Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2005:AU0626

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
20-07-2005
Datum publicatie
08-08-2005
Zaaknummer
169670-04-3672 TvW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde heeft samen met een verzekeringsmakelaar een kredietverzekeringsproduct ontwikkeld en zij hebben met een verzekeringsmaatschappij onderhandelingen gevoerd om dit product op de markt te brengen. Eiser heeft op basis van een uitgebracht informatiebulletin een aanvraagformulier ingevuld en daar op aangegeven dat de verzekering op 11 september 2003 diende in te gaan. In de loop van 2003 bleek dat geen overeenstemming kon worden bereikt, waarna een andere maatschappij is gevonden, die de verzekering wilde laten ingaan op 1 december 2003. Op 5 november 2003 heeft gedaagde een voorlopige dekkingsverklaring afgegeven. Gedaagde heeft claims daterend van voor 1 december 2003 in beginsel voor haar eigen rekening genomen, als ware er een kredietverzekering afgesloten.

Kern van het geschil is de vraag of de omstandigheid dat eiser is voortgegaan met het leveren op krediet aan een debiteur in betalingsproblemen, ertoe moet leiden dat gedaagde niet gehouden is tot vergoeding van de schade die eiser heeft geleden doordat de debiteur in staat van faillissement is komen te verkeren. Naar het oordeel van de kantonrechter dient deze vraag bevestigend te worden beantwoord.

Nog daargelaten dat tussen partijen geen verzekeringsovereenkomst van kracht is, de goede trouw die de rechtsverhouding beheerst waarin partijen tussen afgifte van de dekkingsverklaring en 1 december 2003 tot elkaar hebben gestaan, brengt mee dat eiser zich had moeten onthouden van leveranties aan een debiteur in betalingsproblemen. De opgetreden schade is ten dele aan haar eigen schuld te wijten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Alkmaar

Sector kanton - locatie Alkmaar

Vonnis

in de zaak van:

1. de vennootschap onder firma Soltech V.O.F. te Westerhoven, gemeente Valkenswaard

2. [naam 1] te Westerhoven, gemeente Valkenswaard

3. [naam 2] te Valkenswaard

eisende partijen in conventie / gedaagde partijen in reconventie

verder ook enkelvoudig te noemen: Soltech

gemachtigde: mr. A.J.A. Simons-Schröer, medewerkster van ARAG-Nederland, Algemene Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. te Amsterdam

- tegen -

1. de besloten vennootschap m.b.a. MEVAS B.V. te Heiloo

2. [bestuurder Mevas] te Krommenie

gedaagde partijen in conventie / eisende partijen in reconventie

verder ook enkelvoudig te noemen: Mevas

[bestuurder Mevas] procederend in persoon ook namens Mevas B.V..

Het procesverloop

in conventie en in reconventie

Soltech heeft bij dagvaarding van 10 augustus 2004 in conventie een vordering ingesteld.

Mevas heeft in conventie bij antwoord verweer gevoerd en in reconventie een voorwaardelijke tegenvordering ingesteld.

Vervolgens heeft Soltech van repliek in conventie gediend en in reconventie bij antwoord verweer gevoerd.

Daarna is gediend van dupliek in conventie/repliek in reconventie en van dupliek in reconventie.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

De vaststaande feiten

in conventie en in reconventie

1. Mevas is een assurantie-intermediair, werkzaam voor leden van de Metaalunie. Samen met verzekeringsmakelaar Aon Trade Credit is een kredietverzekeringsproduct ontwikkeld en zijn met een verzekeringsmaatschappij, Gerling NCM, onderhandelingen gevoerd om dit product op de markt te brengen. In mei 2003 is een informatiebulletin met betrekking tot dit product uitgebracht. Op 10 september 2003 heeft Soltech op basis van het informatiebulletin een aanvraagformulier ingevuld en daar op aangegeven dat de verzekering op 11 september 2003 diende in te gaan. Ondertussen waren de onderhandelingen tussen Mevas en Gerling NCM nog niet afgerond. In de loop van 2003 bleek dat geen overeenstemming kon worden bereikt. Mevas heeft vervolgens een andere maatschappij gevonden voor deze kredietverzekering, Coface Nederland. Deze maatschappij wilde de verzekering echter pas in laten gaan op 1 december 2003.

