Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2006:AZ1161

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
24-10-2006
Datum publicatie
30-10-2006
Zaaknummer
14.018038-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

medeplegen van het verspreiden, openlijk ten toon stellen en in voorraad hebben van een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van 16 jaar resp. 18 jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14.018038-03

Datum uitspraak: 24 oktober 2006

OP TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboorte datum],

wonende te [adres en woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 februari 2005 en 10 oktober 2006 en met inachtneming van hetgeen is overwogen in het interlocutoir vonnis van 17 februari 2005.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de gewijzigde vordering van de officier van justitie van 10 oktober 2006, die er thans toe strekt dat de rechtbank:

• de tenlastegelegde feiten 1 primair en 2 bewezen zal verklaren;

• de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met oplegging van de algemene voorwaarde;

• de in beslaggenomen voorwerpen onttrekken aan het verkeer en verbeurd zal verklaren.

Voorts heeft de officier van justitie een ontnemingsvordering aangekondigd.

Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en mr. H. Teunisse, raadsman van de verdachte, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is, nadat een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging is toegelaten, ten laste gelegd, dat

1.

hij in de periode van 8 februari 2000 tot en met 30 september 2002 in de gemeente Den Helder en/of in de gemeente Uitgeest, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het verspreiden en/of openlijk ten toon stellen en/of vervaardigen en/of

invoeren en/of doorvoeren en/of uitvoeren en/of in voorraad hebben van (een) afbeelding(en), te weten (onder andere) (een) afbeelding(en) als voorkomende in het

proces-verbaal onder de bladnummers 379, 385, 388, 401, 412, 415, 418, 421, 424 en/of 429, zijnde (een) afbeelding(en) van sexuele gedragingen, waarbij (een) perso(o)n(en),

die kennelijk de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft/hebben bereikt,

zijn/is betrokken, immers heeft/hebben verdachte en/of (een van) zijn mededader(s)

een of meer internet-sites geopend en/of in stand gehouden en/of

hierop een of meer bovenbedoelde afbeeldingen geplaatst en/of geplaatst

gehouden (waarna het voor internet-gebruikers mogelijk was

{na het betalen van een bedrag via een zogenaamde internet-kassa}

deze afbeelding(en) te bekijken en/of te downloaden);

2.

hij op of omstreeks 30 januari 2003 in de gemeente Den Helder,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

één of meermalen een gegevensdrager, bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten (onder andere) een of meer afbeelding(en) zoals aangetroffen in een computer en/of op een CD-rom op het adres [adres] en voorkomende in het proces-verbaal op de/het blad(en) 202 tot en met 206, bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon, die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken, (telkens) in bezit heeft gehad;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. GEDEELTELIJKE VRIJSPRAKEN:

De rechtbank acht de volgende onderdelen van feiten niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte daarvoor vrijspreken:

feit 1: gedeeltelijke vrijspraak en wel van de foto’s van [slachtoffer 2] (blzn. 401 en 415), [slachtoffer 3] (blz. 412), [slachtoffer 4] (blz. 418) en [slachtoffer 5] (blz. 421);

feit 2: gedeeltelijke vrijspraak en wel van de foto’s van [slachtoffer 9](blz. 202), [slachtoffer 8] (blz. 203 en [slachtoffer 1] (blz. 206).

3. TOELICHTING OP DE GEDEELTELIJKE VRIJSPRAKEN EN BEWEZENVERKLARING:

Aan verdachte wordt in feit 1 - kort samengevat - verweten dat hij in een bepaalde periode tezamen en in vereniging verboden gedragingen heeft verricht met betrekking tot kinderpornografische afbeeldingen van meisjes die kennelijk de leeftijd van 16 nog niet hebben bereikt.

Het is dikwijls niet mogelijk om de identiteit en dus ook de werkelijke leeftijd van een afgebeelde persoon te achterhalen. Volgens literatuur en jurisprudentie behoeft de leeftijd van de afgebeelde kinderen niet bewezen te worden indien zij blijkens hun lichamelijke kenmerken op de afbeeldingen kennelijk jonger zijn dan 16. Het moet dus gaan om duidelijke gevallen. Bij prepuberale kinderpornografie is het doorgaans zonneklaar dat het afgebeelde kind nog geen 16 oud is. Bij postpuberale kinderpornografie hoeft de leeftijd niet bewezen te worden indien een verantwoorde schatting kan worden gemaakt van de leeftijd van de afgebeelde persoon.

