Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2006:AW2481

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
19-04-2006
Datum publicatie
19-04-2006
Zaaknummer
83674/HA ZA 05-1012
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2007:BB3136, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2010:BO7193, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

arbeidsongeschiktheidsverzekering; sommen- of schadeverzekering; Haviltex-criteria; royement onrechtmatig

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

zaak- en rolnummer: 83674 / HA ZA 05-1012

datum: 19 april 2006

Vonnis van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

[eiser],

wonende te Hoorn,

eiser bij dagvaarding van 13 oktober 2005,

procureur mr. M.L. Molenaar,

tegen:

de naamloze vennootschap

N.V. Noordhollandsche van 1816 Algemene Verz. Mij,

gevestigd en kantoor houdende te Oudkarspel, gemeente Langedijk,

gedaagde,

procureur mr. J. van Rhijn.

Partijen zullen verder worden genoemd "[eiser]" respectievelijk "Noordhollandsche".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

1.1 [eiser] heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de dagvaarding, waarbij producties zijn overgelegd.

1.2 Noordhollandsche heeft een conclusie van antwoord genomen, waarbij producties zijn overgelegd.

1.3 Op 21 december 2005 heeft de rechtbank een in deze zaak tussen partijen gewezen vonnis uitgesproken. Ter uitvoering van dat vonnis heeft op 9 maart 2006 een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

1.4 Ten slotte is vonnis gevraagd. De inhoud van al deze stukken geldt als hier ingelast.

2. DE FEITEN

Tussen partijen staat het volgende vast:

a. [eiser] is sinds 1 maart 1984 directeur van de besloten vennootschap Bon en Van Hoften "Bonnex" B.V. in Amsterdam.

b. Tussen partijen is met ingang van 8 november 1991 een arbeidsongeschiktheids-verzekering gesloten. De bij deze verzekering behorende polis vermeldt onder meer het volgende:

"Omschrijving van het verzekerde risico

Verzekerde(n) : De heer A. [eiser]

Geboortedatum: 17-08-1950

Beroep: Directeur bouwbedrijf (adm./commercieel werkzaam)

Rubriek A

verzekerde rente ƒ 60.000,- per jaar. Jaarlijks klimmend met 3% samengesteld interest. Eigen risicotermijn: 30 dagen Premie ƒ 608,80 per kwartaal

Rubriek B

verzekerde rente ƒ 41.000,- per jaar. Jaarlijks klimmend met 3% samengesteld interest. Eigen risicotermijn: 365 dagen Premie ƒ 1.191,59 per kwartaal

(...)

Artikel 17 lid 1 van de Algemene Voorwaarden wordt geacht als volgt te zijn gewijzigd:

1 a. Met inachtneming van het bepaalde in lid 3 bedraagt de uitkering voor

rubriek A bij een arbeidsongeschiktheid van:

0 - 25%: geen uitkering

25 - 35%: 30% van de verzekerde jaarrente

35 - 45%: 40% van de verzekerde jaarrente

45 - 55%: 50% van de verzekerde jaarrente

55 - 65%: 60% van de verzekerde jaarrente

65 - 80%: 75% van de verzekerde jaarrente

80 - 100%: 100% van de verzekerde jaarrente

1 b. Met inachtneming van het bepaalde in lid 2 en 3 bedraagt de uitkering voor

rubriek B bij een arbeidsongeschiktheid van:

0 - 45%: geen uitkering

45 - 55%: 50% van de verzekerde jaarrente

55 - 65%: 60% van de verzekerde jaarrente

65 - 80%: 75% van de verzekerde jaarrente

80 - 100%: 100% van de verzekerde jaarrente"

c. Op deze verzekering zijn onder meer de volgende polisvoorwaarden van toepassing:

"Artikel 3

Strekking van de verzekering

Deze verzekering heeft ten doel uitkering te verlenen bij derving van inkomen door de verzekerde tengevolge van zijn arbeidsongeschiktheid.

(...)

Artikel 5

Begrip arbeidsongeschiktheid (rubriek A)

Arbeidsongeschiktheid is aanwezig indien de verzekerde rechtstreeks en uitsluitend door medisch vast te stellen gevolgen van ongeval en/of ziekte voor ten minste 25% ongeschikt is tot het verrichten van de werkzaamheden ver[eiser]den aan zijn op het polisblad vermelde beroep, zoals dat voor deze beroepsbezigheden in de regel en redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

(...)

Artikel 8

Begrip arbeidsongeschiktheid (rubriek B)

Arbeidsongeschiktheid is aanwezig indien de verzekerde rechtstreeks en uitsluitend door medisch vast te stellen gevolgen van ongeval en/of ziekte voor ten minste 25% ongeschikt is tot het verrichten van de werkzaamheden, die voor zijn krachten en bekwaamheden zijn berekend en die met het oog op zijn opleiding en vroegere werkzaamheden in redelijkheid van hem kunnen worden verlangd.

Bij het aldus vaststellen van de mate van arbeidsongeschiktheid zal derhalve geen rekening worden gehouden met verminderde gelegenheid tot het verkrijgen van arbeid.

(...)

Artikel 15

Verplichtingen bij arbeidsongeschiktheid

1. De verzekerde is verplicht in geval van arbeidsongeschiktheid:

a. zich direct onder behandeling van een arts te stellen, al het mogelijke te doen om zijn herstel te bevorderen en alles na te laten wat zijn herstel kan vertragen of verhinderen;

b. zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen de eigen risico- termijn, en indien deze termijn langer is dan drie maanden, binnen drie maanden, aan de verzekeraar mededeling te doen van zijn arbeidsongeschiktheid op het daarvoor bestemde formulier van aangifte;

c. zich desgevraagd op kosten van de verzekeraar door een door de

verzekeraar aangewezen arts te doen onderzoeken, aan deze alle gewenste inlichtingen te verstrekken, respectievelijk zich voor onderzoek te doen opnemen in een aan te wijzen ziekenhuis;

(...)

Artikel 21

Premiebetaling

1. Premiebetaling in het algemeen

De verzekeringnemer dient de premie en de kosten vooruit te betalen uiterlijk op de dertigste dag nadat deze verschuldigd worden.

2. Wanbetaling

Indien de verzekeringnemer het verschuldigde niet tijdig betaalt of weigert te betalen, wordt geen dekking verleend ten aanzien van nadien ontstane arbeidsongeschiktheid. Een nadere ingebrekestelling door de verzekeraar is niet vereist. (...) Gedurende de schorsing is de verzekeraar bevoegd de verzekering zonder inachtneming van een opzeggingstermijn op een door hem te bepalen tijdstip te beëindigen."

d. Op 9 juni 2004 heeft [eiser] zich tot zijn huisarts gewend met spanningsklachten.

e. Op 15 juni 2004 is [eiser] en Van Hoften "Bonnex" B.V. in staat van faillissement verklaard.

f. Bij brief d.d. 16 juni 2004 meldt [eiser] aan zijn verzekeringstussenpersoon, de heer [naam]:

"Bij deze doe ik schriftelijk melding van ziekte en wel vanaf maandag 24 mei (circa 1/2 mei) Ik mag van de huisarts niet werken en autorijden en ik krijg antidepressiva om reden ik flink overspannen ben door zakelijke spanningen. (...)"

g. Het schadeaangifteformulier wordt door [eiser] op 26 juni 2004 ingevuld en ondertekend.

h. Op 1 september 2004 stuurt Noordhollandsche een factuur aan [eiser] ter zake van verschuldigde premie ad Euro 1.523,33.

i. Op 27 september 2004 wordt door [eiser], na telefonisch overleg met Noordhollandsche, een bedrag van Euro 1.440,25 overgemaakt en bij brief van 28 september 2004 van [eiser] aan Noordhollandsche verzoekt [eiser] om uitleg van de premieverhoging met meer dan de overeengekomen 3%.

j. Bij brief van 1 november 2004 aan [eiser] royeert Noordhollandsche de verzekering in verband met het verzuim van [eiser] om de per 1 september 2004 verschuldigde premie te voldoen.