Soltech drong in de periode na 11 september 2003 herhaaldelijk aan op een polis, doch kreeg deze niet. Mevas heeft op 5 november 2003 op voorhand vast een dekkingsverklaring aan Soltech gestuurd, doch deze dekkingsverklaring is inhoudsloos aangezien er op dat moment nog geen overeenstemming was met een verzekeraar die het product wilde opnemen. Mevas heeft claims daterend van voor 1 december 2003 in beginsel voor haar eigen rekening genomen, als ware er een kredietverzekering afgesloten.

2. Een van de debiteuren van Soltech is de besloten vennootschap [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf]). Uit een brief van de accountant van Soltech blijkt dat Soltech op 19 november 2003 een betalingsregeling heeft getroffen met [bedrijf], wegens de achterstand in betaling van de facturen van Soltech (Euro 50.000,- op dat moment).

3. Soltech, in de veronderstelling een kredietverzekering te hebben, heeft hiervan geen melding gedaan aan Mevas of aan de beoogd verzekeraar.

Soltech heeft ook na 19 november 2003 nog leveringen op krediet aan [bedrijf] gedaan.

[Bedrijf] is op 7 januari 2004 in staat van faillissement verklaard.

Op dat moment bedroeg de vordering van Soltech op [bedrijf] in totaal een bedrag van € 25.258,73 (inclusief BTW) (€ 21.225,82 exclusief BTW). Soltech heeft aanspraak gemaakt op vergoeding van 50 %, overeenkomstig de voorwaarden van de door haar gestelde kredietverzekering. Mevas heeft een bedrag van € 7.126,20 vergoed.

De geschillen

in conventie

4. Na vermindering van eis heeft Soltech gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Mevas hoofdelijk zal veroordelen tot betaling van € 3.486,71, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 juni 2004 tot aan de dag der algehele voldoening en met veroordeling van Mevas in de kosten van deze procedure.

Soltech heeft haar vordering gebaseerd op de navolgende stellingen.

Op 10 september 2003 heeft zij een kredietverzekering gesloten met haar tussenpersoon Mevas op basis van het informatiebulletin van Mevas van mei 2003. Op 5 november 2003 heeft Soltech van Mevas een dekkingsverklaring ontvangen. Op 7 januari 2004 is een van de debiteuren van Soltech, [bedrijf], in staat van faillissement geraakt en Soltech heeft aanspraak gemaakt op vergoeding van de schade die zij als gevolg van dit faillissement heeft geleden. Mevas weigert een deel van de schade te vergoeden en blijft daarmee in gebreke met de nakoming van de verzekeringsovereenkomst.

Voorts is Soltech van mening dat gedaagde sub 2 (hierna: [bestuurder Mevas]) als bestuurder van Mevas aansprakelijk is voor de vergoeding van de schade, omdat hij namens Mevas verplichtingen zou zijn aangegaan waarvan hij wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat Mevas die verplichtingen niet zou nakomen.

het verweer in conventie en de voorwaardelijke eis in reconventie

5.Mevas heeft tegen de vordering gemotiveerd verweer gevoerd, waarop - voor zover van belang - bij de beoordeling van het geschil nader in zal worden gegaan.

6. Voorwaardelijk heeft Mevas in reconventie gevorderd betaling van Soltech aan Mevas van een bedrag van € 312,50 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, met veroordeling van Soltech in de kosten van de procedure, zowel in conventie als in reconventie.

Mevas heeft haar voorwaardelijke tegenvordering gebaseerd op de stelling dat Soltech over de periode waarin de door haar gevorderde schade is ontstaan nog premie verschuldigd is.

Nu de tegeneis voortvloeit uit het verweer in conventie en de vorderingen in nauw verband tot elkaar staan, worden deze hierna gezamenlijk behandeld.

