Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2006:AV7656

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
30-03-2006
Datum publicatie
30-03-2006
Zaaknummer
06-95
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gemeente Langedijk moet blokkade Uitvalsweg verwijderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2006, 346
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

KG nummer: 06-95

datum: 30 maart 2006

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

1. de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging Algemene Ondernemersvereniging Langedijk (AOL),

gevestigd te Noord-Scharwoude, gemeente Langedijk,

2. de besloten vennootschap Otto's Boekhandel-Kantoorinrichting BV,

gevestigd te Broek op Langedijk, gemeente Langedijk,

3. de besloten vennootschap Vomar Voordeelmarkt BV,

statutair gevestigd te Alkmaar, filiaalhoudend te Broek op Langedijk, gemeente Langedijk,

4. de besloten vennootschap Multomeubel Noordholland BV,

gevestigd te Broek op Langedijk, gemeente Langedijk,

EISERESSEN IN KORT GEDING,

procureur mr. M.A. le Belle,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Langedijk,

gevestigd te Noord-Scharwoude,

GEDAAGDE IN KORT GEDING,

procureur mr. H.R.M. Jenné.

Partijen zullen verder ook worden genoemd "de ondernemers" respectievelijk "de gemeente".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Ter terechtzitting van 27 maart 2006 hebben de ondernemers gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

De gemeente heeft de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van de ondernemers de originele dagvaarding en van beide zijden pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 De ondernemers exploiteren, ieder voor zich, een vestiging voor (detail)handel op het industrieterrein Zuiderdel, Broekerveiling te Broek op Langedijk. Wat betreft hun omzet zijn zij voor een groot deel afhankelijk van winkelpubliek afkomstig van een woonwijk in de naastgelegen gemeente Heerhugowaard.

2.2 Het industrieterrein is vanaf Heerhugowaard bereikbaar via de Broekerweg//Uitvalsweg/Papenhorn/Westelijke Randweg. De gemeente is enige weken geleden begonnen met de aanleg van een rotonde op de kruising Papenhorn-Westelijke Randweg. Die aanleg beperkt de toegang vanuit Heerhugowaard tot Broek op Langedijk en aldus tot het industrieterrein waar de ondernemers hun winkels hebben gevestigd. Via een kleine omweg, namelijk via de Dorpsstraat, konden automobilisten toch vanuit Heerhugowaard het industrieterrein bereiken.

2.3 Anderhalve week geleden heeft de gemeente, overigens zonder overleg met de ondernemers, de Uitvalsweg afgesloten door het plaatsen van betonblokken en verkeersborden die de toegang verbieden. Gevolg hiervan is dat autoverkeer vanuit Heerhugowaard niet meer rechtstreeks via de Dorpsstraat de ondernemers kan bereiken. De gemeente heeft een omleidingroute aangegeven, door middel van aanwijzingen nabij de afgesloten kruising. Dat betekent dat automobilisten die vanuit Heerhugowaard het industrieterrein willen bereiken ongeveer tien kilometer om moeten rijden.

2.4 Sinds de afsluiting van de Uitvalsweg zijn de ondernemers geconfronteerd met een aanzienlijke omzetdaling, in de orde van 30 tot 50 %.

2.5 De gemeente heeft laten weten dat de afsluiting tot minstens eind april zal duren.

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 De ondernemers vorderen, zakelijk weergegeven, openstelling van de route naar de ondernemers vanuit Heerhugowaard via de Uitvalsweg en de Dorpsstraat, op straffe van een dwangsom.

3.2 De ondernemers stellen zeer ernstige hinder te ondervinden van die afsluiting. Zij voelen zich voor een voldongen feit gesteld doordat de gemeente zonder enig overleg tot afsluiting van de Uitvalsweg is overgegaan. De ondernemers wijzen op de grote omzetdaling sedert de afsluiting en achten het handelen van de gemeente jegens hen onrechtmatig, hetgeen tot toewijzing van de gevorderde openstelling zou moeten leiden.

3.3 De gemeente heeft de vorderingen bestreden. Volgens haar is de verkeersveiligheid in het geding. Nadat de werkzaamheden aan de rotonde waren begonnen hebben zich verkeersgevaarlijke situaties voorgedaan waarna de politie de gemeente heeft geadviseerd tot afsluiting van de Uitvalsweg over te gaan, omdat alternatieven niet voorhanden waren en waarbij werd verwezen naar het feit dat de politie onvoldoende mankracht heeft om in plaats van de afsluiting eventuele verkeersmaatregelen ter plaatse te handhaven.

3.4 Partijen hebben hun wederzijdse standpunten nader toegelicht onder meer aan de hand van pleitnotities. Voor zover nodig voor de beslissing zal daarop hierna uitdrukkelijk worden ingegaan.

4. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

4.1 Namens de gemeente is betoogd dat de ondernemers omtrent het aanleggen van de desbetreffende rotonde voldoende zijn geïnformeerd en dat de overlast dus niet uit de lucht is komen vallen. Ter zitting is echter snel duidelijk geworden dat het de ondernemers niet gaat om de aanleg van die rotonde - daar zijn ze het wel mee eens - maar wel om de afsluiting van de Uitvalsweg die vervolgens korte tijd later plaatsvond.

