Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:AZ6819

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
23-01-2007
Datum publicatie
23-01-2007
Zaaknummer
14.810105-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verdachte is een van de initiators geweest bij een gijzeling. Daarbij zijn slachtoffers bewerkt met pepperspray en een stroomstootwapen. Verdachte heeft leiding gegeven aan een criminele organistatie die onder meer tot oogmerk had op bedrijfsmatige wijze (grote) hoeveelheden hennep te telen, te verwerken en te verkopen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14.810105-06

Datum uitspraak: 23 januari 2007

OP TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

wonende te [woonplaats],

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Noord-Holland Noord, Huis van Bewaring Zwaag te Zwaag.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 september 2006 en de terechtzitting van 4 december 2006 en 9 januari 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, zakelijk weergegeven, tot:

- vrijspraak van het onder 9, 10, 20 primair en 21 primair tenlastegelegde;

- bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 t/m 8, 11 t/m 19, 20 subsidiair, 21 subsidiair en 22 t/m 25 tenlastegelegde;

- veroordeling van verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van de tijd door verdachte in voorarrest doorgebracht.

- onttrekking aan het verkeer van de onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, te weten 4 stuks munitie.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en mr. B. Roodveldt, raadsvrouw van de verdachte, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Op vordering van de officier van justitie is de omschrijving van de tenlastelegging op de terechtzitting van 25 september 2006 gewijzigd op de voet van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering.

Aan de verdachte is onder 1 primair (ZT001) ten laste gelegd, dat

hij op of omstreeks 12 december 2005 in de gemeente Heerhugowaard in een woonwagen en/of in een (bij die woonwagen behorende) schuur aan [adres 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk één of meer perso(o)n(en), genaamd [A.B] en/of [E.V], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten [A.B.] en/of [E.V] en/of [A.B.], te dwingen iets te doen of niet te doen, te weten te vertellen wie verantwoordelijk was voor de diefstal van hennepplanten en/of te bekennen dat hij/zij hennepplanten had(den) ontvreemd,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen,

- die [B] en/of die [V] gevraagd naar het woonwagenkamp aan [adres 1] te Heerhugowaard te komen, waarna die [B] en/of die [V] in een woonwagen aldaar is/zijn ondervraagd en/of

- die [B] en/of die [V] (vervolgens) meegenomen naar een (bij die woonwagen behorende) schuur (waarbij een/of meer van zijn mededader(s) een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn/hun hand(en) had/hadden en/of een/of meer van zijn mededader(s) een bivakmuts op zijn/hun hoofd had/hadden en/of een of meer van zijn mededader(s) bij de deur van die schuur is/zijn gaan staan)en/of

- aldaar die [B] en/of die [V] enige tijd vastgehouden en/of

- aldaar die [B] en/of die [V] gesommeerd op een stoel plaats te nemen en/of

- aldaar bij die [B] en/of die [V] één of meermalen een stroomstootwapen in de nek en/of (elders) op het lichaam geplaatst en/of gedrukt en/of

- bij die [B] en/of die [V] pepperspray, althans een weerloosmakend(e) en/of irriterend(e) gas/vloeistof, in de ogen en/of (elders) in het gezicht gespoten en/of

- die [B] en/of die [V] een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd geplaatst en/of (enige tijd) geplaatst gehouden en/of dit pistool één of meerma(a)l(en) doorgeladen, waardoor die [V] en/of [B] werd(en) belet vrijelijk te gaan en/of te staan waar zij/hij dat wilde(n);

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 december 2005 in de gemeente Heerhugowaard, in een woonwagen en/of in een (bij die woonwagen behorende) schuur aan de [adres 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk één of meer perso(o)n(en), genaamd [A.B] en/of [E.V] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen,

- die [B] en/of die [V] meegenomen naar bovengenoemde (bij die

woonwagen behorende) schuur (waarbij een/of meer van zijn mededader(s) een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn/hun hand(en) had/hadden en/of een of meer van zijn mededader(s) een bivakmuts op zijn/hun hoofd had/hadden en/of een of meer van zijn mededader(s) bij de deur van die schuur is/zijn gaan staan) en/of

- aldaar die [B] en/of [V] enige tijd vastgehouden en/of

- aldaar die [B] en/of [V] gesommeerd op een stoel plaats te nemen en/of

- aldaar bij die [B] en/of die [V] één of meermalen een stroomstootwapen in de nek en/of (elders) op het lichaam geplaatst en/of gedrukt en/of

- bij die [B] en/of die [V] pepperspray, althans een weerloosmakende(e) en/of irriterend(e) gas/vloeistof, in de ogen en/of (elders) in het gezicht gespoten en/of

- die [B] en/of die [V] een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd geplaatst en/of (enige tijd) geplaatst gehouden en/of dit pistool één of meerma(a)l(en) doorgeladen, waardoor die [V] en/of [B] werd(en) belet vrijelijk te gaan en/of te staan waar zij/hij dat wilde(n);

en/of

hij op of omstreeks 12 december 2005 in de gemeente Heerhugowaard, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [E.V] en/of [A.B] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [B] en/of die [V] een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd geplaatst en/of (enige tijd) geplaatst gehouden en/of dit pistool één of meerma(a)l(en) doorgeladen;

en/of

hij op of omstreeks 12 december 2005 in de gemeente Heerhugowaard, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend [E.V] en/of [A.B]

- één of meermalen een stroomstootwapen in de nek en/of (elders) op het lichaam heeft geplaatst en/of gedrukt en/of

- pepperspray, althans een weerloosmakende(e) en/of irriterend(e) gas/vloeistof, in de ogen en/of (elders) in het gezicht heeft gespoten, waardoor die [V] en/of die [B] letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden;

Aan de verdachte is onder 2 (ZT 002) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 februari 2005 tot en met 01 maart 2006 in de gemeente Heerhugowaard, in een woning gelegen aan [adres 2], één of meerma(a)l(en) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of heeft bereid en/of heeft bewerkt en/of heeft verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende

hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

Aan de verdachte is onder 3 (ZT 002) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 februari 2005 tot en met 01 maart 2006 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in of uit een woning gelegen aan de [adres 2] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, geheel of ten dele toebehorende aan de Nuon en/of N.V. Continuon Netbeheer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben

gebracht door middel van een valse sleutel en/of braak en/of verbreking;

Aan de verdachte is onder 4 (ZT 003) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2005 tot en met 31 december 2005 in de gemeente Wervershoof, in een pand gelegen aan [adres 3], één of meerma(a)l(en) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of heeft bereid en/of heeft bewerkt en/of heeft verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende

hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

Aan de verdachte is onder 5 (ZT 005) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 november 2005 tot en met 06 maart 2006 in de gemeente Landsmeer, in een pand gelegen aan de [adres 4] , één of meerma(a)l(en) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of heeft bereid en/of heeft bewerkt en/of heeft verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende

hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

Aan de verdachte is onder 6 (ZT 005) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 november 2005 tot en met 06 maart 2006 in de gemeente Landsmeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in of uit een pand gelegen aan de [adres 4] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, geheel of ten dele toebehorende aan de Nuon en/of N.V. Continuon Netbeheer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben

gebracht door middel van een valse sleutel en/of braak en/of verbreking;