De beoordeling van de geschillen

in conventie en in reconventie

7. Vooropgesteld moet worden dat er in de periode tot 1 december 2003 formeel geen verzekeringsovereenkomst tussen Soltech en Mevas gold. Mevas heeft immers onbetwist gesteld dat zij geen verzekeraar is en eerst per 1 december 2003 is Mevas er in geslaagd de door haar aangeboden kredietverzekering, ten aanzien waarvan zij als tussenpersoon optrad, onder te brengen bij een verzekeringsmaatschappij. Van formele gelding van polisvoorwaarden is dan ook geen sprake. Mevas heeft evenwel haar verantwoordelijkheid in deze genomen door schadeclaims van voor 1 december 2003 gewoon zelf in behandeling te nemen en af te wikkelen als ware de beoogde verzekeringsovereenkomst tot stand gekomen.

8. Partijen hebben gedebatteerd over de ingangsdatum van de overeenkomst. Dit is evenwel niet van belang voor de beoordeling van de vordering. Mevas heeft immers op andere gronden gemeend dat de door Soltech ingediende claim deels niet voor vergoeding in aanmerking diende te komen.

9. Kern van het geschil tussen partijen is de vraag of de enkele - niet door Soltech betwiste - omstandigheid dat zij, wetende dat haar debiteur [bedrijf] in betalingsproblemen was geraakt, is voortgegaan met leveren op krediet aan die debiteur ertoe moet leiden dat Mevas niet gehouden is tot vergoeding van de schade die Soltech heeft geleden doordat [bedrijf] in staat van faillissement is komen te verkeren.

10. Naar het oordeel van de kantonrechter dient deze vraag bevestigend te worden beantwoord. Nog daargelaten dat tussen partijen geen verzekeringsovereenkomst van kracht is, de goede trouw die de rechtsverhouding waarin partijen tussen afgifte van de dekkingsverklaring en 1 december 2003 tot elkaar hebben gestaan beheerst, brengt mee dat Soltech zich had moeten onthouden van het verder leveren aan een debiteur van wie zij wist of redelijkerwijze kon verwachten dat deze haar betalingsverplichtingen niet na zou komen. Door te handelen zoals zij heeft gedaan is de opgetreden schade ten dele aan haar eigen schuld te wijten, althans zij had die schade kunnen voorkomen door niet verder te leveren aan [bedrijf].

11. Mevas heeft dan ook terecht besloten om de schade die is ontstaan door leveranties aan [bedrijf] op krediet in een periode waarin Soltech wist dat [bedrijf] in betalingsproblemen was komen te verkeren niet te vergoeden.

12. Hetgeen Soltech heeft aangevoerd ter onderbouwing van haar stelling dat [bestuurder Mevas] als bestuurder van Mevas persoonlijk aansprakelijk is voor vergoeding van het restant van de schade is daartoe onvoldoende. Niet gebleken is dat [bestuurder Mevas] namens Mevas verplichtingen is aangegaan waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten dat Mevas deze niet zou nakomen. Soltech heeft geen andere omstandigheden aangevoerd die tot de persoonlijke aansprakelijkheid van [bestuurder Mevas] zouden kunnen leiden.

13. De vordering in conventie wordt derhalve afgewezen en Soltech wordt veroordeeld in de kosten van de procedure, het salaris van de gemachtigde daarin begrepen. Nu de vordering in reconventie slechts voorwaardelijk is ingesteld behoeft deze niet beoordeeld te worden.

14. De proceskosten komen voor rekening van Soltech als de in het ongelijk gestelde partij, terwijl de proceskosten in reconventie wegens de nauwe samenhang van de zaak in conventie en die in reconventie worden vastgesteld op nihil.

De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

Wijst de vordering af.

in conventie en in reconventie

Veroordeelt Soltech, hoofdelijk des dat de een betalende de ander zal zijn gekweten, in de proceskosten, die tot heden voor Mevas worden vastgesteld op een bedrag van € 540,00 voor salaris van de gemachtigde van Mevas (waarover Soltech geen BTW verschuldigd is).

Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Smits, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2005.

De griffier

De kantonrechter

Rolnummer: 169670-04-3672 TvW

Uitspraakdatum: 20 juli 2005