Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2006:AX9673

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
21-06-2006
Datum publicatie
30-06-2006
Zaaknummer
WW 05/2679
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Na een reorganisatie is eiseres de functie van unit-leider aangeboden. Eiseres heeft gemotiveerd gesteld dat van haar - een academica - in redelijkheid niet kan worden gevergd deze functie te aanvaarden, nu deze functie voor 80% bestaat uit het geüniformeerd verkopen van etenswaren op een NS-station. Gelet op het laatste had het op de weg van verweerder gelegen gemotiveerd in gaan op de stelling van eiseres dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet van haar kon worden gevergd. Nu verweerder dit heeft nagelaten ontbeert het bestreden besluit een deugdelijke motivering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

Zaaknummer: WW 05/2679

Uitspraak van de enkelvoudige kamer

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te Amsterdam,

eiseres,

tegen

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (districtskantoor Amsterdam),

verweerder.

1. Ontstaan en loop van de zaak

Bij besluit van 18 oktober 2005 heeft verweerder ongegrond verklaard de bezwaren van eiseres tegen een besluit van 22 juli 2005 waarbij eiseres een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) is geweigerd.

Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep behandeld ter zitting van 10 mei 2006. Eiseres is aldaar niet verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde R. Hahn, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

2. Motivering

2.1. Aan de orde is de vraag of verweerder de WW-uitkering van eiseres terecht heeft geweigerd. Voor de beantwoording van die vraag is de navolgende regelgeving van belang.

2.2. Ingevolge artikel 24, eerste lid, aanhef en onder a, van de WW dient de werknemer te voorkomen dat hij verwijtbaar werkloos wordt. Van verwijtbare werkloosheid als bedoeld in het tweede lid, onder b, van dat artikel is sprake als de dienstbetrekking eindigt of is beëindigd zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren zijn verbonden dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd.

Ingevolge artikel 27, eerste lid, van de WW weigert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkering blijvend geheel indien de werknemer een verplichting, hem op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of onderdeel b, onder 3° opgelegd, niet is nagekomen, tenzij het niet nakomen van de verplichting de werknemer niet in overwegende mate kan worden verweten.

2.3. Verweerder heeft de WW-uitkering geweigerd omdat eiseres verwijtbaar werkloos is. Zij heeft zelf om ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht zonder dat daartoe een noodzaak bestond.

2.4. Eiseres heeft in beroep het volgende aangevoerd. Eiseres is niet verwijtbaar werkloos. Het was de wens van de werkgever de overeenkomst te beëindigen. Eiseres heeft slechts tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht omdat haar werkgever reeds een ontslagvergunning bij het Centrum voor Werk en Inkomen had aangevraagd en eiseres aldus wilde bewerkstelligen dat zij een redelijke vergoeding zou krijgen. Aan eiseres is een tijdelijke functie aangeboden onder de voorwaarde dat zij na één jaar zou meewerken aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst zonder vergoeding. Eiseres wilde niet met dit voorstel instemmen en de werkgever heeft haar vervolgens belast met niet-passende arbeid. Van eiseres kon redelijkerwijs niet gevergd worden de arbeidsovereenkomst voort te laten duren.

2.5. De rechtbank acht het bestreden besluit ondeugdelijk gemotiveerd en overweegt daartoe als volgt. De rechtbank is van oordeel dat, nu eiseres zelf een verzoek heeft ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, de ten gevolge van de ontbinding - per 1 juni 2005 - ontstane werkloosheid in principe als verwijtbaar in de zin van art. 24 lid 2 aanhef en onder b van de WW moet worden beschouwd. Een uitzondering op dat uitgangspunt kan echter worden gemaakt indien sprake is van een acute noodsituatie - een onaanvaardbare werksituatie daaronder begrepen. Alsdan kan voortduring van de arbeidsovereenkomst niet langer redelijkerwijs worden gevergd.

2.6. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres vanaf 1999 gedurende vijf jaar bij haar werkgever als controller goed heeft gefunctioneerd. Als gevolg van een door de werkgever doorgevoerde reorganisatie heeft eiseres noodgedwongen een functie aanvaard, die - naar later bleek - niet aansloot bij de kwaliteiten van eiseres. Vervolgens heeft de werkgever eiseres een andere, tijdelijke functie aangeboden onder de voorwaarde dat eiseres zou meewerken aan de ontbinding van de arbeidsovereenkomst na een jaar, zonder toekenning van een vergoeding. Eiseres heeft dit aanbod naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid niet hoeven aanvaarden nu de werkgever aldus poogde van een verplichting tot toekenning van een vergoeding ontslagen te worden zonder daartegenover enige tegenprestatie te leveren. Hierna is eiseres de functie van unit-leider aangeboden. Eiseres heeft gemotiveerd gesteld dat van haar - een academica - in redelijkheid niet kan worden gevergd deze functie te aanvaarden, nu deze functie voor 80% bestaat uit het geüniformeerd verkopen van etenswaren op een NS-station.

2.7. Gelet op het laatste had het op de weg van verweerder gelegen gemotiveerd in gaan op de stelling van eiseres dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet van haar kon worden gevergd. Nu verweerder dit heeft nagelaten ontbeert het bestreden besluit een deugdelijke motivering.

2.8. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit zal worden vernietigd. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. Wel zal de rechtbank bepalen dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht vergoedt.

3. Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder een nieuwe beslissing op bezwaar neemt, met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

- bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan eiseres het griffierecht ten bedrage van € 37,00 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 21 juni 2006 door mr. J.S. Reid, rechter, in tegenwoordigheid van mr. E. Lankhof, griffier.

griffier, rechter,

Tegen deze uitspraak kunnen belanghebbenden — in elk geval de eisende partij — en verweerder hoger beroep instellen. Hoger beroep wordt ingesteld door binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een brief (beroepschrift) en een kopie van de uitspraak te zenden aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.