Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2006:AX4054

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
29-03-2006
Datum publicatie
23-05-2006
Zaaknummer
196738-05-4517 WG
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser heeft van gedaagden een recreatiewoning gekocht. Volgens eiser is de koopovereenkomst door bedrog dan wel onder invloed van dwaling tot stand gekomen. Hij stelt dat gedaagden hun mededelingsplicht niet naar behoren zijn nagekomen.

De kantonrechter volgt eiser hierin niet. Hij heeft immers onvoldoende deugdelijk eigen onderzoek verricht, terwijl hij daartoe wel in staat is gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton

Locatie Alkmaar

zaak/rolnr.: 196738-05-4517 WG

Uitspraakdatum: 29 maart 2006

Vonnis in de zaak van:

[eiser] te Kampen

eisende partij

verder ook te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. M.C. Dorresteijn, advocaat te Zwolle

tegen

1. [Gedaagde 1] en 2. [Gedaagde 2], beiden wonende te Winkel, gemeente Niedorp

gedaagde partijen

verder ook enkelvoudig te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. P.J.L.J. Duijsens, advocaat te 's-Gravenhage.

Het procesverloop

[Eiser] heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding d.d. 3 oktober 2005.

[Gedaagde] heeft bij antwoord verweer gevoerd.

Na beraad heeft de kantonrechter een comparitie gelast, die is gehouden op 28 februari 2006, in aanwezigheid van partijen en hun gemachtigden, mr. L.P.A. Zwijnenberg verving mr. Duijsens.

Van deze comparitie heeft de griffier aantekeningen gehouden.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

Het geschil en de beoordeling daarvan

1. Het geschil komt - kort gezegd - op het volgende neer. [Eiser] heeft op 1 september 2004 van [gedaagde] een bestaande recreatiewoning aan de [adres] te Sint Maartensvlotbrug gekocht. [Eiser] stelt dat deze koopovereenkomst door bedrog dan wel onder invloed van dwaling tot stand is gekomen, stellende dat [gedaagde] zijn mededelingsplicht niet naar behoren is nagekomen. [Eiser] heeft dienaangaande aangevoerd dat hij bij [gedaagde] uitdrukkelijk heeft nagevraagd of het dak van de recreatiewoning - zoals stond vermeld in de verkoopbrochure - geheel voorzien was van een nieuw bitumen dak. [Gedaagde] heeft dit destijds bevestigd. Later is [eiser] gebleken dat het bitumen slechts aan de voorzijde was aangebracht. Het bitumen op de achterzijde van het dak was beduidend ouder dan op de voorzijde. Naar de mening van [eiser] heeft [gedaagde] tegen hem gelogen. [Eiser] heeft het dak moeten vervangen en hij vordert thans bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de schade tot een bedrag van € 3.626,04 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2005 alsmede veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure. [Gedaagde] heeft deze vordering gemotiveerd betwist stellende - in hoofdzaak - dat hij [eiser] steeds juist heeft geïnformeerd. Ook heeft [eiser], aldus [gedaagde], zelf het dak bezichtigd zodat hij wist althans had moeten weten dat slechts de voorkant van het dak vernieuwd was.

2. Het beroep op bedrog faalt. Weliswaar heeft [eiser] gesteld dat [gedaagde] in strijd met zijn mededelingsplicht heeft verzwegen dat het dak slechts voor de helft was voorzien van een nieuw bitumen dak, doch een en ander is gemotiveerd betwist door [gedaagde] zodat niet zonder meer van de juistheid van het betoog van [eiser] kan worden uitgegaan. Voor een bewijsopdracht aan [eiser] ziet de kantonrechter geen aanleiding. Gegeven hetgeen ter comparitie is gebleken staat vast dat [gedaagde] [eiser] geen strobreed in de weg heeft willen leggen om de recreatiewoning aan een nader onderzoek te onderwerpen. Voorts kan als vaststaand worden aangenomen dat [eiser] zelf onderzoek heeft gedaan naar de staat van de woning en dat daarbij ook het dak nader is bezien. Naar [eiser] zelf ter comparitie heeft verklaard is de makelaar van [gedaagde] op verzoek van [eiser] op het dak geweest om een en ander te bekijken en aangenomen moet worden - het tegendeel is niet gesteld noch gebleken - dat deze makelaar naar eer en geweten [eiser] over de situatie van het dak heeft geïnformeerd. Onder deze omstandigheden kan bezwaarlijk aannemelijk worden geacht dat [gedaagde] willens en wetens heeft verzwegen althans heeft willen verzwijgen dat het dak maar deels was vernieuwd.

3. Wil een beroep op dwaling slagen dan zal in ieder geval vereist zijn dat zich één van de drie in artikel 6:228 lid 1 BW genoemde gevallen voordoet, te weten - kort gezegd - 1) de wederpartij heeft een onjuiste inlichting gegeven, 2) de wederpartij heeft een mededelingsplicht geschonden, of 3) er is sprake van wederzijdse dwaling.

4. [Eiser] heeft in dit verband gesteld dat hij door een onjuiste mededeling van [gedaagde] dan wel doordat hij de werkelijke situatie heeft verzwegen, is bewogen tot de koopovereenkomst en dat hij indien hij ervan op de hoogte was geweest dat het dak maar voor de helft vernieuwd was, de koopovereenkomst niet onder dezelfde voorwaarden had gesloten.

5. Gelijk hiervoor reeds is overwogen, staat vast dat [gedaagde] [eiser] in de gelegenheid heeft gesteld nader onderzoek te doen en dat dit onderzoek ook heeft plaatsgevonden. Indien en voor zover al geoordeeld zou kunnen worden dat [gedaagde] tegen [eiser] zou hebben gezegd dat het dak geheel was vernieuwd, dan moet toch tevens worden gezegd dat [eiser] van [gedaagde] alle gelegenheid heeft gehad om een en ander terdege te verifiëren dan wel zich over het dak te laten informeren. [Gedaagde] heeft onweersproken aangevoerd dat [eiser] verschillende keren naar de woning is komen kijken en dat hij zich daarbij ook heeft laten begeleiden door zijn buurman, die - zo is ter comparitie gebleken - timmerman van beroep is. Zo onder deze omstandigheden al aannemelijk geacht kan worden dat [eiser] geen reëel inzicht heeft verkregen in de staat van het dak dan moet toch in ieder geval worden geoordeeld dat deze omstandigheid voor zijn eigen rekening en risico dient te blijven omdat alsdan [eiser] geacht kan worden onvoldoende deugdelijk eigen onderzoek te hebben verricht terwijl hij daartoe wel in staat is gesteld.

6. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de onderhavige vordering niet voor toewijzing in aanmerking.

7. [Eiser] wordt in deze procedure in het ongelijk gesteld en zal mitsdien met de proceskosten worden belast.

De beslissing

De kantonrechter:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die tot heden voor [gedaagde] worden vastgesteld op een bedrag van € 350,00 voor salaris van de gemachtigde van [gedaagde], waarover [eiser] geen BTW verschuldigd is.

Dit vonnis is gewezen door mr.drs. J.H.A.C. Everaerts, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 29 maart 2006 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter