Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:AZ8924

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
20-02-2007
Datum publicatie
20-02-2007
Zaaknummer
92890/KG ZA 07-19
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiser sub 1 kan voor de vijf in het geding zijnde interieurstukken aanspraak maken op auteursrecht, omdat eiser sub 2, ondanks de min of meer noodzakelijke vorm van de betrokken voorwerpen en de vrijheid van een ieder om sloophout als materiaal daarvoor te gebruiken, onmiskenbaar op het resultaat van deze voorwerpen zijn persoonlijk stempel heeft gedrukt. Dit heeft hij gedaan door een bijzondere wijze van schikking van het gebruikte sloophout met de daarop voorkomende dan wel aangebrachte kleurtinten, het kiezen van zekere productieprocessen en bepaalde hulpstoffen. Gedaagden maken met hun 'tafel sloophoutkleur' en 'dressoir sloophout' inbreuk op de auteursrechten van eiser sub 1.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

zaak- en rolnummer: 92890/KG ZA 07-19

datum: 20 februari 2007

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PIET HEIN EEK BV,

gevestigd te Geldrop,

2. [eiser sub 2],

wonende te Geldrop,

EISERS IN KORT GEDING,

procureur mr. A.J. van der Veen,

advocaat mr. M.R. de Zwaan te Amsterdam,

tegen:

1. de vennootschap onder firma ESFERA,

gevestigd te Medemblik,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te Medemblik,

in persoon verschenen,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te Medemblik,

in persoon verschenen,

GEDAAGDEN IN KORT GEDING.

Partijen zullen verder ieder afzonderlijk ook worden genoemd "Eek BV", "[eiser sub 2]", "Esfera", "[gedaagde sub 2]", respectievelijk "[gedaagde sub 3]".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Bij exploot van 23 januari 2007 hebben eisers gedaagden gedagvaard om op 30 januari 2007 in kort geding te verschijnen.

Bij brieven van 24, 25, 26 en 29 januari 2007 hebben eisers producties in het geding gebracht. Bij laatstgenoemde brief hebben zij tevens een concept akte houdende vermeerdering eis ingediend.

Ter terechtzitting van 30 januari 2007 hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, waarna zij de eis hebben gewijzigd.

Gedaagden hebben ter zitting producties overgelegd en de gewijzigde vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van eisers een kopie van de originele dagvaarding en van beide zijden pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 [eiser sub 2] is directeur en groot aandeelhouder van Eek BV.

2.2 Eisers ontwerpen, vervaardigen en verhandelen onder meer meubels, waaronder meubels van sloophout, van het merk '[eiser sub 2]'.

2.3 [eiser sub 2] heeft onder meer de navolgende meubels van sloophout ontworpen en vervaardigd. Onder de afbeeldingen staat de benaming van de diverse meubels, zoals gehanteerd door eisers, weergegeven.

afvaltafel afvalkast

stamtafel toonbank

sloopspiegel

2.4 Gedaagden houden zich ook bezig met het ontwerpen, vervaardigen en verhandelen van meubels. Op de website www.dusign.nl bieden zij onder meer onderstaande meubels met de volgende namen te koop aan:

tafel sloophout kleur dressoir sloophout

stamtafel sloophout toonbank sloophout

spiegel 3 luik stijgerdelen

2.5 In 2004 is tussen partijen een auteursrechtelijk geschil gerezen met betrekking tot twee van de onder 2.4 aangeduide en door gedaagden gemaakte voorwerpen, te weten: de "tafel sloophout kleur" en de "stamtafel sloophout". Uiteindelijk hebben gedaagden op aandrang van eiser toegezegd deze voorwerpen niet langer aan te bieden en de afbeeldingen daarvan van hun website te verwijderen. Dit laatste is vervolgens ook geschied.

2.6 Op 28 april 2006 heeft [eiser sub 2] de auteursrechten op alle 'door hem vervaardigde en nog te vervaardigen werken (ontwerpen) van toegepaste kunst' aan Eek BV overgedragen.

2.7 Op 9 januari 2007 hebben eisers gedaagden een brief geschreven waarin zij aangeven dat gedaagden wederom inbreuk maken op hun auteursrechten. In die brief sommeren zij gedaagden om die inbreuk te staken en gestaakt te houden. Aan deze sommatie hebben gedaagden geen gehoor gegeven.

