Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:AZ6316

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
16-01-2007
Datum publicatie
17-01-2007
Zaaknummer
14.010251-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

ten uitvoerlegging gevorderd van voorwaardelijke straf

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14.010251-03

Datum uitspraak: 16 januari 2007

VERSCHENEN

BESLISSING NA VOORWAARDELIJKE VEROORDELING van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

wonende te [adres en woonplaats].

Deze beslissing is gegeven naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van

2 januari 2007.

1. VORDERING

De officier van justitie vordert dat de rechtbank zal gelasten dat de bij vonnis van deze rechtbank van 17 augustus 2004 in de zaak met parketnummer 14.010251-03 aan veroordeelde opgelegde straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd, alsnog zal worden ten uitvoer gelegd, op grond van het feit dat de veroordeelde niet heeft nageleefd de bijzondere voorwaarde dat:

- hij zich gedurende de proeftijd naar de aanwijzingen van Brijder Verslavingszorg zal gedragen, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te alkmaar, noodzakelijk oordeelt.

2. VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is om over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

3. GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij vonnis van deze rechtbank van 17 augustus 2004 is de veroordeelde veroordeeld tot gevangenisstraf voor de tijd van 21 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan een gedeelte, groot 6 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde vóór het einde van een op twee jaren vastgestelde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel gedurende de proeftijd niet heeft nageleefd de bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd naar de aanwijzingen van Brijder Verslavingszorg zal gedragen, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te alkmaar, noodzakelijk oordeelt.

De mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is op 21 september 2004 aan de veroordeelde toegezonden.

De proeftijd is ingegaan op 14 januari 2005 en was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie niet geëindigd.

De veroordeelde heeft de bij genoemd vonnis gestelde bijzondere voorwaarde niet nageleefd, hetgeen de rechtbank is gebleken uit

- het over de veroordeelde uitgebrachte Afloopbericht toezicht gedateerd 26 september 2006 van J. Hoebe als reclasseringswerker verbonden aan Brijder Verslavingszorg.

Dit rapport houdt onder meer het volgende in:

Betrokkene is zijn afspraken onvoldoende nagekomen. Hij was snel geagiteerd en nam regelmatig een agressieve en intimiderende houding aan. Op twee afspraken verscheen betrokkene niet, waarop hij kwaad meedeelde dat hij de uitnodigingsbrieven niet had ontvangen. De gesprekken die rapporteur had met de heer Kustner verliepen stroef. Betrokkene gaf weinig informatie en wilde het gesprek in een snel tempo afhandelen. Ook de gesprekken met zijn GGZ-begeleider kwam hij steeds minder na. Er is geen start gemaakt met het in kaart brengen van de schulden. Al met al kon er weinig tot geen inhoud aan het toezicht worden gegeven. Bovendien werd betrokkene op 3 juli 2006 en op 3 september 2006 in verzekering gesteld. Wegens de recidive en het geen inhoud kunnen geven aan het opgelegde toezicht, retourneren wij het toezicht aan Justitie.

Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat de vordering gegrond is.

Daarom behoort de gevorderde tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde straf te worden gelast.

4. TOEPASSELIJK WETTELIJK VOORSCHRIFT

De te geven beslissing is gegrond op artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht.

5. BESLISSING

De rechtbank:

Gelast de tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden, opgelegd bij voormeld vonnis van 17 augustus 2004 in de zaak met parketnummer 14.010251-03 aldus, dat die straf geheel wordt ten uitvoer gelegd.

Deze beslissing is gegeven door

mr. T.H. Bosma, voorzitter,

mr. J.M. Vos en mr. P. van Steijnen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Schouten, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van

16 januari 2007.

Mr. Bosma is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.