Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2006:AZ3173

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
28-11-2006
Datum publicatie
29-11-2006
Zaaknummer
14/810181-06 en 14/810214-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor het plegen van ontucht met een minderjarige jongen en het vertonen van voor minderjarigen schadelijke afbeeldingen (pornofilms) aan die jongen. In hoeverre het slachtoffer de seksuele handelingen vrijwillig heeft ondergaan of eventueel zelfs daartoe het initiatief heeft genomen, zoals door verdachte naar voren is gebracht, is voor de strafwaardigheid van het gedrag van verdachte niet van belang. Verdachte wordt vrijgesproken van het in bezit hebben van kinderporno, omdat de mogelijkheid is opengebleven dat de in de tenlastelegging genoemde afbeeldingen en filmfragmenten zijn aangetroffen op niet voor verdachte toegankelijke locaties op zijn computer, zodat er geen sprake is van bezit in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. Bovendien is de mogelijkheid opengebleven dat de bedoelde afbeeldingen en filmfragmenten door verdachte zijn gedownload uitsluitend met de intentie deze te bekijken, hetgeen niet valt onder de strafbaarstelling van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummers: 14/810181-06

14/810214-06 (gevoegde zaak)

Datum uitspraak: 28 november 2006

OP TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,

gedetineerd in het Huis van Bewaring Almere Binnen te Almere.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, reeds ter terechtzitting van 15 augustus 2006 gevoegd.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

15 augustus 2006 en 14 november 2006.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank

- het in de zaak met parketnummer 14/810181-06 onder 1. en 2. en het in de zaak met parketnummer 14/810214-06 telastegelegde bewezen zal verklaren;

- verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren, waarvan 1 (één) jaar voorwaardelijk, met aftrek van de tijd gedurende welke verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, met een proeftijd van 3 (drie) jaren, met als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich houdt aan de aanwijzingen van de Reclassering, ook indien dit een behandeling bij De Waag inhoudt;

- de inbeslaggenomen voorwerpen zal onttrekken aan het verkeer.

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman

mr. J. Knap naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGINGEN

Aan verdachte is, nadat een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de telastelegging is toegelaten, in de zaak met parketnummer 14/810181-06 ten laste gelegd, dat hij

1.

in of omstreeks de periode van 01 juni 2004 tot en met 01 november 2005 op een of meer verschillende tijdstippen in de gemeente Schagen, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], immers heeft verdachte één- of meerma(a)l(en) die [slachtoffer] gepijpt en/of afgetrokken en/of het kruis van die [slachtoffer] (boven de kleding) betast en/of gestreeld en/of zijn, verdachtes, penis in de anus van die [slachtoffer] gebracht/geduwd en/of die [slachtoffer] gedwongen, althans bewogen om hem, verdachte, af te trekken en/of te pijpen en/of zijn penis te brengen in de anus van verdachte;

2.

op verschillende tijdstip(pen) in/of omstreeks de periode van 01 juni 2004 tot en met 01 november 2005 in de gemeente Schagen, [slachtoffer] ([geboortedatum slachtoffer]), die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) een afbeelding, voorwerp en/of gegevensdrager, bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, (een) videoband(en) en/of computerbestand(en)

met (een) film(s) en/of (een) foto('s) van één of meer (naakte) man(nen) en/of vrouw(en) en/of kinderen die gemeenschap met elkaar hebben, heeft verstrekt en/of aangeboden en/of vertoond, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [slachtoffer] jonger was dan zestien jaar.