4.2 De gemeente beroept zich onder meer op artikel 34 van het Besluit Administratieve Bepalingen Wegverkeer waarin is bepaald dat voor tijdelijke maatregelen geen verkeersbesluit nodig is, dat er sprake is van een zwaarwichtig maatschappelijk belang, de verkeersveiligheid, en dat de aanleg van de rotonde en de afsluiting van de Uitvalsweg zijn te beschouwen als rechtmatige uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid. Verder verwijst zij naar de omleidingroute zoals ter plekke aangegeven.

4.3 Om met het laatste te beginnen: de omleidingroute werkt, gelet op de grote omzetdaling bij de ondernemers hetgeen vast staat, kennelijk niet ten aanzien van automobilisten/potentiële klanten die vanuit Heerhugowaard de ondernemers willen bezoeken.

4.4 Het belang van verkeersveiligheid is gegeven en dat geldt ook voor de omstandigheid dat de gemeente ter bevordering daarvan maatregelen mag treffen. Dat wil echter niet zeggen dat belangen van derden daardoor zonder meer en onder alle omstandigheden zouden moeten wijken. Niet in geschil is dat aan de zijde van de ondernemers een omzetderving van totaal wellicht zelfs honderdduizenden Euro's heeft plaatsgevonden dan wel nog zal plaatsvinden en meer dan aannemelijk is geworden dat zulks het gevolg is van de afsluiting van de toegangsroute via de Uitvalsweg en de Dorpsstraat. Uit de in het geding gebrachte stukken en ook uit het verhandelde ter zitting kan niet worden opgemaakt dat de gemeente die belangen van de ondernemers heeft gewogen.

4.5 De gemeente heeft verklaard zich te hebben laten leiden door een advies van de politie, waarin werd gemeld dat handhaving van de inmiddels door de ondernemers voorgestelde (alternatieve) verkeersmaatregelen ter plaatse problematisch is, mede door het ontbreken van voldoende mankracht aan de zijde van de politie. In feite komt het er dus op neer dat door het ontbreken van toezicht tot de rigoureuze maatregel van afsluiting is overgegaan. Een dergelijke omstandigheid - ontbreken van mankracht voor toezicht- kan de ondernemers, gelet op hun enorme belang zoals hiervoor gemeld, niet worden tegengeworpen. Het tijdelijk inhuren van extra mankracht en/of het stellen van tijdelijke andere prioriteiten staat wat betreft de kosten immers niet in verhouding tot het geschonden belang van de ondernemers. Daar komt bij dat ter zitting is gebleken dat er weliswaar ter plaatse een grote verkeersdrukte na de aanvang van de werkzaamheden aan de rotonde is ontstaan en dat zich filevorming heeft voorgedaan, doch dat enig ongeval niet heeft plaatsgevonden. Die omstandigheid, ofschoon er in het verkeer natuurlijk altijd iets mis kan gaan, wijst vooralsnog niet in de richting van groot gevaar voor verkeersdeelnemers, zeker niet wanneer ter plekke voldoende maatregelen worden genomen, bijvoorbeeld door het toepassen van eenrichtingverkeer, het plaatsen van tijdelijke verkeerslichten, het verbieden van vrachtverkeer en/of het vaststellen van een lage maximum snelheid, waarbij vervolgens ook op doelmatige wijze wordt gehandhaafd.

4.6 Gelet op het vorenstaande moet in redelijkheid worden geoordeeld dat het aanbrengen en handhaven van de afsluiting van de Uitvalsweg als onrechtmatig jegens de ondernemers worden aangemerkt, welke gevolgtrekking tot toewijzing van de gevorderde voorziening leidt en wel op na te melden ten aanzien van de termijn enigszins beperkte wijze.

4.7 Voor het opleggen van een dwangsom is geen aanleiding, zeker omdat de gemeente heeft toegezegd een veroordelend vonnis onverkort te zullen nakomen.

4.8 De gemeente zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van het geding.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- gebiedt de gemeente Langedijk de omleidingroute vanaf de Uitvalsweg via de Dorpsstraat naar de Broekerveiling en industrieterrein Zuiderdel op de kortst mogelijke termijn weer open te stellen voor (eenrichting)verkeer van personenauto's;

- gebiedt de gemeente Langedijk alle verkeersobstakels, inclusief bebording die zij op de Uitvalsweg heeft doen plaatsen (ook die op het grondgebied van de gemeente Heerhugowaard) op de kortst mogelijke termijn weg te halen;

- veroordeelt de gemeente in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de ondernemers begroot op Euro 319,32 aan verschotten en op Euro 816,- aan salaris procureur;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- weigert de meer of anders gevorderde voorziening.

Gewezen door mr. J.M. Vrakking, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2006 in tegenwoordigheid van J.J.M. Jeurissen, griffier.