Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2006:AY4705

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
12-04-2006
Datum publicatie
20-07-2006
Zaaknummer
193425 CV EXPL 05-3776 (NB)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde zou zonder toestemming van eiseres bestanden en/of databases en andere materialen hebben weggenomen, ten gevolge waarvan eiseres schade zou hebben geleden. Vervolgens hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin is overeengekomen dat gedaagde aan eiseres een bedrag van € 600,00 zou betalen. De kantonrechter verwerpt het verweer van gedaagde dat deze overeenkomst onder invloed van dwaling dan wel bedrog tot stand is gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Alkmaar

zaak/rolnr.: 193425 CV EXPL 05-3776 (NB)

Uitspraakdatum: 12 april 2006

Vonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap

Eweka Internet Services B.V.

gevestigd te Alkmaar

eisende partij

verder ook te noemen: Eweka

gemachtigde: F.J.M. van der Meer, gerechtsdeurwaarder te Alkmaar

tegen

[gedaagde]

wonende te [adres]

gedaagde partij

verder ook te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. E.M. Diesfeldt, advocaat te Alkmaar

[toevoeging aangevraagd].

Het procesverloop

Eweka heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding d.d. 8 augustus 2005.

[Gedaagde] heeft bij antwoord verweer gevoerd.

Na beraad heeft de kantonrechter een comparitie gelast. Met het oog op de te houden comparitie heeft Eweka bij akte d.d. 30 januari 2006 een productie overgelegd.

De comparitie is gehouden op 13 februari 2006, alwaar zijn verschenen namens Eweka [naam 1], technisch directeur, en [naam 2], werkzaam op de debiteurenadministratie, alsmede [gedaagde]; partijen werden bijgestaan door hun gemachtigden.

Van deze comparitie heeft de griffier aantekeningen gehouden.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

Het geschil

Eweka vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag ad € 764,44, rente en kosten rechtens.

Zij stelt hiertoe, zakelijk samengevat, het volgende. [Gedaagde] heeft in of omstreeks december 2002 zonder toestemming van Eweka bestanden en/of databases en andere materialen weggenomen, ten gevolge waarvan Eweka schade heeft geleden. [Gedaagde] heeft dit erkend en partijen hebben op 28 december 2002 een overeenkomst gesloten waarin de schade is vastgesteld op € 600,00. [Gedaagde] diende de schade in ieder geval binnen 24 maanden te voldoen, hetgeen hij heeft nagelaten. Omdat betaling uitbleef was Eweka genoodzaakt haar vordering ter incassering uit handen te geven aan haar gemachtigde. Zij maakt derhalve tevens aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten ad € 150,00. Eweka maakt voorts aanspraak op wettelijke rente, tot de dag van dagvaarding bedragende € 14,44.

Op het verweer van [gedaagde] zal bij de beoordeling, voor zover van belang, worden ingegaan.

De beoordeling

De kantonrechter stelt voorop dat het in deze procedure slechts gaat om de vraag of [gedaagde] gehouden is om uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst van 28 december 2002 aan Eweka een bedrag van € 600,00 te betalen. Het gaat niet om de vraag of [gedaagde] jegens Eweka onrechtmatig heeft gehandeld en haar daardoor schade heeft berokkend, nu dat niet aan de vordering ten grondslag is gelegd. Het is ook niet van belang voor de geldigheid van de vaststellingsovereenkomst. Deze geldt immers ook (en juist) als het overeengekomene van de tevoren bestaande rechtstoestand afwijkt (artikel 7:900 lid 1 BW).

Het beroep op vernietiging wegens bedrog dan wel misbruik van omstandigheden wordt verworpen. Voor zover uit de stellingen van [gedaagde] moet worden afgeleid dat hij zich (ook) beroept op bedreiging geldt hetzelfde. Hij heeft de gelegenheid gehad zich te beraden over de mogelijk juridische implicaties (onrechtmatigheid, aansprakelijkheid) van zijn gedragingen alvorens enige afspraak met Eweka te maken. Hij heeft de hem aangeboden overeenkomst vervolgens kunnen bestuderen en heeft die getekend ten huize van en in aanwezigheid van zijn ouders, die hem daarin hebben geadviseerd. Het doen van aangifte bij justitie (en de mededeling van Eweka over daaraan verbonden consequenties) in geval [gedaagde] niet zou tekenen levert geen bedreiging als bedoeld in artikel 3:44 BW op. Het gaat om het toebrengen van op zichzelf niet ongeoorloofde nadeel om een evenmin illegaal doel te bereiken, nl. het bereiken van een schikking waarvan gesteld noch gebleken is dat deze in hoge mate nadelig was voor [gedaagde].

[Gedaagde] heeft niet aannemelijk gemaakt, laat staan bewezen dat de mededeling van Eweka over de daadwerkelijke hoogte van haar schade, op grond waarvan hij naar eigen zeggen tot de schikking is gekomen, onjuist was.

[Gedaagde] heeft niet betwist dat het in artikel 3 van de overeenkomst bepaalde aldus moet worden opgevat dat hij binnen 24 maanden na ondertekening een bedrag van € 600,00 zou dienen te betalen aan Eweka in nader overeen te komen termijnen. Dat laatste is niet geschied, zodat bedoeld bedrag thans in zijn geheel opeisbaar is. De overeenkomst is niet vervallen, zoals [gedaagde] heeft gesteld, omdat de in de laatste alinea bedoelde termijn van 60 maanden nog niet is verstreken.

Uit het voorgaande volgt dat de vordering in hoofdsom toewijsbaar is. [Gedaagde] is in verzuim geraakt, zodat de gevorderde wettelijke rente eveneens toewijsbaar is.

De medegevorderde buitengerechtelijke (incasso)kosten zullen evenwel worden afgewezen, nu uit de stukken slechts blijkt van een enkele aanmaning door de gemachtigde van Eweka en de kosten daarvan worden geacht te zijn begrepen in de proceskosten.

[Gedaagde] dient als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt [gedaagde] om aan Eweka tegen kwijting te betalen € 614,44, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 600,00 vanaf 8 augustus 2005 tot de dag van betaling.

Veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die tot heden voor Eweka worden vastgesteld op een bedrag van € 424,74 [inclusief BTW indien en voorzover door [gedaagde] verschuldigd], waaronder begrepen een bedrag van € 200,00 voor salaris van de gemachtigde van Eweka [waarover [gedaagde] geen BTW verschuldigd is].

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.C. Schlingemann, kantonrechter, en op12 april 2006in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.