Hoe moeilijk het is om een verantwoorde schatting te maken, is gebleken op de terechtzitting van 10 oktober 2006, bij welke gelegenheid de getuige-deskundige [betrokkene 1] een aantal foto’s heeft beoordeeld op basis waarvan hij een oordeel heeft geven over de leeftijden van de afgebeelde personen. Het merendeel van deze foto’s was al in het opsporingsonderzoek beoordeeld door twee combinaties van verbalisanten ([betrokkene 2] en [betrokkene 1] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4]) die op grond van trainingen en ervaring deskundig geacht worden met betrekking tot de schatting van leeftijden van minderjarigen op pornografische afbeeldingen. Van de foto’s van de hierna te bespreken meisjes [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 1] werd gerelateerd dat deze meisjes op deze foto’s kennelijk de leeftijd van 16 jaar nog niet hadden bereikt toen de foto’s werden gemaakt. Een deel van deze schattingen is weerlegd doordat de geboortedata van enkele meisjes bekend zijn geworden. Na het bekijken van deze kleurenfoto’s op de terechtzitting door de getuige-deskundige [betrokkene 1], voor een deel dezelfde foto’s die hij eerder had beoordeeld, kwam deze tot aanmerkelijk hogere schattingen. (Bij [slachtoffer 3] ca. 18 jaar, [slachtoffer 4] 16 à 17 jaar, [slachtoffer 2] ca. 18 jaar, [slachtoffer 5] 16 à 17 jaar, [slachtoffer 1] 16 à 17 jaar). Door deze ervaring is de rechtbank zich scherp bewust geworden van de betrekkelijkheid van de waarde van leeftijdschattingen door daarvoor opgeleide politiemensen en zal zij hiervan slechts terughoudend gebruik maken voor het bewijs.

Zoals de getuige-deskundige [betrokkene 1] op de terechtzitting heeft verklaard, kan bij postpuberale pornografie dikwijls geen verantwoorde schatting van de leeftijd worden gemaakt. In dergelijke gevallen zal de officier van justitie aanvullend bewijs voor de leeftijd moeten aandragen.

Met betrekking tot de Braziliaanse meisjes [slachtoffer 6], [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] had de rechtbank al op de eerste inhoudelijke zitting de beschikking over bewijsstukken met betrekking tot de leeftijden. Uit deze stukken die de Braziliaanse autoriteiten hebben opgestuurd, zijn de leeftijd en de identiteit van deze meisjes bekend geworden. Hierover is geschreven door de Braziliaanse officier van justitie in een brief en door de Braziliaanse rechter in een vonnis. Voorts zijn van twee van deze meisjes geboorteakten voorhanden en hebben de meisjes zelf verklaringen afgelegd. Uit deze stukken blijkt dat zij resp. 15, 15 en 13 jaar oud waren. Anders dan de verdediging twijfelt de rechtbank niet aan de betrouwbaarheid van deze stukken en evenmin aan het feit dat zij betrekking hebben op de afgebeelde meisjes.

Op grond van deze stukken en op grond van de eigen waarneming van de rechtbank met betrekking tot de tenlastegelegde afbeeldingen zelf acht de rechtbank bewezen dat deze meisjes op de foto’s kennelijk de leeftijd van 16 jaar resp. 18 jaar nog niet hebben bereikt.

Van de Russische en Oekraïense meisjes waren tot de terechtzitting van 9 februari 2005 geen personalia bekend. In het dossier zijn diverse processen-verbaal aanwezig van leeftijdschattingen met betrekking tot deze meisjes door de hierboven genoemde koppels zedenrechercheurs, inhoudende dat deze meisjes kennelijk de leeftijd van 16 nog niet hadden bereikt. Op de zitting van 9 februari 2005 heeft de verdediging kopieën van legitimatiebewijzen met daarop pasfoto’s van deze meisjes overgelegd om aan te tonen dat deze meisjes niet kennelijk jonger waren dan 16 resp. 18 jaar. Geconfronteerd met deze stukken heeft de rechtbank gepoogd door middel van nader onderzoek in Rusland en de Oekraïne alsnog de juiste personalia van deze meisjes te achterhalen. Dit is slechts voor een klein deel gelukt.

met betrekking tot [slachtoffer 2]:

Uit de stukken die in antwoord op het rechtshulpverzoek zijn toegestuurd, blijkt dat de Sovjetautoriteiten op 29 januari 1999 het Sovjetpaspoort waarvan verdachte een kopie heeft overgelegd, heeft afgegeven aan [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum [slachtoffer 2]] 1982. De foto op de door verdachte overgelegde kopie is dezelfde foto als die bij de paspoortaanvraag van 1999 is gevoegd. Ook de geboortedatum en de overige gegevens zijn in overeenstemming met de aanvraag, hetgeen een aanwijzing vormt voor de echtheid en onvervalstheid van het document. Bovendien is in het dossier een verklaring van [slachtoffer 2] aanwezig. Zij verklaart dat zij vanaf ongeveer november 1999 onder de schuilnaam [slachtoffer 2] een aantal malen als naaktmodel heeft geposeerd voor de fotograaf [betrokkene 5] in de stad Perm. Tijdens deze fotosessies heeft zij ook sexuele handelingen verricht met [betrokkene 5], terwijl de vriendin van [betrokkene 5] daarvan foto’s maakte. Ook heeft zij uit vrije wil een overeenkomst ondertekend waarbij zij toestemming gaf voor het gebruik van de foto- en videobeelden. Deze verklaring wordt bevestigd door haar vriendin [betrokkene 6]., die heeft verklaard dat zij en [SLACHTOFFER 2] zich in dezelfde periode door [betrokkene 5] naakt hebben laten fotograferen. Op grond van vorenstaande gegevens neemt de rechtbank aan dat het meisje [slachtoffer 2] dat is afgebeeld op de tenlastegelegde foto’s de bovengenoemde [slachtoffer 2] is en dat zij is geboren op [geboortedatum [slachtoffer 2]] 1982.

