Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:AZ8522

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
14-02-2007
Datum publicatie
14-02-2007
Zaaknummer
14/678120-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

de rechtbank spreekt een man vrij die verdacht werd van het plegen van ontuchtige handelingen met een slachtoffer die de leeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer: 14/678120-05

Datum uitspraak: 14 februari 2007

OP TEGENSPRAAK

VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats],

wonend [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 31 januari 2007.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie die er toe strekt dat de rechtbank de verdachte zal vrijspreken van het hem ten laste gelegde.

Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman,

mr. R.P.H. de Granada, advocaat te Alkmaar naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 01 juni 2003 in de gemeente Schagen, met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer ] 1998), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het (onder haar bikinibroekje) betasten van de vagina van die [slachtoffer] en/of het meermalen (onder haar bikinibroekje) wrijven over de vagina van die [slachtoffer].

2. VRIJSPRAAK

De rechtbank is, evenals de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Na kennis te hebben genomen van het studioverhoor van [slachtoffer] en het daarover opgemaakte rapport door prof. dr. Wagenaar, tegen de achtergrond van wat de politiefunctionarissen op de avond van 1 juni 2003 hebben waargenomen, acht de rechtbank de verklaring van [slachtoffer] (en haar moeder) onvoldoende betrouwbaar om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. De inhoud van de overige processtukken maakt dat niet anders.

Daarom behoort de verdachte te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

3. DE VORDERING VAN DE BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij [wettelijk vertegenwoordiger slachtoffer] heeft als wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer] vóór de aanvang van de terechtzitting bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 1.541,22 wegens schade die de verdachte aan de benadeelde partij zou hebben toegebracht.

Nu niet wettig en overtuigend is bewezen wat aan de verdachte is ten laste gelegd, kan de benadeelde partij in de vordering die daar betrekking op heeft, niet worden ontvangen.

De benadeelde partij kan de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

4. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij [wettelijk vertegenwoordiger slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. de Klerk, voorzitter,

mr. M.E.J. van Lieshout-Segers en mr. S.N. Schipper, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.A. Huisman, griffier,

en is in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2007.

Mr. Schipper is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.