Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2005:AU9288

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
22-12-2005
Datum publicatie
10-01-2006
Zaaknummer
83513/HA RK 05-61
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorlopig deskundigenonderzoek. Medisch adviseur wederpartij moet inzage krijgen in het medisch dossier van verzoekster.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 22
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 98
Burgerlijk Wetboek Boek 6 105
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2006, 310
JA 2006/23 met annotatie van T.J.J. van Dijk
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

zaak- en rekestnummer: 83513 HA/RK 05-61

datum: 22 december 2005

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

in de zaak van:

toevoegingsnummer: 4FI0996

[verzoekster],

wonende te Alkmaar,

VERZOEKSTER,

procureur: mr. E.F. Klungers,

tegen:

de naamloze vennootschap LONDON VERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd en kantoor houdende te Amsterdam,

VERWEERSTER,

procureur: mr. C.H. Boll,

advocaat: mr. G.C. Endedijk te Amsterdam.

Partijen zullen verder ook worden genoemd "[verzoekster]" en "London".

1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op 13 oktober 2005 is ter griffie het verzoekschrift ingekomen, hiertoe strekkende dat de rechtbank een voorlopig deskundigenonderzoek zal bevelen.

Op 17 oktober is ter griffie ingekomen de schriftelijke mededeling van mr. Boll van gelijke datum, inhoudende dat London tegen het verzoek verweer wenst te voeren.

Ter gelegenheid van de behandeling ter terechtzitting van 10 november 2005 hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. Van de zijde van London is daarbij een verweerschrift overgelegd. Partijen hebben in het verzoek respectievelijk het verweer volhard.

De rechtbank heeft tenslotte de uitspraak bepaald op 22 december 2005.

2. DE BEHANDELING VAN DE ZAAK

2.1 Met betrekking tot de achtergrond van het verzoek heeft [verzoekster] - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd. Op 2 juni 2003 is zij betrokken geweest bij een verkeersongeval, waarbij zij letsel heeft opgelopen. Het ongeval ontstond door een verkeersfout van een verzekerde van London en London erkende jegens [verzoekster] de volledige aansprakelijkheid. [verzoekster] stelt sinds het ongeval klachten in de nek, rug en schouders en de linkerzijde van het bekken te ondervinden. Ook is naar haar zeggen sprake van hoofdpijn, concentratiestoornissen en verslechtering van het korte termijngeheugen. [verzoekster] definieert deze klachten als een postwhiplashsyndroom en is hiervoor door diverse medici en andere hulpverleners behandeld. Als gevolg van deze klachten kon zij haar werkzaamheden niet meer uitvoeren en ontvangt zij thans een Ziektewet-uitkering. In het kader van de schaderegeling wenst [verzoekster] dat door een onafhankelijk deskundige een medische expertise zal worden verricht. Zij heeft zes neurologen voorgesteld die in deze als deskundige zouden kunnen optreden. Aangezien London volgens [verzoekster] tot op heden haar medewerking heeft geweigerd om in gezamenlijk overleg tot benoeming van een deskundige over te gaan, is [verzoekster] genoodzaakt London hieromtrent in rechte te betrekken. Zij wenst dat zal worden bepaald dat London vooralsnog de kosten van de deskundige dient te dragen.

2.2 London heeft met betrekking tot het bovenstaande - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd. Zij heeft geen bezwaar tegen benoeming van de door [verzoekster] voorgestelde prof. dr. [W.] tot deskundige, doch met de bij verzoekschrift door [verzoekster] voorgestelde vraagstelling kan zij zich niet verenigen. Zij wenst dat aan de deskundige de vragenlijst wordt voorgelegd die is opgesteld door de Interdisciplinaire Werkgroep Medisch Deskundigen (IWMD). Ook wenst zij dat zal worden bepaald dat de functionele mogelijkhedenlijst dient te worden ingevuld door een verzekeringsarts, in plaats van door prof. dr. [W.]. Voorts verlangt London dat zal worden gelast dat [verzoekster] is gehouden mee te werken aan verstrekking van haar volledige patiëntendossier, ook met betrekking tot de periode vóór het ongeval, aan de medisch adviseur van London. Tenslotte meent London dat de kosten van de deskundige door [verzoekster] moeten worden voorgeschoten.

2.3 [verzoekster] heeft, desgevraagd, ter zitting verklaard geen bezwaar te hebben tegen het voorleggen van de IWMD-vragenlijst aan de deskundige. Wel vindt zij dat de FML door de te benoemen deskundige moet worden ingevuld. Zij stemt niet in met invulling daarvan door een verzekeringsarts van London. Ook heeft zij uit privacy-overwegingen bezwaar tegen verstrekking van haar volledige patiëntendossier aan de medisch adviseur van London.

3. DE BEOORDELING VAN DE ZAAK

3.1 De rechtbank zal met toepassing van het bepaalde in artikel 202 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering het verzoek toewijzen nu [verzoekster] haar belang bij een voorlopig deskundigenonderzoek voldoende aannemelijk heeft gemaakt en dat belang niet door London is betwist.

3.2 De rechtbank heeft de door partijen voorgestelde prof. dr. [W.], neuroloog verbonden aan het VU Medisch Centrum te Amsterdam, bereid gevonden het noodzakelijk geachte onderzoek te verrichten. De heer [W.] heeft verklaard vrij te staan van partijen.

3.3 Tussen partijen is niet in geschil dat een FML dient te worden ingevuld ter verkrijging van een helder beeld van de beperkingen en mogelijkheden van [verzoekster]. Wel twisten partijen over de vraag door wie deze FML behoort te worden ingevuld. [verzoekster] heeft verzocht dat zal worden bepaald dat de onafhankelijke deskundige - een neuroloog - de FML tijdens de expertise zal invullen. Londen heeft daartegen aangevoerd dat het invullen van een FML een aparte discipline betreft en dat dit niet aan een neuroloog maar aan een verzekeringsarts behoort te worden opgedragen. Deze stelling heeft London evenwel niet verder onderbouwd. Daar het verzoek van [verzoekster] de rechtbank redelijk voorkomt en daar bovendien uit de rechtspraak (zoals bijvoorbeeld Rb Amsterdam 1-11-2004, LJN-nr. AR6866, zaak- en rolnr. 284668 / HA RK 04-126, waaraan door London is gerefereerd) blijkt dat het niet ongebruikelijk is dat een neuroloog wordt verzocht tot het invullen van een FML, zal het verzoek van [verzoekster] worden gehonoreerd.

3.4 Ter zitting is door London betoogd dat [verzoekster] moet worden gehouden mee te werken aan verstrekking van haar volledige medisch dossier, niet alleen aan de te benoemen deskundige, maar ook aan de medisch adviseur van London. [verzoekster] heeft daartegen vanuit het oogpunt van privacy bezwaar gemaakt. Overwogen wordt dat in deze een afweging dient te worden gemaakt tussen enerzijds het aan artikel 6 van het EVRM te ontlenen recht van London op - kort gezegd - een eerlijk proces, en anderzijds de individuele privacybelangen van [verzoekster], die worden beschermd door artikel 8 EVRM. Daarbij is het volgende van belang.