Hieruit volgt dat [slachtoffer 2] op [geboortedatum [slachtoffer 2]] 1998 16 jaar en op [geboortedatum [slachtoffer 2]] 2000 18 jaar oud werd.

met betrekking tot feit 1:

Er is geen enkele aanwijzing in het dossier dat de in feit 1 bedoelde foto’s van [slachtoffer 2] zijn gemaakt voor [geboortedatum [slachtoffer 2]] 1998, de dag waarop [slachtoffer 2] 16 jaar werd. [slachtoffer 2] en [betrokkene 6] hebben verklaard dat de eerste foto’s pas vanaf ongeveer november 1999 zijn gemaakt. Mede op grond van de eigen waarneming van de rechtbank acht de rechtbank niet bewezen dat [slachtoffer 2] op de in feit 1 genoemde foto’s op de blzn. 401 en 415 kennelijk de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt.

met betrekking tot [slachtoffer 3]:

Uit de stukken die in antwoord op het rechtshulpverzoek zijn toegestuurd, blijkt dat de Russische Federatie op 27 september 2000 het paspoort waarvan verdachte een kopie heeft overgelegd heeft afgegeven aan [betrokkene 8], geboren op [geboortedatum [betrokkene 8]] 1982. De foto van het model [slachtoffer 3] op de door verdachte overgelegde kopie is niet dezelfde als de foto die bij de paspoortaanvraag van 2000 is gevoegd. Dit wijst erop dat met de door verdachte overgelegde kopie is geknoeid. Deze aanwijzing wordt versterkt door de verklaring van bovengenoemde [betrokkene 8] dat zij haar paspoort heeft uitgeleend aan haar vriendin [betrokkene 9] die zich voor geld wilde laten fotograferen, maar die nog geen 18 jaar oud was. Vervolgens heeft deze [betrokkene 9], geboren op [geboortedatum [betrokkene 9]] 1982, verklaard dat zij tegen betaling foto’s voor internet wilde laten maken, maar dat zij nog geen 18 jaar oud was. Daarom heeft zij gebruik gemaakt van het paspoort van een vriendin. Zij heeft dit paspoort aan de fotograaf [betrokkene 5] gegeven en heeft het later van hem terug ontvangen. [betrokkene 5] heeft gedurende ongeveer zeven maanden een aantal fotoseries in ondergoed van haar gemaakt. Zij verklaart dat zij, toen hij haar voorstelde te poseren voor naaktfoto’s, is weggegaan en niet meer is teruggekomen.

Het is de vraag of deze [betrokkene 9] het model [slachtoffer 3] is dat is afgebeeld op de tenlastegelegde naaktfoto op blz. 412. Volgens haar eigen verklaring heeft zij niet geposeerd voor naaktfoto’s. Een onderzoek naar overeenkomsten tussen de pasfoto van [betrokkene 9] en de pasfoto van het model [slachtoffer 3] op de door verdachte overgelegde kopie van een paspoort leverde door de slechte kwaliteit van de foto’s geen positief resultaat op. Een vergelijking door de rechtbank van twee door Rusland verstrekte pasfoto’s (een oude en een recente) van [betrokkene 9] met de tenlastegelegde foto van het model [slachtoffer 3] leverde evenmin een volledige herkenning op. Dat betekent dat het model [slachtoffer 3] mogelijk een ander nog onbekend meisje is voor wie nogmaals het paspoort of een kopie daarvan van [betrokkene 8] is gebruikt.

Indien men echter aanneemt dat [betrokkene 9] wel is afgebeeld op de foto op blz. 412, geldt het volgende:

Het feit dat de door verdachte overgelegde kopie van het paspoort is afgegeven op 27 september 2000 vormt een aanwijzing dat de foto van het model [slachtoffer 3] op of na deze datum is gemaakt. Toen was [betrokkene 9] op twee maanden na 18 jaar.

Dit betekent dat van de in feit 1 genoemde foto op blz. 412 van [betrokkene 9] niet vaststaat dat deze is gemaakt op een moment dat [slachtoffer 3] nog geen 16 jaar oud was. Op grond van het vorenstaande is het mogelijk dat de foto op blz. 412 is gemaakt voor 16 november 2000, dus voor de 18e verjaardag van [slachtoffer 3]. In zijn aanvullend proces-verbaal van 28 november 2005 noemt brigadier [betrokkene 7] als vroegst mogelijke opnamedatum van een foto van [slachtoffer 3] 24 september 2000. Het is echter niet duidelijk of dit de tenlastegelegde foto is. Het is evenzeer mogelijk dat de foto bij een latere fotocessie na haar 18e verjaardag is gemaakt.

Indien men aanneemt dat het model [slachtoffer 3] op de foto op blz. 412 een meisje is waarvan wij de personalia niet kennen, zal de rechtbank de leeftijd van het meisje op de foto moeten vaststellen aan de hand van de foto zelf.

