Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2006:AW3575

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
27-04-2006
Datum publicatie
27-04-2006
Zaaknummer
06-102
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter heeft bepaald dat de stichting Jas binnen 24 uur het artikel 'Onderzoek naar Polderse steekpenningen' moet verwijderen van haar website. De stichting heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter de beschuldigingen in het artikel onvoldoende kunnen onderbouwen en moet een rectificatie op de homepage of indexpage plaatsen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

FV

KG nummer: 06-102

datum: 27 april 2006

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Anna Paulowna,

zetelende te Anna Paulowna,

eiseres in kort geding,

procureur mr. H. van Lingen,

tegen:

1. de stichting Stichting Jas Ter Bevordering van de Rechtsgelijkheid voor Een Ieder, gevestigd en kantoor houdende te Breezand, gemeente Anna Paulowna,

2. [gedaagde 2], wonende te Breezand, gemeente Anna Paulowna,

gedaagden in kort geding.

Partijen zullen verder ook worden genoemd "de gemeente", "de stichting", respectievelijk "[gedaagden]".

1. Het verloop van het geding

Bij exploot van 27 maart 2006 heeft de gemeente zowel de stichting als [gedaagden] gedagvaard ten einde op 6 april 2006 ten overstaan van de voorzieningenrechter in kort geding te verschijnen.

Bij brief van 28 maart 2006 heeft de stichting om uitstel van de zitting verzocht. Vervolgens is van de zijde van de gemeente bij brief van 30 maart 2006 bevestigd dat de zitting op een latere datum zal plaatsvinden, waarna door de voorzieningenrechter de mondelinge behandeling is bepaald op 19 april 2006.

Ter terechtzitting van 19 april 2006 heeft de gemeente gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Vervolgens heeft zij haar vorderingen ten aanzien van [gedaagden] ingetrokken.

De stichting heeft de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van de gemeente de originele dagvaarding en van beide zijden pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. De uitgangspunten

2.1 De stichting heeft - kort gezegd, zoals blijkt uit artikel 3 van haar statuten - tot doel "het controleren van de totstandkoming en naleving bij de tenuitvoerlegging van de wetgeving in materiële zin van de lagere overheidsorganen (...)". De stichting richt zich daarbij in het bijzonder op de gemeente Anna Paulowna.

2.2 [gedaagden] is de voorzitter van de stichting.

2.3 Sinds 5 maart 2006 staat op de website www.stichting-jas.nl een artikel getiteld "Onderzoek naar Polderse steekpenningen". Het artikel bevat onder meer de volgende tekst:

"Binnen het gemeentehuis van Anna Paulowna is een onderzoek gaande naar het aannemen van steekpenningen.

Het onderzoek betreft drie ambtenaren van de sectie bouwen. Twee ambtenaren zijn inmiddels ontslagen, de derde heeft zich nog net ziek weten te melden. Uit betrouwbare bron is vernomen dat de drie ambtenaren achter de schermen gezamenlijk hun juridische strijd voeren tegen de gemeente Anna Paulowna. Zij worden er van verdacht steekpenningen te hebben aangenomen om een oogje dicht te knijpen bij een aantal bouwprojecten in de Polder.

(...) Overigens is JAS van mening dat op dit moment alleen drie kleine visjes gevangen zijn. De twee grootste zwemmen nog vrij rond op de afdeling bouwen/grondgebied.

(...)."

2.4 De gemeente heeft bij brief van 8 maart 2006 zowel de stichting als [gedaagden] gevraagd naar de feitelijke basis van voormelde tekst. Daarbij heeft de gemeente, er vooralsnog van uitgaande dat die basis ontbrak, hen gesommeerd om het artikel van de website te verwijderen.

2.5 Bij e-mail van 15 maart 2006 heeft de stichting aan de gemeente onder meer bericht dat zij omtrent het onderzoek naar steekpenningen over getuigen beschikt.

