Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:AZ6465

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
17-01-2007
Datum publicatie
18-01-2007
Zaaknummer
14.810319-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt man tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 6 voorwaardelijk wegen ontucht met minderjarigen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14.810319-06

Datum uitspraak: 17 januari 2007

OP TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortplaats] op [geboortedatum] 1940,

gedetineerd in PI N-H Noord, Schutterswei te Alkmaar.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 januari 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank:

? de aan verdachte onder 1. tot en met 4. ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren;

de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met aftrek van de periode dat verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft verbleven,

met oplegging van de algemene voorwaarde en de bijzondere voorwaarde:

dat de verdachte gedurende de proeftijd zich zal gedragen naar de aanwijzingen die hem zullen worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt het volgen van een behandeling bij de FPA De Dijk te Heiloo;

? de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] zal toewijzen tot een bedrag van

€ 8.580,91, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

? de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] zal toewijzen tot een bedrag van

€ 723,54, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en

mr. E.A.M. Hertoghs, raadsvrouw van de verdachte, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

1 december 1991 tot en met 30 april 1996 in de gemeente Stede Broec, te

Grootebroek, (telkens) met een meisje, genaamd [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 1984, die toen (aldus) de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, één of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

hebbende verdachte (telkens) zijn tong in de mond van die [slachtoffer1] geduwd en/of

gebracht en/of (telkens) een of meer van zijn vinger(s) in de vagina van die

[slachtoffer 1] geduwd en/of gebracht;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

1 mei 1996 tot en met 30 april 2000 in de gemeente Stede Broec, te

Grootebroek, (telkens) met een meisje, genaamd [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 1984, die toen (aldus) de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, één of meer ontuchtige handeling(en)

heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte

(telkens) zijn tong in de mond van die [slachtoffer 1] geduwd en/of gebracht en/of

(telkens) een of meer van zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd

en/of gebracht;

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

1 december 1991 tot en met 30 april 2000 in de gemeente Stede Broec, te

Grootebroek (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) een meisje, genaamd

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van één of meer

ontuchtige handeling(en), (telkens) bestaande uit:

- het strelen en/of betasten en/of zoenen en/of likken van de vagina en/of de

borsten en/of de schaamstreek en/of elders op/aan het lichaam van die [slachtoffer 1]

en/of

- het geheel en/of gedeeltelijk ontkleden van die [slachtoffer 1] en/of

- het gaan liggen op en/of tegen zich aandrukken van het lichaam van die

(geheel en/of gedeeltelijk ontklede) [slachtoffer 1] en/of

- het die [slachtoffer 1] laten vastpakken en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) uit de volgende in

onderling samenhang en verband te beschouwen geweld en/of feiten en/of

omstandigheden

- dat verdachte een oom (en/of vertrouwenspersoon) van die [slachtoffer 1] was en/of

- dat verdachte door zijn leeftijd een (natuurlijk en/of geestelijk) overwicht

had op die [slachtoffer 1] en/of

- dat verdachte die [slachtoffer 1] (stevig en/of hardhandig met kracht) heeft

vastgepakt en/of heeft vastgehouden en/of heeft geduwd en/of op zijn lichaam

heeft getrokken en/of op haar lichaam is gaan liggen en/of haar neus heeft

dichtgeknepen en/of

- dat verdachte die [slachtoffer 1] onverhoeds overviel en/of overdonderde door zijn

gedrag en/of

(aldus) (telkens) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

4.

hij op of omstreeks 26 oktober 2005 in de gemeente Andijk, in een woning

gelegen aan de [adres], door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en)

en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) een meisje,

genaamd [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] 1990, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van één of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het één of meerma(a)l(en) betasten en/of wrijven over de borst(en) van die

