorderde tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde straf te worden gelast.

11. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 56, 57, 180, 285 (oud), 312, 317 en 321 van het Wetboek van Strafrecht.

12. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 15 (VIJFTIEN) MAANDEN.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 (ZES) MAANDEN niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

-de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

- de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de William Schrikker Groep en/of de Brijder Verslavingszorg, zolang deze instelling(en) dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt/oordelen.

Verstrekt aan de genoemde instelling(en) opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [adres en woonplaats slachtoffer 1].

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 35,-- (vijfendertig euro) als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3], wonende te [adres en woonplaats slachtoffer 3], tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 20,-- (twintig euro) als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Wijst de vordering voor het overige af.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] voornoemd te betalen een som geld ten bedrage van € 35,-- (vijfendertig euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van één dag.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3] voornoemd te betalen een som geld ten bedrage van € 20,-- (twintig euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van één dag.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Gelast de tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen jeugddetentie, opgelegd bij voormeld vonnis van de kinderrechter van 12 juli 2005 in de zaak met parketnummer 14/009215-04 aldus, dat die straf geheel wordt ten uitvoer gelegd.

Gelast de tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde jeugddetentie voor de duur van 6 weken, opgelegd bij voormeld vonnis van de kinderrechter van 19 april 2006 in de zaak met parketnummer 14/705168-06 aldus, dat die straf geheel wordt ten uitvoer gelegd.

Dit vonnis is gewezen door

mr. B.H. Franke, voorzitter,

mr. F.J. Lourens en mr. G.D.M. Hoedemaker, rechters,

in tegenwoordigheid van M. Woudman, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 februari 2007.