Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2006:AY5123

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
26-07-2006
Datum publicatie
26-07-2006
Zaaknummer
79092/HA ZA 05-203
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

geslaagd beroep op vernietiging akkoordverklaring wegens misbruik van omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 79092 / HA ZA 05-203

datum: 26 juli 2006

Vonnis van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

(toev.nr. 4EN7169)

[EISER],

wonende te Amsterdam,

eiser bij dagvaarding van 22 februari 2005,

procureur mr. H.R.M. Jenné,

advocaat mr. P.M. Smits te Amsterdam,

tegen

1. [GEDAAGDE SUB 1],

wonende te Hoogkarspel,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE HOEK ASSURANTIE-ADVISEURS B.V.,

gevestigd en kantoor houdende te Wervershoof,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TH.A. KARSTEN BEHEER B.V.,

gevestigd te Hoogkarspel, kantoor houdende te Lelystad,

gedaagden,

procureur mr. P. van Lingen.

Partijen zullen verder ook worden genoemd "[eiser]", respectievelijk "[gedaagde sub 1]", "De Hoek B.V." en "Karsten Beheer B.V.", tezamen "Karsten c.s.".

1. De procedure

1.1. Op 12 oktober 2005 heeft de rechtbank een in deze zaak gewezen tussenvonnis uitgesproken. Voor het verloop van de procedure tot dan toe verwijst de rechtbank naar hetgeen zij dienaangaande in dit tussenvonnis heeft overwogen.

1.2. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft op 9 januari 2006 een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

1.3. Karsten c.s. heeft hierna een conclusie na comparitie genomen.

1.4. Vervolgens heeft [eiser] een conclusie na comparitie genomen.

1.5. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Voor de feiten verwijst de rechtbank naar hetgeen zij dienaangaande in het tussenvonnis heeft overwogen. Hieraan wordt het navolgende toegevoegd.

2.2. Bij vonnis van 3 oktober 2002 is de huurovereenkomst tussen [eiser] enerzijds en de Stichting Witten en mevrouw [X](hierna te noemen: de verhuurder) anderzijds met betrekking tot de winkelruimte aan de [adres + plaats] (hierna te noemen: het bedrijfspand) ontbonden en is [eiser] veroordeeld om het gehuurde te ontruimen en ter beschikking van de verhuurder te stellen.

2.3. Op 15 oktober 2002 heeft De Hoek B.V. een hypotheekaanvraag namens [eiser] ingediend bij AMEV Woning Hypotheken N.V. Deze hypotheekaanvraag is bij brief van dezelfde datum niet in behandeling genomen, omdat het inkomen van [eiser] ontoereikend werd geacht.

2.4. Op 31 oktober 2002 is het bedrijfspand ontruimd.

2.5. [gedaagde sub 1] heeft op 29 november 2002 aan [eiser] een factuur gezonden, die door [eiser] voor akkoord is ondertekend en waarin, voor zover van belang, het volgende staat vermeld:

"Betreft: Voor u verrichte werkzaamheden

Voor u verrichte werkzaamheden. Zowel door mijzelf als advieskosten, als de invoer administratiekosten etc. Volgens afspraak f 100,00 per uur dit is Euro 45,37 per uur.

(...)

Totaal Euro 6.425,26"

2.6. [eiser] heeft zijn woning aan het [adres + plaats] op 3 december 2002 verkocht aan de zoon van [gedaagde sub 1] en diens echtgenote voor een bedrag van Euro 195.000,- vrij op naam. De levering heeft plaatsgevonden op 27 februari 2003.

2.7. Karsten c.s. heeft ervoor gezorgd dat de op 11 december 2002 geplande executoriale verkoop van onder meer de inventaris van het bedrijfspand (bakkerswinkel) op last van de Belastingdienst is opgeschort en heeft daartoe in het kader van een betalingsregeling een bedrag van Euro 1.000,- betaald.

2.8. Op 12 december 2002 heeft Karsten Beheer B.V. aan [eiser] een factuur gezonden, die door [eiser] voor akkoord is ondertekend en waarin, voor zover van belang, het volgende staat vermeld.

"Betreft: advieswerkzaamheden

Advieswerkzaamheden inzake belastingen verhuurder, schuldeisers, etc.

Geschat 135 uur à Euro 100,00

Totaal 13.500,00

18% BTW 2.665,00

Totaal 16.065,00"

2.9. Op 4 januari 2003 is [naam stiefvader eiser], de stiefvader van [eiser] en mede-eigenaar van de woning van [eiser], voor een bedrag van Euro 13.500,- uitgekocht. Dit bedrag is door Karsten c.s. voorgeschoten en is later uit de opbrengst van de verkoop van de woning aan Karsten c.s. terugbetaald.

2.10. Op 25 juli 2003 heeft de zoon van [gedaagde sub 1] de woning verkocht voor een bedrag van Euro 207.500,- kosten koper. De levering heeft plaatsgevonden op 25 augustus 2003.

2.11. Op enig moment heeft Bakker & Kroes Notarissen, belast met de afwikkeling van de verkoop van de woning, een nota van afrekening aan [eiser] verzonden. De inhoud hiervan luidt, voor zover van belang, als volgt:

Te betalen Te ontvangen

Koopsom onroerende zaak 195.000,00

(...) (...) (...)