3.5 Nu London jegens [verzoekster] aansprakelijkheid heeft erkend voor de gevolgen van het ongeval van 2 juni 2003, is zij gehouden tot vergoeding van de schade die [verzoekster] als gevolg van dit ongeval heeft geleden en nog zal lijden. Bij de bepaling van de omvang van deze schade, waarover partijen het (nog) niet eens zijn, zal in de regel relevant zijn of de schade van [verzoekster] ook zou zijn ingetreden indien het ongeval niet zou hebben plaatsgehad, en zo ja, in welke mate. London stelt dat de medische gegevens van voor het ongeval nodig zijn om te kunnen vaststellen of de door [verzoekster] gestelde klachten en afwijkingen - uitsluitend - het gevolg zijn van het ongeval. In beginsel acht de rechtbank dit een rechtens te respecteren belang. London heeft hierbij een beroep gedaan op art. 6 EVRM, art. 21 Rv. en op recente jurisprudentie. Daar staat tegenover dat [verzoekster] zich op bescherming van haar privacy beroept, hetgeen eveneens een rechtens te respecteren belang is. Zij doet hierbij een beroep op art. 8 EVRM en eveneens op jurisprudentie. Het komt er dus op neer te bepalen welk belang de rechtbank zwaarder laat wegen.

3.6 London kan zonder informatie van [verzoekster] niet zelf beoordelen of er medische informatie over [verzoekster] is uit de periode vóór het ongeval die relevant is voor de afwikkeling van de schade. Indien de visie van [verzoekster] wordt gevolgd, is London daarvoor afhankelijk van de mededelingen van de te thans te benoemen deskundige. Teneinde partijen ten opzichte van elkaar zoveel mogelijk in een processueel gelijkwaardige positie te stellen, geeft artikel 6 EVRM in beginsel het recht aan (de medisch adviseur van) London om kennis te nemen van medische informatie omtrent [verzoekster] uit de periode vóór het ongeval.

3.7 Indien [verzoekster] tegen haar wil wordt verplicht mee te werken aan verstrekking van medische informatie aan de medisch adviseur van de wederpartij, kan in een procedure als de onderhavige op zichzelf sprake zijn van een inbreuk op de geestelijke of lichamelijk integriteit van [verzoekster] en daarmee van een schending van artikel 8, eerste lid, EVRM, welk artikel een ieder het recht geeft op respect voor zijn privé-leven. Van schending is geen sprake indien de privacy-inbreuk door het voorlopig deskundigenonderzoek, dat wordt gelast door de rechter in de uitoefening van openbaar gezag en bij wet is voorzien, in een democratische samenleving noodzakelijk is voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. In het onderhavige geval is overlegging van het medisch dossier naar het oordeel van de rechtbank noodzakelijk met het oog op de bescherming van de rechten en vrijheden van London, die zoveel mogelijk in een processueel gelijkwaardige positie dient komen te verkeren als [verzoekster] en die een gelijkwaardige gelegenheid dient te krijgen haar standpunt ter zake van de vaststelling van de schade te onderbouwen.

3.8 In dit kader kan niet, zoals door [verzoekster] is voorgesteld, worden volstaan met de enkele overlegging van het medisch dossier aan de te benoemen deskundige. In dat geval zou immers het gebruik van de medische gegevens door de deskundige voor de medisch adviseur van London niet controleerbaar zijn. Tegenover het belang van London is in het licht van het voorgaande de enkele wens van [verzoekster] om niet haar medisch dossier beschikbaar te hoeven stellen aan de medisch adviseur van London onvoldoende om daaraan doorslaggevende betekenis toe te kennen. Hoezeer ook [verzoekster] aanspraak heeft op privacybescherming, moet onder deze omstandigheden haar belang wijken voor het belang van London bij de mogelijkheid zich door haar eigen medisch adviseur te kunnen laten voorlichten over de vraag of de medische gegevens (potentiële) relevantie hebben voor de vaststelling van de schade.

3.9 Evenals de rechtbank Amsterdam in soortgelijke gevallen heeft overwogen, is de rechtbank Alkmaar van oordeel dat [verzoekster] slechts gehouden is haar medische informatie te verstrekken aan een persoon die optreedt als medisch adviseur van London, en die arts is of een andere in artikel 47, tweede lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg vermelde hoedanigheid heeft. Op deze wijze wordt toch zoveel mogelijk recht gedaan aan de privacybelangen van [verzoekster].

3.10 Op grond van het voorgaande dient [verzoekster] aan de deskundige en aan de medisch adviseur van London afschriften te verstrekken van op haar betrekking hebbende medische informatie uit de periode vóór het ongeval.

3.11 Bij de formulering van de opdracht aan de deskundige zal de rechtbank rekening houden met het bepaalde in artikel 7:464 van het Burgerlijk Wetboek.

3.12 In hetgeen [verzoekster] omtrent de kosten van de deskundige heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen reden om af te wijken van de hoofdregel van artikel 195 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, inhoudende dat deze kosten door de eisende - of, in casu: verzoekende - partij dienen te worden voorgeschoten. Uitgangspunt moet zijn dat het voorschot ten laste komt van de partij die de procedure ter verwezenlijking van een eigen civielrechtelijk belang aanhangig heeft gemaakt. In het onderhavige geval is dat [verzoekster]. Dat London jegens [verzoekster] aansprakelijkheid heeft erkend, doet hieraan niet af. Immers, een tegen London ingestelde vordering zal pas succesvol zijn indien komt vast te staan dat het ongeval voor [verzoekster] (medische) gevolgen heeft gehad als gevolg waarvan zij rechtens relevante schade heeft geleden. Ter beantwoording van de vraag of van zodanige gevolgen kan worden gesproken, dient nu juist het voorlopig deskundigenbericht.

3.13 Omdat aan [verzoekster] een toevoeging is verleend, zal het voorschot op de kosten van de deskundige voorshands ten laste van 's Rijks kas worden gebracht. In overleg met de deskundige is dit voorschot vastgesteld op Euro 3.570,-. De rechtbank zal te zijner tijd beslissen of en in hoeverre toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 205, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

4. DE BESLISSING

De rechtbank:

- Beveelt een voorlopig deskundigenonderzoek ter beantwoording van de volgende vragen:

1. De situatie na ongeval

Dit onderdeel heeft tot doel inzicht te verschaffen in de huidige en toekomstige (verwachte) gezondheidssituatie van betrokkene.

a. Hoe luidt de anamnese voor wat betreft de aard en de ernst van het letsel, het verloop van de klachten, de toegepaste behandelingen en het resultaat van deze behandelingen?

b. Wilt u een actuele inventarisatie van de medische voorgeschiedenis van betrokkene op uw vakgebied vermelden?

c. Wilt u bij uw antwoord op de vragen 1a en 1b aangeven welke gegevens u ontleent aan het relaas van betrokkene en welke u ontleent aan onderzoek van door de u verkregen medische gegevens?

d. Wat zijn uw bevindingen bij lichamelijk en eventueel hulponderzoek?

e. Wat is de diagnose op uw vakgebied? (zie tevens vraag 1f)

f. Indien sprake is van klachten waarbij geen medisch objectiveerbare afwijkingen kunnen worden vastgesteld, kunt u dan gemotiveerd aangeven wat uw differentiaal diagnostische overwegingen zijn?

g. Welke huidige mate van functieverlies (impairment) kunt u vaststellen op uw vakgebied? Wilt u dit uitdrukken in een percentage volgens de richtlijnen van de American Medical Association (AMA-guides, laatste druk), aangevuld met eventuele richtlijnen van uw eigen beroepsvereniging?

h. Welke beperkingen ondervindt betrokkene naar uw oordeel in zijn huidige toestand in het dagelijks leven, bij de vrijetijdsbesteding, bij het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden en bij het verrichten van loonvormende arbeid? Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?

i. Acht u de huidige toestand van betrokkene zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van het ongeval mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde letsel?

j. Zo ja welke verbetering of verslechtering verwacht u?

k. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?

l. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de mate van functieverlies (als bedoeld in vraag 1g) en de beperkingen (als bedoeld in vraag 1h)?

2. De hypothetische situatie zonder ongeval

Dit onderdeel heeft tot doel inzicht te verschaffen in de vraag of een causaal verband aanwezig is tussen het ongeval dat betrokkene overkwam en de door u in het vorige onderdeel geconstateerde klachten en afwijkingen. De vaststelling van het causaal verband vindt in het civiele aansprakelijkheidsrecht plaats aan de hand van een vergelijking tussen de huidige toestand van betrokkene (daaronder begrepen de prognose) en de hypothetische situatie waarin hij zich zou hebben bevonden als het ongeval nooit had plaatsgevonden. Onderstaande vragen hebben tot doel de hypothetische situatie zonder ongeval zo goed mogelijk in kaart te brengen.

a. Zijn er op uw vakgebied klachten en afwijkingen die er ook zouden zijn geweest, of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan, als het ongeval betrokkene niet was overkomen?

b. Voorzover u de vorige vraag bevestigend beantwoordt (dus zonder ongeval ook klachten), kunt u dan een indicatie geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?

c. Kunt u aangeven welke mate van functieverlies (als bedoeld in vraag 1g) en welke beperkingen (als bedoeld in vraag 1h) uit deze klachten en afwijkingen zouden zijn voortgevloeid?

Toelichting: Meestal zal het niet mogelijk zijn om deze vragen (met name de vragen 2b en 2c) met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat u aangeeft, wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen kúnt zeggen.

3. Wilt u, in samenspraak met betrokkene en op grond van uw bevindingen, de zogenoemde functionele mogelijkhedenlijst (FML) invullen?

- Benoemt tot deskundige die over de hiervoor vermelde vragen aan de rechtbank een schriftelijk, met redenen omkleed en ondertekend rapport dient uit te brengen:

prof. dr. [W.]

p/a secretariaat Neurologie,

[postadres + telefoonnummer]

- Bepaalt voorts met betrekking tot dit onderzoek het volgende:

- De deskundige zal in overleg (met de raadslieden van) partijen bepalen wanneer hij tot het onderzoek zal overgaan;

- De deskundige zal [verzoekster] in de gelegenheid zal stellen om gebruik te maken van haar inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in artikel 7:464 lid 2 onder b van het Burgerlijk Wetboek. De deskundige zal daartoe, indien [verzoekster] als eerste kennis wenst te nemen van het deskundigenrapport, een concept van het rapport in een gesloten enveloppe voorzien van de tekst "strikt persoonlijk" aan [verzoekster] toesturen en haar een termijn van twee weken bieden om aan te geven of zij gebruik wil maken van haar blokkeringsrecht (waarbij [verzoekster] zich van commentaar op het concept moet onthouden);

- Indien [verzoekster] binnen voormelde termijn via haar procureur meedeelt dat zij gebruik maakt van haar blokkeringsrecht, zal de deskundige zijn werkzaamheden onmiddellijk staken en dit aan de rechtbank meedelen;

- Indien [verzoekster] geen gebruik maakt van haar blokkeringsrecht, zal de deskundige partijen in de gelegenheid zal stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen. De deskundige zal in zijn rapport vermelden dat dit is gebeurd en voorts daarin de inhoud van de opmerkingen en verzoeken opnemen, alsmede zijn reactie daarop;

- Het voorschot terzake de kosten van de deskundige wordt begroot op Euro 3.570,-. Dit bedrag wordt vooralsnog ten laste van 's Rijks kas gebracht.

- De procureur van [verzoekster] zal aan de deskundige (afschriften van) rapportages en processtukken, die voor het uitbrengen van het voorlopig deskundigenbericht dienstig zijn, ter beschikking stellen. Ook zal aan de deskundige en aan de medisch adviseur van London het volledige medisch dossier van [verzoekster] ter beschikking worden gesteld;

- De deskundige zal zijn rapport en declaratie uiterlijk op 31 maart 2006 ter griffie van deze rechtbank inleveren;

- De procureur van [verzoekster] zal uiterlijk 14 dagen na datum van deze uitspraak een afschrift van het verzoekschrift en deze beschikking aan London doen toekomen.

- Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. L.J. Saarloos en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.