Voorts is aan verdachte, in de zaak met parketnummer 14/810214-06, ten laste gelegd, dat hij

in of omstreeks de periode van 1 oktober 2005 tot en met 19 april 2006 op een of meer verschillende tijdstip(pen) in de gemeente Schagen, in elk geval in Nederland, één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen (170 afbeeldingen en/of twee filmfragmenten, aangetroffen op een computer, merk Dell, en/of een computer, merk Laser) waaronder:

- een foto (nummer 1) van een jongen met een geschatte leeftijd van 14 à 15 jaar, deze jongen ligt naakt op een bed met een stijve penis, deze jongen kijkt recht in de camera terwijl hij met zijn linkerhand zijn penis vasthoudt, en/of

- een foto (nummer 2) van 2 naakte jongens met een geschatte leeftijd van 14 à 15 jaar, beiden liggen achter elkaar op bed waarbij 1 jongen de andere jongen anaal penetreert, en/of

- een foto (nummer 3) van 2 naakte jongens met een geschatte leeftijd van 14 à 15 jaar, 1 jongen staat en de andere jongen zit voor deze jongen vermoedelijk op zijn knieën, de jongen die vermoedelijk op zijn knieën zit heeft de penis van de staande jongen in zijn mond, beide jongens kijken recht in de camera, en/of

- een foto (nummer 4) van een naakte jongen met een geschatte leeftijd van 14 à 15 jaar, deze jongen ligt voorover gebogen op een bed, ook is waarneembaar dat de penis van deze jongen met een touw tussen zijn benen naar achteren wordt getrokken, en/of,

- een foto (nummer 5) van een naakte jongen met een geschatte leeftijd van 9 à 10 jaar, deze jongen zit bovenop een volwassen naakte man die op bed ligt, deze man penetreert deze jongen anaal, en/of

- een foto (nummer 6) van 3 naakte jongens in de leeftijd tussen de 13 en 15 jaar, 1 jongen zit terwijl hij oraal bevredigd wordt door een 2e jongen, deze 2e jongen wordt anaal gepenetreerd door de derde jongen, en/of

- een foto (nummer 7) van 3 naakte jongens in de leeftijd tussen de 13 en 15 jaar, 1 jongen zit op een bank en wordt aan een van zijn tepels gelikt door een 2e jongen die naast hem op de bank zit, de 3e jongen bevredigt oraal de jongen die aan een van zijn tepels wordt gelikt, en/of

- een foto (nummer 8) van een naakte jongen met een geschatte leeftijd van 14 jaar, deze jongen ligt naakt in bad met een stijve penis, deze jongen kijkt recht in de camera, en/of

- een foto (nummer 9) van een naakte jongen met een geschatte leeftijd van 14 jaar die onderuitgezakt op een stoel zit met een stijve penis, en/of

- een foto (nummer 10) van 2 naakte jongens met een geschatte leeftijd van 14 à 15 jaar, 1 jongen ligt op een bank-bed combinatie, de andere jongen zit op zijn buik, deze jongen betast de borsten van de andere jongen en heeft een stijve penis, en/of

- foto (nummer 11) van 2 naakte jongens waarvan er 1 jongen gedeeltelijk zichtbaar is, deze gedeeltelijk zichtbare jongen zit op zijn knieën op bed, de andere jongen zit achter deze jongen en penetreert hem anaal, en/of

- foto (nummer 12) van 2 naakte jongens met een geschatte leeftijd van 11 à 12 jaar, zij liggen achter elkaar op bed en zij houden elkaars penis vast, en/of

- foto (nummer 13) van 2 jongens met een geschatte leeftijd tussen de 13 en 15 jaar, zij kijken beiden recht in de camera en hebben hun onderbroek uitgetrokken tot op hun knieën, en/of

- foto (nummer 14) van een jongen met een geschatte leeftijd van 14 à 15 jaar oud, deze jongen staat in een slaapkamer en kijkt recht in de camera, de jongen heeft een stijve penis, en/of

- foto (nummer 15) van een jongen met een geschatte leeftijd van 14 à 15 jaar oud, op deze foto zijn de penis en anus van deze jongen duidelijk waarneembaar, en/of

- foto (nummer 16) van een naakte jongen met een donkere huidskleur met een geschatte leeftijd van 8 jaar, deze jongen staat afgebeeld met een stijve penis, en/of

- een foto (nummer 17) van 2 naakte jongens met een geschatte leeftijd van ongeveer 14 à 15 jaar, een jongen ligt op bed en heeft een stijve penis, de andere jongen zit op de borst van de liggende jongen, en/of

- een serie van 18 foto's (nummer 18) van een naakt jongetje dat in diverse poses staat afgebeeld waarbij de penis van deze jongen duidelijk zichtbaar is, deze jongen heeft een geschatte leeftijd van 9 à 10 jaar, en/of

- een filmfragment (nummer 19): te zien is dat een jongen met een geschatte leeftijd van ongeveer 13 à 14 jaar achter een computer zit en dat de webcam op hem gericht is, na verloop van tijd ontbloot deze jongen zijn penis en masturbeert zichtbaar voor de webcam, deze jongen zit vermoedelijk in een huiskamer, en/of

- een filmfragment (nummer 20): te zien is dat een jongen met een geschatte leeftijd van ongeveer 13 à 14 jaar achter een computer zit en dat de webcam op hem gericht is, na verloop van tijd ontbloot deze jongen zijn penis en masturbeert zichtbaar voor de webcam, deze jongen zit vermoedelijk in een slaapkamer,

bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad en/of van welk genoemd feit de verdachte een beroep of een gewoonte maakt.

Voor zover in de tenlasteleggingen taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen in de zaak met parketnummer 14/810214-06 aan verdachte is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hierbij het volgende.

2.1. Blijkens het proces-verbaal van bevindingen van 19 mei 2006 (blz. 32 e.v.) is door verbalisant A. Koning een onderzoek ingesteld naar de inhoud van door hem op 19 april 2006 ontvangen computers van de merken Dell en Laser.

2.2. Bij dit onderzoek is allereerst een vergelijking gemaakt tussen de hashwaarden van alle bestanden op de harde schijven van deze computers enerzijds en de hashwaarden van bestanden die mede door het korps landelijke politiediensten als kinderpornografie zijn aangemerkt anderzijds. Uit deze vergelijking is naar voren gekomen dat 37 bestanden op de Dell computer en 8 bestanden op de Laser computer overeenkwamen met waarden van de bestanden die zijn aangemerkt als kinderpornografie. Deze bestanden werden aangetroffen in de temporary internet files van de harde schijven van beide computers.

2.3. Vervolgens is door verbalisant Koning een CD-rom samengesteld met de overige afbeeldingen die door hem op de harde schijven van de beide computers zijn aangetroffen. Ter beoordeling van deze bestanden op de kwalificatie kinderpornografie is de CD-rom vervolgens overgedragen aan verbalisant J. van Leeuwen.

2.4. Laatstgenoemde beoordeling is gerelateerd in een proces-verbaal van bevindingen van 30 april 2006 (blz. 73 e.v.). In dit proces-verbaal wordt door verbalisant Van Leeuwen aangegeven dat bovengenoemde CD-rom 1967 afbeeldingen bevat en 8 filmfragmenten. Van deze afbeeldingen zijn er door deze verbalisant 350 bekeken. Ten aanzien van deze 350 afbeeldingen concludeert hij dat er 170 in aanmerking komen voor het predicaat kinderporno. Van de 8 filmfragmenten heeft hij er 2 bekeken, waarvan eveneens wordt geconcludeerd dat zij in aanmerking komen voor het predicaat kinderporno. Van de 170 afbeeldingen zijn er door verbalisant Van Leeuwen 18 in het proces-verbaal omschreven. Ook de 2 filmfragmenten zijn door deze verbalisant in dit proces-verbaal omschreven.

2.5. De rechtbank stelt vast dat de omschrijvingen van de afbeeldingen en filmfragmenten die worden gebezigd in het onder parketnummer 14/810214-06 ten laste gelegde feit, woordelijk overeenkomen met voornoemde omschrijvingen uit dit proces-verbaal.