Nota deurwaarder 32.071,69

Nota Th. A. Karsten Beheer B.V. 22.490,26

Nota De Hoek Assurantie Adviseurs B.V. 3.100,00

(...) (...) (...)

Blijft door u te ontvangen 47.887,28

2.12. Op 17 april 2003 heeft Karsten Beheer B.V. [eiser] een overzicht doen toekomen, dat door [eiser] voor akkoord is ondertekend en waarvan de inhoud, voor zover van belang, luidt als volgt:

Hierbij delen wij u mede dat wij het volgende bedrag nog onder ons beheer hebben namelijk:

Ontvangen bedrag Euro 47.887,28

Betaald aan mr. A. Koopman

07-04-03 Euro 479,83

30-11-02 Euro 991,00

Nog te betalen Euro 2.000,00

-/- Euro 3.470,83

Aan u verstrekt:

(...)

Euro 8.950,00

Betaald aan belastingdienst Euro 1.000,00

Verbouwkosten uw aandeel volgens afspraak Euro 2.500,00

Betaald aan T. [eiser] Euro 13.500,00

De kosten van mijzelf zullen we schatten op ong. Euro 4.000,00

Heden aan u uitbetaald (29.04.03) Euro 4.000,00

Afgerond is dit Euro 9.460,00

2.13. Op 19 juni 2003 heeft Karsten Beheer B.V. aan [eiser] een overzicht doen toekomen, waarin het volgende, voor zover hier van belang, staat vermeld.

" Hierbij even een overzicht van uw stand:

Oude stand zie brief 17 april 2003 Euro 9.460,00

Per bank aan u betaald:

(...) (...)

Uitbetaald Euro 10.895,00

Teveel betaald Euro 1.485,00

Er is echter nog een bedrag aan u te betalen van de levenspost die mijn zoon van uw stiefvader heeft gekocht.

Als we alles op een rijtje zetten bent u van ons nog een bedrag tegoed van de levenspost.

Alvorens wij tot betaling aan u overgaan hebben wij met elkaar afgesproken dat u eerst een bewijs aantoont van schuldsanering.

Uiteraard worden dan wel eerst onze kosten in mindering gebracht van o.a. onze autokosten.

Wij willen verder niets meer met u te maken hebben."

2.14. Een aantal van de in het overzicht van 19 juni 2003 genoemde bedragen zijn door [eiser] of diens echtgenote doorgehaald.

3. Het geschil

De rechtbank verwijst naar hetgeen zij over het geschil in het tussenvonnis heeft overwogen.

4. De beoordeling

Contractspartijen

4.1. Karsten c.s. heeft ter afwering van de vorderingen van [eiser] c.s. aangevoerd dat [gedaagde sub 1] privé ten onrechte als contractspartij is aangemerkt naast Karsten Beheer B.V. en De Hoek B.V. De opdrachten zijn door [eiser] aan laatstgenoemde vennootschappen verstrekt en deze hebben ook gefactureerd. Uit niets is gebleken dat [gedaagde sub 1] zich privé heeft verbonden, aldus Karsten c.s.

4.2. Naar het oordeel van de rechtbank gaat dit verweer niet op. Daartoe is redengevend dat [gedaagde sub 1], die persoonlijk de contacten met [eiser] heeft onderhouden, volstrekt geen helderheid heeft verschaft omtrent het gegeven namens wie de afspraken werden gemaakt en welke (rechts-)personen de werkzaamheden uitvoerden.

Partijen zijn het erover eens, dat [gedaagde sub 1] de opdrachten heeft aanvaard. Bij conclusie van antwoord heeft [gedaagde sub 1] aangegeven dat hij de relatie is aangegaan in zijn hoedanigheid van (toenmalig) bestuurder van Karsten Beheer B.V. en De Hoek B.V. Ter comparitie van 9 januari 2006 heeft [gedaagde sub 1] hieromtrent verklaard: Ik verleende diensten via de vennootschappen. De administratieve werkzaamheden werden gedaan door mensen van De Hoek B.V. tegen een tarief van f. 100,-. Het tarief van Karsten Beheer B.V. voor adviserende werkzaamheden was hoger, Euro 100,- per uur. De belastingkwestie heb ik zelf voor een groot gedeelte geprobeerd te regelen. Het opzetten van de administratie is gebeurd via Karsten Beheer B.V. De Hoek B.V. deed de financiële dienstverlening, de hypotheekaanvragen en zo. De door [gedaagde sub 1] verzonden factuur van 29 november 2002, ter comparitie overgelegd, vermeldt daarentegen: Voor u verrichtte werkzaamheden. Zowel door mijzelf als advieskosten, als de invoer van administratie, kosten etc. volgens afspraak f. 100,- per uur, dit is Euro 45,37 per uur. Uit de door Karsten c.s. bij conclusie na comparitie overgelegde bezwaarschriften blijkt vervolgens dat de bezwaarschriften namens [eiser] zijn ingediend door [gedaagde sub 1], optredend voor A.C.S. Flevo-West B.V. Van een factuur van De Hoek B.V. blijkt slechts doordat Karsten Beheer B.V. deze doet verrekenen met de opbrengst van de verkoop van het woonhuis van [eiser]. Overige (voorschot-)facturen en overzichten van voor [eiser] beheerde gelden zijn afkomstig van Karsten Beheer B.V..