Wat de afbeelding zelf betreft is het naar het oordeel van de rechtbank niet evident dat [slachtoffer 3] op de foto op blz. 412 kennelijk nog geen 16 resp. 18 jaar oud is. Voorts heeft de getuige-deskundige [betrokkene 1] op de terechtzitting de kleurenfoto’s van [slachtoffer 3] op blzn. 1116 (=412), 1117 (=413) en 331 beoordeeld. Hij schatte dat [slachtoffer 3] op deze foto’s rond de 18 jaar is.

Met betrekking tot de feit 1:

Op grond van het bovenstaande en op grond van de eigen waarneming van de rechtbank kan niet bewezen worden dat het model [slachtoffer 3] op de foto op blz. 412 kennelijk de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt.

met betrekking tot [slachtoffer 4]:

Uit de stukken die in antwoord op het rechtshulpverzoek zijn toegestuurd, blijkt dat Oekraïne op 9 februari 1999 het paspoort waarvan verdachte een kopie heeft overgelegd heeft afgegeven aan [betrokkene 10], geboren op [geboortedatum [betrokkene 10]] 1982. De foto van het model [slachtoffer 4] op de door verdachte overgelegde kopie is niet dezelfde als de foto die bij de paspoortaanvraag van 1999 is gevoegd. Dit wijst erop dat met de door verdachte overgelegde kopie is geknoeid.

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek niet duidelijk is geworden wie het model [slachtoffer 4] is, zodat de leeftijd van dit meisje niet bekend is geworden. De rechtbank zal daarom bij de beoordeling of er sprake is van kinderpornografie moeten afgaan op de afbeelding op blz. 418 zelf. De verbalisanten [betrokkene 2] en [betrokkene 1] schatten in hun proces-verbaal van 23 april 2003 de leeftijd van [slachtoffer 4] gezien haar lichamelijke kenmerken op onder de zestien jaar (blz.1018=320 eerste alinea). De getuige-deskundige [betrokkene 1] heeft op de terechtzitting de kleurenfoto’s op de blzn. 1122 (=418) en 333 van het model [slachtoffer 4] beoordeeld en hij schatte de leeftijd van [slachtoffer 4] op 16 à 17 jaar.

met betrekking tot feit 1:

Dit betekent dat niet bewezen kan worden dat [slachtoffer 4] op de in feit 1 genoemde foto op blz. 418 kennelijk de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt.

met betrekking tot [slachtoffer 5]:

Uit de stukken die in antwoord op het rechtshulpverzoek zijn toegestuurd, blijkt dat Oekraïne op 20 april 2001 het paspoort met het nummer [PASPOORTNUMMER] waarvan verdachte een kopie heeft overgelegd heeft afgegeven aan [betrokkene 11], geboren op [geboortedatum [betrokkene 11]] 1983. De foto van [slachtoffer 5] op de door verdachte overgelegde kopie is op het eerste gezicht gelijk aan de foto op de paspoortaanvraag. De geboortedatum op de door verdachte overgelegde kopie is de 21e van een maand in cyrillisch schrift van het jaar 1982. Deze geboortedatum wijkt af van de geboortedatum van degene aan wie dit paspoort is verstrekt. Dit wijst erop dat met de door verdachte overgelegde kopie is geknoeid.

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek niet duidelijk is geworden wie het model [slachtoffer 5] is, zodat geen leeftijd van dit model bekend is geworden. De rechtbank zal daarom bij de beoordeling of er sprake is van kinderpornografie moeten afgaan op de afbeelding op blz. 421 zelf. De verbalisanten [betrokkene 2] en [betrokkene 1] schatten in hun proces-verbaal van 23 april 2003 de leeftijd van [slachtoffer 5] gezien haar lichamelijke kenmerken op onder de zestien jaar (blz.1018=320 eerste alinea). De getuige-deskundige [betrokkene 1] heeft op de terechtzitting de kleurenfoto’s op blzn. 1125 (=421) en 332 van het model [slachtoffer 5] beoordeeld en hij schatte de leeftijd van [slachtoffer 5] op 16 à 17 jaar.

met betrekking tot feit 1:

Dit betekent dat niet bewezen kan worden dat [slachtoffer 5] op de in de feit 1 genoemde foto op blz. 421 kennelijk de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt.

met betrekking tot [slachtoffer 1]:

Uit onderzoek door de rechter-commissaris in Omsk in Rusland is komen vast te staan dat het model [slachtoffer 1], dat op vele fotoseries in het dossier voorkomt, het meisje [slachtoffer 1] is. Volgens een bij verdachte in bezit zijnde kopie van een identiteitsbewijs met daarop de foto van het model [slachtoffer 1] zou zij geboren zijn op [geboortedatum [slachtoffer 1]] 1982. Bij onderzoek bleek echter dat in deze kopie was geknoeid met de geboortedatum en dat [slachtoffer 1] in werkelijkheid geboren was op [geboortedatum [slachtoffer 1]] 1983. Dit betekent dat zij op [geboortedatum [slachtoffer 1]] 1999 16 jaar en op [geboortedatum [slachtoffer 1]] 2001 18 jaar oud werd.

Volgens de verklaringen van [slachtoffer 1] en de fotograaf [betrokkene 5] ten overstaan van de rechter-commissaris zijn de eerste foto’s door [betrokkene 5] van [slachtoffer 1] gemaakt in de zomer van 1999, dus kort na haar zestiende verjaardag. Uit het opsporingsonderzoek (blzn. 1014 en 1221) blijkt dat de politie Groningen in juni 1999 een fotoserie van [slachtoffer 1] (blz. 1216 t/m 1219) op de site [site 1], die bij [betrokkene 5] in gebruik was, op internet heeft aangetroffen. Op grond van dit gegeven, mag worden aangenomen dat de eerste foto’s van [slachtoffer 1] in of voor juni 1999 zijn gemaakt. Deze serie is overigens niet op een website van verdachte aangetroffen.

In het proces-verbaal van 23 januari 2006 relateert brigadier [betrokkene 7] dat de vroegst mogelijke foto van [slachtoffer 1] werd aangetroffen op de cd-rom [cd-rom 1]. In de map Zips stonden ingepakte fotobestanden die op 26 juni 2000 op deze cd-rom waren gezet. Nadat de gezipte bestanden waren uitgepakt, bleken het dezelfde afbeeldingen te zijn als in de map [slachtoffer 1] die het complete fotoalbum bevatte. De vroegste datum ‘datum modified’ van het eerste gezipte bestand bleek 15 juni 2000 te zijn. Het is overigens niet duidelijk of dit de in de tenlastelegging genoemde foto’s zijn.

Volgens de verklaring van [slachtoffer 1] zijn vele fotoseries door [betrokkene 5] van haar gemaakt, de laatste in juli 2001. Ook [betrokkene 5] verklaart dat de laatste fotoserie is gemaakt in de zomer van 2001. Toen was [slachtoffer 1] ongeveer een maand 18 jaar oud. Hieruit leidt de rechtbank af dat het merendeel van de foto’s van [slachtoffer 1] gemaakt is tussen haar 16e en 18e jaar en slechts een klein gedeelte na haar 18e verjaardag. Dit sluit ook aan bij de verklaring van de getuige-deskundige [betrokkene 1] op de terechtzitting bij de beoordeling van de foto’s op de blzn. 393, 1111 (=407), 330 en 1110 (=406). Hij schatte de leeftijd van [slachtoffer 1] op deze foto’s op rond de 16 jaar.

met betrekking tot het opzetverweer:

De verdachte heeft betoogd dat hij en zijn medeverdachten nimmer de bedoeling hebben gehad kinderpornografisch materiaal te verspreiden of in voorraad of in bezit te hebben. Zij gingen er vanuit dat alle modellen de vereiste leeftijd hadden. Zij vertrouwden erop dat de leveranciers van de foto’s juiste informatie gaven over de leeftijden. [betrokkene 12] uit Brazilië had bewijsstukken met betrekking tot de leeftijden toegezegd en toen deze niet kwamen, is verdachte [MEDEVERDACHTE] zelf naar Brazilië gereisd om deze stukken op te halen. Van een aantal modellen beschikte verdachte over kopieën van identiteitsbewijzen waaruit moest blijken dat zij de juiste leeftijd hadden. Bovendien gaven de afbeeldingen zelf verdachte en zijn medeverdachten geen aanleiding te vrezen dat de modellen niet de vereiste leeftijd hadden. Verdachte is van oordeel dat zij mochten afgaan op de door de leveranciers gedane mededelingen en de toegezonden stukken, in combinatie met hun eigen oordeel over de leeftijd van de afgebeelde meisjes.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

Voor zover verdachte ontkent dat hij opzet heeft gehad op de te jonge leeftijd van de afgebeelde meisjes, stelt de rechtbank voorop dat dit opzet op de leeftijd niet gesteld en ook niet bewezen behoeft te worden. Vrijspraak van het tenlastegelegde kan slechts volgen indien het de verdachte aan ieder bewustzijn van het bezit van de afbeeldingen heeft ontbroken. De rechtbank overweegt daaromtrent het volgende. De rechtbank is van oordeel dat verdachte niet zonder meer mocht afgaan op mededelingen van de producenten en de toegezonden fotokopieën van identiteitsbewijzen. Verdachte heeft zich beroepsmatig met pornografische afbeeldingen op internet begeven. Zoals de verdachten [MEDEVERDACHTE] en [MEDEVERDACHTE]hebben verklaard, richtten zij zich op een publiek dat afbeeldingen van jonge modellen zoekt. Uit een aantal e-mail berichten en uit de Braziliaanse stukken leidt de rechtbank af dat met name de verdachte [MEDEVERDACHTE] bereid was risico’s te nemen met betrekking tot de minimumleeftijden. Van [betrokkene 12] waren na maanden nog geen bewijsstukken ontvangen, maar desondanks werden de afbeeldingen van [slachtoffer 6], [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] al op internet geplaatst. De fotokopieën van identiteitsbewijzen boden geen enkele garantie voor de echtheid en onvervalstheid van deze documenten. Het lag op de weg van verdachte om hetzij waterdichte garanties te vragen, hetzij geen foto’s te kopen en te verspreiden waarbij twijfel zou kunnen ontstaan over de leeftijd van de modellen. Verdachte heeft welbewust het risico genomen dat hij materiaal van te jonge modellen zou verspreiden of in voorraad zou krijgen.

