Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2007:AZ5583

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
03-01-2007
Datum publicatie
04-01-2007
Zaaknummer
14.810293-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Mishandeling meermalen gepleegd

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14.810293-06

Datum uitspraak: 3 januari 2007

OP TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

wonende te [adres en woonplaats]

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van de politierechter in deze rechtbank op 4 oktober 2006 en van deze kamer op 20 december 2006.

De politierechter heeft de zaak naar deze kamer verwezen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank:

- verdachte vrij zal spreken van het onder 1. primair en subsidiair tenlastegelegde,

- het onder 1. meer subsidiaire, 2. en 3. primair tenlastegelegde zal bewezen verklaren,

- de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis voor het geval verdachte de taakstraf niet naar behoren zal uitvoeren, alsmede 2 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht,

- de vordering van de benadeelde partij zal toewijzen tot een bedrag van € 736,21 en de benadeelde partij voor het overige hierin niet-ontvankelijk zal verklaren, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot dat bedrag (hoofdelijk), subsidiair 7 dagen hechtenis.

Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van hetgeen door de verdachte en mr. J.C. de Goeij, raadsman van de verdachte, naar voren is gebracht.

1.TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat

1.

14/810293-06

hij op of omstreeks 25 juni 2006 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te

beroven, met dat opzet die [slachtoffer 1] ten val heeft gebracht en/of

(vervolgens) terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag, hem een of meer

ke(e)r(en) (met kracht) met geschoeide voet op/tegen het gezicht en/of het

hoofd heeft geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 juni 2006 in de gemeente Alkmaar, ter uitvoering van

het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 1]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 1] ten val heeft gebracht en/of (vervolgens) terwijl die [slachtoffer 1] op

de grond lag, hem een of meer ke(e)r(en) (met kracht) met geschoeide voet

op/tegen het gezicht en/of het hoofd heeft geschopt en/of getrapt, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 juni 2006 in de gemeente Alkmaar met een ander of

anderen, op of aan de openbare weg, De Mient, in elk geval op of aan een

openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] welk geweld bestond uit het schoppen en/of trappen

op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1]

en/of het slaan en/of stompen tegen het hoofd van die [slachtoffer 2];

2.

14.733439.05

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 09 oktober 2005 in de gemeente

Alkmaar (telkens) opzettelijk mishandelend:

[slachtoffer 3] een trap heeft gegeven waardoor hij van zijn fiets viel en/of

(vervolgens) die [slachtoffer 3] een of meer ke(e)r(en) op/tegen het gezicht, althans

het hoofd heeft geslagen en/of gestompt en/of (daarna)

[slachtoffer 4] op/tegen het gezicht, althans het hoofd heeft geslagen en/of

gestompt en/of (daarna)

[slachtoffer 5] op/tegen het gezicht, althans het hoofd heeft geslagen en/of

gestompt,

waardoor deze [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] letsel

heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden;

3.

14.732401.06

hij op of omstreeks 18 december 2005 in de gemeente Alkmaar met een ander of

anderen, op of aan de openbare weg, de Ridderstraat, in elk geval op of aan

een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], welk geweld bestond uit het schoppen en/of trappen

en/of stompen en/of slaan van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7];

subsidiair, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 18 december 2005 in de gemeente Alkmaar tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend

[slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

gestompt en/of geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2.VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1. primair en subsidiair is ten laste gelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1. meer subsidiair, 2. en 3. primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

1.

14/810293-06

hij op 25 juni 2006 in de gemeente Alkmaar met een ander, op een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1];

2.

14.733439.05

hij op 9 oktober 2005 in de gemeente Alkmaar telkens opzettelijk mishandelend:

[slachtoffer 3] een trap heeft gegeven waardoor hij van zijn fiets viel en die [slachtoffer 3] meer keren op het gezicht heeft gestompt en [slachtoffer 4] tegen het hoofd heeft gestompt en

[slachtoffer 5] tegen het gezicht heeft gestompt, waardoor deze [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] pijn hebben ondervonden;

3.