Ten slotte worden door Karsten Beheer B.V. ook in rekening gebracht kosten welke na levering van het woonhuis van [eiser] aan de zoon van [gedaagde sub 1] zijn gemaakt door [gedaagde sub 1] en diens zoon in verband met verbouwingswerkzaamheden.

Gelet op het voorgaande was er voor [eiser] evident geen touw aan vast te knopen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] zowel Karsten Beheer B.V. als - haar bestuurder/enig aandeelhouder - [gedaagde sub 1] mogen aanmerken als contractspartij.

Wat betreft De Hoek B.V. ligt het anders. Uit de hierna volgende bespreking van de in rekening gebrachte kosten van De Hoek B.V. zal blijken dat De Hoek B.V. niet is opgetreden als opdrachtnemer. Nu [gedaagde sub 1] van aanvang van de relatie niet helder is geweest omtrent de contractspartij van [eiser], zal de rechtbank aansluiten bij de feitelijk verrichtte activiteiten en het uit de stukken blijkende verloop van de communicatie tussen partijen.

Het gevorderde ten aanzien van De Hoek B.V. zal derhalve worden afgewezen.

De rechtbank zal hierna de aanduiding Karsten c.s. blijven hanteren, maar nu ter aanduiding van slechts Karsten Beheer B.V. en [gedaagde sub 1].

De kern van het geschil

4.3. Vast staat dat Karsten c.s. [eiser] - kort gezegd - met zijn financiële problemen in meerdere opzichten zou bijstaan. De verwijten van [eiser] stellen naar de kern aan de orde de vraag of Karsten c.s. jegens [eiser] als een goed opdrachtnemer heeft gehandeld.

Het is aan [eiser] om het tegendeel onderbouwd te stellen en zonodig te bewijzen.

De rechtbank kan zich echter vinden in het standpunt van [eiser], inhoudende dat Karsten c.s. op zodanig summiere wijze verantwoording heeft afgelegd van zijn handelen als opdrachtnemer en van het beheer van de ontvangen gelden, dat aan [eiser] het nodige inzicht ontbreekt om de tekortkomingen genoegzaam te onderbouwen.

Daaraan doet niet af het betoog van Karsten c.s., inhoudende dat het werk voor [eiser] - door toedoen van [eiser] - op bepaalde punten een zeer moeizame aangelegenheid is geweest en dat hij daarom niet steeds aan de (te) hooggespannen verwachtingen van [eiser] heeft kunnen voldoen.

Bij tussenvonnis alsmede ter comparitie heeft de rechtbank Karsten c.s. daarom in de gelegenheid gesteld om stukken over te leggen ter verantwoording van de door hem als opdrachtnemer verrichte werkzaamheden, teneinde daarmee aan [eiser] de kapstok te leveren om diens onderzoek naar mogelijke tekortkomingen aan op te hangen.

Karsten c.s. heeft hieraan voldaan door overlegging van bescheiden.

[eiser] heeft hierop gereageerd en heeft tevens een vermeerdering van eis aangekondigd. In feite heeft [eiser] vervolgens zijn vorderingen gehandhaafd en slechts een drietal nieuwe posten als onderdeel van geleden schade opgevoerd.

4.4. De rechtbank zal de vorderingen van [eiser] beoordelen aan de hand van de door [eiser] in zijn conclusie na comparitie onder 12.1 genoemde schadeposten. Hierbij zal worden ingegaan op de door Karsten c.s. overgelegde bescheiden.

In dit kader stelt de rechtbank nog het volgende voorop. Karsten c.s. heeft zich in meerdere opzichten beroepen op een akkoordverklaring van [eiser] door het plaatsen van een handtekening op facturen, op correspondentie aan de instrumenterend notaris en op diverse overzichten. Dat beroep faalt. Hierbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.

De hierboven beschreven totstandkoming van een contractuele relatie van opdracht wordt hierdoor gekenmerkt, dat [eiser] volstrekt buiten staat was gebleken zijn eigen belangen te behartigen. [eiser] was, 21 jaar oud en volgens [gedaagde sub 1] beperkt door drugsgebruik, niet bij machte gebleken de hem door zijn moeder nagelaten onderneming op verantwoorde wijze te voeren. De administratie was, zoals [eiser] ter comparitie heeft erkend, een chaos en [eiser] zag geen enkele uitweg in de urgente financiële problemen.

De eisen van redelijkheid en billijkheid, welke de rechtsverhouding tussen partijen beheersen, vergen dat Karsten c.s. als professionals op het terrein van de financiële dienstverlening het voorgaande in hun relatie met [eiser] in aanmerking nemen. Het tegendeel is echter gebleken. [eiser] heeft verklaard, dat [gedaagde sub 1] meermalen stukken voorlegde welke terstond getekend dienden te worden. Ter comparitie heeft [eiser] dit uitgewerkt door onbestreden door Karsten c.s. als volgt te verklaren:

Ik was bang dat ik het geld niet zou krijgen van [gedaagde sub 1]. Daarom heb ik, hoewel ik het er soms niet mee eens was, getekend. Er is niets over gezegd. Het ging altijd heel snel. Hij zei dan "zet even je handtekening, anders gaat het niet lukken." Ik had er geen verstand van en [gedaagde sub 1] had mijn vertrouwen. Als ik voor bepaalde facturen niet zou tekenen zou ik geen geld krijgen van [gedaagde sub 1]. Ik voelde me verplicht om te tekenen.