Partiële vrijspraak feit 2:

met betrekking tot [slachtoffer 9]en [slachtoffer 8] (zg. recovered files):

De verdachte heeft betoogd dat niet kan worden bewezen dat hij op 30 januari 2003 de afbeeldingen van [slachtoffer 9]op blz. 202 en [slachtoffer 8] op blz. 203 ‘in bezit heeft gehad’ als bedoeld in artikel 240b Sr, aangezien hij deze afbeeldingen al geruime tijd daarvoor bewust heeft verwijderd met de bedoeling deze definitief te verwijderen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er op 30 januari 2003 nog steeds sprake van van bezit. Immers de verwijderde afbeeldingen zijn door de politie weer zichtbaar gemaakt als zg. recovered files. De politie gebruikte hiervoor weliswaar forensische software, maar, zoals volgens de officier algemeen bekend is, is op de vrije markt software verkrijgbaar waarmee verwijderde bestanden weer zichtbaar kunnen worden gemaakt.

De rechtbank volgt in deze het standpunt van de verdediging.

De ontdekking van deze zg. recovered files bewijst dat deze foto’s voor verwijdering op de computer van verdachte hebben gestaan. Verdachte geeft dat ook toe en verklaart dat hij deze foto’s opzettelijk heeft verwijderd nadat [MEDEVERDACHTE] in september 2002 in Brazilië was aangehouden. Door die aanhouding begreep hij dat er kennelijk iets mis was met de leeftijden van een aantal modellen en wilde hij zich van deze foto’s ontdoen. De verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat hij zelfs niet wist dat deze foto’s met speciale software weer zichtbaar gemaakt konden worden. In ieder geval is dat nooit zijn bedoeling geweest. De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat verdachte de intentie had om de foto’s op een geheime plaats te bewaren. De door de officier van justitie bedoelde software is niet bij verdachte aangetroffen en evenmin is gebleken dat hij over de deskundigheid beschikt om met dergelijke software om te gaan.

De officier van justitie heeft hierin geen aanleiding gezien het bezit van deze afbeeldingen ten laste te leggen in de periode dat deze foto’s vóór verwijdering nog op de computer van verdachte stonden. Hij heeft het bezit van de foto’s ten laste gelegd op de dag dat zij met forensische software weer zichtbaar zijn gemaakt.

Naar het oordeel van de rechtbank kan de aanwezigheid van de foto’s op blzn. 202 en 203 als zg. recoverd folder niet worden aangemerkt als het door verdachte in bezit hebben van deze foto’s als bedoeld in artikel 240b Sr., zodat verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. (zie ook Hof Den Haag 23-2-2006, LJN: AV2588, conclusie AG Knigge bij Hoge Raad 28-2-2006, LJN: AU9104 en rechtbank Zwolle 1 september 2005, LJN: AU1861).

met betrekking tot [serie 4] en [serie 5]:

Op de computer van verdachte zijn op 30 januari 2003 ook de volgende foto’s aangetroffen:

Een foto op blz. 204 = blz. 3112 drie meisjes met het onderschrift [onderschrift] en een foto op blz. 205 = blz. 3164 twee meisjes met het bovenschrift [bovenschrift]. Van deze meisjes zijn geen personalia bekend geworden. De verbalisant [betrokkene 4] schat de leeftijd van deze modellen op blz. 3101 van het proces-verbaal onder de 18 jaar. De getuige-deskundige [betrokkene 1] schat op de terechtzitting een van de meisjes op de [foto 1] foto rond de 16 jaar en het staande meisje op de [foto 2] foto 16 à 17 jaar oud. Op grond van deze schattingen en de eigen waarneming van de rechtbank acht de rechtbank bewezen dat verdachte deze foto’s in bezit heeft gehad, terwijl de daarop afgebeelde personen kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hadden bereikt.

4. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande,

1.

dat hij in de periode van 8 februari 2000 tot en met 30 september 2002 in de gemeente Den Helder en in de gemeente Uitgeest, tezamen en in vereniging met anderen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het verspreiden en openlijk ten toon stellen en

in voorraad hebben van afbeeldingen, te weten afbeeldingen voorkomende in het proces-verbaal onder de bladnummers 379, 385, 388, 424, 429, zijnde afbeeldingen van sexuele gedragingen, waarbij personen, die kennelijk de leeftijd van 16 jaar nog niet hebben bereikt, zijn betrokken, immers hebben verdachte en zijn mededaders internet-sites geopend en in stand gehouden en hierop bovenbedoelde afbeeldingen geplaatst en geplaatst gehouden (waarna het voor internet-gebruikers mogelijk was, al dan niet na het betalen van een bedrag via een zogenaamde internet-kassa, deze afbeelding te bekijken en te downloaden);

2.