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 Eisers vorderen, kort gezegd en zoals gewijzigd,

- (1) gedaagden te gebieden elke inbreuk op het auteursrecht van Eek BV door verveelvoudiging en/of openbaarmaking van met de hiervoor onder 2.3 weergegeven meubels overeenstemmende meubels te staken en gestaakt te houden;

- (2) gedaagden te gebieden om aan de advocaat van eisers te doen toekomen een overzicht van de aantallen inbreukmakende meubels die zijn geproduceerd, ingekocht, verkocht en in voorraad gehouden, alsmede een berekening van de brutowinst die is behaald met de verkoop van de inbreukmakende meubels, een en ander te verifiëren door een door eisers aan te wijzen en te instrueren registeraccountant;

- (3) gedaagden te veroordelen om alle in voorraad gehouden meubels in aanwezigheid van een deurwaarder te vernietigen en een proces-verbaal daarvan te doen toekomen aan eisers;

- (4) te bepalen dat gedaagden een dwangsom verbeuren en verschuldigd zijn van

Euro 5.000,-- voor iedere keer dan wel van Euro 50.000,-- voor iedere dag dat gedaagden met de tijdige of volledige nakoming van voormelde veroordelingen in gebreke blijven;

- (5) te bepalen dat de eis in de hoofdzaak binnen zes maanden na de datum van het vonnis moet worden ingesteld;

- (6) gedaagden te veroordelen tot betaling van de volledige kosten, die tot de dag van de terechtzitting Euro 5.709,20 ex BTW bedragen;

- (7) zodanige verdere maatregelen te treffen die de voorzieningenrechter passend acht;

- (8) gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding van Euro 5.000,--;

- (9) gedaagden te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2 Eisers leggen aan de vorderingen ten grondslag dat Eek BV sinds de overdracht op 28 april 2006 auteursrechthebbende is op de ontwerpen. De ontwerpen zijn oorspronkelijk en dragen het persoonlijk stempel van [eiser sub 2], zodat zij aan te merken zijn als 'werk' in de zin van het auteursrecht. Zo heeft de afvalkast bijvoorbeeld door zijn robuuste vormgeving een uitzonderlijk en eigenzinnig karakter dat niet valt te vergelijken met standaard meubilair voor in huis en zo is de spiegel origineel en opvallend door zijn, voor een dergelijke spiegel, extreme eenvoud, constructie en materiaalgebruik. Daarbij komt dat het ondenkbaar is dat twee auteurs onafhankelijk van elkaar exact hetzelfde werk maken. De persoonlijkheidsrechten op de ontwerpen komen overigens nog altijd aan [eiser sub 2] toe. Gedaagden maken inbreuk op het auteursrecht van eisers, omdat zij meubels te koop aanbieden die stellig een overeenstemmende totaalindruk maken met de hiervoor onder 2.3 weergegeven ontwerpen van eisers. Bovendien vormen de meubels van gedaagden een slaafse nabootsing. Door deze inbreuk brengen gedaagden eisers ernstige schade toe. De opsporing en beëindiging van de inbreuk op het auteursrecht is naar haar aard spoedeisend. Gelet op het bepaalde in de Europese Richtlijn 2004/48 en in het bijzonder artikel 14 daarvan komen alle door eisers gemaakte redelijke kosten van rechtsbijstand ook voor vergoeding in aanmerking, alles aldus eisers.

3.3 Gedaagden bestrijden dat eisers auteursrechthebbenden zijn. Bovendien ontkennen gedaagden dat zij het werk van eisers hebben gekopieerd, omdat de verschillende meubels een heel andere uitstraling hebben. Op dit moment gebruiken gedaagden wel afvalmateriaal, waaronder sloophout, voor het maken van meubels, maar dit is alleen omdat dit thans een trend is, aldus gedaagden.

3.4 Partijen hebben hun wederzijdse standpunten nader uiteengezet, onder meer aan de hand van de overgelegde pleitnotities. Voor zover nodig voor de beslissing zal daarop hierna afzonderlijk en uitdrukkelijk worden ingegaan.

4. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

4.1 De in geding zijnde voorwerpen van eisers zijn werken van toegepaste kunst in de zin van artikel 10 lid 1 sub 11 van de Auteurswet. Derhalve vallen zij onder de bescherming van deze wet, indien en voor zover daaraan een oorspronkelijk, eigen karakter en een persoonlijk stempel van de maker ([eiser sub 2]) kan worden toegedacht.