De rechtbank vat het voorgaande op als een beroep op vernietigbaarheid van deze akkoordverklaringen wegens misbruik van omstandigheden. Nu deze gang van zaken niet is betwist, slaagt dit beroep onder de hierboven geschetste vaststaande omstandigheden.

Vermogensverlies in verband met de verkoop van de woning

4.5. [eiser] heeft bij dagvaarding gesteld schade te hebben geleden ten bedrage van Euro 12.500,- (dagvaarding) omdat zijn woning, die hij door bemiddeling van Karsten c.s. aan de zoon van [gedaagde sub 1] en diens echtgenote voor een bedrag ad Euro 195.000,00 heeft verkocht, korte tijd later is doorverkocht voor een bedrag van Euro 207.500,- en hij aldus een geldbedrag is misgelopen. Bij conclusie van repliek heeft [eiser] aanspraak gemaakt op een bedrag van Euro 24.575,- aan vermogensverlies, vermeerderd met een bedrag van Euro 10.000,- als met de zoon van [gedaagde sub 1] overeengekomen vergoeding bij afzien van een bedongen recht van terugkoop. Bij conclusie na comparitie maakt [eiser] echter weer aanspraak op een vergoeding van Euro 12.500,-.

4.6. Wat er ook zij van deze aanspraken, zij zijn in deze procedure niet succesvol.

De afspraken, waarvan [eiser] nakoming lijkt te verlangen, zijn gemaakt met de zoon van [gedaagde sub 1], [naam zoon gedaagde sub 1] als koper van de woning. In het koopcontract zijn de afspraken te vinden met betrekking tot het recht van terugkoop voor een aanzienlijk hoger bedrag na verbouwingswerkzaamheden alsmede met betrekking tot een vergoeding ingeval [eiser] van dit recht geen gebruik maakt. De zoon van [gedaagde sub 1] is in deze procedure geen partij, hetgeen door elk van partijen overigens ook wordt benadrukt op onderdelen waar het gaat om verweren tegen aanspraken en niet om de aanspraken zelf.

Voor zover het gaat om dergelijke aanspraken kan [eiser] in het gevorderde niet worden ontvangen. Voor zover [eiser] doelt op gederfde inkomsten door onjuiste advisering van Karsten c.s., ziet [eiser] over het hoofd dat uit zijn eigen stellingen alsmede uit de overgelegde koopovereenkomst volgt dat alle bij die koop op enige wijze betrokken partijen zich nu juist goed hebben gerealiseerd dat de woning bij verkoop nadien aanzienlijk meer zou opbrengen. In zoverre kan een dergelijke aanspraak evenmin gehonoreerd worden.

Vergoeding onnodige kosten in verband met procedure Nobel c.s./[eiser]

4.7. [eiser] stelt zich op het standpunt dat [gedaagde sub 1] ten onrechte kosten in rekening heeft gebracht voor rechtskundige bijstand met betrekking tot een procedure tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het bedrijfspand van [eiser]. In de visie van [eiser] heeft de door Karsten c.s. ingeschakelde advocaat nagelaten de rechter te vragen om de waarborgsom te verrekenen en is ook overigens geen sprake van goede rechtskundige bijstand, zodat Karsten c.s. ten onrechte aanspraak maakt op verrekening van de betaalde declaraties voor de werkzaamheden van mr. Koopman.

4.8. Bij nota van 17 april 2003 heeft Karsten Beheer B.V. twee declaraties van mr. Koopman van Euro 479,83 en Euro 991,- en een voorschot ad Euro 2.000,- in rekening gebracht. Bij conclusie na comparitie heeft Karsten c.s. laatstgenoemd bedrag laten vervallen.

Naar het oordeel van de rechtbank staat genoegzaam vast, dat Karsten c.s. eerst door [eiser] is ingeschakeld toen de ontruimingsprocedure reeds in staat van wijzen was.

Ten onrechte wordt dan ook een verwijt gemaakt met betrekking tot het verweer in rechte.

Uit de door Karsten c.s. overgelegde correspondentie van de door hem benaderde advocaat, mr. Koopman, blijkt welke advieswerkzaamheden zij heeft verricht. Onder meer is aan de verhuurder het voorstel gedaan om een nieuwe huur- of een koopovereenkomst tot stand te brengen en ook is verzocht om restitutie van de betaalde waarborgsom van fl. 7.500,-.

Tevens is negatief geadviseerd over het instellen van hoger beroep. Daarnaast komt uit de overgelegde correspondentie naar voren dat [eiser] van de activiteiten van mr. Koopman op de hoogte is gehouden. Gelet op het voorgaande had het op de weg van [eiser] gelegen om concrete feiten en/of omstandigheden aan te voeren, waaruit afgeleid kan worden dat mr. Koopman zich jegens [eiser] onvoldoende heeft ingespannen, laat staan dat is onderbouwd dat en waarom zulks aan Karsten c.s. zou zijn te wijten.