2.6. Op basis van de hierboven omschreven onderzoekshandelingen, is ten aanzien van de in de tenlastelegging omschreven afbeeldingen en filmfragmenten niet meer bekend dan dat zij afkomstig zijn van de CD-rom met 1967 afbeeldingen en 8 filmfragmenten die door verbalisant Koning op de beide computers zijn aangetroffen. Derhalve is op basis van deze stukken niet duidelijk van welke computer de in de tenlastelegging omschreven afbeeldingen en filmfragmenten afkomstig zijn. Evenmin is uit de stukken af te leiden in welke periode deze bestanden door verdachte zijn binnengehaald en op welke locatie deze bestanden door verbalisant Koning zijn aangetroffen. Gelet hierop heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 22 augustus 2006 het onderzoek heropend en de stukken in handen gesteld van de officier van justitie met het verzoek hieromtrent nader onderzoek te laten verrichten.

2.7. Naar aanleiding van dit verzoek is door de rechtbank een aanvullend proces-verbaal ontvangen, gedateerd 17 oktober 2006 en opgemaakt door verbalisant A. Koning. In dit proces-verbaal wordt, ondanks het feit dat de vraagstelling die door de rechtbank in haar tussenvonnis wordt gebezigd in dit proces-verbaal wordt herhaald, uitsluitend nader inzicht gegeven in de hiervoor onder 2.2. genoemde 45 bestanden die door verbalisant Koning aan de hand van de hashset zijn geïdentificeerd. Ten aanzien van de door deze verbalisant op een CD-rom geplaatste 1967 afbeeldingen en 8 filmfragmenten – die gelet op het bovenstaande ten grondslag hebben gelegen aan de in de tenlastelegging omschreven afbeeldingen en filmfragmenten – bevat het proces-verbaal geen nadere gegevens.

2.8. Uit het voorgaande volgt dat uit het dossier, waaronder het aanvullend proces-verbaal van 17 oktober 2006 van verbalisant A. Koning, niet blijkt op welke locatie de in de telastelegging genoemde afbeeldingen en filmfragmenten zijn aangetroffen en evenmin in hoeverre zij voor verdachte toegankelijk waren. Aldus is de mogelijkheid opengebleven dat de afbeeldingen en filmfragmenten zijn aangetroffen op niet voor verdachte toegankelijke locaties, zodat er geen sprake is van bezit in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte beschikte over bijzondere, in de regel niet voor consumenten gebruikelijke software waarmee de afbeeldingen en filmfragmenten op die locaties toegankelijk kunnen worden gemaakt. Bovendien is de mogelijkheid opengebleven dat de bedoelde afbeeldingen en filmfragmenten door verdachte zijn gedownload uitsluitend met de intentie deze te bekijken, hetgeen niet valt onder de strafbaarstelling van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. Uit de wetsgeschiedenis blijkt immers dat de wetgever het enkele bekijken van afbeeldingen van kinderpornografische aard niet strafbaar heeft willen stellen, zie Kamerstukken II 2001-2002, 27 745, nr. 15, p. 2.

2.9. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de in de telastelegging genoemde afbeeldingen en filmfragmenten gedurende de in de telastelegging opgenomen periode in zijn bezit heeft gehad in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

3. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het telastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat hij

ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 14/810181-06 onder 1. telastegelegde

op tijdstippen in de periode van 01 juni 2004 tot en met 01 november 2005 in de gemeente Schagen, met [slachtoffer], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], immers heeft verdachte die [slachtoffer] gepijpt en afgetrokken en het kruis van die [slachtoffer] (boven de kleding) betast en gestreeld en zijn, verdachtes, penis in de anus van die [slachtoffer] gebracht en die [slachtoffer] bewogen om hem, verdachte, af te trekken en/of te pijpen en/of zijn penis te brengen in de anus van verdachte;

ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 14/810181-06 onder 2. telastegelegde

op tijdstippen in de periode van 01 juni 2004 tot en met 01 november 2005 in de gemeente Schagen, aan [slachtoffer], die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, telkens een gegevensdrager, bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, te weten videobanden en computerbestanden met films en foto's van één of meer mannen en vrouwen die gemeenschap met elkaar hebben, heeft vertoond, terwijl hij wist dat die [slachtoffer] jonger was dan zestien jaar.

Hetgeen meer of anders in de zaak met parketnummer 14/810181-06 onder 1. en onder 2. is telastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

5. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1. in de zaak met parketnummer 14/810181-06:

Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2. in de zaak met parketnummer 14/810181-06:

Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie hij weet, dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd.

6. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. MOTIVERING VAN DE STRAF

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft gedurende een periode van ongeveer anderhalf jaar ontuchtige handelingen gepleegd met een jongen die ten tijde van de ontucht 14 en 15 jaren oud was. Verdachte is daarbij ook seksueel binnengedrongen in het lichaam van die jongen door zijn penis in de anus van die jongen te brengen en door zijn penis in de mond van die jongen te brengen. De ontucht bestond verder uit het pijpen, aftrekken, strelen en betasten van die jongen. Ook heeft verdachte die jongen bewogen hem af te trekken, te pijpen en zijn penis in de anus van verdachte te brengen.

Dit zijn ernstige feiten, waarmee verdachte inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke, geestelijke en seksuele integriteit van het slachtoffer. De ervaring leert dat slachtoffers van seksueel misbruik nog langdurig de psychische en emotionele gevolgen daarvan kunnen ondervinden, terwijl het seksueel misbruik bovendien een ernstige verstoring van de seksuele ontwikkeling van het slachtoffer tot gevolg kan hebben. Verdachte is daar volledig aan voorbijgegaan en heeft uitsluitend oog gehad voor bevrediging van zijn persoonlijke lustgevoelens.

In hoeverre het slachtoffer de seksuele handelingen vrijwillig heeft ondergaan of eventueel zelfs daartoe het initiatief heeft genomen, zoals door verdachte naar voren is gebracht, is voor de strafwaardigheid van het gedrag van verdachte niet van belang. Artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht beoogt personen beneden de leeftijd van 16 jaren zo doeltreffend mogelijk te beschermen tegen het ondergaan van seksuele handelingen waarbij de verleiding daartoe mede van henzelf kan uitgaan. De door de wetgever voor minderjarigen geboden geachte bescherming tegen het ondergaan van seksuele handelingen is zo verstrekkend dat de eigen keuzes van die minderjarigen niet van doorslaggevend belang zijn. Uitgangspunt van de wetgever is dat personen van een zo jeugdige leeftijd niet voldoende in staat zijn om de draagwijdte van hun handelen te overzien en hun wil dienaangaande in vrijheid te bepalen en dat zij in zoverre tegen een ongewenste beïnvloeding van hun wil moeten worden beschermd.

Verdachte heeft hiernaast samen met die minderjarige jongen seksfilms gekeken en hem hiermee blootgesteld aan beelden van seksuele aard die, gelet op de jeugdige leeftijd van die jongen, een ongewenst schadelijke invloed op zijn persoon en op zijn seksuele ontwikkeling kunnen hebben. Ook ten aanzien van dit misdrijf is de wil van de betrokken jeugdige zelf niet van belang voor de strafwaardigheid van het gedrag van verdachte.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de volgende over verdachte uitgebrachte stukken.

- Het Vroeghulp interventierapport van de Reclassering Nederland van 09 mei 2006, opgesteld door de rapporteur S.J. Soffner, reclasseringswerker.

- Het Voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland van 30 juni 2006, opgesteld door de rapporteur G. Muntinga, reclasseringswerkster.

- Het Voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland van 07 november 2006, opgesteld door de rapporteur P. Leek, Reclasseringswerker.

- Het Pro Justitia Rapport van 11 juli 2006, opgesteld door de psycholoog drs. R.S. Turk.

- De nadere toelichting van 02 oktober 2006 die de psycholoog drs. R.S. Turk op verzoek van de rechtbank heeft gegeven op het Pro Justitia Rapport van 11 juli 2006.