4.2 Bijzonder is dat de door [eiser sub 2] gemaakte meubelen zijn vervaardigd van sloophout. Evenwel is het idee van of met sloophout meubelen te vervaardigen, naar [eiser sub 2] ook zelf ter zitting heeft aangegeven, auteursrechtelijk niet beschermd. Het bezigen van hetzelfde materiaal door gedaagden, het bewerken daarvan volgens eenzelfde, een bepaald artistiek effect opleverende methode en het volgen van een stijl leveren naar vaste rechtspraak op zichzelf geen inbreuk op auteursrechten van eisers op.

4.3 Van belang is dus of [eiser sub 2], gebruikmakend van bedoeld materiaal, voorwerpen heeft gemaakt met een oorspronkelijk, eigen karakter en daarop een persoonlijk stempel heeft gedrukt. Daarbij moet "verder worden gekeken" dan alleen naar het gebruikte sloophout. Het verweer van gedaagden, voor zover dit inhoudt dat aan eisers geen auteursrecht op de in het geding zijnde voorwerpen toekomt omdat zij al "meubelen van afvalmaterialen maakten toen [eiser sub 2] nog in de kinderstoel zat" en dat "het vervaardigen van meubelen van afvalmateriaal een trend is", gaat daarom aan de kern van de zaak voorbij.

Niettemin wordt reeds thans opgemerkt dat het door partijen wederzijds gebruiken van sloophout, nu het bijzonder is om daarvan interieurvoorwerpen te maken, wél enige rol speelt.

Dit gebruik draagt immers bij aan het eigen karakter van een gemaakt voorwerp, zodat de speelruimte voor een opvolgend maker geringer is indien hij ditzelfde bijzondere materiaal gebruikt dan wanneer hij ander materiaal aanwendt.

4.4 De vijf door eisers in dit kort geding ten tonele gevoerde voorwerpen zijn alle interieurstukken, te weten meubelen en een (driedelige) spiegel. Tot op zekere hoogte wordt de vormgeving daarvan door de gebruiksbehoeften bepaald. De tafels hebben een blad op een werkbare hoogte, hetgeen ook geldt voor de toonbanken. Bij de spiegels is - uiteraard - weerkaatsend glas gebruikt. De gewone tafels zijn rechthoekig en de stamtafels zijn ovaal of afgerond. De tafels hebben poten. Alle hier genoemde trekken geven aan de wederzijdse

voorwerpen het eigen karakter nog niet.

4.5 Thans moet de vraag worden beantwoord of, ondanks het eerder overwogene, eisers voor de vijf in het geding zijnde interieurstukken aanspraak kan maken op auteursrecht.Het antwoord luidt ten aanzien van Eek BV positief omdat [eiser sub 2], ondanks de min of meer noodzakelijke vorm van de betrokken voorwerpen en de vrijheid van een ieder om sloophout als materiaal daarvoor te gebruiken, onmiskenbaar op het resultaat van deze voorwerpen zijn persoonlijk stempel heeft gedrukt. Dit heeft hij gedaan door een bijzondere wijze van schikking van het gebruikte sloophout met de daarop voorkomende dan wel aangebrachte kleurtinten, het kiezen van zekere productieprocessen en bepaalde hulpstoffen. Het is niet goed denkbaar dat een ander onafhankelijk van [eiser sub 2] bij het maken van een dergelijk werk tot precies hetzelfde resultaat zou komen.

4.6 Vervolgens dient aan de orde te komen of gedaagden op dit auteursrecht met betrekking tot de vijf genoemde stukken inbreuk heeft gemaakt. Daarbij zullen de wederzijds gemaakte interieurvoorwerpen afzonderlijk met elkaar worden vergeleken.

4.6.1. De "afvaltafel" van [eiser sub 2] en de" tafel sloophout kleur" van gedaagden.

Het gaat hierbij om twee rechthoekige tafels, waarvan bij beide exemplaren het werkblad is belegd met c.q. bestaat uit veelkleurige plankjes sloophout. De afmetingen van de plankjes liggen bij beide exemplaren in dezelfde orde en ook de kleurstelling van de plankjes in het ene exemplaar ontloopt die van de plankjes in het andere exemplaar niet wezenlijk. De plankjes zijn in mozaïekvorm aangebracht. De tafels staan elk op twee T-vormige poten met oplopende voet en een vrij brede staander. Ook de staanders en de voet van deze tafels zijn voorzien van plankjes afvalhout.

De tafels zijn niet identiek maar geven eenzelfde totaalindruk. De auteursrechtelijk beschermde trekken in het exemplaar van [eiser sub 2] - met name de afmetingen en kleurstelling van de plankjes, de mozaïekvorm waarin deze zijn aangebracht - zijn herkenbaar overgenomen in de tafel van gedaagden. Door deze trekken bestaat een grote gelijkenis die wordt versterkt door de onderlinge gelijkenis van niet auteursrechtelijk beschermde elementen, zoals de rechthoekigheid van de tafel, het gebruik van sloophout en de vormgeving van de T-poten.

Gedaagden hebben aangevoerd dat hun tafel een kleinere maat heeft dan die van [eiser sub 2], namelijk 120cm x 80 cm ten opzichte van 300 cm x 100 cm., maar dit doet aan de overeenstemming onvoldoende af. Hetzelfde geldt voor het aanbrengen van "een vette laag" epoxy door gedaagden in plaats van de door [eiser sub 2] vele aangebrachte laklagen; in effect verschilt het resultaat bij het aanbrengen van lak of epoxy niet wezenlijk. Ten slotte doet evenmin ter zake dat gedaagden bij het maken van zijn stuk is uitgegaan van een kringlooptafel en [eiser sub 2] niet. Dat is, naar ook op de afbeeldingen is te zien, niet van grote betekenis geweest voor het tot stand gebrachte uiterlijk van de tafel.

Tussen partijen staat vast dat de tafel van [eiser sub 2] van eerdere datum is dan die van gedaagden. Gelet hierop en het ter zake overigens overwogene wordt geoordeeld dat bij de tafel van gedaagden sprake is van een bewerking of nabootsing van die van [eiser sub 2]. Ondanks de enigszins andere vorm en afmeting van de beide tafels gaat het bij de tafel van gedaagden niet om een nieuw en oorspronkelijk werk. De conclusie is dat eisers beklag over de tafel van gedaagden gegrond is.

4.6.2. De "afvalkast" van [eiser sub 2] en het "dressoir sloophout" van gedaagden.

Minder dan bij een tafel is de vorm van hetgeen eisers betitelen als afvalkast en gedaagden als dressoir een gegeven. Bij laatstbedoelde interieurstukken is een grotere variëteit aan maten en vormen denkbaar.

Bij de thans vergeleken stukken gaat het om zeszijdige exemplaren, waarvan alle zijden vlak verlopen. De verhouding tussen de gekozen hoogte, breedte en diepte is bij beide exemplaren gelijk of vrijwel gelijk. Beide voorwerpen zijn geheel bekleed met c.q. vervaardigd van sloophout ([eiser sub 2]) of bekleed met een mixture van sloop- en nieuwe plankjes (Esfera). Deze plankjes zijn op beide exemplaren in mozaïekvorm aangebracht. Bij beide exemplaren hebben de plankjes onderling verschillende kleuren; de kleurstelling van de plankjes van [eiser sub 2] is in bruine, beige en aanverwante tinten, die van Esfera zijn in overwegend primaire kleuren geschilderd. De afvalkast van [eiser sub 2] heeft korte pootjes en is van lagen lak voorzien, terwijl het dressoir van gedaagden korte zwenkwieltjes heeft en afgewerkt is met epoxy.

Bij de totaalindruk is de mozaïekvorm van de plankjes het meest prominent. Ziet men de kasten op een zwart/wit foto, dan is er nauwelijks onderscheid. Dit laatste geldt te meer vanwege de hiervoor genoemde maatvoering. Het onderscheid wieltjes/pootjes is minimaal en - zoals hiervoor reeds is overwogen - het effect van de lagen lak ten opzichte van de epoxy is geheel vergelijkbaar.Dat Esfera haar dressoir deels heeft voorzien van nieuwe plankjes is weinig opvallend. De afwijkende kleurstelling van beide exemplaren levert inderdaad enig verschil in stemming op, maar dit aspect doet te weinig af aan het oordeel dat ook hier sprake is van een ongeoorloofde bewerking of nabootsing van het (eerdere) meubel van [eiser sub 2].