Op dit onderdeel kan niet worden geconcludeerd tot een toerekenbare tekortkoming van Karsten c.s.

Verlies waarborgsom uit hoofde van de huurovereenkomst

4.9. Onder verwijzing naar de voorgaande rechtsoverweging constateert de rechtbank, dat geen sprake is van een aan Karsten c.s. toe te rekenen tekortkoming. Daarnaast heeft Karsten c.s. zich met recht op het standpunt gesteld, dat een eventueel onbetaald gebleven waarborgsom ook na de afrekening aan de deurwaarder in rekening kan worden gebracht bij de verhuurder. Weliswaar heeft [eiser] zich op het standpunt gesteld dat door [gedaagde sub 1] en mr. Koopman namens [eiser] finale kwijting zou zijn verleend maar hij heeft nagelaten deze zeker niet uit de processtukken blijkende stelling van enige feitelijke grondslag te voorzien, hetgeen wel op zijn weg had gelegen.

Buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst van opdracht

4.10. Op dit punt van de bespreking van de gestelde tekortkomingen aangekomen acht de rechtbank het opportuun om in te gaan op de inhoud van de vorderingen.

Het gevorderde komt er naar de kern op neer, dat [eiser] in rechte vastgesteld wil zien dat Karsten c.s. wanprestatie heeft gepleegd en dat [eiser] op die grond de overeenkomst van opdracht met recht buitengerechtelijk heeft ontbonden.

Voor zover die gestelde tekortkomingen bestaan uit hetgeen hierboven is weergegeven en door de rechtbank is verworpen, ontbreekt de feitelijke grondslag.

Daarnaast heeft [eiser] zich beroepen op tekortkomingen met betrekking tot de overige werkzaamheden op het gebied van de financieringsaanvraag, de werkzaamheden met betrekking tot de administratie, de fiscale werkzaamheden en het beheer van de gelden.

Ook hier kan [eiser] niet slagen in diens vorderingen, aangezien immers niet is gesteld of gebleken dat Karsten c.s. op enig moment in verzuim is geraakt.

Het gevorderde zal in zoverre worden afgewezen.

Onverschuldigde betalingen m.b.t. nota's van De Hoek B.V. en Karsten Beheer B.V.

4.11. Onder deze benaming heeft [eiser] zich op het standpunt gesteld, dat vergoed dient te worden al hetgeen Karsten c.s. ten onrechte in mindering heeft gebracht op het aan [eiser] toekomende bedrag na verkoop van diens woning.

Naar het oordeel van de rechtbank dient het gevorderde aldus te worden begrepen, dat [eiser] aanspraak maakt op correcte verantwoording van de gelden welke [gedaagde sub 1] en Karsten Beheer B.V. voor [eiser] hebben beheerd, gevolgd door vergoeding van de schade, geleden door het niet nakomen van de verplichting tot afdracht van de beheerde gelden.

Nu van een deugdelijke verantwoording zonneklaar geen sprake is geweest, is die aanspraak terecht. Hetgeen niet deugdelijk is verantwoord en evenmin is afgedragen komt voor vergoeding in aanmerking. Immers, ook na dagvaarding heeft Karsten c.s. nagelaten deze tekortkomingen te herstellen door tot correcte verantwoording en afdracht over te gaan.

De rechtbank acht het niet noodzakelijk om de zaak ter begroting van de schade naar de schadestaatprocedure te verwijzen. Aangezien het debat tussen partijen na de comparitie juist op dit punt is gecompleteerd, zal de rechtbank met overeenkomstige toepassing van artikel 612 Rv onderzoeken welk bedrag [eiser] na correcte eindafrekening toekomt.

4.12. Partijen zijn het er over eens, dat Karsten Beheer B.V. ingevolge de afrekening van de instrumenterend notaris voor [eiser] onder zich had een bedrag van Euro 47.887,28. Op dit bedrag was echter reeds op verzoek van Karsten Beheer B.V. in mindering gebracht een drietal nota's:

een factuur van [gedaagde sub 1] van 29 november 2002 ten bedrage van Euro 6.425,26 inclusief omzetbelasting;

een voorschotfactuur van Karsten Beheer B.V. van 12 december 2002 ten bedrage van Euro 16.085,- inclusief omzetbelasting;

een volgens Karsten Beheer B.V. te verrekenen nota van De Hoek B.V. ten bedrage van Euro 3.100,-.

De rechtbank zal hieronder deze nota's bespreken alsmede een volgens [eiser] in rekening gebracht vierde bedrag.

Nota Euro 29.450,-

4.13 [eiser] stelt zich op het standpunt dat een vierde nota ad Euro 29.450,- onterecht in rekening is gebracht. Karsten c.s. heeft betwist dat een dergelijk bedrag ooit aan [eiser] in rekening is gebracht. Gezien deze gemotiveerde betwisting had het op de weg van [eiser] gelegen om concrete feiten en/of omstandigheden aan te voeren, waaruit blijkt dat Karsten c.s. hem voornoemd bedrag heeft doorberekend. [eiser] heeft dit niet gedaan, terwijl uit de stukken evenmin een aanknopingspunt voor de juistheid van die stelling kan worden gevonden.

