Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2005:AU0047

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
26-07-2005
Datum publicatie
26-07-2005
Zaaknummer
14.810031-05
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2006:AV6554
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

serie steekpartijen Alkmaar, meerderjarige verdachte: 7 jaar en 6 maanden gevangenisstraf + TBS met dwangverpleging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14.810031-05

Datum uitspraak: 26 juli 2005

OP TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

gedetineerd in PI Noord Holland Noord - HvB Zwaag te Zwaag.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van respectievelijk 28 april 2005 en 12 juli 2005.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank wegens het onder 1. tot en met 9. primair tenlastegelegde de verdachte zal veroordelen tot 8 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging. Ten aanzien van het beslag heeft de officier van justitie gevorderd dat de inbeslaggenomen kleding wordt teruggeven aan verdachte. De inbeslaggenomen wapens dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de officier van justitie het volgende gevorderd:

- benadeelde partij [slachtoffer 2]: niet-ontvankelijk verklaring;

- benadeelde partij [slachtoffer 1]: gehele toewijzing en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- benadeelde partij [slachtoffer 4]: gehele toewijzing en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- benadeelde partij [slachtoffer 5]: gehele toewijzing en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- benadeelde partij [slachtoffer 6]: toewijzing tot een bedrag van € 11.941,09, niet-ontvankelijk verklaring voor het resterende deel en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

- benadeelde partij [slachtoffer 10]: gehele toewijzing en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank heeft tevens kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en mr. E. Boskma, raadsman van de verdachte, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat

1. (Zaak 9)

hij op of omstreeks 17 december 2004 in de gemeente Alkmaar met een ander of anderen, op of aan de openbare plaats, het Victoriapark, in elk geval op of aan een openbare plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het

- dreigend ophouden en/of tonen van (een) (honkbal)knuppel en/of een mes en/of een zwaard en/of

- dreigend opdringen aan en/of omsingelen van die [slachtoffer 2] en/of

- achtervolgen van die [slachtoffer 2];

subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 december 2004 in de gemeente Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte, althans alleen, opzettelijk dreigend

- een (honkbal)knuppel en/of een mes en/of een zwaard aan die [slachtoffer 2] getoond en/of voorgehouden en/of

- zich aan die [slachtoffer 2] opgedrongen en/of

- die [slachtoffer 2] omsingeld en/of

- die [slachtoffer 2] achtervolgd;

2. (Zaak 8)

hij op of omstreeks 18 december 2004 in de gemeente Alkmaar, op de Rekerdijk, in elk geval op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (inhoudende een of meerdere pas(jes) en/of een geldbedrag en/of een identiteitskaart en/of een foto), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

- die [slachtoffer 1], terwijl hij met zijn fiets tot stilstand was gekomen, is omsingeld en/of

- die [slachtoffer 1] (vervolgens) een of meerdere ke(e)r(en) met een of meerdere (honkbal)knuppel(s) en/of (een) vuist(en) in zijn gezicht en/of tegen zijn hoofd en/of elders tegen het lichaam is geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] een of meerdere ke(e)r(en) tegen het lichaam is geschopt en/of

- die [slachtoffer 1] een knietje in het gezicht of elders tegen het lichaam heeft gekregen en/of

- toen die [slachtoffer 1] weer op zijn fiets was gestapt, een of meerdere ke(e)r(en) met een (honkbal)knuppel tegen zijn fiets is geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] (daarbij) (dreigend) de woorden zijn toegevoegd: "geen brutale bek anders steek ik je neer met mijn mes en maak je zakken leeg" en/of "geef je portemonnee" en/of "niet de politie waarschuwen, anders dan pakken we je", althans soortgelijke woorden;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 18 december 2004 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die [slachtoffer 1] is toegelopen, waarna verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 1], terwijl hij met zijn fiets tot stilstand was gekomen, heeft/hebben omsingeld en/of

- die [slachtoffer 1] (vervolgens) een of meerdere ke(e)r(en) met een of meerdere (honkbal)knuppel(s) en/of (een) vuist(en) in zijn gezicht en/of tegen zijn hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] een of meerdere ke(e)r(en) tegen het lichaam heeft/hebben geschopt en/of