3. HET GESCHIL

3.1. [eiser] heeft gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1. Te verklaren voor recht dat [eiser] 100%, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen percentage, arbeidsongeschikt is en dat deze arbeidsongeschiktheid onder de dekking van de polis is begrepen;

2. Noordhollandsche te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis met terugwerkende kracht vanaf 30 dagen na eerste ziektedag, derhalve vanaf 9 juli 2004, tot uitkering van de arbeidsongeschiktheidsverzekering overeenkomstig de tussen partijen gesloten polis over te gaan, op straffe van een dwangsom van Euro 1.000,- per dag of dagdeel dat Noordhollandsche hiermee in gebreke blijft;

3. Te verklaren voor recht dat het royement van de polis per 1 september 2004 door Noordhollandsche als onrechtmatig jegens [eiser] moet worden gekwalificeerd, dat royement te vernietigen en Noordhollandsche te gebieden binnen twee dagen na de betekening van het in deze te wijzen vonnis, haar verplichtingen uit hoofde van de polis tegenover [eiser] onverkort na te komen en dientengevolge -met inachtneming van hetgeen de rechtbank ter zake van het hiervoor onder 1. gevorderde tussen partijen voor recht zal verklaren- tot uitkering over te gaan, op straffe van een dwangsom van Euro 1.000,- per dag of dagdeel dat Noordhollandsche hiermee in gebreke blijft;

4. Noordhollandsche te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de achterstallige bedragen tot op heden tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2 [eiser] heeft daaraan - verkort en zakelijk weergegeven - het navolgende ten grondslag gelegd.

[eiser] is met ingang van 9 juni 2004 100% arbeidsongeschikt. In het kader van de door [eiser] met Noordhollandsche gesloten arbeidsongeschiktheidsverzekering dient Noordhollandsche tot uitkering over te gaan, wat zij weigert. Noordhollandsche dient haar verplichtingen uit de overeenkomst na te komen.

Noordhollandsche heeft [eiser] per 1 september 2004 ten onrechte geroyeerd.

3.3 Noordhollandsche heeft de vordering en de gronden daarvan gemotiveerd weersproken op gronden die hierna, voor zover van belang, aan de orde zullen komen.

4. DE BEOORDELING VAN HET GESCHIL

verzekerd evenement

4.1 Noordhollandsche voert aan dat er geen sprake is van inkomstenderving. De arbeidsongeschiktheid wordt pas na het faillissement gemeld. In verband met het faillissement heeft er geen loonbetaling plaatsgevonden en er is daarom dus geen sprake van schade. Op het moment van de melding aan Noordhollandsche was er daarom ook geen sprake meer van een verzekerd belang.

Noordhollandsche voert aan dat de verzekering een schadeverzekering is en dat de bepalingen van de overeenkomst in dat kader moeten worden bezien.

[eiser] daarentegen stelt dat het hier gaat om een sommenverzekering, als gevolg waarvan Noordhollandsche tot uitkering dient over te gaan, als het verzekerde evenement -arbeidsongeschiktheid- zich voordoet.

Feitelijk twisten partijen over de betekenis van de artikelen 3 en 5 van de polisvoorwaarden:

"Artikel 3

Strekking van de verzekering

Deze verzekering heeft ten doel uitkering te verlenen bij derving van inkomen door de verzekerde tengevolge van zijn arbeidsongeschiktheid.

Artikel 5

Begrip arbeidsongeschiktheid (rubriek A)

Arbeidsongeschiktheid is aanwezig indien de verzekerde rechtstreeks en uitsluitend door medisch vast te stellen gevolgen van ongeval en/of ziekte voor ten minste 25% ongeschikt is tot het verrichten van de werkzaamheden ver[eiser]den aan zijn op het polisblad vermelde beroep, zoals dat voor deze beroepsbezigheden in de regel en redelijkerwijs van hem kan worden verlangd."