dat hij op 30 januari 2003 in de gemeente Den Helder, een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten afbeeldingen aangetroffen in een computer op het adres [adres] en voorkomende in het proces-verbaal op de bladen 204 en 205, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens een persoon, die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, in bezit heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

6. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van het verspreiden, openlijk ten toon stellen en in voorraad hebben van een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, meermalen gepleegd.

ten aanzien van feit 2:

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft, in betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

7. MOTIVERING VAN DE STRAFFEN.

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

Ernst van het feit:

De medeverdachten hebben in het kader van hun internetbedrijf kinderpornografische afbeeldingen vanuit Brazilië en Oost-Europa aangekocht, vanuit Nederland op internet gepubliceerd en grotendeels ook via internet te koop aangeboden. De medeverdachten hebben zowel in Brazilië als in Oost-Europa bij de producenten foto’s besteld en over de te maken foto’s contact gehad. Verdachte is betrokken geweest bij deze activiteiten van zijn [medeverdachten] door handelingen te verrichten met betrekking tot deze sites. Bovendien heeft hij op zijn eigen sites actief aandacht gevraagd voor de sites van zijn [medeverdachten.]

Gebleken is dat drie van de Braziliaanse meisjes jonger dan 16 jaar waren en dat drie Oost-Europese meisjes jonger dan 18 jaar waren toen zij werden gefotografeerd. Daarnaast is een ook uit andere onderzoeken bekende foto van een zeer jong meisje aangetroffen. Deze foto is aangetroffen op een cd-rom. Van verdere handelingen van verdachten met deze foto is niet gebleken.

De strafbepaling van artikel 240b Sr beoogt seksueel misbruik van jeugdigen en de commerciële uitbuiting daarvan tegen te gaan. Het artikel is de laatste tien jaren regelmatig aangepast aan actuele ontwikkelingen en veranderde inzichten. In 1996 is de maximum straf drastisch verhoogd van drie maanden naar vier jaren. Indien een pleger van dit delict een beroep of een gewoonte maakt, is de maximumstraf zelfs 6 jaren. In de loop der tijd is een aantal begrippen uit deze bepaling ruimer geformuleerd of uitgelegd. Tenslotte is bij de wetswijziging die op 1 oktober 2002 in werking trad, de leeftijdsgrens verhoogd van 16 naar 18 jaren en is ook virtuele kinderpornografie strafbaar gesteld. Uit deze ontwikkeling is duidelijk dat de wetgever steeds actiever en harder wenst op te treden tegen het verschijnsel kinderpornografie.

professioneel optreden:

De verdachte en zijn medeverdachten hebben zich beroepshalve bezig gehouden met de aankoop en verspreiding via internet van pornografische afbeeldingen. Uit het onderzoek is gebleken dat de medeverdachten met behulp van drie servers een groot aantal pornografische websites in werking hadden. Voorts bleken zij meer dan een miljoen pornografische afbeeldingen in bezit te hebben. Deze sites leverden aanmerkelijke inkomsten op. De verdachte [MEDEVERDACHTE] reisde in verband met deze zakelijke activiteiten naar zijn leveranciers in Brazilië en Rusland.

Dit brengt met zich mee dat van de verdachten een grotere verantwoordelijkheid mag worden verwacht dan van de gemiddelde internetgebruiker die al surfend pornografie downloadt en daarbij mogelijk kinderpornografische foto’s binnenhaalt. De verdachten behoren bij hun inbreng in deze wereldwijde pornomarkt de door de wetgever getrokken grenzen te bewaken door daaraan niet bewust of uit slordigheid kinderporno toe te voegen. Van hen mag worden verwacht dat ze een veilig beleid voeren en niet gemakkelijk vertrouwen op mededelingen van leveranciers of op toegezonden kopieën van identiteitsdocumenten, waarmee heel eenvoudig geknoeid kan worden. Hoe groot het risico op dergelijke knoeierijen is, mag blijken uit het feit dat in deze strafzaak het merendeel van de onderzochte kopieën van identiteisbewijzen vervalst bleek te zijn. De verantwoordelijkheid was des te groter nu medeverdachten niet alleen al bestaande foto’s kochten, maar ook met de producenten overleg voerden over nog te maken foto’s. Zij moeten zich er voorts van bewust zijn geweest dat de foto’s gemaakt werden in landen waar de sociaal economische omstandigheden minder gunstig zijn dan in West-Europa.

omvang van de zaak:

In deze zaak doet zich de toevallige omstandigheid voor dat de doorzoekingen van de woning van verdachten [MEDEVERDACHTE] en [MEDEVERDACHTE]en de bedrijfsruimte van de vof [BEDRIJF] op 3 oktober 2002 hebben plaatsgevonden, terwijl slechts twee dagen eerder de leeftijdgrens van artikel 240b Sr was verhoogd van 16 naar 18 jaar. Dat betekent dat veel pornografische afbeeldingen die tot en met 30 september 2002 legaal waren, de volgende dag illegaal waren.