14.732401.06

hij op 18 december 2005 in de gemeente Alkmaar met een ander, op de openbare weg, de Ridderstraat, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7], welk geweld bestond uit het schoppen en stompen en slaan van die [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7].

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte dient hiervan te worden vrijgesproken.

4.BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

5.NADERE MOTIVERING

met betrekking tot feit 1:

De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken en uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende feiten en omstandigheden naar voren zijn gekomen waaruit blijkt dat verdachte met zijn medeverdachte het strafbare feit heeft gepleegd. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij het slachtoffer [slachtoffer 1] twee schoppen heeft gegeven tegen diens bovenbeen toen [slachtoffer 1] op de grond lag. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij in het midden stond tussen [mededader 1] en [mededader 2]. Verbalisant Zwaga heeft in het proces-verbaal van bevindingen verklaard: “Ik zag dat de jongens gekleed in het zwart op de jongen in het blauwe t-shirt hard begonnen te trappen.” (proces-verbaal bevindingen met nummer PL1000/06-193224, blz. 13).

Voorts heeft aangever [slachtoffer 1] zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, alsmede ter terechtzitting van 20 december 2006 gesteld dat een drietal personen bij hem stond, waarvan hij een tweetal personen heeft zien schoppen. Aangever [slachtoffer 1] heeft bij de rechter-commissaris voornoemd op 27 september 2006 verklaard: “Vanuit mijn positie kon ik zien dat er drie jongens bij mij stonden. Eén van hen had een petje op, van hem weet ik zeker dat hij mij geschopt heeft. Een lange blonde jongen was het meest agressief en schopte mij ook. Van deze jongen weet ik zeker dat hij mij tegen het hoofd geschopt heeft.”

met betrekking tot feit 3:

De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken en uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende feiten en omstandigheden naar voren zijn gekomen waaruit blijkt dat verdachte openlijk in vereniging geweld pleegde tegen [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7]. Verdachte en medeverdachte kwamen gezamenlijk in actie, waarbij de ene groep tegen de andere groep gewelddadige handelingen pleegde. Het is daarbij niet van belang tegen welk slachtoffer de gewelddadige handelingen zijn gericht en of deze door verdachte danwel door zijn medeverdachte zijn verricht.

6.STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1. meer subsidiair:

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Ten aanzien van feit 2.:

Mishandeling, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 3. primair:

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

7.STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8.MOTIVERING VAN DE STRAFFEN.

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft zich, bij de onder 1. en 3. ten laste gelegde feiten in de nachtelijke uren schuldig gemaakt aan gewelddadig optreden, waarbij hij telkens grof geweld gebruikte tegenover zijn slachtoffers. Dit moet voor de slachtoffers een buitengewoon onthutsende en angstaanjagende ervaring geweest zijn. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke voorvallen daar nog lang nadien de nadelige psychische gevolgen van kunnen ondervinden. Bovendien draagt het hier aan de orde zijnde geweld bij aan gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

-het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 22 november 2006, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder terzake enig delict is veroordeeld.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 27 september 2006 van mevrouw N.J.C. Schilder als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Nederland, Regio Alkmaar Haarlem. In aanvulling op dit rapport heeft mevrouw Schilder ter terechtzitting verklaard dat het advies om een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarde een verplicht reclasseringscontact nu gewijzigd is. Zij heeft daaromtrent het volgende meegedeeld: “Verdachte heeft in de afgelopen periode de trainingen Alcohol en Delinquentie en Terugvalpreventie Agressie met succes afgerond. Verdachte heeft thans voldoende zicht op zijn ontlokkers en triggers, waardoor een verplicht reclasseringscontact niet langer nodig is. Het advies om een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen wordt gehandhaafd.”

- Het psychologisch rapport gedateerd 21 september 2006 van drs. H. Scharft, psycholoog. Dit rapport houdt – kort samengevat – onder meer het volgende in:

Afgezien van het niet zo goed kunnen onderkennen en uiten van emoties, komen er geen opvallende persoonlijkheidstrekken naar voren. Een persoonlijkheidsstoornis is niet aanwezig. Bij betrokkene was sprake van een ziekelijke stoornis in de vorm van een aanpassingsstoornis. Deze stoornis is inmiddels grotendeels in remissie. Het recidivegevaar is niet al te hoog. Er was voor 2005 voor zover bekend nooit sprake van agressief gedrag. Betrokkene is maatschappelijk goed ingebed.

Met de conclusie van dit rapport kan de rechtbank zich verenigen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte houdt de rechtbank verder nog rekening met de proceshouding van verdachte die ter terechtzitting heeft verklaard zich voor alle feiten verantwoordelijk te voelen.

De rechtbank is van oordeel dat een taakstraf, bestaande uit een werkstraf en een voorwaardelijke vrijheidsstraf behoren te worden opgelegd, een en ander op de wijze zoals hierna in de rubriek BESLISSING zal worden aangegeven.

Bij de bepaling van de duur en de vorm van die taakstraf en voorwaardelijke vrijheidsstraf heeft de rechtbank in het bijzonder laten meewegen dat verdachte inmiddels de aanwijzingen van de Reclassering actief heeft opgevolgd door onder meer diverse gesprekken te voeren, een psycholoog te raadplegen en de trainingen Alcohol en Delinquentie en Terugvalpreventie Agressie met succes af te ronden. Bij de bepaling van het aantal uren taakstraf houdt de rechtbank rekening met het aanmerkelijke aantal uren dat verdachte aan die trainingen besteed heeft.

9.BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij [slachtoffer 6], heeft vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 1.856,16 wegens schade die de verdachte met zijn mededader aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 3. bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte - ook al is een andere dader daarbij betrokken - rechtstreeks schade heeft geleden.

De verdediging heeft ter zitting verklaard geen verweer te voeren tegen de vordering wegen immateriële schade tot een bedrag van € 200,00. Voor het overige refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

De hoogte van de immateriële schade kan naar het oordeel van de rechtbank in billijkheid worden bepaald op € 200,00.

Van de overige door de benadeelde partij opgevoerde posten kan de post op grond van de no-claim beschikking van Univé Zorg in verband met vergoede ziektekosten tot het gevorderde bedrag van € 236,21 worden toegewezen, zodat de vordering wordt toegewezen tot een totaalbedrag van in totaal € 436,21.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door de mededader aan de benadeelde partij is voldaan.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor het overige niet van zo eenvoudige aard dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

10.SCHADEVERGOEDING ALS MAATREGEL

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 3. bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht aan de benadeelde.

De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

11.TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straffen en maatregel tot schadevergoeding zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 36f, 57, 141 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

12.BESLISSING

De rechtbank:

? Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1. primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

? Verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1. meer subsidiair, 2. en 3. primair ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

? Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een taakstraf voor de duur van 160 (éénhonderd zestig) uren.

Beveelt voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht dat in plaats van de taakstraf vervangende hechtenis wordt toegepast, welke vervangende hechtenis wordt vastgesteld op 80 (tachtig) dagen.

Bepaalt, dat deze taakstraf bestaat uit een werkstraf.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht, volgens de maatstaf van 2 (twee) uren voor elke dag.

? Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 6 (zes) weken.

Beveelt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

-de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

? Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6], wonende [adres en woonplaats] tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 436,21 (vierhonderd zesendertig euro en één en twintig cent) als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededader zijn voldaan.

Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

? Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer,

genaamd [slachtoffer 6] voornoemd te betalen een som geld ten bedrage van € 436,21 (vierhonderd zesendertig euro en één en twintig cent), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 4 (vier) dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

? Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Westdorp, voorzitter,

mr. E.J.M. Tuijp en mr. O.M. Harms, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S van Lingen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 januari 2007.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.