Daarom zal moeten worden uitgelegd wat de betekenis van deze bepalingen is. Bij de beoordeling van de vraag wat Noordhollandsche en [eiser] zijn overeengekomen, komt het aan op de zin die zij in de gegeven omstandigheden over en weer op dit punt redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en wat Noordhollandsche en [eiser] op dit punt redelijkerwijs van elkaar aan inzicht mochten verwachten.

4.2 Hierbij is onder meer van belang de letterlijke betekenis van de bepalingen. Die wijzen in de richting van de uitleg die [eiser] eraan geeft. Voor [eiser] als particuliere verzekerde was deze verzekering wezenlijk voor het wegvallen van inkomsten, die voor de meeste werknemers in loondienst zijn gedekt door sociale verzekeringen. Indien Noordhollandsche wenste dat dekking bij een faillissement zou zijn uitgesloten, dan had zij de bepalingen ook anders kunnen redigeren en er een uitdrukkelijke uitsluiting bij faillissement in kunnen opnemen.

Noordhollandsche heeft, onder overlegging van een weergave uit de literatuur, nog aangevoerd dat jurisprudentie en uitspraken van de Raad van Toezicht op het Schadeverzekeringsbedrijf ernaar neigen om arbeidsongeschiktheidsverzekeringen als schadeverzekeringen te beschouwen. Nog daargelaten de vraag of dit uit de jurisprudentie kan worden afgeleid, gaat Noordhollandsche er hierbij aan voorbij dat ten tijde van het sluiten van de overeenkomst in 1991 arbeidsongeschiktheids-verzekeringen in het algemeen als een sommenverzekering werden beschouwd.

Anders dan Noordhollandsche is de rechtbank daarom op grond van het voorgaande van oordeel dat wel sprake is van een verzekerd evenement en dat er dus nog wel een verzekerd belang was ten tijde van de aanvraag door [eiser]. [eiser] zou zijn beroep als administratief/commercieel directeur van een bouwbedrijf nog kunnen uitoefenen, als hij niet arbeidsongeschikt zou zijn.

4.3 De gevorderde verklaring voor recht zal daarom worden gegeven, echter met uitzondering van het percentage arbeidsongeschiktheid, omdat dat nog zal moeten worden vastgesteld.

ingangsdatum arbeidsongeschiktheid

4.4 [eiser] stelt dat hij al vanaf 2002 klachten heeft ondervonden en derhalve reeds geruime tijd arbeidsongeschikt was.

Noordhollandsche betwist gemotiveerd dat er eerder dan 9 juni 2004 arbeidsongeschiktheid in de zin van de polis is ontstaan.

Wat er ook zij van de juistheid van de stellingen van [eiser] met betrekking tot zijn medische en psychische klachten, vaststaat dat hij deze voor het eerst overeenkomstig de polisvoorwaarden aan Noordhollandsche heeft gemeld in juni 2004. Uit de in het geding gebrachte producties blijkt voorts dat [eiser] zich daarvoor op 9 juni 2004 bij zijn huisarts heeft gemeld. Noordhollandsche heeft niet betwist dat 9 juni 2004 als eerste dag van arbeidsongeschiktheid in de zin van de geldende polis moet worden beschouwd. Als ingangsdatum van de arbeidsongeschiktheid dient daarom laatstgemelde datum te worden gehanteerd.

4.5 De mate van arbeidsongeschiktheid zal thans nog moeten worden vastgesteld teneinde te kunnen bepalen welk bedrag Noordhollandsche aan [eiser] zal dienen uit te keren. De rechtbank is voornemens om ten aanzien van het vast te stellen percentage arbeidsongeschiktheid een deskundige te benoemen. Daartoe zal een comparitie van partijen worden gelast. Aan partijen wordt verzocht om uiterlijk veertien dagen voor de te houden comparitie aan de rechtbank en wederpartij voorstellen te doen ten aanzien van de persoon van de deskundige en de aan deze te stellen vragen. Bovendien zal met partijen worden overlegd over de verdere loop van deze procedure.