Dit brengt met zich mee dat voor de foto’s genoemd in feit 1, welk feit ziet op de langste periode van 8 februari 2000 tot en met 30 september 2002, het oude recht gold en moest worden bewezen dat de zeven meisjes op de foto’s kennelijk de leeftijd van 16 jaar nog niet hebben bereikt. Alleen bij foto’s van de drie Braziliaanse meisjes [slachtoffer 6], [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] is de rechtbank tot die bewezenverklaring gekomen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat dit niet het gevolg is van een ongelukkige selecties van foto’s, want vrijwel alle foto’s in het dossier - en dat zijn er zeer vele - tonen meisjes in de postpuberale fase waarvan moeilijk aan de hand van lichaamskenmerken kan worden beoordeeld of ze 16, 17 of wellicht al 18 jaar zijn. Uit de verklaringen van verdachte [MEDEVERDACHTE] en [MEDEVERDACHTE]valt af te leiden dat de vof [BEDRIJF] zich bewust richtte op dit segment van de markt en dat zij zich realiseerden dat zij daarmee risico liepen.

Tijdsverloop:

Voorts moet worden vastgesteld dat het onderzoek veel tijd in beslag heeft genomen. Na de eerste confrontatie van verdachte met het onderzoek in oktober 2002 is de zaak op 17 maart 2004 voor het eerst op de terechtzitting aangebracht. Vanwege een langdurige detentie in Brazilië was de verdachte [MEDEVERDACHTE] nog niet gehoord. De behandeling van de zaak is toen op verzoek van de officier van justitie en de verdediging geschorst onder meer om de verdachte [MEDEVERDACHTE] alsnog door de rechter-commissaris te doen verhoren en om nader onderzoek te doen in Brazilië. Op 9 februari 2005 is de zaak op de terechtzitting inhoudelijk behandeld. Op deze zitting presenteerde de verdediging fotokopieën van identiteitsbewijzen van de Russische en Oekraïense meisjes. Dit heeft ertoe geleid dat de rechtbank de behandeling nogmaals heeft geschorst, maar nu onder meer om nader onderzoek te doen in Rusland en de Oekraïne. Het heeft lang geduurd voor alle resultaten van dit onderzoek waren ontvangen. Toen in juni 2006 werd voorgesteld om de zaak weer op zitting aan te brengen, bleek dat behandeling voor 1 oktober 2006 vanwege de gezondheidstoestand van de verdachte [MEDEVERDACHTE] onmogelijk was. Tenslotte heeft de laatste behandeling op 10 oktober 2006 plaatsgevonden. De rechtbank zal met dit lange tijdsverloop rekening houden bij het bepalen van de strafmaat.

De zaak heeft ook veel publiciteit gehad. Deze publiciteit werd overigens voornamelijk veroorzaakt door het diplomatieke ongenoegen dat ontstond bij de Braziliaanse autoriteiten toen bleek dat de verdachte [MEDEVERDACHTE] tijdens een schorsing van de voorlopige hechtenis naar Nederland was gereisd met een vervangend reisdocument. De publiciteit over deze zaak doet een grotere en ernstiger zaak vermoeden dan er uiteindelijk na veel onderzoek is overgebleven.

Dit alles leidt tot de hierna te melden beslissing met betrekking tot de op te leggen straffen.

2. MOTIVERING VAN DE MAATREGEL

De rechtbank is van oordeel, dat de inbeslaggenomen voorwerpen te weten:

10 a 1.00 STK Cd-Rom

13 1.00 STK Computer LIFETEC

23 a 3.00 STK Losse computer onderdelen

floppy

23 10.00 STK Losse computer onderdelen

ZIP drives, Zip drives tbv. administratie

25 10.00 STK Cd-Rom

dvd, voorbespeelde dvd's

dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

Het feit is met behulp van deze voorwerpen is begaan. Bovendien is het ongecontroleerd bezit van de inbeslaggenomen voorwerpen in strijd is met de wet of het algemeen belang, aangezien op deze voorwerpen nog steeds kinderpornografische afbeeldingen voorkomen.

3. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 47, 57, 240b (oud), 240b van het Wetboek van Strafrecht

4. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

• Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 3 (DRIE) MAANDEN.

Beveelt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

• Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een taakstraf voor de duur van 120 (EEN HONDERD EN TWINTIG) uren.

Beveelt voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht dat in plaats van de taakstraf vervangende hechtenis wordt toegepast, welke vervangende hechtenis wordt vastgesteld op 60 (ZESTIG) dagen.

Bepaalt, dat deze taakstraf bestaat uit een werkstraf.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht, volgens de maatstaf van 2 uren voor elke dag.

• Verklaart de navolgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:

10 a 1.00 STK Cd-Rom

13 1.00 STK Computer LIFETEC

23 a 3.00 STK Losse computer onderdelen

floppy

23 10.00 STK Losse computer onderdelen

ZIP drives, Zip drives tbv. administratie

25 10.00 STK Cd-Rom

dvd, voorbespeelde dvd's

Dit vonnis is gewezen door

mr. A. van der Perk, voorzitter,

mr. A.J. Dondorp en mr. Y.M.I. Greuter-Vreeburg, rechters,

in tegenwoordigheid van D.H. Geuze, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 oktober 2006. Mr. A.J. Dondorp is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.