[slachtoffer 2] en/of het die [slachtoffer 2] één of meerma(a)l(en) zoenen op haar mond, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (onder meer) hierin dat verdachte

die [slachtoffer 2] (die alleen in de woning was) bij het uitvoeren van voornoemde

handelingen (tegen haar wil) onverhoeds overviel en/of overdonderde en/of haar

(bij haar heup(en)) heeft vastgepakt en/of heeft vastgehouden en/of

(aldus) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 december 1991 tot en met 30 april 1996 in de gemeente Stede Broec, te Grootebroek, met een meisje, genaamd [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum slachtoffer 1]1984, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een handeling heeft gepleegd, die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte zijn tong in de mond van die [slachtoffer 1] geduwd;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 mei 1996 tot en met 30 april 2000 in de gemeente Stede Broec, te Grootebroek, met een meisje, genaamd [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 1984, die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, die bestond uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte

zijn tong in de mond van die [slachtoffer 1] geduwd;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 1 december 1991 tot en met 30 april 2000 in de gemeente Stede Broec, te Grootebroek door geweld en/of andere feitelijkheden een meisje, genaamd [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit:

- het strelen en/of betasten en/of zoenen en/of likken van de vagina en/of de

borsten en/of de schaamstreek en/of elders op/aan het lichaam van die [slachtoffer 1]

en/of

- het geheel en/of gedeeltelijk ontkleden van die [slachtoffer 1] en/of

- het gaan liggen op en/of tegen zich aandrukken van het lichaam van die

(geheel en/of gedeeltelijk ontklede) [slachtoffer 1] en/of

- het die [slachtoffer 1] laten vastpakken en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis,

en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkheden uit de volgende in

onderling samenhang en verband te beschouwen geweld en/of feiten en/of

omstandigheden

- dat verdachte een oom van die [slachtoffer 1] was en/of

- dat verdachte door zijn leeftijd een (natuurlijk en/of geestelijk) overwicht

had op die [slachtoffer 1] en/of

- dat verdachte die [slachtoffer 1] (stevig en/of hardhandig met kracht) heeft

vastgepakt en/of heeft vastgehouden en/of heeft geduwd en/of op zijn lichaam

heeft getrokken en/of op haar lichaam is gaan liggen en/of haar neus heeft

dichtgeknepen en/of

- dat verdachte die [slachtoffer 1] onverhoeds overviel en/of overdonderde door zijn

gedrag

en aldus voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

4.

hij op 26 oktober 2005 in de gemeente Andijk, in een woning gelegen aan de [adres], door feitelijkheden een meisje, genaamd [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] 1990, heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het betasten van en wrijven over de borsten van die [slachtoffer 2] en het die [slachtoffer 2] meermalen zoenen op haar mond, en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte die [slachtoffer 2], die alleen in de woning was, bij het uitvoeren van voornoemde handelingen tegen haar wil onverhoeds overviel en overdonderde en haar bij haar heupen heeft vastgepakt en/of heeft vastgehouden en aldus voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

Gelet op de uitgebreide en gedetailleerde aangifte van [slachtoffer 1], de aangifte van [slachtoffer 2], de door verdachte bij de politie afgelegde verklaringen, het verslag van psycholoog M. Brozius d.d. 25 juli 2006, alsmede de verklaring van verdachte ter terechtzitting, bezien in onderling verband en samenhang, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem tenlastegelegde heeft begaan.

4. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1:

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

ten aanzien van feit 2:

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

ten aanzien van feit 3 en 4: telkens:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

5. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

De inhoud van het in dit vonnis onder 6. genoemde rapport met betrekking tot verdachte, opgemaakt door drs. R. Brandsma, psycholoog, geeft de rechtbank geen aanleiding tot niet-strafbaarheid van de verdachte te concluderen.

Ook overigens is er geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

6. MOTIVERING VAN DE STRAF

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft gedurende een periode van ongeveer 9 jaar ontucht gepleegd met zijn nichtje, [slachtoffer 1]. De ontucht is begonnen toen [slachtoffer 1] + zeven jaar oud was.

Verdachte woonde, samen met haar familie, in een huis en kwam dagelijks [slachtoffer 1] tegen.

Verdachte is een oom van [slachtoffer 1], met wie hij, naar zijn eigen zeggen, een speciale band had. Het vertrouwen dat [slachtoffer 1] in verdachte had gesteld, heeft verdachte op ernstige wijze geschonden. Verdachte had slechts oog voor zijn eigen lusten en gerief en heeft op geen enkel moment stilgestaan bij de verstrekkende gevolgen van zijn handelwijze voor [slachtoffer 1]. Deze feiten rekent de rechtbank verdachte dan ook ernstig aan.

Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dergelijke misdrijven op latere leeftijd nadelige gevolgen hiervan kunnen ondervinden, hetgeen ook blijkt uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer 1].

Uit die verklaring blijkt onder meer dat zij het verdachte zeer kwalijk neemt dat hij haar jeugdjaren heeft afgenomen. Eerst na vier jaar behandeling bij het RIAGG was zij in staat aangifte te doen bij de politie. Na het doen van aangifte had zij concentratieproblemen, at en sliep zij slecht en heeft zij veel last van herbelevingen. Nog steeds ondervindt zij de gevolgen van het misbruik. Zo is het aangaan van nieuwe relaties problematisch en heeft zij nog steeds last van angstgevoelens.

Verder heeft verdachte in 2006 [slachtoffer 2] in haar eigen huis aangerand. Blijkens haar verklaring op het voegingsformulier is dit voorval voor haar erg bedreigend en beangstigend geweest. Ten gevolge van het voorval kan [slachtoffer 2] zich moeilijk concentreren en moet zij regelmatig aan het voorval terugdenken. Ook haar gedrag is na het voorval wisselend geweest.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

-het op naam van de verdachte staand uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd

17 juli 2006, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder met politie en justitie in

aanraking is geweest.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 10 oktober 2006 van H. Trompert als reclasseringswerker, verbonden aan Reclassering Nederland.

Het voorlichtingsrapport gedateerd 10 oktober 2006 houdt onder meer het volgende in:

Betrokkene blijkt over onvoldoende interpersoonlijke sociale vaardigheden te

beschikken, impulsief te zijn in zijn gedrag, zijn zelfbeheersing te kunnen verliezen

en enige dominantie te tonen. Hij blijkt over voldoende probleembesef te beschikken, maar met de probleemhantering moeite te hebben. De onderhavige detentie en het onderzoek naar de persoon van de verdachte en de omstandigheden lijken op zichzelf een corrigerende werking te hebben. Betrokkene toont tijdens de detentie een voortschrijdend inzicht.

Het psychologisch onderzoek rechtvaardigt een behandeling bij de zedengroep van de FPA De Dijk te Heiloo. Geadviseerd wordt een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarde een reclasseringstoezicht en het volgen van een behandeling bij de FPA De Dijk te Heiloo.

-het over de verdachte uitgebrachte psychologisch rapport gedateerd 24 oktober 2006, van drs. R. Brandsma.

Dit psychologisch rapport houdt onder meer het volgende in:

Wat betreft het langdurige ontuchtige gedrag toont betrokkene zich wisselend schuldig en spijtig. Gevoelens die echter weinig doorleefd zijn aangezien hij op andere momenten zijn tenlastegelegde gedrag bagatelliseert en externaliseert waardoor zijn presentatie tegenstrijdigheden kent. Hij geeft aan nog immer seksueel opgewonden te raken van zijn herinneringen aan het betasten van zijn nichtje.

Er is geen sprake van een psychische stoornis.

Het gedrag kan wel begrepen worden vanuit de vastgestelde onrijpe persoonlijkheid die egocentrisch grensoverschrijdend gedrag met onvoldoende empathie voor de ander in de hand werkt. In samenspel met de primitieve emotionele afweermechanismen heeft de gebrekkige geheugenfunctie een beperkend effect op het leren.