Aan de verdachte is onder 7 (ZT 006) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 februari 2006 tot en met 06 maart 2006 in de gemeente Haarlemmermeer, in een pand gelegen aan de [adres 5] , één of meerma(a)l(en) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of heeft bereid en/of heeft bewerkt en/of heeft verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

Aan de verdachte is onder 8 (ZT 006) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 februari 2006 tot en met 06 maart 2006 in de gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in of uit een pand gelegen aan [adres 5] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, geheel of ten dele toebehorende aan de Nuon en/of N.V. Continuon Netbeheer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel en/of braak en/of verbreking;

Aan de verdachte is onder 9 (ZT 011) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2005 tot en met 24 november 2005 in de gemeente Heerhugowaard, in een woning gelegen aan [adres 6], één of meerma(a)l(en) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of heeft bereid en/of heeft bewerkt en/of heeft verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende

hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

Aan de verdachte is onder 10 (ZT 011) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2005 tot en met 24 november 2005 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in of uit een woning gelegen aan [adres 6] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, geheel of ten dele toebehorende aan de Nuon en/of N.V. Continuon Netbeheer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben

gebracht door middel van een valse sleutel en/of braak en/of verbreking;

Aan de verdachte is onder 11 (ZP 001) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 15 december 2003 tot en met 15 maart 2004 in de gemeente Ede, in een pand gelegen aan de [adres 7] , één of meerma(a)l(en) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of heeft bereid en/of heeft bewerkt en/of heeft verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende

hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

Aan de verdachte is onder 12 (ZP 001) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 15 december 2003 tot en met 15 maart 2004 in de gemeente Ede tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in of uit een pand gelegen aan [adres 7] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, geheel of ten dele toebehorende aan de Nuon en/of N.V. Continuon Netbeheer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel en/of braak en/of verbreking;

Aan de verdachte is onder 13 (ZP 002) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 19 mei 2003 tot en met 28 september 2004 in de gemeente Menaldumadeel, in een pand gelegen aan de [adres 8], één of meerma(a)l(en) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of heeft bereid en/of heeft bewerkt en/of heeft verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

Aan de verdachte is onder 14 (ZP 003) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 december 2004 tot en met 10 januari 2005 in de gemeente Renkum, in een pand gelegen aan [adres 9] één of meerma(a)l(en) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of heeft bereid en/of heeft bewerkt en/of heeft verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende

hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

Aan de verdachte is onder 15 (ZP 003) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 december 2004 tot en met 10 januari 2005 in de gemeente Renkum tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in of uit een pand gelegen aan [adres 9] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, geheel of ten dele toebehorende aan de Nuon en/of N.V. Continuon Netbeheer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel en/of braak en/of verbreking;

Aan de verdachte is onder 16 (ZP 004) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2005 tot en met 01 juni 2005 in de gemeente Arnhem, in een pand gelegen aan [adres 10], één of meerma(a)l(en) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of heeft bereid en/of heeft bewerkt en/of heeft verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende

hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

Aan de verdachte is onder 17 (ZP 004) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2005 tot en met 01 juni 2005 in de gemeente Arnhem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in of uit een pand gelegen aan [adres 10] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, geheel of ten dele toebehorende aan de Nuon en/of N.V. Continuon Netbeheer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel en/of braak en/of verbreking;

Aan de verdachte is onder 18 (ZP 005) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 december 2004 tot en met 31 maart 2005 in de gemeente Arnhem, in één of meer pand(en) gelegen aan de [adres 11] één of meerma(a)l(en) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of heeft bereid en/of heeft bewerkt en/of heeft verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende

hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

Aan de verdachte is onder 19 (ZP 005) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 december 2004 tot en met 31 maar 2005 in de gemeente Arnhem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in of uit één of meer pand(en) gelegen aan [adres 11] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, geheel of ten dele toebehorende aan de Nuon en/of N.V. Continuon Netbeheer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben

gebracht door middel van een valse sleutel en/of braak en/of verbreking;

Aan de verdachte is, nadat een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging gedateerd 4 december 2006 is toegelaten, onder 20 primair (ZP 006) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 december 2004 tot en met 19 april 2005 in de gemeente Arnhem, in een pand gelegen aan [adres 12], één of meerma(a)l(en) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of heeft bereid en/of heeft bewerkt en/of heeft verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende

hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

Subsidiair, voor het geval het bovenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

[L.V] en/of [J.V.] en/of één of meer ander(e) perso(o)n(en) in of omstreeks de periode van 01 december 2004 tot en met 19 april 2005 in de gemeente Arnhem, in een pand gelegen aan [adres 12], met elkaar, althans één van hen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, (telkens) opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 01 december 2004 tot en met 19 april 2005 in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, meermalen, althans éénmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door het pand in te richten of te laten inrichten en/of te verbouwen of te laten verbouwen zodat dat geschikt was om hennepplanten in te telen en/of de aldaar geteelde hennepplanten water te (laten) geven en/of te (laten) verzorgen en/of aarde in de potten (waarin de hennepplanten groeiden) te (laten) verversen en/of aan te (laten) brengen en/of goederen aan te schaffen voor de inrichting van dat pand;

Aan de verdachte is, nadat een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging gedateerd 4 december 2006 is toegelaten, onder 21 primair (ZP 006) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 december 2004 tot en met 19 april 2005 in de gemeente Arnhem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in of uit een woning gelegen aan [adres 12] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, geheel of ten dele toebehorende aan de Nuon en/of N.V. Continuon Netbeheer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel en/of braak en/of verbreking;

Subsidiair, voor het geval het bovenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

[L.V.] en/of [J.V] en/of één of meer ander(e) perso(o)n(en) in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 19 april 2005 in de gemeente Arnhem, tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in of uit een pand gelegen aan [adres 12] heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, geheel of ten dele toebehorende aan de Nuon en/of N.V. Continuon Netbeheer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [L.V.] en/of die [J.V.] en/of zijn/diens mededader(s), waarbij die [L.V.] en/of die [J.V.] en/of zijn/hun mededader(s) de weg te nemen electriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, een valse sleutel en/of inklimming, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 19 april 2005 in de gemeente Arnhem en/of Heerhugowaard, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een of meermalen opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door aldaar ten behoeve van een hennepkwekerij de electriciteit buiten de electriciteitsmeter om te (laten) leggen;

Aan de verdachte is onder 22 (ZP 007) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2005 tot en met 18 april 2005 in de gemeente Heemskerk, in een pand gelegen aan [adres 13], één of meerma(a)l(en) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of heeft bereid en/of heeft bewerkt en/of heeft verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende

hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

Aan de verdachte is onder 23 (ZP 007) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2005 tot en met 18 april 2005 in de gemeente Heemskerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in of uit een pand gelegen aan [adres 13] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, geheel of ten dele toebehorende aan de Nuon en/of N.V. Continuon Netbeheer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel en/of braak en/of verbreking;

Aan de verdachte is, nadat een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging gedateerd 4 december 2006 is toegelaten, onder 24 (ZP 008) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2005 tot en met 9 maart 2005 in de gemeente Heerhugowaard, in een pand (schuur) gelegen tussen op en/of achter de percelen [adres 1], één of meerma(a)l(en) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of

bedrijf, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

Aan de verdachte is onder 25 (ZT010) ten laste gelegd, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2003 tot en met 6 maart 2006 op één of meer verschillende tijdstip(pen) in de gemeente Heerhugowaard en/of (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een (duurzaam) samenwerkingsverband van personen te weten hij, verdachte, en/of [P.H.] en/of [M.S.] en/of [J.V] en/of [A.B.] en/of [S.W.] en/of één of meer ander(e) perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- de misdrijven als omschreven in artikel 3 onder B en/of C van de Opiumwet, te weten het meerdere keren (in de uitoefening van beroep of bedrijf) opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken, in elk geval het opzettelijk aanwezig hebben, van één of meer hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet

en/of

- de misdrijven als omschreven in artikel 311 lid 1 onder 4 en 5 van het Wetboek van Strafrecht, te weten het meerdere keren ten behoeve van hennepkwekerijen plegen van diefstal(len) van electriciteit

en/of

- de misdrijven als omschreven in artikel 285 en/of 282 en/of 282a en/of 300 en/of 302 en/of 312 en/of 317 van het Wetboek van Strafrecht, te weten het bedreigen van één of meer perso(o)n(en) en/of de gijzeling en/of de wederrechtelijke vrijheidsberoving van één of meer perso(o)n(en) en/of het plegen van geweld tegen één of meer perso(o)n(en) en/of het door middel van geweld of bedreiging van geweld wegnemen van goederen van één of meer perso(o)n(en) en/of de afpersing van één of meer perso(o)n(en) en/of andere

geweldsmisdrijven

en/of

- de misdrijven als omschreven in artikel 420 bis en/of artikel 420 ter en/of artikel 420 quater Wetboek van Strafrecht, te weten het witwassen van gelden afkomstig van de verkoop van hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, in elk geval gelden afkomstig uit/van een of meer misdrij(f)v(en)

terwijl hij, verdachte, (een van de) leider(s) van voornoemde organisatie was.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte het onder 9, 10, 11, 12, 16, 17, 20 primair, 21 primair en subsidiair en 24 is ten laste gelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Hennepteelt

De rechtbank is van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen niet bewezen kan worden dat verdachte een rol heeft gespeeld in de zin van medepleger met betrekking tot de hennepkwekerijen aan [adres 6] in Heerhugowaard (feit 9), Ederveen (feit 11), aan [adres 10] en [adres 12] te Arnhem (feiten 16 en 20) en met betrekking tot de hoeveelheid hennep die werd aangetroffen in een schuur in Heerhugowaard (feit 24). Hetzelfde geldt ten aanzien van de diefstal van elektriciteit ten behoeve van eerdergenoemde kwekerijen (feiten 10, 12, 17 en 21 primair en subsidiair).

3. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

onder 1 primair (ZT001)

hij op 12 december 2005 in de gemeente Heerhugowaard in een woonwagen en in een bij die woonwagen behorende schuur aan de [adres 1], tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [A.B] en [E.V], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd heeft gehouden, met het oogmerk anderen, te weten [A.B] en [E.V], te dwingen iets te doen, te weten te vertellen wie verantwoordelijk was voor de diefstal van hennepplanten en/of te bekennen dat hij/zij hennepplanten had(den) ontvreemd, immers heeft/hebben hij, verdachte en zijn mededaders tezamen en in vereniging met elkaar,

- die [B] en die [V] gevraagd naar het woonwagenkamp aan de

[adres 1] te Heerhugowaard te komen, waarna die [B] en die [V] in een woonwagen aldaar zijn ondervraagd en

- die [B] en die [V] vervolgens meegenomen naar een bij die woonwagen behorende schuur waarbij meer van zijn mededaders een bivakmuts op hun hoofd hadden en een van zijn mededaders bij de deur van die schuur is gaan staan en

- aldaar die [B] en die [V] enige tijd vastgehouden en

- aldaar die [B] en die [V] gesommeerd op een stoel plaats te nemen en

- aldaar bij die [B] en die [V] een stroomstootwapen in de nek en/of elders op het lichaam geplaatst en

- bij die [B] en die [V] pepperspray, in de ogen gespoten,

waardoor die [V] en [B] werden belet vrijelijk te gaan en te staan waar zij dat wilden;

onder 2 (ZT 002)

hij in de periode van 01 februari 2005 tot en met 01 maart 2006 in de gemeente Heerhugowaard, in een woning gelegen aan de [adres 2] meermalen tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld hoeveelheden van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende hennep;

onder 3 (ZT 002)

hij in de periode van 01 februari 2005 tot en met 01 maart 2006 in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning gelegen aan de [aders 2] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan N.V. Continuon Netbeheer, waarbij verdachte en zijn mededaders de weg te nemen elektriciteit onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

onder 4 (ZT 003)

hij in de periode van 01 mei 2005 tot en met 31 december 2005 in de gemeente Wervershoof, in een pand gelegen aan [adres 3], meermalen tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld hoeveelheden van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende

hennep;

onder 5 (ZT 005)

hij in de periode van 01 november 2005 tot en met 06 maart 2006 in de gemeente Landsmeer, in een pand gelegen aan [adres 4] , meermalen tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld hoeveelheden van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende hennep;

onder 6 (ZT 005)

hij in de periode van 01 november 2005 tot en met 06 maart 2006 in de gemeente Landsmeer tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een pand gelegen aan [adres 4] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan N.V. Continuon Netbeheer, waarbij verdachte en zijn mededaders de weg te nemen elektriciteit onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

onder 7 (ZT 006)

hij in de periode van 01 februari 2006 tot en met 06 maart 2006 in de gemeente Haarlemmermeer, in een pand gelegen aan de [adres 5] , tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld, een hoeveelheid van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende hennep;

onder 8 (ZT 006)