Deze stelling wordt derhalve gepasseerd.

Nota Euro 3.100,-

4.14. Deze nota betreft volgens Karsten c.s. deels de kosten voor een taxatierapport ad Euro 600,- en deels de verrichtte werkzaamheden met betrekking tot de administratie en het aanvragen van financiering. Naar het oordeel van de rechtbank staat op grond van de processtukken genoegzaam vast dat Karsten c.s. de taxatiekosten ad Euro 504,-, exclusief btw, voor [eiser] heeft betaald. De enkele, niet onderbouwde stelling, inhoudende dat "Karsten c.s. de btw wel zal hebben verrekend", is onvoldoende voor het oordeel dat de omzetbelasting ten onrechte aan [eiser] doorbelast. Karsten c.s. heeft dan ook met recht een bedrag ad Euro 600,- verrekend.

Anders ligt het met de in rekening gebrachte werkzaamheden van De Hoek B.V. Op dit punt heeft Karsten c.s. betoogd, dat administratieve werkzaamheden zijn verricht alsmede aanvragen voor financiering zijn gedaan door deze vennootschap waarvan [gedaagde sub 1] bestuurder was.

Ter comparitie heeft [gedaagde sub 1] echter nader verklaard: Er zijn door De Hoek B.V. meerdere hypotheekaanvragen gedaan. Een bedrag van Euro 2.500,- is een normaal tarief voor dit soort hypotheken van ondernemers. [eiser] heeft zelf zijn inkomen opgegeven.

[eiser] heeft gesteld, dat ten onrechte aanspraak wordt gemaakt op een vergoeding voor het aanvragen van financiering, nu slechts een enkele aanvraag is ingediend, die dezelfde dag nog is afgewezen.

Karsten c.s. heeft dit weersproken. Volgens Karsten c.s. zijn er meerdere aanvragen om geldverstrekking ingediend, die vanwege het ontbreken van recente jaarcijfers en een vast inkomen zijn afgewezen. Karsten c.s. heeft evenwel nagelaten om - daartoe ter comparitie in de gelegenheid gesteld - bij conclusie na comparitie zijn betwisting, behoudens de door hem overgelegde brief van AMEV van 15 oktober 2002, met bescheiden te onderbouwen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft Karsten c.s. zijn standpunt, hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, dan ook niet deugdelijk onderbouwd. Dat Karsten c.s., naar hij stelt, de aanvragen om financiering mondeling en digitaal heeft ingediend en hiervan geen afschriften heeft, maakt dit niet anders, nu op hem als opdrachtnemer de verplichting rust om zijn werkzaamheden inzichtelijk te maken.

Het bedrag van Euro 2.500,- komt dan ook niet voor verrekening in aanmerking.

Het bedrag van Euro 600,- is terecht verrekend.

Nota Euro 6.425,26

4.15. [eiser] meent, dat ook de factuur van Euro 6.425,26 niet voor verrekening in aanmerking komt. De rechtbank zal [eiser] in dit standpunt niet volgen, nu hij ter comparitie expliciet heeft verklaard het met deze nota eens te zijn geweest, hoewel hij het bedrag wel hoog vond. Dit bedrag is terecht verrekend.

Nota Euro 16.065,00

4.16. De factuur ad Euro 16.065,- betreft volgens Karsten c.s. de door Karsten Beheer B.V. verrichte (advies)werkzaamheden met betrekking tot de administratie, de vorderingen van de belastingdienst en de schuldeisers. Het bedrag is als voorschot in rekening gebracht op 12 december 2002.

[eiser] heeft zich op het standpunt gesteld, dat Karsten c.s. geen enkel inzicht heeft verstrekt in zijn werkzaamheden, terwijl [eiser] evenmin enig resultaat van die werkzaamheden heeft kunnen waarnemen.

Karsten c.s. heeft hiertegen aangevoerd dat hij de administratie van twee jaargangen heeft ingeboekt, stukken ten behoeve van de inboekoefening heeft gesorteerd en bank- en kasboeken heeft aangesloten. Daarnaast heeft hij een aantal brieven en bezwaarschriften, gericht aan de Belastingdienst, overgelegd. Ten slotte heeft hij een urenverantwoording in het geding gebracht, uitkomend op 145 uur, terwijl het voorschot was gebaseerd op 135 uur.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft Karsten c.s., hoewel daartoe uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld, geen inzicht gegeven in zijn werkzaamheden, terwijl hij hiertoe als opdrachtnemer wel verplicht is. Met betrekking tot het resultaat van de werkzaamheden ontbreekt ieder inzicht behoudens bovenbedoelde bezwaarschriften. Deze bezwaarschriften zijn echter gedateerd in de periode van 6 tot 11 december 2002. Deze periode valt echter onder de factuur van 29 november 2002. Daarin wordt aanspraak gemaakt op vergoeding van advieswerkzaamheden ten aanzien van onder meer de fiscus over de periode tot 30 november 2002, vermeerderd met een voorschot over 20 uren in december 2002.

Ook de urenverantwoording kan Karsten c.s. niet baten, nu deze voor de helft bestaat uit de werkzaamheden vanaf 26 september 2002, welke reeds bij de eerdere factuur waren gedeclareerd, en daarnaast slechts uit besprekingen met [eiser] of diens partner.