Onderzochte heeft voldoende inzicht gehad in de wederrechtelijkheid van zijn gedrag. Zijn inzicht in de betekenis van dit gedrag en het besef van de consequenties voor hemzelf en voor anderen lijkt echter door de vastgestelde onrijpe persoonlijkheid beperkt. De mate waarin hij zijn wil bij het beperkte inzicht overwogen heeft kunnen bepalen lijkt niet optimaal.

Bij gelijkblijvende psychische gesteldheid wordt de kans op een soortgelijk delict hoog geschat.

Betrokkene is reeds aangenomen voor een daderbehandeling bij de FPA van De Dijk te Heiloo. In het licht van de ingeschatte verhoogde kans op recidive acht onderzoeker dit zowel een juiste als noodzakelijke keuze. Deze verplichte behandeling wordt als bijzondere voorwaarde bij een deels voorwaardelijke detentie geadviseerd met verplicht reclasseringscontact.

Met de conclusie van dit rapport kan de rechtbank zich verenigen.

Conform de eis van de officier van justitie is de rechtbank, gelet op het vorenstaande, van oordeel, dat oplegging van een deels voorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is.

7. BENADEELDE PARTIJ

7.1 Op de terechtzitting is verschenen een persoon, genaamd: mr. J.W.E. Groot, advocaat te

Grootebroek, die heeft verklaard zich in het geding over de strafzaak te voegen namens de benadeelde partij: [slachtoffer 1] in verband met een vordering tot vergoeding van

€ 8.580,91 wegens schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbare feiten, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 8.580,91, kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

7.2. Op de terechtzitting is verschenen een persoon, genaamd: mr. J.W.E. Groot, advocaat te

Grootebroek, die heeft verklaard zich in het geding over de strafzaak te voegen namens de benadeelde partij: [slachtoffer 2] in verband met een vordering tot vergoeding van

€ 723,54 wegens schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij, voor zover die € 545,90 betreft, van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak. De door de benadeelde partij opgevoerde verletkosten kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet op eenvoudige wijze vastgesteld worden.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 4 bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van

€ 545,90, kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

Naar het oordeel van de rechtbank is het resterende gedeelte van de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat dit deel van die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is.

De benadeelde kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

8. SCHADEVERGOEDING ALS MAATREGEL

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1 t/m 4 bewezen verklaarde strafbare feiten zijn toegebracht aan de benadeelden.

De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedragen, heft de opgelegde verplichting niet op.

9. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 57, 244, 245, 246 van het Wetboek van Strafrecht.

10. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

? Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de

tijd van 18 (ACHTTIEN) MAANDEN.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 (ZES) MAANDEN niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van drie jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

-de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

- de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt het volgen van een ambulante behandeling bij de FPA De Dijk te Heiloo.

Verstrekt aan de genoemde instelling opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

? Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] p/a mr. J.W.E. Groot,

Zesstedenweg 207, 1613 JE Grootebroek tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 8.580,91 (ACHT DUIZEND EN VIJF HONDERD EN TACHTIG EURO EN EEN EN NEGENTIG CENT) als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] te betalen een som geld ten bedrage van € 8.580,91 (ACHT DUIZEND EN VIJF HONDERD EN TACHTIG EURO EN EEN EN NEGENTIG CENT), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 171 (EENHONDERD EN EEN EN ZEVENTIG) dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

? Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] p/a mr. J.W.E. Groot,

Zesstedenweg 207, 1613 JE Grootebroek tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 545,90 (VIJF HONDERD EN VIJF EN VEERTIG EURO EN NEGENTIG CENT) als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2] te betalen een som geld ten bedrage van € 545,90 (VIJF HONDERD EN VIJF EN VEERTIG EURO EN NEGENTIG CENT) bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 (TIEN) dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.E.J. van Lieshout-Segers, voorzitter,

mr. H. de Klerk en mr. Y.M.I. Greuter-Vreeburg, rechters,

in tegenwoordigheid van D.H. Geuze, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 januari 2007.