hij in de periode van 01 februari 2006 tot en met 06 maart 2006 in de gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een pand gelegen aan de [adres 5] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, geheel of ten dele toebehorende aan N.V. Continuon Netbeheer, waarbij verdachte en zijn mededader de weg te nemen elektriciteit onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

onder 13 (ZP 002)

hij in de periode van 19 mei 2003 tot en met 28 september 2004 in de gemeente Menaldumadeel, in een pand gelegen aan [adres 8] te Dronrijp, meermalen tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld, hoeveelheden van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende hennep;

onder 14 (ZP 003)

hij in de periode van 01 december 2004 tot en met 10 januari 2005 in de gemeente Renkum, in een pand gelegen aan de [adres 9] te Heelsum, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld, een hoeveelheid van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende hennep;

onder 15 (ZP 003)

hij in de periode van 01 december 2004 tot en met 10 januari 2005 in de gemeente Renkum tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in of uit een pand gelegen aan [adres 9] te Heelsum heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan N.V. Continuon Netbeheer, waarbij verdachte en zijn mededaders de weg te nemen elektriciteit onder hun bereik hebben gebracht door middel van een verbreking;

onder 18 (ZP 005)

hij in de periode van 01 december 2004 tot en met 31 maart 2005 in de gemeente Arnhem, in panden gelegen aan [adres 11] meermalen tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld hoeveelheden van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende

hennep;

onder 19 (ZP 005)

hij in de periode van 01 december 2004 tot en met 31 maar 2005 in de gemeente Arnhem tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in panden gelegen aan [adres 11] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan N.V. Continuon Netbeheer, waarbij verdachte en zijn mededaders de weg te nemen elektriciteit onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

onder 20 subsidiair

[J.V.] en ander(e) perso(o)n(en) in de periode van 01 december 2004 tot en met 19 april 2005 in de gemeente Arnhem, in een pand gelegen aan [adres 20], met elkaar, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk hebben geteeld hoeveelheden van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende hennep, tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 01 december 2004 tot en met 19 april 2005 in de gemeente Arnhem, meermalen, althans éénmaal, telkens tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft door het pand in te richten en te verbouwen zodat dat geschikt was om hennepplanten in te telen en goederen aan te schaffen voor de inrichting van dat pand;

onder 22 (ZP 007)

hij in de periode van 01 januari 2005 tot en met 18 april 2005 in de gemeente Heemskerk, in een pand gelegen aan [adres 13], tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld een hoeveelheid van meer dan dertig gram van een materiaal bevattende hennep;

onder 23 (ZP 007)

hij in de periode van 01 januari 2005 tot en met 18 april 2005 in de gemeente Heemskerk tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een pand gelegen aan [adres 13] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan N.V. Continuon Netbeheer, waarbij verdachte en zijn mededaders de weg te nemen elektriciteit onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

onder 25 (ZT010)

hij in de periode van 01 mei 2003 tot en met 6 maart 2006 in de gemeente Heerhugowaard en elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een duurzaam samenwerkingsverband van personen te weten hij, verdachte, en [P.H.] en [M.S.] en [S.W.] en één of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- de misdrijven als omschreven in artikel 3 onder B van de Opiumwet, te weten het meerdere keren in de uitoefening van beroep of bedrijf opzettelijk telen, bereiden en bewerken van hoeveelheden van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,

en

- de misdrijven als omschreven in artikel 311 lid 1 onder 4 en 5 van het Wetboek van Strafrecht, te weten het meerdere keren ten behoeve van hennepkwekerijen plegen van diefstallen van elektriciteit

terwijl hij, verdachte, leider van voornoemde organisatie was.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

5. NADERE MOTIVERING

Gijzeling

De rechtbank is van oordeel dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan en overweegt hiertoe als volgt.

Op basis van de afgelegde verklaringen, waaronder de verklaringen van [M.S.] (Map 1, P265 e.v.), [B.W.] (Map 2, P591) en [A.B] (Map 2, P427) staat in voldoende mate vast dat in ieder geval [T.H.], [P.H.] en [J.V.] de eigenaren waren van een omvangrijke weedkwekerij in een loods van [B] te Wervershoof. In deze kwekerij heeft blijkens de afgelegde verklaringen eind november 2005 een diefstal van planten plaatsgevonden. De eigenaren zijn vervolgens op zoek gegaan naar de daders van deze diefstal.

Op 7 december 2005 wordt over de diefstal een bijeenkomst belegd in restaurant "De Zandhorst" te Heerhugowaard. Tijdens deze bijeenkomst zijn blijkens diverse verklaringen van onder meer [A.H.], [V] en [B], aanwezig: [P.H.] en [T.H.], [J.V.] en [A.B.]. Tijdens deze bijeenkomst wordt [E.V] als verdachte van de diefstal door deze personen gehoord. Deze bijeenkomst levert geen resultaat op, zodat in de avond van 12 december 2005 een tweede bijeenkomst wordt belegd op het kamp aan de [adres 1] te Heerhugowaard in de woonwagen van [T.H.]. Uit de over deze bijeenkomst afgelegde verklaringen kan worden afgeleid dat in ieder geval [T.H.] en [J.V.] moeten worden beschouwd als de initiators van deze bijeenkomst. De rechtbank hecht in dit verband waarde aan de verklaring van [B], die door [T.H.] is verzocht naar zijn woonwagen te komen en die als een betrekkelijke buitenstaander kan worden beschouwd.

Tijdens de ondervraging van [B] en [V] door [T.H.] en [P.H.] en [J.V.] komt een aantal mannen met bivakmutsen de woonwagen binnen. Deze mannen ondervragen vervolgens [B] en later ook [V] in een schuur achter de woonwagens van [T.H.] en [P.H.]. Daar worden zij onder toediening van stroomstoten uit een stroomstootwapen en pepperspray over de diefstal van de weedplanten ondervraagd. Ook verdachte zelf verklaart dat deze twee mannen werden weggevoerd en met betraande ogen terugkwamen.

Verdachte heeft in zijn verklaring bij de politie d.d. 10 oktober 2006 bevestigd dat hij bij genoemde bijeenkomst in "De Zandhorst" aanwezig was. Ter terechtzitting heeft hij bevestigd dat hij ook op de hoogte was van en aanwezig was bij de bijeenkomst in zijn woonwagen op 12 december 2005.

[E.V] (verklaring bij de rechter-commissaris d.d. 20 juni 2005) en [A.B.] (Map 1, P345), die beiden bij de bijeenkomst in "De Zandhorst" aanwezig waren, hebben verklaard dat [T.H.], [P.H.] en [J.V] deze bijeenkomst hebben geleid met als doel te achterhalen wie verantwoordelijk kon worden gesteld voor de diefstal uit de weedkwekerij te Wervershoof. Vervolgens hebben beiden ook verklaard dat dit drietal met als zelfde doel de ondervraging in de woonwagen op 12 december 2005 heeft geleid, waarbij [T.H.] en [J.V] het voortouw namen, hetgeen door [B] wordt bevestigd (Map 1, P430 ev.).

[E.V] heeft in genoemde verklaring aangegeven dat hij enige tijd na het incident met [J.V.] zelf heeft gesproken waarbij [V] erkende dat hij samen met [T] de jongens met de bivakmutsen had geregeld.

[C.K.] heeft op 18 juli 2006 bij de politie verklaard (Map 2, P529 e.v.) dat hij van medeverdachten [T.H.] en [R.B.] alsmede van [J] en [F.V] (de zoon van [J.V.]) heeft gehoord wat er op de avond van 12 december 2005 op het woonwagenkamp aan de [adres 1] te Heerhugowaard is gebeurd. Hij heeft van [T.H.] en [F.V] gehoord dat [E] onderhanden was genomen met een stroomstootwapen omdat hij er van werd verdacht ingebroken te hebben in een van de hennepkwekerijen. Van [F], heeft hij nog diezelfde avond, op 12 december 2005, gehoord dat zijn vader, verdachte, ook bij deze bedreiging betrokken was.

[K] is op 21 november 2006 als getuige bij de rechter-commissaris gehoord, alwaar hij zijn verklaring bij de politie heeft ingetrokken. De rechtbank acht de gedetailleerde verklaring van [K] zoals afgelegd bij de politie bruikbaar voor het bewijs, nu de verklaring van [K] en de rechtstreekse betrokkenheid van verdachte bij de gijzeling in beslissende mate wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Voorts is de verdediging bij het verhoor van [K] op 21 november 2006 bij de Rechter-Commissaris aanwezig geweest en heeft [K] terzake vragen kunnen stellen.

De betrokkenheid van [T.H.] blijkt verder ook uit de verklaring van [S.S.] die onder meer heeft verklaard (verklaring bij de rechter-commissaris d.d. 19 oktober 2006) dat na 12 december 2005 de volgende personen hem over de diefstal uit de kwekerij in Wervershoof hebben benaderd: [T.H.] en [P.H], [J.V.], [T.V.] en twee personen die [S] en [S] worden genoemd. [S] is meegegaan naar het kamp in Heerhugowaard en daar hebben [P.H.] en [T.H.] hem zelf verteld dat zij [E] te pakken hadden gehad en hem pijn hebben gedaan. [S] heeft van [J.V] gehoord dat ze [E.V] een stroomstootwapen op zijn 'ballen" hadden gezet en een kilo pepperspray in zijn gezicht hadden gespoten.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij een gezamenlijke en vooropgezette actie om [B] en [V], die door verdachte en zijn medeverdachten werden gezien als degene die de kwekerij hadden geript, onder druk te zetten een bekennende verklaring af te leggen over deze diefstal.

Hennepteelt

Algemeen

Met betrekking tot de diverse kwekerijen uit het zogenoemde Peen-onderzoek, te weten in Ederveen, Dronrijp, Heelsum, Heemskerk en drie maal in Arnhem alsmede de kwekerij te Wervershoof uit het zogenoemde Talio-onderzoek, heeft de raadsvrouw betoogd dat verdachte zijdelings bij deze kwekerijen is betrokken geweest in die zin dat hij [M.S] heeft verhuurd aan de eigenaren van de verschillende kwekerijen. [M.S.] bouwde wiethokken in opdracht van andere mensen. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het helpen opbouwen van een kwekerij nog niet betekent dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het telen, bereiden of verwerken van hennep, zodat volgens de raadsvrouw vrijspraak dient te volgen. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Het (helpen) inrichten van een ruimte om deze gereed te maken voor het kweken van hennep levert niet zonder meer “telen” op in de zin van artikel 3 onder B van de Opiumwet. Echter, indien het blijkens de gebezigde bewijsmiddelen ten tijde van het inrichten van de ruimte aan verdachte bekend is dan wel aan verdachte bekend moet worden verondersteld dat de bestemming van de ruimte is het kweken c.q. telen van hennep, alsmede vast staat dat deze ruimte vervolgens als hennepkwekerij in gebruik is genomen, kan dit naar het oordeel van de rechtbank anders liggen. Er kan immers sprake zijn van een zodanige nauwe en volledige samenwerking van verdachte met de personen die de planten plaatsen en verzorgen, dat verdachte moet worden beschouwd als medepleger van het telen. Afhankelijk van de intensiteit van de samenwerking is sprake van medeplichtigheid dan wel medeplegen.

In casu was verdachte op de hoogte van het feit dat [S] hokken bouwde ten behoeve van de hennepteelt. Verdachte heeft hierover ter terechtzitting verklaard dat hij [S] aan anderen in de regio Arnhem uitleende om wiethokken te bouwen. Hij noemde [S] "de beste hokkenbouwer van Nederland". Bovendien blijkt uit de verklaringen van [S] dat hij de volledige opbouw van de kwekerijen verzorgde samen met anderen die het beheer van de kwekerij uitvoerden. Overigens blijkt uit de verklaringen van [S] dat hij ook betrokken was bij de exploitatie. Maar ook indien moet worden aangenomen dat de betrokkenheid van verdachte en [S] in enkele gevallen beperkt was tot bouwen, brengt de aard van de samenwerking en het zeer grote aandeel in het bouwproces naar het oordeel van de rechtbank met zich mee dat van medeplegen dient te worden gesproken. De door de raadsvrouw aangehaalde uitspraak van de politierechter te den Bosch (10 oktober 2001, LJN nummer AD4401) ziet niet op deze kwestie maar op de vraag of het enkele bouwen dat niet gevolgd wordt door telen, een strafbare poging betreft. De rechtbank is voorts van oordeel dat uit het vonnis in het geheel niet blijkt, ondanks de vele telefoontaps en observaties, dat verdachte contacten heeft met mogelijke opdrachtgevers. Hij heeft daarover in het geheel geen verklaring afgelegd. Voorts heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij € 1000,- per week ontving voor de inzet van [S]. Hij betaalde hem ongeveer € 600,- per week en soms, zo zegt hij zelf ter terechtzitting € 800,-. Verdachte verklaarde daarnaast dat hij kosten maakte, onder meer voor vervoer. Ook stelt de rechtbank vast dat verdachte veel belde met medeverdachten over de kwekerijen. Bij deze voorstelling van zaken zou er voor verdachte nauwelijks enige financiële marge hebben bestaan.

Om deze redenen acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij slechts [S] verhuurde, ongeloofwaardig.

Diefstal elektriciteit

Uit de verklaringen van medeverdachte [S] blijkt dat de diefstal van stroom met enige regelmaat verbonden was met de hennepteelt. Verdachte heeft voorts ter terechtzitting van 4 december 2006 verklaard dat diefstal van elektriciteit erbij hoort als een wat grotere kwekerij wordt opgezet. Ten aanzien van de hennepkwekerij heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij wist dat de elektriciteit illegaal buiten de meter om werd afgenomen.

Beroep of bedrijf

De bewezen verklaarde hennepkwekerijen bevatten meer dan 500 planten en waren blijkens de aangetroffen apparatuur professioneel ingericht. Uit de wetsgeschiedenis valt af te leiden dat de wetgever in dat geval de strafverzwarende omstandigheid “opzettelijk handelen in beroep of bedrijf” op het oog heeft gehad. Daarbij komt dat verdachte een financieel belang had bij zijn betrokkenheid in de hennepkwekerijen.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Per kwekerij overweegt de rechtbank verder het volgende.

Zwanenburg, Den Ilp en [adres 2] te Heerhugowaard

Verdachte heeft bij de politie op 10 oktober 2006 en ter terechtzitting van 4 december 2006 verklaard dat hij eigenaar was van de aangetroffen en ontmantelde hennepkwekerijen , Den Ilp en in het huis van medeverdachte [W] aan de [adres 2] te Heerhugowaard. De verklaring van verdachte wordt ondersteund door processen-verbaal van de politie betreffende het aantreffen van de verschillende hennepkwekerijen alsmede de verklaringen van een aantal van de mededaders (in wisselende samenstellingen) waaronder [S] en [W].

Gelet op vorenstaande is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleger is geweest in genoemde hennepkwekerijen, hetgeen door de verdediging overigens niet is betwist.

Wervershoof

De verdediging heeft zich ten aanzien van de kwekerij te Wervershoof gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Op basis van de afgelegde verklaringen, waaronder de verklaring van medeverdachten [M.S.] (P227-228 en 231), [K.Z] (verklaring bij de rechter-commissaris d.d. 16 november 2006) en [B.W] (verklaring bij de rechter-commissaris d.d. 16 november 2006) staat vast dat [T.H.], [P.H.] en [J.V] de eigenaren waren van een omvangrijke weedkwekerij in een loods van [B] te Wervershoof. [B] heeft verklaard dat hij in mei 2005 de loods heeft verhuurd aan [T.H.] en [P.H.] (map 2 p. 427 e.v. ). Na een paar weken had [B] door dat ze een hennepkwekerij aan het opzetten waren. [W] heeft verklaard, kort gezegd, dat hij het hulpje was van [T.H.] en [M.S.] en dat hij in die hoedanigheid hielp met het bouwen en schilderen van hennephokken (verhoor als getuige bij RC op 16 november 2006), zo ook met betrekking tot de hennepkwekerij in Wervershoof.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte medepleger is geweest in de hennepkwekerij in Wervershoof.

Dronrijp

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte slechts zijdelings bij deze hennepkwekerij is betrokken. Verdachte heeft bij [A.B] slechts plantjes gekocht die hij met geringe winst weer doorverkocht aan anderen. Daarnaast is verdachte in de opbouwfase van de kwekerij gezien, heeft hij spullen gekocht voor de inrichting en heeft hij [M.S.] verhuurd aan de eigenaren van deze kwekerij. Nu nergens uit blijkt dat verdachte eigenaar was van deze kwekerij dient verdachte volgens de raadsvrouw te worden vrijgesproken.

Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat verdachte ten aanzien van de kwekerij in Dronrijp dient te worden aangemerkt als medepleger. De rechtbank baseert haar oordeel op de volgende feiten en omstandigheden.

De medeverdachte [M.S] verklaart (ZP002, pag. 146 ev) dat hij samen met verdachte naar de loods in Dronrijp is gegaan om te kijken of ze er een hennepkwekerij konden inrichten. Verdachte heeft vervolgens alle benodigde materialen aangeschaft waarna [S] en verdachte de loods hebben ingericht als hennepkwekerij. [S] noemt naast verdachte en [A.B.] ook [F.L] als betrokkene bij de kwekerij.

[B] verklaart (ZP002, pag. 153 ev.) dat zij in opdracht van anderen de loods te Dronrijp heeft gehuurd waarna deze werd ingericht als hennepkwekerij. De huur werd aan haar betaald door [F.L]. Wanneer [B] wordt geconfronteerd met foto’s herkent zij [S] als de persoon die de kwekerij verzorgde en verdachte en [F.L] als de eigenaren van de kwekerij. Voorts verklaart [B] dat zij, na de ontmanteling van de kwekerij, door verdachte en [L] werd ondervraagd over de hele gang van zaken en dat zij van haar het proces-verbaal van politie met betrekking tot de hennepkwekerij wilden hebben. Hieruit zouden verdachte en [L] wellicht kunnen afleiden of ze bestolen waren. [B] verklaart in dat kader dat [L] en verdachte elkaar over en weer beschuldigden van diefstal van hennepplantjes uit de kwekerij.

De verklaring van [B] wordt ondersteund door een afgeluisterd telefoongesprek tussen verdachte en [B] op 2 november 2004. (ZP002, pag 104)

Voorts blijkt uit een aantal andere tapgesprekken, gevoerd op de dag na de ontmanteling van de kwekerij op 28 september 2004, te weten het gesprek tussen verdachte en [W.V] op 29 september 2004 te14:19:07 uur (ZP002, pag. 28 e.v.) en de daaropvolgende gesprekken, dat verdachte wanneer hij verneemt dat de kwekerij in Dronrijp is ontmanteld, op stel en sprong zijn verblijf in Spanje afbreekt. Hij wil naar huis om uit te zoeken wat er gebeurd is en of de ontmanteling is voorafgegaan door diefstal van hennepplanten. Uit de taps komt naar voren dat hij [L] verdenkt van diefstal van hennepplanten.

Op grond van bovenstaande acht de rechtbank aannemelijk dat de rol van verdachte veel verder ging dan alleen de door de raadsvrouw beschreven beperkte rol. De gedragingen van verdachte, in het bijzonder die kort na de ontmanteling van de kwekerij, wijzen veeleer in de richting van de rol van mede-eigenaar van de kwekerij.

[adres 9] te Heelsum

Enige betrokkenheid van verdachte bij de kwekerij in Heelsum wordt door de verdediging niet betwist. Deze betrokkenheid zag volgens de verdediging echter wederom op de reeds vermelde facilitering in die zin dat verdachte [M.S.] aan de eigenaren van de kwekerij verhuurde alsmede spullen ten behoeven van deze kwekerij haalde en betaalde.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende:

Op 10 januari 2005 werd de hennepkwekerij in een schuur naast de woning van perceel [adres 9] te Heelsum aangetroffen (proces-verbaal ZP 003, p. 54 e.v.). De aldaar aangetroffen spullen werden blijkens het proces-verbaal van inbeslagname (ZP 003, p 65) op 10 januari 2005 te 15.10 uur in beslaggenomen. Op diezelfde dag vond een telefoongesprek plaats om 17:17: 30 uur (ZP003, p. 74) tussen [M.W] en verdachte, waarin verdachte tegen [M] zegt: "Ze hebben net een hok af gepoot van me (…) net om half vier vanmiddag". [S] heeft bij de politie verklaard (d.d. 2 mei 2006, ZP 003, p. 166- 167) dat hij de hennepkwekerij te Heelsum heeft gebouwd en onderhouden. Hij heeft voorts verklaard dat hij ten behoeve van deze kwekerij de stroom buiten de meter had omgelegd en dat deze kwekerij eigendom was van verdachte en [W.V].

