Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2006:AZ4206

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
11-09-2006
Datum publicatie
12-12-2006
Zaaknummer
208448 Cv EXPL 06-1085
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kantonrechter oordeelt dat het advocatenkantoor een vergoeding toekomt voor de juridische werkzaamheden die zij volgens afspraak voor haar cliënt heeft verricht buiten het gratis inloopspreekuur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Hoorn

Zaaknr/rolnr.: 208448 Cv EXPL 06-1085

Uitspraakdatum: 11 september 2006

Vonnis in de zaak van:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [advocatenkantoor], gevestigd en kantoorhoudende te Enkhuizen

eisende partij

verder ook te noemen: eiseres

gemachtigde: mr. P.F.M. Deijkers, advocaat te Enkhuizen

tegen

[gedaagde], wonende te [postcode] Andijk, [adres]

gedaagde partij

verder ook te noemen: [gedaagde]

verschenen.

Het procesverloop

Eiseres heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding d.d. 17 maart 2006.

Gedaagde heeft bij antwoord verweer gevoerd.

Vervolgens is gediend van repliek met producties en dupliek.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

Uitgangspunten

- Op 15 april 2005 heeft gedaagde het inloopspreekuur van eiseres bezocht in verband met een juridisch probleem van zowel bestuursrechtelijke- als privaatrechtelijke aard.

- Met advocaat [advocaat] werd afgesproken dat gedaagde de voor een inhoudelijke beoordeling relevante stukken ten kantore van eiseres zou afgeven, hetgeen vervolgens op 21 april 2005, met een begeleidende brief, is geschied.

- Eiseres heeft de ontvangst bij brief van 29 april 2005 bevestigd, een juridische analyse met advies toegezegd en melding gemaakt van het honorarium van [advocaat]. Bijgevoegd werd een voorschotnota van € 357,00.

- Bij begeleidende brief van 6 mei 2005 heeft eiseres de toegezegde analyse met advies aan gedaagde uitgebracht. Aan gedaagde wordt gevraagd te beslissen omtrent het ondernemen van vervolgstappen. Wederom is bijgevoegd een voorschotnota van € 357,00.

- Per e-mail van 1 juni 2005 vraagt een broer van gedaagde de zaak even te laten rusten omdat gedaagde in het buitenland is en niet kan worden bereikt.

- Bij brief van 3 juni 2005 verzoekt eiseres aan gedaagde om zijn keuze kenbaar te maken omtrent het ondernemen van vervolgstappen en bij brief van 21 september 2006 vervolgt eiseres dat, indien zij binnen 10 dagen niets meer van gedaagde verneemt, zij er van uitgaat dat gedaagde de zaak verder wil laten rusten. In dat geval zal zij het dossier sluiten en een eindnota opmaken.

- Bij brief van 30 september 2005 bericht gedaagde dat hij wegens het ontbreken van financiële middelen van de diensten van eiseres geen gebruik zal maken.

- Vervolgens stuurt eiseres aan gedaagde haar einddeclaratie ad € 1.759,65, met aangehechte specificatie.

Het geschil

Eiseres vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van € 2.114,89, bestaande uit de hoofdsom, de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2005 en de kosten van incasso.

Voorts vordert eiseres om gedaagde te veroordelen in de gedingkosten.

Eiseres legt aan haar vordering ten grondslag dat zij krachtens opdrachtbevestiging d.d. 29 april 2005 in opdracht en voor rekening van gedaagde juridische diensten heeft verricht, inhoudende een juridische beoordeling van de haar voorgelegde kwestie en een advies omtrent de mogelijke vervolgstappen.

De terzake aan gedaagde verzonden einddeclaratie is ondanks de daarin aangegeven betalingstermijn en aanmaningen onbetaald gebleven.

Gedaagde stelt zich op het standpunt dat hij eiseres voor de in rekening gebrachte werkzaamheden geen opdracht heeft verstrekt.

Volgens gedaagde is op het inloopspreekuur afgesproken dat (de advocaat van) eiseres de materie summier zou beoordelen en per zaak een offerte zou uitbrengen alvorens verdere acties zouden worden ondernomen. Van een opdrachtbevestiging is in de visie van gedaagde geen sprake, zodat eiseres zonder zijn uitdrukkelijke goedkeuring of toestemming verder is gegaan dan op het inloopspreekuur was afgesproken.