De rechtbank laat daarbij nog buiten beschouwing het gegeven, dat [gedaagde sub 1] ter comparitie geen verklaring heeft kunnen geven voor de omstandigheid dat het overeengekomen uurtarief van f. 100,- , welk tarief blijkens meergenoemde factuur van 29 november 2002 juist ook ziet op de adviserende en fiscale werkzaamheden van [gedaagde sub 1], nadien gewijzigd is in hetzelfde uurtarief met vervanging van de gulden door het euroteken.

De enkele verklaring van [gedaagde sub 1] ter comparitie, inhoudende dat kennelijk een nadere overeenkomst terzake is gesloten, gelet op de voor akkoord ondertekende voorschotfactuur, levert immers - mede in verband met hetgeen omtrent de akkoordverklaringen is overwogen - een zodanige genoegzame verklaring zeker niet op.

Gelet op het vorenstaande heeft Karsten c.s. de voorschotnota ad Euro 16.605,65 zonder deugdelijke grondslag verrekend met het aan [eiser] uit te betalen bedrag.

Nota van afrekening

4.17. De nota van afrekening van de notaris sluit op een door [eiser] te ontvangen en nadien door Karsten c.s. beheerd bedrag van Euro 47.887,28.

Gelet op het bovenstaande heeft Karsten c.s. echter ten onrechte doen verrekenen een bedrag van (Euro 2.500,- + Euro 16.605,65 =) Euro 19.105,65.

De in beheer genomen en te verantwoorden gelden belopen een bedrag van Euro 66.992,93.

De rechtbank zal hieronder de verdere, ten dele door [eiser] betwiste, verantwoording onderzoeken.

Overzicht Karsten Beheer B.V. 17 april 2003

4.18. Als productie 8 bij conclusie van antwoord is een op 17 april 2003 gedateerd overzicht in het geding gebracht van betaalde dan wel te verrekenen bedragen. Aandacht verdient dat melding wordt gemaakt van een mutatie per bank van 24 april 2003 en een betaling op 29 april 2003, zodat het overzicht kennelijk later is verzonden dan op eerstgenoemde datum. De rechtbank zal de afzonderlijke posten bespreken.

Betaald aan mr. Koopman

Onder dit kopje wordt in mindering gebracht een tweetal facturen ten bedrage van respectievelijk Euro 479,83 en Euro 991,- alsmede een voorschot van

Euro 2.000,--. Onder verwijzing naar rechtsoverweging 4.8. constateert de rechtbank dat het laatste bedrag ook volgens [gedaagde sub 1] niet voor verrekening in aanmerking komt.

De tweede factuur, door [gedaagde sub 1] ter comparitie overgelegd, blijkt niet Euro 991,- te bedragen maar in feite een bedrag van Euro 741,70 te belopen. Met deze correctie komt in mindering een bedrag van (Euro 479,83 + Euro 741,70 =) Euro 1.221,53.

Aan u verstrekt

Onder dit kopje heeft Karsten Beheer B.V. een aantal betalingen per kas en per bank vermeld over de periode tot en met 24 april 2003. [eiser] heeft niet betwist deze bedragen te hebben ontvangen. In mindering strekt derhalve een bedrag van Euro 8.950,-.

Betaald aan belastingdienst

Door [eiser] is erkend dat uit dien hoofde in mindering komt een bedrag van Euro 1.000,-.

Verbouwkosten uw aandeel volgens afspraak

Dit bedrag behoort tot de mogelijke gevolgen van de koopovereenkomst tussen [eiser] enerzijds en de zoon van [gedaagde sub 1] anderzijds. Onder verwijzing naar de rechtsoverwegingen 4.5. en 4.6. komt deze post naar het oordeel van de rechtbank niet voor verrekening in aanmerking.

Betaald aan [eiser]

[eiser] heeft erkend, dat dit bedrag ten behoeve van hem door Karsten beheer B.V. is voldaan. In mindering komt derhalve een bedrag van Euro 13.500,-.

De kosten van mijzelf zullen we schatten op ongeveer Euro 4.000,-. Dit bedrag is door [gedaagde sub 1] in het geheel niet nader toegelicht. Niet is gesteld of gebleken dat werkzaamheden ten belope van dit bedrag door [gedaagde sub 1] zijn gefactureerd of verricht. Dit bedrag strekt derhalve niet op de afdracht in mindering.

Heden aan u uitbetaald (29.04.03) Euro 4.000,-

[eiser] heeft niet betwist deze betalingen te hebben ontvangen.

In mindering komt derhalve een bedrag van Euro 4.000,-.

4.19. Resumerend ziet de verantwoording tot en met 29 april 2003 er als volgt uit.

De te verantwoorden gelden belopen een bedrag van: Euro 66.992,93.

Hierop in mindering komen de volgende bedragen:

Facturen mr. Koopman Euro 1.221,53

Aan [eiser] betaald Euro 8.950,-

Aan de belastingdienst voldaan Euro 1.000,-

Aan T. [eiser] betaald Euro 13.500,-

Aan [eiser] betaald op 29 april 2003 Euro 4.000,-

Aldus resteert te verantwoorden een bedrag van: Euro 38.321,40.