2.6 Bij brief van 18 april 2006 heeft S. Hoekstra - zakelijk weergegeven - verklaard dat er door de gemeente ten onrechte gesuggereerd is dat hij steekpenningen of smeergelden aangenomen zou hebben.

3. De vordering en de standpunten van partijen

3.1 De gemeente vordert thans, verkort weergegeven, de stichting te gebieden om het artikel van de desbetreffende website te halen en verwijderd te houden, alsmede de stichting te gebieden om een rectificatie te plaatsen op de homepage of indexpage van die website en in het eerstvolgende nummer van het regionale weekblad de Polderbode, met veroordeling van de stichting in de kosten van het geding.

3.2 De gemeente legt aan haar vordering ten grondslag dat de stichting onzorgvuldig en onrechtmatig heeft gehandeld door de tekst op het internet te publiceren terwijl een deugdelijke en feitelijke onderbouwing van de inhoud van artikel ontbreekt. De stichting heeft, alvorens het artikel te publiceren, geen enkel onderzoek gedaan en heeft zij nagelaten de door de getuige geuite beschuldigingen op welke wijze dan ook te verifiëren. De stichting beschuldigt een aantal ambtenaren van het aannemen van steekpenningen zonder dat ergens uit blijkt waarop die beschuldigingen zijn gebaseerd. De desbetreffende ambtenaren voelen zich in hun eer en goede naam aangetast, nu in een kleine gemeente als Anna Paulowna het een en ander gemakkelijk is te herleiden tot bepaalde personen. Ook de integriteit van de gemeente wordt in diskrediet gebracht. Er is bij de gemeente bovendien in het geheel geen onderzoek gaande naar het aannemen van steekpenningen. Er lopen weliswaar ontslagprocedures tegen twee ambtenaren maar daarbij speelt het aannemen van steekpenningen geen enkele rol, alles aldus de gemeente. De gemeente stelt ten slotte dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vordering omdat de onrechtmatige aantasting van haar eer en goede naam voortduurt zolang de op internet gepubliceerde beschuldigingen voortduren.

3.3 De stichting voert tegen de vordering aan dat zij niets anders heeft gedaan dan het opschrijven en publiceren van hetgeen aan haar voorzitter door een voormalig ambtenaar van de gemeente is verteld. Die ambtenaar verklaarde dat hij ten onrechte door de gemeente beschuldigd werd van het aannemen van steekpenningen/smeergeld en dat er een onderzoek liep. De beschuldigingen van de gemeente hadden betrekking op drie concrete bouwprojecten. De desbetreffende ambtenaar heeft dit ook aan enige bedrijven laten weten, alles aldus de stichting.

3.4 Partijen hebben hun wederzijdse standpunten nader uiteengezet, onder meer aan de hand van de overgelegde pleitnotities. Voor zover nodig voor de beslissing zal daarop hierna afzonderlijk en uitdrukkelijk worden ingegaan.

4. De gronden van de beslissing

4.1 In het onderhavige geschil staan twee belangen tegenover elkaar. Enerzijds het recht van de stichting op vrije meningsuiting, anderzijds het recht van de gemeente op bescherming van de eer en goede naam, waaronder het belang om niet te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. In dat kader ligt de vraag voor of de stichting met de publicatie van het artikel de grenzen van de vrijheid van meningsuiting op ontoelaatbare wijze heeft overschreden, waarbij het recht op vrijheid van meningsuiting zijn begrenzing onder meer vindt in de zorgvuldigheid en betamelijkheid die in het maatschappelijk verkeer jegens anderen in acht moet worden genomen.

4.2 Het betoog van de gemeente komt erop neer dat de stichting die zorgvuldigheid ten aanzien van de publicatie van het artikel niet in acht heeft genomen, omdat de beschuldigingen onvoldoende onderbouwd worden door de feiten. Dat betoog slaagt. De stichting heeft aangevoerd dat zij zich gebaseerd heeft op een verklaring van een voormalig ambtenaar van de gemeente. Die ambtenaar zou verklaard hebben dat hij er door de gemeente ten onrechte van beschuldigd werd dat hij steekpenningen had aangenomen. De door de stichting gepubliceerde tekst is echter van verderstrekkende aard. Daarin wordt immers niet gerept over één ambtenaar die bovendien niet meer bij de gemeente werkt, maar wordt de suggestie gewekt dat het meerdere ambtenaren betreft die thans nog bij de gemeente werkzaam zijn.

4.3 Daarbij komt dat de stichting, nadat de gemeente gemotiveerd heeft bestreden dat er een onderzoek naar steekpenningen gaande zou zijn, nagelaten heeft de door haar geuite beschuldigingen nader feitelijk te onderbouwen. Door zonder enig nader onderzoek de desbetreffende beschuldigingen op het internet te publiceren, is de stichting te lichtvaardig te werk gegaan. Het had immers, mede gelet op de doelstelling van de stichting, voor de hand gelegen dat de stichting alvorens tot publicatie over te gaan, contact had opgenomen met de gemeente. Zij heeft dit echter nagelaten. Dat de gemeente op enig moment aan [gedaagden] de toegang tot het gemeentehuis heeft ontzegd, doet daar niet aan af. De gemeente heeft immers onvoldoende gemotiveerd weersproken gesteld dat zij ten behoeve van de stichting een contactpersoon heeft aangesteld. Bovendien is niet aannemelijk geworden dat [gedaagden] de enige persoon is die namens de stichting bevoegd was om bij de gemeente navraag te doen.

4.4 Gelet op het voorgaande en omdat de verklaring van de getuige op geen enkele wijze ondersteund wordt door andere feiten, moet de inhoud van de tekst als onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig jegens de gemeente worden aangemerkt. De vorderingen van de gemeente zullen derhalve worden toegewezen, behoudens het navolgende.

4.5 De gevorderde publicatie van een rectificatie in het regionale weekblad wordt afgewezen. Onvoldoende is komen vast te staan dat de gemeente daarbij een voldoende concreet belang heeft. Niet gesteld of gebleken is immers dat het artikel in een ander medium dan de website van de stichting is gepubliceerd.

4.6 De stichting wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van het geding aan de zijde van de gemeente.

4.7 Aangezien de gemeente de vordering tegen [gedaagden] eerst ter zitting van 19 april 2006 heeft ingetrokken en de gemeente desgevraagd verklaard heeft dat zij [gedaagden] uitsluitend gedagvaard had op basis van het enkele vermoeden dat [gedaagden] het desbetreffende artikel geschreven zou hebben, acht de voorzieningenrechter een veroordeling van de gemeente in de kosten van [gedaagden] op haar plaats. Die kosten worden evenwel begroot op nihil.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- gebiedt de stichting om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis het artikel, zoals bedoeld in de dagvaarding onder 2 en in productie 3 bij de dagvaarding, van de website van de stichting te halen en verwijderd te houden;

- gebiedt de stichting om op eigen kosten binnen 8 dagen na betekening van dit vonnis een rectificatie ter grootte van een halve pagina te plaatsen op de homepage of indexpage van de website www.stichting-jas.nl van de stichting en deze gedurende 14 dagen geplaatst te houden waarvan de tekst luidt als volgt:

"Door de Stichting JAS is op haar website een artikel gepubliceerd onder de titel "Onderzoek naar Polderse steekpenningen". De daarin gedane stellingen en geuite beschuldigingen heeft de stichting JAS onvoldoende kunnen onderbouwen en zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter in kort geding onrechtmatig jegens de gemeente en de, althans bepaalde, aldaar werkzame ambtenaren."

- veroordeelt de stichting in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de gemeente begroot op € 332,87 aan verschotten en op € 816,- aan salaris procureur;

- veroordeelt de gemeente in de kosten van het geding aan de zijde van [gedaagden], tot op heden begroot op nihil;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- weigert de meer of anders gevorderde voorziening.

Gewezen door mr. L.J.L. Koster, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 april 2006 in tegenwoordigheid van

mr. F. Vermeij, griffier.