4.6.3. De "stamtafel" van [eiser sub 2] en de "stamtafel sloophout" van gedaagden.

Anders dan bij de hiervoor genoemde voorwerpen is, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, bij de stamtafel geen sprake van een ongeoorloofde bewerking of nabootsing door gedaagden. Er is veel minder onderlinge gelijkenis dan bij de eerder besproken voorwerpen. Gedaagden hebben er terecht op gewezen dat de ovale vorm van hun tafel een andere, namelijk rondere is dan van de tafel van [eiser sub 2]. Hoewel het bij deze vorm niet gaat om een auteursrechtelijk beschermd aspect, draagt de onderlinge afwijking aan het zojuist gegeven oordeel bij. Hetzelfde geldt voor de onderling afwijkende vorm van de T-poten. Met name is er een in het oog vallend verschil bij de voeten daarvan: bij de tafel van gedaagden hebben deze voeten een veel hogere wreef dan bij de tafel van [eiser sub 2]. Het belangrijkste is echter dat de auteursrechtelijk beschermde elementen - met name de wijze waarop de plankjes van sloophout zijn verwerkt - aanmerkelijk verschilt. Bij [eiser sub 2]s tafel liggen deze in evenwijdig verband en bij die van gedaagden juist haaks op elkaar. De totaalindruk is bij beide tafels geheel anders, ook nog vanwege de onderling afwijkende kleurstelling.

4.6.4. De toonbanken.

De vraag of het gedaagden geoorloofd is een toonbank van of met sloophout te maken dient - naar uit het vorenstaande blijkt: ook volgens [eiser sub 2] - bevestigend te worden beantwoord. Evenals bij tafels zijn bij een toonbank vorm en afmetingen in belangrijke mate door gebruiksbehoeften bepaald. Dat hierdoor het uiterlijk van de toonbank van gedaagde enigszins overeenkomt met die van [eiser sub 2] is, bij gebruikmaking van sloophout, dan ook onvermijdelijk.

Hoewel op grond van het onder 4.5 overwogene aan [eiser sub 2] auteursrecht op zijn toonbank niet kan worden ontzegd, is het persoonlijk stempel van de maker, het eigen oorspronkelijk karakter niet erg sterk. Er zijn, gelet op de min of meer gegeven maatvoering en het gebruik van het sloophout, nauwelijks bijzondere stijlkenmerken. Het sloophout is in verticale planken aangebracht; dat is weliswaar een persoonlijke keuze maar een vrij voor de hand liggende en niet één die aan anderen moet worden ontzegd op grond dat [eiser sub 2] (eerder) heeft bedacht dit zo te doen. De omstandigheid dat de toonbank van gedaagden enige gelijkenis met die van [eiser sub 2] vertoont berust, gelet op de gebruikseisen en het volgen van het idee sloophout aan te wenden, dan ook veeleer op toeval dan op een ongeoorloofde bewerking of nabootsing.

4.6.5. De spiegels.

De door partijen gemaakte spiegels vormen, elk voor zich, een drieluik. De buitenste luiken zijn half zo breed als het middenluik en zijn daaraan met scharnieren verbonden. Elk van de drie luiken draagt reflecterend glas in zich en heeft robuuste houten randen van sloophout. De achterzijde is eveneens voorzien van sloophout, zodat slechts dit materiaal in zicht komt indien de buitenste luiken over het middenluik worden dicht gedaan.

Naar uit de door gedaagden overgelegde bescheiden blijkt, is het vervaardigen van spiegels in drieluik, met gebruikmaking van afvalhout, niet ongewoon. Daarom kan moeilijk worden gezegd dat gedaagden, door het enkele feit dat zij ook een drieluik-spiegel hebben gemaakt, auteursrechtelijk beschermde trekken van het werk van [eiser sub 2] hebben overgenomen. Eisers hebben onvoldoende feiten genoemd die zouden meebrengen dat gedaagden hier niettemin te ver zouden zijn gegaan, terwijl daarvan is evenmin gebleken. Ook met betrekking tot de spiegels luidt daarom het oordeel dat een ongeoorloofde bewerking of nabootsing niet aannemelijk is geworden.

4.7. Gelet op het vorenstaande dienen eisers vorderingen ten aanzien van de stamtafel, de toonbank en de spiegel van gedaagden te worden afgewezen.

4.8. De vorderingen ten aanzien van de "tafel sloophout kleur" en het "dressoir sloophout".

Met betrekking tot de "tafel sloophout kleur" hebben gedaagden aangevoerd dat zij daarvan slechts één exemplaar hebben gemaakt en dat dit staat in de wereldwinkel te Wageningen. Het enige exemplaar van het "dressoir sloophout" heeft Esfera op verzoek van een klant gemaakt en staat bij die klant, aldus gedaagden. Deze stellingen hebben eisers onvoldoende weersproken, zodat van de juistheid daarvan wordt uitgegaan. Dit brengt mee dat gedaagden geen macht of zeggenschap meer over deze voorwerpen hebben. Daarop reeds stuit de vordering tot vernietiging, als weergegeven onder 3.1 (3), af. Evenmin komt voor toewijzing in aanmerking de vordering sub (2) tot het verschaffen van een door een accountant geverifieerd overzicht met betrekking tot het aantal geproduceerde en verkochte exemplaren van deze voorwerpen, nu, zoals gezegd, eisers niet hebben bestreden dat het bij één daarvan is gebleven. Een en ander geldt eveneens voor de winst die gedaagden hiermee zouden hebben gemaakt; ook in dit opzicht zijn de ter zitting door gedaagden verschafte gegevens niet bestreden.

Toewijzing van een voorschot van Euro 5.000,-- (8) vindt niet plaats omdat eisers niet hebben aangegeven welk afzonderlijk spoedeisend belang zij bij deze geldvordering hebben, terwijl voorts - tegenover de betwisting daarvan door gedaagden - eisers onvoldoende hebben onderbouwd dat zij door de handelwijze van gedaagden tot een dergelijk bedrag schade hebben geleden. De vordering sub (7) is te onbepaald en mist zelfstandige betekenis. Voor toewijzing van de volledige proceskosten (6) ingevolge artikel 14 van de Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG bestaat in dit kort geding onvoldoende grond, gelet op de vrij geringe "impact" van de door gedaagden gepleegde inbreuken. De overige vorderingen (1,4,5 en 9) zijn toewijsbaar als hieronder aan te geven. Gelet op de onbestreden overdracht van het auteursrecht door [eiser sub 2] aan Eek BV op 28 april 2006 moet Eek BV ten aanzien van de exploitatierechten als auteursrechthebbende worden aangemerkt. Dit brengt met zich dat de vorderingen sub 1,4, 5 en 9 ten behoeve van [eiser sub 2] zelf niet kunnen worden toegewezen, nu bij hem slechts de persoonlijkheidsrechten zoals bedoeld in artikel 25 Auteurswet rusten en niet gesteld of gebleken is dat die rechten zijn geschonden.

Voor alle duidelijkheid wordt daarbij opgemerkt dat de veroordeling impliceert dat gedaagden de afbeeldingen en beschrijvingen van, alsmede de verwijzingen naar, hun "tafel sloophout kleur" en "dressoir sloophout" van hun website dienen te verwijderen en daarvan verwijderd te houden. De dwangsommen worden aan een maximum verbonden. Omdat, al worden niet alle vorderingen toegewezen, de vastgestelde inbreuken het door eisers voeren van dit proces zonder meer rechtvaardigden, dienen gedaagden in de (gewone) kosten daarvan te worden verwezen.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- gebiedt gedaagden om onmiddellijk na betekening van dit vonnis elke inbreuk op het ten processe bedoelde auteursrecht van Eek BV door verveelvoudiging en/of openbaarmaking van met de hiervoor onder 2.3. weergegeven ontwerpen van de 'afvaltafel' en 'afvalkast' van eisers overeenstemmende meubels, te staken en gestaakt te houden;

- bepaalt dat gedaagden een onmiddellijk opeisbare dwangsom verbeuren en verschuldigd zijn aan Eek BV van Euro 5.000,-- voor iedere dag dat gedaagden na betekening van dit vonnis met de tijdige of volledige nakoming van voormeld gebod in gebreke zijn, eveneens met een maximum van Euro 50.000,--;

- bepaalt dat de eis in de hoofdzaak op de voet van artikel 260 Rv. binnen 6 (zes) maanden na heden moet worden ingesteld;

- veroordeelt gedaagden in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van eisers begroot op Euro 366,85 aan verschotten en op Euro 816,-- aan salaris procureur;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- weigert de meer of anders gevorderde voorziening.

Gewezen door mr. H. Warnink, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 februari 2007 in tegenwoordigheid van mr. F. Vermeij, griffier.