Gedaagde wijst er in dat verband op dat zij kon weten dat gedaagde de financiën ontbraken om kostbare juridische procedures te voeren waarvan de afloop onzeker is.

Gedaagde plaatst verder vraagtekens bij de gerechtvaardigdheid van de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten, nu het eiseres was die de declaratiekwestie (onnodig) aan de Deken van de Orde van Advocaten heeft voorgelegd.

Beoordeling

De kantonrechter leidt uit de over en weer ingenomen standpunten en de daarbij overgelegde stukken af dat de kwestie kennelijk te gecompliceerd was om gedaagde in het kader van een gratis inloopspreekuur te adviseren. De voor een inhoudelijke beoordeling relevante bescheiden heeft gedaagde zoals afgesproken aan eiseres doen toekomen en eiseres heeft daarop, zoals afgesproken, een juridische analyse gemaakt en gedaagde geadviseerd over een eventueel vervolgtraject.

De vraag is of eiseres voor deze, het gratis inloopspreekuur overstijgende, dienstverlening een vergoeding toekomt.

De kantonrechter is van oordeel dat deze vraag bevestigend dient te worden beantwoord. De grondslag voor werkzaamheden bestond uit de daarover op het inloopspreekuur gemaakte afspraak en het moet aan gedaagde duidelijk zijn geweest dat deze werkzaamheden, mede gelet op de aard en omvang daarvan, zoals deze blijken uit het als productie 14 bij de dagvaarding overgelegde advies, in redelijkheid niet onder de kosteloze dienstverlening vielen.

De brief van 29 april 2005 dient dan ook te worden opgevat als een bevestiging van die afspraak, onder opgave van het in rekening te brengen honorarium. Ook uit de bijgevoegde voorschotnota blijkt duidelijk wat de bedoeling was en ook uit het uitblijven van protest tegen die voorschotnota mocht eiseres afleiden dat gedaagde met de gang van zaken instemde.

In dit verband kan niet worden gezegd dat eiseres acties heeft ondernomen die de strekking van de gemaakte afspraak te buiten gingen. Integendeel, eiseres heeft steeds aangegeven (in haar brief van 29 april 2005 en ook in vervolgbrieven) dat zij een beslissing van gedaagde afwachtte alvorens verdere acties te ondernemen. Daarbij valt op dat gedaagde ook tegen de tweede voorschotnota niet heeft geprotesteerd.

Dat gedaagde uiteindelijk om hem moverende reden niet tot verdere actie besluit wil niet zeggen dat aan de voorafgaande beoordeling, die het karakter van inloopspreekuur zoals gezegd duidelijk te boven ging, geen kosten zijn verbonden.

De kantonrechter stelt vast dat eiseres haar eindnota deugdelijk heeft gespecificeerd. De kosten van het inloopspreekuur zijn daarbij niet in rekening gebracht. Ook overigens is de kantonrechter van oordeel van de aard en omvang van het advies de in rekening gebrachte kosten voldoende rechtvaardigen.

De vordering van eiseres dient dan ook te worden toegewezen, met inbegrip van de rentevordering.

De kantonrechter ziet op grond van de door eiseres overgelegde stukken onvoldoende grond voor een separate vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. In dat verband is onduidelijk door wie c.q. op wiens initiatief een begrotingsverzoek aan de Deken van de Orde van Advocaten is voorgelegd. Volgens gedaagde doelde hij op een interne klachten procedure, zoals in de door de Orde uitgegeven brochure "De Advocaat", wordt aanbevolen, terwijl het begrotingsverzoek (voorzienbaar) heeft geleid tot een niet-ontvankelijkheid verklaring van eiseres.

Gedaagde zal als de voor het merendeel in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de gedingkosten.

De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen kwijting te betalen een bedrag van € 1.790,89, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.759,65 vanaf 1 april 2006 tot de dag van betaling.

Veroordeelt gedaagde in de proceskosten, die tot heden voor eiseres worden vastgesteld op een bedrag van € 567,32 (inclusief btw indien en voor zover door gedaagde verschuldigd), waaronder begrepen een bedrag van € 300,00 voor salaris van de gemachtigde van eiseres (waarover gedaagde geen btw verschuldigd is).

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. van de Sande, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 11 september 2006 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter