Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2006:AV7080

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
14-03-2006
Datum publicatie
27-03-2006
Zaaknummer
14.810590-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich in relatief kort tijdsbestek schuldig gemaakt aan een zestal inbraken in een jongerencentrum (alsmede een poging daartoe), een kindertehuis, een bejaardentehuis en een strandpaviljoen, waarbij hij onder andere geld heeft buitgemaakt. Voorts heeft hij zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak waarbij hij sieraden heeft buitgemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14.810590-05

Datum uitspraak: 14 maart 2006

OP TEGENSPRAAK

VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

gedetineerd in PI Noord Holland Noord – HvB Zwaag te Zwaag.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 februari 2006.

De rechtbank heeft kennisgenomen van

- de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank

- het ten laste gelegde zal bewezen verklaren

- de verdachte zal veroordelen tot een vrijheidsbenemende straf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met daaraan gekoppeld de algemene en bijzondere voorwaarde;

- de vordering van de [benadeelde partij 1] zal toewijzen tot een bedrag van € 80,23 en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk zal verklaren en de verdachte voor dat bedrag de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht zal opleggen;

- hetgeen door de verdachte en mr. C. Janse, raadsman van de verdachte, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is, nadat een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging is toegelaten, ten laste gelegd, dat

1

hij op of omstreeks 26 juni 2005 in de gemeente Castricum met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit het jongerencentrum "Discovery" (gelegen aan [adres]) heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 600 euro en/of een blauw geldkistje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Jongerencentrum "Discovery" en/of Stichting Welzijn Castricum, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2

hij in of omstreeks de periode van 20 augustus 2005 tot en met 22 augustus 2005 in de gemeente Castricum met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit het jongerencentrum "Discovery" (gelegen aan [adres]) heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 458 euro en/of een kluis (kleur grijs) en/of een toegangspasje en/of een hoeveelheid drank en/of etenswaren en/of computertoebehoren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan jongerencentrum "Discovery" en/of Stichting Welzijn Castricum, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3

hij op of omstreeks 15 september 2005 in de gemeente Castricum ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het Jongerencentrum "Discovery" (gelegen aan [adres]) weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan jongerencentrum "Discovery" en/of Stichting Welzijn Castricum, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot dit jongerencentrum te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, de deur van de kelder van dit pand heeft ingetrapt en/of een ruit heeft vernield en/of het jongerencentrum is binnen gegaan en/of heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4

hij op of omstreeks 16 november 2005 in de gemeente Castricum met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit het Jongerencentrum "Discovery" (gelegen aan [adres]) heeft weggenomen chocolademelk, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Jongerencentrum "Discovery en/of Stichting Welzijn Castricum, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5

hij in of omstreeks de periode van 24 juli 2005 tot en met 3 augustus 2005 in de gemeente Castricum met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een fietsenberging van Sans Souci heeft weggenomen twee, althans een of meer, fiets(en) (merk Gazelle), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

6

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2005 tot en met 11 september 2005 in de gemeente Castricum (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit Kindertehuis Anthonius (gelegen aan de Heereweg 114) heeft weggenomen een portemonnee (inclusief 6 euro) en/of een portemonnee (inclusief 2 euro) en/of 2 zakken chips en/of snoepgoed, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 4] en/of [benadeelde partij 5] en/of Kindertehuis Anthonius, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

7

hij in of omstreeks de periode van 20 september 2005 tot en met 22 september 2005 in de gemeente Castricum met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een sieradenkistje, bevattende een of meerdere siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

8

hij in of omstreeks de periode van 19 september 2005 tot en met 30 september 2005 in de gemeente Castricum (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit strandpaviljoen De Albatros heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Motorola, kleur zwart) en/of een krat met 32, althans een of meer, fles(sen) sterke drank en/of een geldbedrag van ongeveer 80 euro en/of een portemonnee (inclusief een geldbedrag van ongeveer 80 euro) en/of een portemonnee (inclusief een geldbedrag van ongeveer 115 euro), in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan VOF De Albatros en/of [benadeelde partij 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel (namelijk door verdachte meegenomen sleutel).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. BEWEZENVERKLARING

Ten aanzien van feit 1:

Gelet op de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting en het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] (p 49), acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op of omstreeks 26 juni 2005 in de gemeente Castricum met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het jongerencentrum "Discovery" gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 600 euro en een blauw geldkistje toebehorende aan Stichting Welzijn Castricum, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

Ten aanzien van feit 2:

Gelet op de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting en het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] (p 42), acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij in de periode van 20 augustus 2005 tot en met 22 augustus 2005 in de gemeente Castricum met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het jongerencentrum "Discovery" gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 458 euro en een kluis (kleur grijs) en een toegangspasje en een hoeveelheid drank en etenswaren toebehorende aan Stichting Welzijn Castricum, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

Ten aanzien van feit 3:

Gelet op de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting en het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] (p 39), acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij op 15 september 2005 in de gemeente Castricum ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het Jongerencentrum "Discovery" gelegen aan de [adres] weg te nemen geld, toebehorende aan het jongerencentrum "Discovery" en/of Stichting Welzijn Castricum en zich daarbij de toegang tot dit jongerencentrum te verschaffen door middel van braak, de deur van de kelder van dit pand heeft ingetrapt en een ruit heeft vernield en het jongerencentrum is binnen gegaan en heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Ten aanzien van feit 4:

Gelet op de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting en het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] (p 34), acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij op 16 november 2005 in de gemeente Castricum met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het Jongerencentrum "Discovery" gelegen aan de [adres] heeft weggenomen chocolademelk, toebehorende aan Jongerencentrum "Discovery of Stichting Welzijn Castricum, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

Ten aanzien van feit 5:

Gelet op de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting en het proces-verbaal van aangiften van [benadeelde partij 2] (p 81) en [benadeelde partij 3] (p 77), acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij in de periode van 24 juli 2005 tot en met 3 augustus 2005 in de gemeente Castricum met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een fietsenberging van Sans Souci heeft weggenomen twee fietsen (merk Gazelle), toebehorende aan [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3];

Ten aanzien van feit 6:

Gelet op de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting en het proces-verbaal van aangiften van [aangever 5] (p 64) en [aangever 6] (p 73), acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij in de periode van 1 augustus 2005 tot en met 11 september 2005 in de gemeente Castricum telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit Kindertehuis Anthonius gelegen aan [adres] heeft weggenomen een portemonnee en 2 zakken chips toebehorende aan [benadeelde partij 4] en/of [benadeelde partij 5] en/of Kindertehuis Anthonius, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming;

Ten aanzien van feit 7:

Gelet op de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting en het proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] (p 53), acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij in de periode van 20 september 2005 tot en met 22 september 2005 in de gemeente Castricum met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres] heeft weggenomen een sieradenkistje bevattende sieraden toebehorende aan [benadeelde partij 1] waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

Ten aanzien van feit 8:

Gelet op de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting en het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 6] (p 58), acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij in de periode van 19 september 2005 tot en met 30 september 2005 in de gemeente Castricum telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit strandpaviljoen De Albatros heeft weggenomen een mobiele telefoon merk Motorola, kleur zwart en een krat met 32 flessen sterke drank en een geldbedrag van ongeveer 80 euro en een portemonnee inclusief een geldbedrag van ongeveer 80 euro en een portemonnee (inclusief een geldbedrag van ongeveer 115 euro) toebehorende aan VOF De Albatros en/of [benadeelde partij 6].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

1. diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

2. diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

3. poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

4. diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

5. diefstal, meermalen gepleegd

6. diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming, meermalen gepleegd

7. diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

8. diefstal, meermalen gepleegd

4. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

5. MOTIVERING VAN DE STRAF

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft, na gebruik van verdovende middelen, zich in relatief kort tijdsbestek schuldig gemaakt aan in totaal zes inbraken in een jongerencentrum (en een poging daartoe), een kinder- en bejaardentehuis en een strandpaviljoen waarbij verdachte onder andere geld heeft buitgemaakt.

Dergelijke inbraken veroorzaken veel schade en hinder voor de gedupeerden.

Verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan een woninginbraak.

Door woninginbraken wordt materiële schade toegebracht aan de benadeelden. Bovendien wordt door een woninginbraak een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van burgers, hetgeen maatschappelijke onrust veroorzaakt en bij veel mensen een groot gevoel van onveiligheid.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 17 november 2005, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder terzake van vermogensdelicten tot straffen is veroordeeld.

Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren.

- het vroeghulp interventierapprt gedateerd 22 november 2005 van S.J. Soffner als reclasseringswerker verbonden aan de Reclassering Nederland.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 21 februari 2006 van L. Zwier als reclasseringswerkster verbonden aan de Brijder Stichting.

- Het psychologisch rapport van H. Scharft gedateerd 20 januari 2006 houdt onder meer het volgende in:

“ Bij betrokkene is sprake van een ziekelijke stoornis in de vorm van een aandachtstekort/hyperactiviteits stoornis (ADHD )en een gebrekkige ontwikkeling in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis met borderline en in mindere mate ook antiscociale trekken.

(…).

Betrokkene pleegde de delicten vooral om in zijn levensonderhoud te voorzien, omdat hij dakloos was. Dat hij in een dergelijke situatie was terechtgekomen, kan men deels verklaren vanuit zijn persoonlijkheidsproblematiek. Daarnaast speelde bij het plegen van de inbraken ook impulsiviteit een rol, hetgeen eveneens voortvloeit uit zijn persoonlijkheidsproblematiek.

(…).

Betrokkene heeft de wederrechtelijkheid van de inbraken kunnen inzien, maar had niet de volledige controle over zijn gedrag. Op grond hiervan kan men hem het ten laste gelegde in enigszins verminderde mate toerekenen.

(…).

Betrokkene heeft een gestructureerde omgeving nodig. Wanneer hij er in slaagt om woonruimte en dagbesteding te vinden, zal het voor hem waarschijnlijk makkelijker zijn om niet meer te veel alcohol en drugs te gebruiken. In een dergelijke situatie is het recidivegevaar klein. Mocht hij echter in een ongestructureerde situatie terechtkomen en hij weer dakloos raken, dan bestaat er een aanzienlijke kans dat hij wederom inbraken gaat plegen.

(…).

Geadviseerd wordt om betrokkene een bijzondere voorwaarde op te leggen als voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel. Als bijzondere voorwaarde kan men opleggen dat hij zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering van de Brijderstichting, ook wanneer dit inhoudt dat hij zich onder psychiatrische behandeling stelt. ”

Gelet op de inhoud van laatstgenoemd rapporten en op de jeugdige leeftijd van verdachte alsmede gelet op de omstandigheid dat verdachte zichzelf na het plegen van de ten laste gelegde feiten bij de politie heeft aangegeven, ziet de rechtbank grond een deel van de op te leggen vrijheidsstraf in voorwaardelijk vorm opleggen met daaraan gekoppeld een bijzondere voorwaarde zoals hierna in de rubriek beslissing zal worden vermeld.

De rechtbank zal daarbij, anders dan door de officier van justitie gevorderd, het onvoorwaardelijk deel van de vrijheidsstraf vaststellen zoals in de rubriek BESLISSING is aangegeven.

6. BESLISSINGEN OMTRENT IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

De rechtbank is van oordeel, dat de in beslag genomen asbak en witte schoenendoos met porseleinen voorwerpen dienen te worden bewaard ten behoeven van de rechthebbende(n).

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat deze niet aan verdachte toebehoren en thans geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt.

Ten aanzien van de in beslag genomen doos met sieraden oorbellen, ringen, met uitzondering van de zilveren, opengewerkte ring en de zilveren rijksdaalder is de rechtbank van oordeel dat deze dienen te worden teruggegeven aan de [benadeelde partij 1].

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken, dat deze persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt.

De bovengenoemde zilveren, opengewerkte ring, zo is ter terechtzitting gebleken, behoort toe aan verdachte, en dient aan hem te worden teruggegeven.

7. BENADEELDE PARTIJ

[aangever 7] heeft als gemachtigde van de benadeelde partij [benadeelde partij 1], wonende te [adres benadeelde partij 1], heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 136,13 wegens schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 80,13 wegens reis- en verletkosten van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 7 bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van

€ 80,13 kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

Niet is komen vast te staan dat de door de benadeelde partij overigens gevorderde schade het rechtstreekse gevolg is geweest van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 7 bewezen verklaarde strafbare feit.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is.

De benadeelde kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

8. SCHADEVERGOEDING ALS MAATREGEL

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 7 bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht aan de benadeelde.

De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

9. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 45, 57, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10. BESLISSING

De rechtbank:

? Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

? Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

? Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

? Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

- de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Brijder Stichting, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt, ook indien deze aanwijzing inhoudt een behandeling door de Stichting Parnassia.

Verstrekt aan de genoemde instelling opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

? Gelast de teruggave aan de verdachte van: een zilveren, opengewerkte ring

? Gelast de teruggave aan [benadeelde partij 1] van:

1.00 STK Doos

met sieraden/oorbellen/ringen/zilveren rijksdaalder

? Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) van:

1.00 STK asbak Kl.: koper

1.00 STK DS Doos kl.: wit

schoenen met porseleinen voorwerpen

? Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1], wonende te [adres benadeelde partij 1] tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 80,13 (tachtig euro en dertien eurocenten) als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Verklaart de benadeelde partij in het resterende deel van de vordering niet ontvankelijk.

? Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1], wonende te [adres benadeelde partij] te betalen een som geld ten bedrage van € 80,13 (tachtig euro en dertien eurocenten), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 (één) dag.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. de Klerk, voorzitter,

mr. S.M. Schothorst en mr. G.W.A. Lamsvelt, rechters,

in tegenwoordigheid van R. van der Vecht, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 maart 2006.