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte medepleger is geweest in de hennepkwekerij in Heelsum.

[adres 11] te Arnhem (feit 18 en 19)

De verdediging heeft verzocht verdachte vrij te spreken van betrokkenheid bij de hennepkwekerij aan [adres 11] te Arnhem. De verdediging stelt zich op het standpunt dat deze kwekerij van [H.D] is.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende:

Op 31 maart 2005 werden rond 10.30 uur in de schuren behorende bij de percelen [adres 11] te Arnhem compleet ingerichte hennepkwekerijen aangetroffen. Tevens werd in de woning van genoemd perceel [adres 11] een hennepkwekerij aangetroffen (ZP005, p.79 e.v.). Op diezelfde dag vond een telefoongesprek plaats om 11:05:09 uur (ZP005, p. 33) tussen [J.V] en verdachte, waarin [J] tegen verdachte zegt dat alles bij [H.] is "afgepoot" waarop verdachte reageert: "Het zit me allemaal wel mee hè" en het gesprek wordt afgesloten met de mededeling van verdachte dat hij de vader van [J.V] zal inlichten. Ruim een uur later die dag belt verdachte om 12:13:05 uur met [W.V] (ZP005, 34-35). Zij praten over "de auto" waar het fout mee is gegaan. De "auto" zou al drie of vier dagen klaar zijn geweest, maar [W] wilde - zo blijkt uit het gesprek - geen actie ondernemen zonder overleg met verdachte. Verdachte maakte verder in dat gesprek de opmerking dat hij hoopte dat "hij niet te veel zal praten". [W.V] heeft over laatstgenoemd tapgesprek verklaard (ZP005, p. 214 e.v.) dat hij met verdachte heeft gesproken over de aanhouding van [H] met betrekking tot de aangetroffen hennepkwekerijen aan de [adres 11] te Arnhem. [S] heeft bij de politie verklaard dat de kwekerij van [H] was, dat verdachte de baas was en dat de opbrengst naar [W.V] en verdachte ging.

Gelet op het voorgaande - meer in het bijzonder de genoemde afgeluisterde telefoongesprekken waaruit blijkt dat verdachte nauw betrokken is en een groot belang heeft bij het goed functioneren van de kwekerij - is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte medepleger is geweest in de hennepkwekerij aan de [adres 11] te Arnhem.

[adres 12] te Arnhem (feit 20 subsidiair)

De verdediging heeft ook ten aanzien van de hennepkwekerij aan het [adres 12] te Arnhem verzocht verdachte vrij te spreken. De verdediging stelt zich op het standpunt dat [L.V] eigenaar van deze kwekerij was.

Op basis van de afgelegde verklaringen, waaronder de verklaring van medeverdachten [M.S] (ZP006, p. 124 e.v.) en [B.W.] (ZP006, p. 181 e.v. en 104 e.v.) is komen vast te staan dat verdachte [S] en [W] heeft verhuurd om genoemde hennepkwekerij te bouwen, hetgeen door verdachte overigens niet wordt betwist. Verder blijkt uit genoemde verklaringen dat verdachte spullen regelde ten behoeve van de kwekerij. [S] verklaart ook dat [L.V.] eigenaar van het wiethok was. Voorts zegt [J.V] dat hij eigenaar was. Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden geoordeeld dat op basis van de algemene overwegingen die hiervoor zijn gegeven verdachte medepleger is geweest.

Gelet op de verklaring van verdachte is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte medeplichtig is geweest door middelen te verschaffen ten behoeve van en behulpzaam te zijn bij het opzetten van de hennepkwekerij aan [adres 13] te Arnhem.

[adres 13] te Heemskerk (feit 22 en 23)

Door de verdediging wordt niet ontkend dat verdachte [W] en [S] betaalde voor werkzaamheden aan de hennepkwekerij te Heemskerk. De verdediging stelt zich echter op het standpunt dat deze handelwijze geen volledige bemoeienis met deze kwekerij met zich meebrengt.

Uit de verklaringen van medeverdachten [M.S] (ZP007, p155 e.v.) en [B.W] (ZP007, p. 144 e.v.) blijkt dat zij in deze kwekerij werkten voor verdachte. Bovendien zeggen zij dat verdachte betrokken was bij het ondertekenen van het huurcontract.

Gelet op het voorgaande en de overwegingen onder het kopje "Algemeen" is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte medepleger is geweest in de hennepkwekerij aan [adres 13] te Heemskerk.

Deelname aan een criminele organisatie

Met betrekking tot de onder 25 ten laste gelegde deelneming aan een criminele organisatie overweegt de rechtbank als volgt.

Volgens vaste rechtspraak dient er, wil er sprake zijn van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Wetboek van Strafrecht, een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband te bestaan. Dit samenwerkingsverband heeft een bepaalde mate van begrenzing ten opzichte van haar omgeving, de leden werken onderling samen aan een gemeenschappelijke doelstelling en hebben daarbij een zekere rolverdeling.

Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van een georganiseerd samenwerkingsverband van enkele personen die als verdachten voorkomen in het zogeheten Talio-onderzoek. Dit blijkt uit het gegeven dat enkele medeverdachten een nauwe en volledige samenwerking hebben gehad bij het opzetten en beheren van diverse hennepkwekerijen.

Bij deze gezamenlijke uitvoering van hennepteelt blijkt uit de diverse verklaringen van medeverdachten dat de betrokkenen een rolverdeling hadden. Uit het dossier blijkt voorts dat de groep personen die met regelmaat in de kwekerijen werkte in de loop der tijd enigszins wisselde van samenstelling. Deze vaste samenwerkingsrelaties gedurende een nauw omschreven periode vormen een sterke aanwijzing voor de samenhang in het samenwerkingsverband. Naast personen die op incidentele basis werden ingeschakeld was er een duidelijke, ook voor de betrokkenen kenbare kern van medewerkers. De organisatie kende daarmee een onderscheid tussen “binnen” en “buiten”.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de bewijsmiddelen dat het oogmerk van de organisatie ook gericht was op de diefstal van elektriciteit. Uit de verklaringen van verdachte van 10 oktober 2006 bij de politie en de verklaringen van [S] blijkt dat de diefstal van stroom met enige regelmaat verbonden was met de hennepteelt. Ter terechtzitting van 4 december 2006 heeft verdachte hieromtrent verklaard dat diefstal van elektriciteit onlosmakelijk is verbonden met een grotere kwekerij. Ten aanzien van de hennepkwekerij heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij wist dat de elektriciteit illegaal buiten de meter om werd afgenomen.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gesteld dat de in de tenlastelegging opgenomen geweldsdelicten tot het bijkomend oogmerk van de organisatie dienen te worden gerekend.