- Het Pro Justitia Rapport van 25 oktober 2006, opgesteld door de psychiater R.J.H. Winter. In dit rapport vraagt de psychiater zich af of de diagnose pedofilie voldoende onderbouwd kan worden door de bekende feiten en de levensgeschiedenis van verdachte. Er is immers geen bewijs dat verdachte ook in vroeger jaren seksuele handelingen heeft gehad met kinderen in de prepuberteit (13 jaar of jonger). Dit is Criterium A voor de diagnose pedofilie in de DSM IV classificatieschaal. Dat er sprake is van recidiverende, intense, seksueel opwindende fantasieën lijkt gesteund te worden door het aangetroffen materiaal op de computer van verdachte. Vervolgens stelt criterium B dat verdachte ook op basis van deze drang gehandeld moet hebben of dat de seksuele drang en fantasieën duidelijk lijden veroorzaken of relatieproblemen. Dit staat zonder meer vast bij verdachte en de psychiater concludeert dat er strikt genomen inderdaad gesproken kan worden van de diagnose pedofilie.

Met de psycholoog Turk is de psychiater van oordeel dat er geen sprake is van een persoonlijkheids-stoornis in engere zin conform de criteria van DSM IV. Dit betekent echter dat er ook geen logische basis is voor het verminderd of niet toerekenen van strafbare feiten. De diagnose pedofilie van verdachte is evenmin een grond voor vermindering van zijn vrije wilskeuze. De psychiater adviseert verdachte daarom als volledig toerekeningsvatbaar te beschouwen. De psychiater verwacht voorts nauwelijks enige meerwaarde van welke vorm van behandeling of begeleiding dan ook en geeft vanuit psychiatrisch oogpunt dienaangaande dan ook geen aanbevelingen. Het persoonlijkheidsprofiel heeft immers geen bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de strafbare feiten. De kans op recidive acht de psychiater gering.

De rechtbank neemt de conclusies van de psychiater over en maakt deze tot de hare. Gelet op deze conclusies zal de rechtbank aan het voorwaardelijk op te leggen gedeelte van de gevangenisstraf niet de bijzondere voorwaarde van verplicht contact met de Reclassering verbinden.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de gevolgen die deze strafrechtelijke vervolging voor verdachte heeft gehad. Verdachte is een thans 57-jarige man die zijn baan als arts-assistent niet in opleiding binnen een psychiatrisch ziekenhuis is kwijtgeraakt en naar verwachting niet snel weer ergens een aanstelling als basisarts zal krijgen. Ook in sociaal opzicht lijdt verdachte onder de vervolging vanwege de vervreemding van vrienden en een deel van zijn familie die deze vervolging tot gevolg heeft gehad.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging tot slot gelet op het op naam van verdachte staand Uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 19 april 2006, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.

De rechtbank zal bij de strafoplegging niet de artikelen 14a en 14b van het Wetboek van Strafrecht hanteren zoals deze golden ten tijde van het begaan van de misdrijven, maar zal toepassing geven aan de nieuwe artikelen 14a en 14b zoals deze bij de Wet herijking wettelijke strafmaxima op 01 februari 2006 zijn gaan gelden. De rechtbank is van oordeel dat de nieuwe artikelen gunstiger zijn voor verdachte in de zin van artikel 1 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht.

8. MOTIVERING VAN DE MAATREGEL

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen Laser Computer, kleur wit, de Dell Computer, kleur zwart, en de CD-Rom met kinderporno dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Het onder 2. bewezenverklaarde is mede met behulp van deze goederen begaan.

9. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36d, 57, 240a en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

10. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 14/810214-06 telastegelegde, zoals hierboven in de rubriek VRIJSPRAAK aangeduid, heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 14/810181-06 onder 1. en onder 2. telastegelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders in de zaak met parketnummer 14/810181-06 onder 1. en onder 2. ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt verdachte voor het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 15 (vijftien) maanden.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Onttrekt aan het verkeer een Laser Computer, kleur wit, een Dell Computer, kleur zwart, en een CD-Rom met kinderporno .

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door

mr. O.M. Harms, voorzitter,

mrs. J. Westdorp en M.E. Francke, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R. Hirzalla, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 november 2006.