Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:AZ8078

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
07-02-2007
Datum publicatie
08-02-2007
Zaaknummer
90247/FA RK 06-774
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ouderlijk gezag uitsluitend aan de moeder toegewezen, nu er sinds de echtscheiding in 2002 geen enkel contact is tussen de vader en de kinderen van partijen. Blijkens het GBA-uittreksel woont de vader nog in Amsterdam, maar er bestaat een aannemelijk vermoeden dat de vader in Suriname woont of verblijft. Dientengevolge zijn de artt. 1:253r jo 1:253g jo 1:246 BW niet van toepassing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

zaak- en rekestnummer: 90247 / FA RK 06-774

datum: 7 februari 2007

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

[verzoekster/de moeder],

wonende te Hoorn,

verzoekende partij,

procureur: mr. P.J.M. Fens,

tegen:

[gerekwestreerde/de vader],

wonende te Amsterdam,

gerekwestreerde.

Partijen zullen verder ook worden aangeduid als de moeder en de vader.

HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter griffie van deze rechtbank is op 8 september 2006 het verzoekschrift van de moeder ingekomen waarin primair wordt verzocht de moeder te belasten met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen [naam oudste kind + geboorteplaats en -datum], en [naam tweede kind + geboorteplaats en -datum]. Subsidiair wordt verzocht vervangende toestemming te verlenen tot afgifte van een reisdocument ten behoeve van de voornoemde minderjarigen.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 januari 2007, in aanwezigheid van de moeder, bijgestaan door mr. Fens. De vader is -alhoewel daartoe behoorlijk opgeroepen- niet ter zitting verschenen.

DE BEHANDELING VAN DE ZAAK

Uit het huwelijk van partijen, dat op 3 december 2001 is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 12 juli 2001 in de registers van de Burgerlijke Stand, zijn de thans nog minderjarige kinderen van partijen geboren. Ingevolge artikel 251 lid 2 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) hebben de ouders na de ontbinding van het huwelijk het gezamenlijk gezag over voornoemde minderjarigen behouden, zoals ook overwogen is in voornoemde beschikking.

De moeder voert als grond aan voor het primaire verzoek, dat de omstandigheden na het geven van voornoemde beschikking zijn gewijzigd. Zij stelt hiertoe dat de vader sinds de echtscheiding zijn eigen leven leidt, en er vanaf 2002 geen contact meer is tussen de kinderen en hun vader. De kinderen voelen zich door hun vader in de steek gelaten en ervaren het gebrek aan contact en omgang met hun vader als traumatisch. De oudste minderjarige voert dientengevolge op school de geslachtsnaam van de moeder.

Daarnaast stelt de moeder last te ondervinden bij de uitoefening van het gezamenlijk gezag. Zij heeft in februari 2006 de benodigde toestemming voor de afgifte van een paspoort ten behoeve van de oudste minderjarige niet kunnen verkrijgen, aangezien zij bij gebreke van enig contact niet weet waar de vader woont of verblijft. Daardoor heeft de oudste minderjarige vorig jaar niet kunnen deelnemen aan een (school)reis naar Tsjechiƫ. Vorenstaande voert de moeder tevens als grond voor het subsidiaire verzoek aan.

Op grond van de stukken en hetgeen de moeder ter gelegenheid van de mondelinge behandeling naar voren hebben gebracht, acht de rechtbank het in het belang van de betrokken minderjarigen dat de moeder alleen met het ouderlijk gezag zal worden bekleedt. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt:

Ingevolge artikel 3 lid 1 van het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) dienen bij maatregelen met betrekking tot kinderen de belangen van het kind als uitgangspunt voor de daartoe te nemen beslissing. Volgens artikel 18 van voornoemd verdrag heeft de minderjarige er recht op dat beide ouders gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor zijn opvoeding en ontwikkeling dragen. Uit het verhandelde ter zitting blijkt dat de vader op geen enkele wijze uitvoering geeft aan zijn ouderschap, en niet te verwachten is dat hier binnen afzienbare tijd verandering in zal komen. De vader is na de echtscheiding vertrokken uit zijn toenmalige woonplaats Hoorn. Vlak na de echtscheiding is enkele keren contact geweest tussen de vader en de kinderen. Sindsdien hebben de kinderen en de moeder noch met de vader, noch met zijn familieleden enig contact gehad. Ook financieel draagt de vader op geen enkele wijze bij aan de verzorging en opvoeding van zijn kinderen.

Uit het GBA-uittreksel van de vader blijkt dat de vader zich op 23 januari 2003 gevestigd heeft in Amsterdam, waarbij onbekend is waar hij daarvoor gewoond of verbleven heeft. De moeder heeft ter zitting aangegeven dat de vader mogelijk in Suriname woont of verblijft. Aangezien de aangetekende oproeping voor de zitting niet is afgehaald, en de vader na verzending van de oproeping per gewone post verzonden naar het op het GBA-uittreksel vermelde adres niet ter zitting verschenen is, acht de rechtbank het vermoeden van de moeder aannemelijk. Dientengevolge kan de vrouw niet alle beslissingen nemen die nodig zijn in het kader van de opvoeding en verzorging van de minderjarigen, nu zij hem op geen enkele mogelijkheid kan bereiken, wanneer toestemming of medewerking noodzakelijk is.

Nu hij zich blijkbaar niet heeft uitgeschreven bij de gemeente Amsterdam, en hij zodoende officieel nog een bekende verblijfplaats heeft, kan de vader op grond van artikel 253q van boek 1 BW jo artikel 253r niet als onbevoegd tot het gezag op grond van artikel 246 van boek 1 van het BW aangemerkt worden, zodat de moeder niet op grond van het vorenstaande alleen het gezag over de kinderen kan uitoefenen.

Voorts overweegt de rechtbank dat uit het door de moeder verhandelde ter zitting blijkt, dat de minderjarige kinderen van partijen zich door hun vader in de steek gelaten voelen, hetgeen zich uit in het dragen van de geslachtsnaam van de moeder. De formalisering van de feitelijke situatie, waarin de vader op geen enkele wijze recht doet aan het belang van zijn kinderen, acht de rechtbank dan ook een tegemoetkoming aan hun belang.

Nu het primaire verzoek zal worden toegewezen, vervalt het belang van het subsidiaire verzoek, zodat dit punt thans geen bespreking meer behoeft.

DE BESLISSING

De rechtbank:

Bepaalt dat thans de moeder zal worden belast met de uitoefening van het gezag over de minderjarigen [naam oudste kind + geboorteplaats en -datum], en [naam tweede kind + geboorteplaats en -datum].

Verklaart deze beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Friedberg, lid van gemelde kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag, 7 februari 2007, in tegenwoordigheid van M. Broek, griffier.