4.6 Nu het aan Noordhollandsche te wijten is dat nog steeds geen medisch onderzoek is verricht, waaruit het percentage arbeidsongeschiktheid zou kunnen worden afgeleid, zal Noordhollandsche worden verplicht om het aan de deskundige te betalen voorschot te voldoen. Overigens merkt de rechtbank op dat Noordholland-sche deze kosten ook voor haar rekening zou nemen, indien het onderzoek op grond van de polisvoorwaarden zou geschieden.

royement

4.7 De op 1 september 2004 verzonden factuur ter zake van de te betalen premie diende ingevolge de polisvoorwaarden uiterlijk op 1 oktober 2004 te zijn voldaan. Na de door Noordhollandsche verzonden aanmaning van 16 september 2004 (prod. 14 bij de dagvaarding) heeft [eiser] telefonisch gereageerd en uitgelegd dat in verband met het faillissement van de B.V. abusievelijk ook zijn privérekening was geblokkeerd en dat daarom de automatische incasso niet was gelukt.

Uit de polis blijkt dat de premie telkens 3% per jaar wordt verhoogd. [eiser] heeft de laatst betaalde premie met 3% verhoogd en hij heeft dat bedrag alsnog tijdig overgemaakt aan Noordhollandsche. Bij brief van 28 september 2004 heeft hij om uitleg gevraagd ter zake van de extra verhoging.

Noordhollandsche heeft aan [eiser] geen uitleg gegeven en laatstvermelde brief van [eiser] onbeantwoord gelaten. Op 1 november 2004 heeft zij de verzekering geroyeerd.

4.8 Gelet op de hiervoor omschreven omstandigheden acht de rechtbank de opzegging onrechtmatig. Niet gesteld of gebleken is dat in de voorafgaande 13 jaar enige maal sprake is geweest van wanbetaling door [eiser]. [eiser] had in dit geval 95% van de premie uiteindelijk tijdig voldaan en bij deze gegevens mocht Noordhollandsche niet volstaan met de opzegging ruim een maand na de brief van [eiser], zonder deze te hebben beantwoord.

Noordhollandsche heeft nog aangevoerd dat de extra premieverhoging voor het verzenden van de factuur aan de tussenpersoon van [eiser] was gemeld, maar heeft hiervan geen afschrift in het geding gebracht, terwijl uit alle overige stukken in deze procedure blijkt dat de correspondentie tussen Noordhollandsche en [eiser] is gevoerd en niet via de tussenpersoon.

Op de comparitie van partijen heeft de heer De Waard namens Noordhollandsche overigens eerlijkheidshalve toegegeven dat het niet betalen van een klein deel van de premie niet de reden voor opzegging is geweest. De werkelijke reden was gelegen in het standpunt van Noordhollandsche dat er inmiddels geen verzekerd belang meer was.

De rechtbank zal de gevorderde verklaring voor recht daarom toewijzen en de opzegging vernietigen. Het ter zake gevorderde gebod zal in ieder geval in dit stadium van de procedure niet worden gegeven.

Overige geschilpunten

4.9 Ten aanzien van de overige geschilpunten zal in een later stadium van de procedure worden beslist.

5.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verklaart voor recht dat de op 9 juni 2004 vastgestelde arbeidsongeschiktheid van [eiser] onder de dekking van de polis valt;

verklaart voor recht dat het royement van de polis per 1 september 2004 door Noord-hollandsche als onrechtmatig jegens [eiser] moet worden gekwalificeerd;

vernietigt dat royement;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad

en alvorens verder te beslissen:

gelast een comparitie van partijen op een nog nader te bepalen plaats, datum en tijdstip voor de rechter mr. L.J. Saarloos, teneinde zich uit te laten over het aantal en de persoon van de mogelijk te benoemen deskundige(n) en de aan deze(n) te stellen vragen en met de rechtbank te overleggen over het verdere verloop van de procedure;

bepaalt dat de procureurs van partijen zich ter rolle van 3 mei 2006 zullen uitlaten over de verhinderdata van partijen en hun raadslieden in de maanden mei, juni en juli 2006;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. L.J. Saarloos en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 19 april 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.