Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2006:AZ4202

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
14-06-2006
Datum publicatie
12-12-2006
Zaaknummer
203860 CV EXPL 06-513
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Slechts één van de twee verhuurders vordert betaling van achterstallige huurpenningen. De kantonrechter passeert het verweer van gedaagde dat de verhuurders slechts gezamenlijk een vorderingsrecht hebben. Ingevolge art. 6:15 BW heeft eiseres een vorderingsrecht voor de helft van de huursom. In dit geval vloeit immers niet uit wet, gewoonte of rechtshandeling voort dat de prestatie beide schuldeisers voor ongelijke delen toekomt of dat zij gezamenlijk één vorderingsrecht hebben. Evenmin is de prestatie ondeelbaar of valt het recht daarop in een gemeenschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Alkmaar

Zaaknr/rolnr.:203860 CV EXPL 06-513

Uitspraakdatum: 14 juni 2006

Vonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap [bedrijfsnaam 1] B.V.

gevestigd en kantoorhoudend te Heerhugowaard

eisende partij

verder ook te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. Th.C.J. Kaandorp, advocaat te Alkmaar

tegen

de besloten vennootschap Kompas Heerhugowaard B.V.

gevestigd te Heerhugowaard

gedaagde partij

verder ook te noemen: Kompas

gemachtigde: mr. L.T. van Eyck van Heslinga, advocaat te Alkmaar.

Het procesverloop

1. [Eiser] heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding d.d. 25 januari 2006.

Kompas heeft bij antwoord verweer gevoerd.

Vervolgens is gediend van repliek en dupliek.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

De vaststaande feiten

1. [Eiser] en [bedrijfsnaam 2] B.V. verhuren de winkelruimte aan de [adres] te Heerhugowaard aan Kompas. Met ingang van 1 september 2005 bedraagt de maandelijkse huurprijs € 6.082,32 inclusief btw. Kompas betaalt de helft van de huurpenningen aan [eiser].

Het geschil

3. [Eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Kompas tot betaling van een bedrag ad € 3.162,73 ter zake achterstallige huur berekend tot en met januari 2006, vermeerderd met de wettelijke rente voor handelstransacties alsmede met een overeengekomen boete en een bedrag van € 500,-- aan buitengerechtelijke invorderingskosten. Daarnaast vordert [eiser] een bedrag van € 3.041,16 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, zijnde de aan [eiser] verschuldigde maandelijkse huur, te rekenen vanaf 1 februari 2006 tot aan het einde van de huurovereenkomst, te vermeerderen met de overeengekomen boete van € 113,45 per maand, voor iedere kalendermaand dat stipte betaling achterwege blijft, waarbij elke ingetreden maand als een volle maand geldt, alsmede de wettelijke rente voor handelstransacties over de bij vooruitbetaling verschuldigde termijnen vanaf steeds iedere eerste van de met ingang van 1 februari 2006 te vervallen maandelijkse termijnen. Met veroordeling van Kompas in de kosten van het geding.

[Eiser] stelt hiertoe, zakelijk samengevat, het volgende.

Op grond van de huurovereenkomst dient Kompas de huurtermijnen maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen. Kompas betaalt de huur al geruime tijd niet tijdig. De huur voor de maanden februari en maart 2006 is aanzienlijk te laat betaald. [Eiser] heeft jegens Kompas aanspraak gemaakt op de wettelijke rente voor handelstransacties, op betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de contractuele boete van € 113,45 per maand. De buitengerechtelijke incassokosten zien onder meer op de door [eiser] overgelegde correspondentie van haar raadsman. Uit artikel 13 van de algemene bepalingen van de huurovereenkomst volgt dat Kompas verplicht is de kosten van een sommatie en/of ingebrekestelling te vergoeden.

4. Kompas concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van [eiser] dan wel afwijzing van de vordering en voert hiertoe, zakelijk samengevat, het volgende aan.

Kompas betaalt de huurpenningen al gedurende ruim vier jaar achteraf. De verhuurders maakten hier nooit een probleem van. Nu sprake is van bestendig gebruik is deze wijze van betaling inmiddels onderdeel gaan uitmaken van de huurovereenkomst. Voorts kan de verhuurder uitsluitend door [bedrijfsnaam 2] en [eiser] gezamenlijk worden vertegenwoordigd. Het gehuurde is immers eigendom van zowel [eiser] als [bedrijfsnaam 2] en er is sprake van één huurprijs. Tot en met januari 2006 zijn geen huurpenningen onbetaald gebleven. Kompas is geen wettelijke rente verschuldigd. Voorts heeft [eiser] niet aangetoond de gestelde buitengerechtelijke incassokosten te hebben gemaakt en betaald. Die buitengerechtelijke incassokosten zijn geheel of gedeeltelijk gerechtelijke kosten. De vordering met betrekking tot de toekomstige huurtermijnen vloeit reeds voort uit de huurovereenkomst en is niet opeisbaar. De huur over de maanden februari, maart en april 2006 is al voldaan.