De rechtbank volgt de officier van justitie daarin niet.

Wat de gijzeling van 12 december 2005 betreft overweegt de rechtbank dat deze weliswaar het initiatief is geweest van enkele personen binnen de organisatie, maar dat niet blijkt dat dit geweld is toegepast om de samenhang binnen dan wel de identiteit van de organisatie in stand te houden. Evenmin blijkt uit het dossier dat geweld of bedreiging met geweld hoorde tot de vaste of regelmatig toegepaste methoden om realisering van de andere doelen van de organisatie, te weten hennepteelt en de diefstal van elektriciteit te vergemakkelijken.

Tot een soortgelijke conclusie komt de rechtbank ten aanzien van witwassen als een veronderstelde doelstelling van de organisatie. Voor zover de verdachten van het Talio-onderzoek behoren tot de organisatie als hiervoor beschreven kan wel worden aangenomen dat zij hun verdiensten uit de hennepteelt – individueel - voor hun levensonderhoud hebben besteed. In zoverre is er sprake geweest van witwassen. Het dossier biedt naar het oordeel van de rechtbank echter geen aanwijzingen dat het witwassen op een grootschalige en georganiseerde wijze geschiedde. Gelet hierop kan het witwassen naar het oordeel van de rechtbank niet als het (neven)doel van de criminele organisatie worden beschouwd.

Uit de diverse verklaringen van de medeverdachten, in het bijzonder [S], [W] en [K] valt af te leiden dat de leiding van de criminele organisatie in handen was van verdachte. Verdachte was degene die de geldzaken, zoals huur voor de loods regelde. [S] maakte de lijst van de voor de hennepkwekerij benodigde spullen op en verdachte zorgde ervoor dat die spullen allemaal klaar lagen bij de growshop Verdachte gaf verder opdracht voor de werkzaamheden aan de betrokkenen en was verantwoordelijk voor de betalingen daarvoor.

6. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde:

Medeplegen van gijzeling

Ten aanzien van het onder 2, 4, 5, 13 en 18 bewezen verklaarde, telkens:

Medeplegen van het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

Ten aanzien van het onder 7, 14 en 22 bewezen verklaarde, telkens:

Medeplegen van het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

Ten aanzien van het onder 3, 6, 8, 15, 19 en 23 bewezen verklaarde, telkens:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldig het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking

Ten aanzien van het onder 20 subsidiair bewezen verklaarde:

Medeplichtigheid aan het in de uitoefening van beroep of bedrijf handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Ten aanzien van het onder 25 bewezen verklaarde:

Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, terwijl hij, verdachte, leider van voornoemde organisatie was.

7. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8. MOTIVERING VAN DE STRAF

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte is als één van de initiators betrokken geweest bij een gijzeling. Daarbij zijn de slachtoffers bewerkt met pepperspray en een stroomstootwapen teneinde hen te dwingen een bekentenis af te leggen over hun betrokkenheid bij de diefstal van hennep in de kwekerij te Wervershoof.

Verdachte en zijn mededaders hebben door hun wijze van handelen ernstig misbruik gemaakt van hun overmachtspositie ten opzichte van de slachtoffers. Beiden zijn tegen hun wil in de schuur vastgehouden en moeten zich gedurende die periode ernstig bedreigd en zeer angstig hebben gevoeld. Om het doel van de gijzeling te bereiken is het gebruik van lichamelijk geweld niet geschuwd. Dit is een ernstige inbreuk op de geestelijke en lichamelijke integriteit van de slachtoffers. De verdachte is volledig aan deze gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers voorbij gegaan en heeft slechts aan zijn eigen gewin gedacht.

Verdachte heeft voorts leiding gegeven aan een criminele organisatie die onder meer tot oogmerk had op bedrijfsmatige wijze (grote) hoeveelheden hennep te telen, te verwerken en te verkopen. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van verdovende middelen, waaronder hennep, schadelijk is voor de volksgezondheid. In het dossier is bewijs voorhanden met betrekking tot in ieder geval 8 hennepkwekerijen die op professionele wijze waren ingericht, waarvan 2 van een aanzienlijke omvang, die aan verdachte te relateren zijn. Verdachte betaalde in een aantal gevallen mensen om hun huis beschikbaar te stellen. In andere gevallen betaalde hij stromannen om huurovereenkomsten op hun naam te zetten. Verdachte liep zodoende minimaal persoonlijk risico. Hij schakelde voorts verschillende mensen in om werkzaamheden te verrichten in verband met die hennepkwekerijen. De rechtbank rekent verdachte deze handelwijze zeer aan.

Bovendien heeft verdachte met zijn mededaders illegaal stroom afgetapt, waardoor aanzienlijke schade is ontstaan voor de energieleverancier alsmede gevaarlijke situaties waarbij de kans op kortsluiting c.q. brand aanzienlijk was.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 30 november 2006, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder terzake van vermogens- en opiumdelicten tot vrijheidsbenemende straffen is veroordeeld. Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij, ondanks diverse veroordelingen tot forse werkstraffen wegens hennepteelt, op grote schaal is doorgegaan met deze activiteiten.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 8 augustus 2006 van dhr. K. Akhiyad als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is.

9. MOTIVERING VAN DE MAATREGEL

De rechtbank is van oordeel, dat de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

4 stuks munitie dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het algemeen belang.

Verder is uit het onderzoek op de terechtzitting het volgende gebleken.

De munitie is bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane misdrijven aangetroffen en verdachte heeft verklaard dat de munitie hem toebehoort. Bovendien kan de munitie dienen tot het begaan of voorbereiden van soortgelijke delicten als feit 1 primair.

10. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36b, 36d, 47, 48, 57, 140 (oud), 140, 282a, 311 (oud) en 311 van het Wetboek van Strafrecht alsmede de artikelen 3, 11 (oud) en 11 van de Opiumwet.

11. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 9, 10, 11, 12, 16, 17, 20 primair, 21 primair en subsidiair, en 24 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 5 (VIJF) JAREN GEVANGENISSTRAF.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer: 4 stuks munitie.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.M. Steinhaus, voorzitter,

mr. R. van de Water en mr. F.J. Lourens, rechters,

in tegenwoordigheid van M. Woudman en mr. A. de Graag, griffiers, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 januari 2007.