Overzicht Karsten Beheer B.V. 19 juni 2003

4.20. In dit overzicht heeft Karsten Beheer een aantal betalingen opgevoerd welke ten dele door [eiser] worden betwist. De rechtbank stelt voorop dat uit de door Karsten c.s. overgelegde rekeningafschriften blijkt, dat niet zonder reden door [eiser] dan wel door zijn partner handgeschreven correcties zijn aangebracht. De corresponderende afschriften wijzen op onjuistheid van het overzicht in zoverre en juistheid van de aangebrachte correcties.

De betalingen van 17 april en 23 april (elk Euro 1.000,-) zijn ten onrechte in dit overzicht opgenomen want dateren uit de periode van het vorige overzicht. Karsten c.s. heeft als verklaring gegeven, dat een van de betalingen van 17 april j.l. per kas moet zijn gedaan, maar dit blijkt niet uit de overzichten en evenmin uit enige onderbouwing.

De overige betalingen, voor zover onbetwist en/of onderbouwd door bescheiden belopen in chronologische volgorde de volgende bedragen:

Euro 700,- + Euro 1.000,- + Euro 1.000,- + Euro 60,- + Euro 500,- + Euro 1.000,- = Euro 4.260,-.

Het overzicht maakt daarnaast melding van een tweetal posten voor bouwvakkers en gordijnen welke betrekking hebben op het opknappen van de door de zoon van [gedaagde sub 1] gekochte woning. Ook deze posten kunnen naar het oordeel van de rechtbank, onder verwijzing naar de rechtsoverwegingen 4.5. en 4.6., niet in aanmerking worden genomen.

In mindering blijft derhalve de somma van Euro 4.260,-.

Aldus resteert te verantwoorden een bedrag van: Euro 34.061,40.

4.21. Karsten c.s. heeft dit bedrag niet verantwoord en is in zoverre toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen jegens [eiser].

Dit bedrag komt thans voor vergoeding in aanmerking en zal worden toegewezen met ingang van de dag van dagvaarding, zijnde 22 februari 2005, nu een eerdere verzuimdatum is gesteld noch gebleken.

Nieuw opgevoerde schadeposten

4.22. Eerst bij conclusie na comparitie heeft [eiser] melding gemaakt van een drietal nieuwe schadeposten. Karsten c.s. heeft hierop niet kunnen reageren.

Wat betreft de post vermogensverlies i.v.m. afkoopsom polis Stad Rotterdam heeft te gelden, dat ook deze post kennelijk ziet op de koopovereenkomst tussen [eiser] enerzijds en de zoon van [gedaagde sub 1] anderzijds, zodat deze schadepost hier niet aan de orde komt.

De overige schadeposten worden evenmin in aanmerking genomen, aangezien deze niet berusten op recente kennisneming van informatie en derhalve naar het oordeel van de rechtbank in strijd met de goede procesorde in een te laat stadium worden opgevoerd.

Slotsom

4.23. Het gevorderde ten aanzien van De Hoek B.V. zal worden afgewezen. Nu De Hoek niet is voorzien van afzonderlijke rechtsbijstand en evenmin in de namens alle gedaagden genomen processtukken noemenswaard aandacht aan haar afzonderlijke positie is besteed, komt de rechtbank niet toe aan een beslissing ten aanzien van haar proceskosten.

Het gevorderde ten aanzien van Karsten Beheer B.V. en [gedaagde sub 1] zal met toepassing van artikel 612 Rv in die zin worden toegewezen, dat Karsten Beheer B.V. en [gedaagde sub 1] zullen worden veroordeeld tot betaling aan [eiser] van een bedrag van Euro 34.061,40, met rente.

De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen, nu niet onderbouwd is gesteld of gebleken dat kosten zijn gemaakt en werkzaamheden zijn verricht anders dan die ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak, waarvoor de artikelen 237 tot en met 240 B.W. een vergoeding plegen in te sluiten.

Karsten Beheer B.V. en [gedaagde sub 1] zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van de procedure.

5. De beslissing

De rechtbank

Veroordeelt Karsten Beheer B.V. en [gedaagde sub 1] tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van Euro 34.061,40 (zegge: vierendertig duizend een en zestig euro en veertig cent ), vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag sinds de dag der dagvaarding, zijnde 22 februari 2005, tot aan de voldoening.

Verwijst Karsten Beheer B.V. en [gedaagde sub 1] in de kosten van het geding, tot heden aan de zijde van [eiser] begroot op Euro 329,60 aan verschotten en op Euro 2.026,50 aan salaris van de procureur en veroordeelt Karsten Beheer B.V. en [gedaagde sub 1] mitsdien om te voldoen:

aan de griffier van deze rechtbank:

Euro 183,- voor in debet gesteld griffierecht;

Euro 85,60 voor kosten dagvaarding;

Euro 2.026,50 voor salaris van de procureur;

derhalve in totaal Euro 2.295,10, met welk bedrag zal dienen te worden gehandeld overeenkomstig het bepaalde bij artikel 243 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;

en aan [eiser]:

Euro 61,- voor niet in debet gesteld griffierecht.

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.B. Littooy en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2006.