Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:AZ8092

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
07-02-2007
Datum publicatie
08-02-2007
Zaaknummer
14.715473-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft als bestuurder van een auto aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gereden. Verdachte is met een hogere snelheid dan toegestaanen verantwoord was, met zijn auto uit de bocht gevlogen en tegen een boom gebotst. Als gevolg hiervan is de inzittende van deze auto, om het leven gekomen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14.715473-06

Datum uitspraak: 7 februari 2007

OP TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

wonende te [adres en woonplaats].

De rechtbank heeft kennisgenomen van

- de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank

- het primair ten laste gelegde zal bewezen verklaren;

- de verdachte zal veroordelen tot

-een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis;

-tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde van verplicht contact met de Reclassering alsmede

-tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek als bedoeld in artikel 179 van de Wegenverkeerswet 1994;

-hetgeen door de verdachte en mr. R. Polderman, raadsman van de verdachte, naar voren is gebracht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 januari 2007.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is primair ten laste gelegd, dat hij op of omstreeks 16 juni 2006 te Heerhugowaard (binnen de bebouwde kom), gemeente Heerhugowaard, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een personenauto (merk Ford, type Thunderbird, kenteken: [kenteken]), daarmee heeft gereden over de weg, de Rustenburgerweg, en zich daarbij zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, aldaar te rijden:

-met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse (gelet op de toen geldende omstandigheden) toegestaan en/of verantwoord was en/of

-met een snelheid die zo hoog was dat hij niet in staat is gebleken om (a) zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of (b) zijn motorrijtuig voortdurend onder controle te houden en/of

-onder invloed van een zodanige hoeveelheid alcoholhoudende drank (bier) dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat was,

immers verdachte is - rijdend als hiervoor omschreven - bij een flauwe bocht naar, gezien zijn rijrichting, links, rechtdoor gereden en/of vervolgens met de rechterzijkant van het door hem bestuurde motorrijtuig ((erg) hard) tegen een in de rechterberm van genoemde weg staande boom gebotst en/of vervolgens (na een door die botsing veroorzaakte "rotatie naar rechts" van het door hem bestuurde motorrijtuig) met de linkerzijkant van het door hem bestuurde motorrijtuig ((erg) hard) tegen een andere, in deze berm staande, boom gebotst en/of aangereden, waarna een gedeelte van het door hem bestuurde motorrijtuig is afgebroken en/of waarna dat motorrijtuig tot stilstand is gekomen in een naast genoemde rechterberm gelegen sloot,

waardoor een inzittende van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig

(te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1971) werd gedood,

zulks terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel

8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en/of terwijl het feit (mede) is

veroorzaakt doordat hij, verdachte, een krachtens de Wegenverkeerswet 1994

vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden;

subsidiair

A:

hij op of omstreeks 16 juni 2006 te Heerhugowaard (binnen de bebouwde kom), gemeente Heerhugowaard, als bestuurder van een voertuig (een personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten alcohol, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;

B:

hij op of omstreeks 16 juni 2006 te Heerhugowaard (binnen de bebouwde kom),

gemeente Heerhugowaard, als bestuurder van een voertuig (een personenauto,

merk Ford, type Thunderbird, kenteken: [kenteken]), daarmee rijdende over de

weg, de Rustenburgerweg, aldaar heeft gereden:

-met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse (gelet op de toen geldende omstandigheden) toegestaan en/of verantwoord was en/of

-met een snelheid die zo hoog was dat hij niet in staat is gebleken om (a) zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of (b) zijn voertuig voortdurend onder controle te houden,

immers verdachte is - rijdend als hiervoor omschreven - bij een flauwe bocht naar, gezien zijn rijrichting, links, rechtdoor gereden en/of vervolgens met de rechterzijkant van het door hem bestuurde voertuig ((erg) hard) tegen een in de rechterberm van genoemde weg staande boom gebotst en/of vervolgens (na een door die botsing veroorzaakte "rotatie naar rechts" van het door hem bestuurde voertuig) met de linkerzijkant van het door hem bestuurde voertuig ((erg) hard) tegen een andere, in deze berm staande, boom gebotst en/of aangereden, waarna een gedeelte van het door hem bestuurde voertuig is afgebroken en/of waarna dat voertuig tot stilstand is gekomen in een naast genoemde rechterberm gelegen sloot,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

hij op 16 juni 2006 te Heerhugowaard (binnen de bebouwde kom), gemeente Heerhugowaard, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een personenauto (merk Ford, type Thunderbird, kenteken: [kenteken]), daarmee heeft gereden over de weg, de Rustenburgerweg, en zich daarbij zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend, aldaar te rijden:

-met een hogere snelheid dan ter plaatse (gelet op de toen geldende omstandigheden) toegestaan en verantwoord was en

-met een snelheid die zo hoog was dat hij niet in staat is gebleken om zijn motorrijtuig voortdurend onder controle te houden,

immers verdachte is - rijdend als hiervoor omschreven - bij een flauwe bocht naar, gezien zijn rijrichting, links, rechtdoor gereden en vervolgens met de rechterzijkant van het door hem bestuurde motorrijtuig hard tegen een in de rechterberm van genoemde weg staande boom gebotst en vervolgens na een door die botsing veroorzaakte "rotatie naar rechts" van het door hem bestuurde motorrijtuig met de linkerzijkant van het door hem bestuurde motorrijtuig hard tegen een andere, in deze berm staande, boom gebotst, waarna een gedeelte van het door hem bestuurde motorrijtuig is afgebroken en waarna dat motorrijtuig tot stilstand is gekomen in de rechterberm gelegen sloot,

waardoor een inzittende van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1971) werd gedood.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het primair bewezen verklaarde levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood

5. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

6. MOTIVERING VAN DE HOOFDSTRAFFEN.

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft als bestuurder van een auto aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gereden. Verdachte is met een hogere snelheid dan toegestaan en verantwoord was, met zijn auto uit de bocht gevlogen en tegen een boom gebotst. Door deze botsing is de auto naar rechts gedraaid en tegen een andere boom gebotst waarbij het voorste deel van de auto inclusief motorblok afbrak, waarna het achterste deel, bestaande uit cabine en achterzijde in de sloot is terechtgekomen.

Als gevolg hiervan is de inzittende van deze auto [slachtoffer 1], om het leven gekomen.

Voor de nabestaanden van dit nog jonge slachtoffer betekent dit een onherstelbaar verlies.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

-het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 13 december 2006, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder ter zake van enig strafbaar feit tot straf is veroordeeld..

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 18 januari 2007 van M.M. de Geus als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Nederland.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een geheel voorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is, met daaraan gekoppeld een bijzondere voorwaarde, een en ander zoals zal worden vermeld in de rubriek BESLISSING.

De rechtbank is van oordeel dat tevens een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, behoort te worden opgelegd.

De straffen zijn van kortere duur dan de officier van justitie heeft gevorderd, omdat de rechtbank niet bewezen acht dat het ongeval aan roekeloosheid van verdachte te wijten is geweest.

7. MOTIVERING VAN DE BIJKOMENDE STRAF

Gelet op de ernst van het bewezen verklaarde is de rechtbank voorts van oordeel dat als bijkomende straf een deels onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen dient te worden opgelegd.

8. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen hoofdstraffen en bijkomende zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d van het Wetboek van Strafrecht alsmede de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9. BESLISSING

De rechtbank:

? Verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

? Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert het hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feit.

? Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

? Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

-de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

-de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt.

Verstrekt aan de genoemde instelling opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde.

? Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde voorts tot een taakstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren.

Beveelt voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht dat in plaats van de taakstraf vervangende hechtenis wordt toegepast, welke vervangende hechtenis wordt vastgesteld op 100 (honderd) dagen.

Bepaalt, dat deze taakstraf bestaat uit een werkstraf.

? Ontzegt de verdachte wegens het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen verklaarde strafbare feit de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 (twee) jaren.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 1 (een) jaar niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Bepaalt dat de tijd gedurende welke het rijbewijs van de veroordeelde vóór het tijdstip waarop de ontzegging van de rijbevoegdheid ingaat, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van die bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere ontzeg-ging van de rijbevoegd-heid in mindering is ge-bracht.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. de Klerk, voorzitter,

mr. M.E.J. van Lieshout-Segers, en mr. E.C.M. Bouman, rechters,

in tegenwoordigheid van R. van der Vecht, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 februari 2007.

Mr. E.C.M. Bouman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Mr. E.C.M. Bouman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.