De beoordeling

5. Ingevolge artikel 15 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek heeft [eiser] een vorderingsrecht voor de helft van de huursom. In dit geval vloeit immers niet uit wet, gewoonte of rechtshandeling voort dat de prestatie beide schuldeisers voor ongelijke delen toekomt of dat zij gezamenlijk één vorderingsrecht hebben. Evenmin is de prestatie ondeelbaar of valt het recht daarop in een gemeenschap. Het feit dat [eiser] en [bedrijfsnaam 2] gezamenlijk eigenaar zijn van het gehuurde, maakt dat niet anders en maakt met name niet dat de vordering van huurpenningen niet deelbaar is. [Eiser] kan dus 50% van de huursom vorderen, zoals zij thans ook doet.

6. Kompas heeft onbetwist gesteld dat zij de huur tot en met de maand januari 2006 heeft betaald. De kantonrechter zal de vordering aan achterstallige huur tot en met januari 2006 dan ook afwijzen. Dat er daarna weer andere termijnen mogelijk onbetaald zijn gelaten kan buiten beschouwing blijven, nu [eiser] haar vordering niet heeft gewijzigd. Uit het voorgaande volgt dat de bij de vordering ter zake reeds vervallen huurtermijnen behorende nevenvorderingen ter zake de wettelijke rente, de boete en de buitengerechtelijke incassokosten eveneens zullen worden afgewezen.

7. Partijen twisten over het tijdstip waarop de huur betaald moet worden. Blijkens de toepasselijke schriftelijke overeenkomst van 1 september 2001 is de huur bij vooruitbetaling verschuldigd en moet de huur vóór of op de eerste dag van de periode waarop de betaling betrekking heeft zijn voldaan (zie artikel 4.6). Dat partijen uitdrukkelijk anders zijn overeengekomen is gesteld noch gebleken. Het enkele feit dat Kompas gedurende vier jaren zonder expliciet protest van [eiser] te laat heeft betaald, maakt nog niet dat op dat punt nadere wilsovereenstemming kan worden aangenomen. Een tijdlang gedogen schept immers geen rechten. Nu Kompas sinds lange tijd de huur niet tijdig betaalt, heeft [eiser] belang bij toewijzing van de vordering voor zover deze betrekking heeft op toekomstige huurtermijnen. De kantonrechter zal in de beslissing in aanmerking nemen dat uit de stellingen van partijen over en weer blijkt dat [eiser] inmiddels de huur voor de maanden februari en maart 2006 heeft ontvangen.

8. Kompas heeft niet afzonderlijk verweer gevoerd tegen de naast de toekomstige huurtermijnen gevorderde boete, zodat dat deel van de vordering tevens zal worden toegewezen.

9. De vordering ter zake de wettelijke rente over de toekomstige huurtermijnen is onvoldoende bepaald en zal al om die reden worden afgewezen.

10. Kompas dient als de merendeels in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt Kompas om aan [eiser] tegen kwijting te betalen een bedrag van € 3.041,16 aan huur per maand, bij vooruitbetaling te voldoen in die zin dat de betaling vóór of op de eerste dag van de maand waarop de betaling betrekking heeft, moet zijn voldaan, te rekenen vanaf april 2006 tot aan het tijdstip waarop de huurovereenkomst zal zijn geëindigd, te vermeerderen met de overeengekomen boete van € 113,45 per maand voor iedere kalendermaand dat stipte betaling achterwege blijft, waarbij elke ingetreden maand als een volle maand geldt.

Veroordeelt Kompas in de proceskosten, die tot heden voor [eiser] worden vastgesteld op een bedrag van € 617,32 [inclusief btw indien en voor zover door Kompas verschuldigd], waaronder begrepen een bedrag van € 350,-- voor salaris van de gemachtigde van [eiser] [waarover Kompas geen btw verschuldigd is].

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.C. Schlingemann, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 14 juni 2006 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter