Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2006:AY9054

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
28-09-2006
Datum publicatie
28-09-2006
Zaaknummer
06.307
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot verbod parkeerheffing kunstijsbaan De Blauwe Berg afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

JJ

KG nummer: 06.307

datum: 28 september 2006

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OPTISPORT HOORN B.V.,

statutair gevestigd te Hoorn en kantoorhoudende te Gorinchem,

EISERES IN KORT GEDING,

procureur mr. H.R.M. Jenné,

advocaat mr. J.G. Princen,

tegen:

het openbaar lichaam GEMEENTE HOORN,

met zetel te Hoorn,

GEDAAGDE IN KORT GEDING,

procureur mr. A. de Groot,

advocaat mr. P.L. Visser.

Partijen zullen verder worden genoemd “Optisport” respectievelijk “De Gemeente”.

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Ter terechtzitting van 18 september 2006 heeft Optisport gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

De Gemeente heeft de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van Optisport de originele dagvaarding en van beide zijden pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 Na een aanbestedingsprocedure heeft De Gemeente op 30 juni 2005 met Optisport een huur- en exploitatieovereenkomst gesloten met betrekking tot de nog te realiseren kunstijsbaan De Blauwe Berg te Hoorn.

2.2 Optisport heeft zich verplicht de ijsbaan te gaan exploiteren voor eigen rekening en risico, waarbij De Gemeente in overleg met Optisport het maximumtarief van € 4,75 voor eenmalige toegang heeft vastgesteld. Regelmatige gebruikers kunnen voor een lager bedrag van de ijsbaan gebruik maken.

2.3 Ten tijde van de aanbestedingsprocedure was kenbaar gemaakt dat door een aannemer bij de kunstijsbaan een parkeerplaats zou worden gerealiseerd. Daarbij was toen niet aan de orde dat zulks betaald parkeren zou betreffen.

2.4 Bij besluit van de gemeenteraad van De Gemeente van 31 januari 2006 is onder meer besloten dat er op de locatie De Blauwe Berg betaald parkeren zal worden ingevoerd, in die zin dat per parkeerbeweging € 1,00 zal worden geheven. Optisport heeft geprotesteerd tegen de voorgenomen heffing, maar De Gemeente blijft bij haar standpunt.

2.5 Tegen 29 september 2006 is de opening van de kunstijsbaan voorzien. Zeer onlangs is wat betreft de heffingen een parkeerverordening in werking getreden.

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 Optisport vordert, samengevat, primair verbod tot het heffen van parkeergeld ter plekke, subsidiair gebod om het heffen van parkeergelden achterwege te laten gedurende de periode dat de ijsbaan is geopend (oktober tot en met maart), meer subsidiair een gebod om het heffen van parkeergeld achterwege te laten tijdens het eerste jaar dat de baan is geopend (oktober 2006 tot en met september 2007), alles onder verbeurte van dwangsommen en met veroordeling van De Gemeente in de kosten van het geding.

3.2 Volgens Optisport heeft De Gemeente doordat voorafgaand en tijdens de aanbestedingsprocedure nimmer over betaald parkeren is gesproken en door het feit dat, buiten een kleine sportaccommodatie in het centrum, bij andere sportvoorzieningen geen parkeergeld wordt geheven, het gerechtvaardigde vertrouwen gewekt dat bij de kunstijsbaan De Blauwe Berg een dergelijke heffing niet zou plaats vinden. Optisport stelt dat zij ten tijde van de inschrijving geen rekening heeft kunnen houden met het feit dat De Gemeente zou gaan heffen, dat die heffing een negatieve invloed zal hebben op de aantallen bezoekers en daardoor weer haar exploitatieresultaat ernstig in negatieve zin zal worden beïnvloed. Optisport stelt zich verder op het standpunt dat het raadsbesluit van 31 januari 2006 niet rechtsgeldig tot stand is gekomen en bovendien in ieder geval geen betrekking kan hebben op de onderhavige parkeergelegenheid nu zij, zoals overeengekomen, de “kunstijsbaan” ging huren, in welk object volgens haar de voorziene parkeerplaat is begrepen.

3.3 De Gemeente heeft de vordering bestreden op gronden zoals hierna gemeld. Partijen hebben hun wederzijdse standpunten nader toegelicht onder meer aan de hand van de overgelegde pleitnotities. Voorzover nodig voor de beslissing wordt op die diverse stellingen hierna uitdrukkelijk ingegaan.

4. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

4.1 De verststrekkendste stelling van Optisport is haar betoog dat uit de definitieve huur- en exploitatieovereenkomst van 30 juni 2005 moet worden afgeleid dat onder de term “Kunstijsbaan” mede begrepen is de omliggende grond met parkeerplaats. Dat standpunt wordt verworpen. De Gemeente heeft gesteld dat zij voorafgaand aan het sluiten van de definitieve overeenkomst het beheer en onderhoud van de parkeerrterreinen uit de overeenkomst heeft genomen, waar dit in het conceptcontract nog wel voor rekening van Optisport zou komen. De Gemeente stelt dat zij zeggenschap wenste te houden die zij ook wil ten aanzien van de latere projecten die ter plekke gerealiseerd zullen worden. De tekst van de definitieve overeenkomst wijst daarop. Immers, in afwijking van de tekst van het concept is onder punt D van de considerans van de definitieve overeenkomst de volgende passage opgenomen “De Gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte, waartoe ook het omliggende terrein van de kunstijsbaan en de parkeerplaats behoort.” Uit die passage kan niet anders worden afgeleid dan dat De Gemeente het beheer en onderhoud van de parkeergelegenheid voor haar rekening zal nemen.

4.2 Optisport is, zoals De Gemeente onbestreden heeft gesteld, een professionele onderneming die elders in het land omvangrijke sportaccommodaties exploiteert. Van haar kan dan ook worden verwacht dat, wanneer zich onduidelijkheden aandienen in een relatief groot project als het onderhavige, zij zich voorziet van alle informatie die relevant is voor onderzoek naar een gezonde exploitatie. Daarbij hoort niet alleen de vraag wat de exacte omvang is van het gehuurde maar ook die naar de consequenties daarvan. Nu De Gemeente in de definitieve overeenkomst meldt dat zij zelf onderhoud en beheer gaat verzorgen van mede de parkeerplaats, had het op de weg gelegen van Optisport daar nader naar te informeren, waaronder begrepen de vraag naar het al dan niet heffen van parkeergelden, zeker nu dat gegeven, zoals zij achteraf stelt, ten aanzien van de exploitatie van aanmerkelijke invloed is. De Gemeente had dan weliswaar het antwoord op die vraag schuldig moeten blijven, want ter zitting is aannemelijk geworden dat destijds nog geen definitief plan terzake de inrichting van het gebied van de Blauwe Berg en de omvang en hoedanigheid van de parkeervoorzieningen voorhanden was, maar Optisport had dan met die nog niet te voorziene omstandigheid rekening kunnen houden bij haar inschrijving in de aanbestedingsprocedure. De stelling van Optisport die inhoudt dat De Gemeente het gerechtvaardigde vertrouwen heeft gewekt door, kort gezegd, te zwijgen, kan dan ook niet worden gevolgd. Het feit dat elders in de gemeente wellicht niet wordt geheven, is van gelijke orde. Dat alles was anders geweest als De Gemeente uitdrukkelijk de toezegging had gedaan dat parkeren vrij van heffing zou zijn, maar dat laatste is niet gesteld en daarvan is ook overigens niet gebleken.

4.3 Op dezelfde gronden als hiervoor genoemd kan niet van een onrechtmatig Raadsbesluit - voorzover dat al ter toetsing staat - en/of onrechtmatig handelen van De Gemeente jegens Optisport worden uitgegaan.

4.4 De Gemeente kan ook overigens, als eigenaar van de grond en dus als degene die de zeggenschap toekomt over het beheer van de desbetreffende parkeerplaats, het heffen van parkeergeld niet worden ontzegd.

4.5 Het betoog van Optisport voor zover dat inhoudt dat door de parkeerheffing het aantal bezoekers zal achterblijven bij de verwachting is zodanig onvoldoende onderbouwd dat deze toewijzing van een der vorderingen niet rechtvaardigt. Het betreft immers een toekomstverwachting met alle onzekere factoren van dien. Vooralsnog ligt het niet voor de hand dat bezoekers uit de directe omgeving van Hoorn naar Alkmaar of Amsterdam zullen afreizen in verband met het – relatief geringe – bedrag aan parkeerheffing. Wat dat betreft heeft De Gemeente bovendien ter zitting toegezegd dat ten aanzien van frequente bezoekers een kortingsregeling terzake het parkeren zal worden toegepast, net zoals dat met de entreegelden voor de kunstijsbaan het geval is.

4.6 De gevorderde voorzieningen, zowel in haar primaire, subsidiaire en meer subsidiaire vorm, komen dan ook niet voor toewijzing in aanmerking.

4.7 Optisport zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van het geding.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- weigert de gevorderde voorziening;

- veroordeelt Optisport in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van De Gemeente begroot op € 248,- aan verschotten en op € 816,- aan salaris procureur.

Gewezen door mr. J.M. Vrakking, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 september 2006 in tegenwoordigheid van J.J.M. Jeurissen, griffier.