- die [slachtoffer 1] een knietje in het gezicht of elders tegen het lichaam heeft/hebben gegeven en/of

- toen die [slachtoffer 1] weer op zijn fiets was gestapt, een of meerdere ke(e)r(en) met een (honkbal)knuppel tegen zijn fiets heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] (daarbij) (dreigend) de woorden heeft/hebben toegevoegd: "geen brutale bek anders steek ik je neer met mijn mes en maak je zakken leeg" en/of "geef je portemonnee" en/of "niet de politie waarschuwen, anders dan pakken we je", althans soortgelijke woorden, terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 18 december 2004 in de gemeente Alkmaar met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Rekerdijk, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het:

- omsingelen van die [slachtoffer 1], terwijl die met zijn fiets tot stilstand was gekomen en/of

- (vervolgens) een of meerdere ke(e)r(en) met een of meerdere honkbalknuppel(s) en/of (een) vuist(en) slaan in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- geven van een knietje in het gezicht of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- toen die [slachtoffer 1] weer op zijn fiets was gestapt, een of meerdere ke(e)r(en) met een (honkbal)knuppel tegen zijn fiets slaan en/of

- die [slachtoffer 1] (daarbij) (dreigend) de woorden toevoegen: "geen brutale bek anders steek ik je neer met mijn mes en maak je zakken leeg" en/of "geef je portemonnee" en/of "niet de politie waarschuwen, anders dan pakken we je", althans soortgelijke woorden;

3. (zaak 7)

hij op 19 december 2004 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 7] van het leven te beroven, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar die [slachtoffer 7] is toegelopen, waarna verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 7] (onverhoeds), (van achteren) heeft/hebben aangevallen en/of

- die [slachtoffer 7] een of meerdere ke(e)r(en) met een (honkbal-)knuppel en/of een ander hard voorwerp en/of de/een vuist(en) en/of hand(en) tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 7] een of meerdere ke(e)r(en) (met kracht), met geschoeide voet(en) op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

- die [slachtoffer 7] één keer met een mes, althans een scherp voorwerp, in de rug of elders in het lichaam heeft/hebben gestoken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 19 december 2004 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 7], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar die [slachtoffer 7] is toegelopen, waarna verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 7] (onverhoeds), (van achteren) heeft/hebben aangevallen en/of

- die [slachtoffer 7] een of meerdere ke(e)r(en) met een (honkbal-)knuppel en/of een ander hard voorwerp en/of de/een vuist(en) en/of hand(en) tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 7] een of meerdere ke(e)r(en) (met kracht), met geschoeide voet(en) op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

- die [slachtoffer 7] één keer met een mes, althans een scherp voorwerp, in de rug of elders in het lichaam heeft/hebben gestoken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 19 december 2004 te Alkmaar met een ander of anderen, op of aan de openbare plaats, het Victoriapark, in elk geval op een openbare plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 7], welk geweld bestond uit het

- die [slachtoffer 7] (onverhoeds), (van achteren) aanvallen en/of

- die [slachtoffer 7] een of meerdere ke(e)r(en) met een (honkbal-)knuppel en/of een ander hard voorwerp en/of de/een vuist(en) en/of hand(en) op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam slaan en/of stompen en/of

- die [slachtoffer 7] een of meerdere ke(e)r(en) (met kracht), met geschoeide voet(en) op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam schoppen en/of trappen en/of

- die [slachtoffer 7] één keer met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de rug en/of (elders) in het lichaam steken;

4. (zaak 1)

hij in de nacht van 2 op 3 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachte rade, althans opzettelijk, [slachtoffer 8] van het leven te beroven, met dat opzet, en na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), en/of

(een) (honkbal)knuppel(s) naar de Molenkade is gelopen waarna verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 8] uit een aldaar aangemeerde boot heeft/hebben gelokt en/of

- (vervolgens) met een mes en/of een zwaard, althans (een) scherp voorwerp(en), stekende en/of zwaaiende bewegingen in de richting van de buik, althans het lichaam, van die [slachtoffer 8] heeft/hebben gemaakt en/of

- die [slachtoffer 8] een of meerdere ke(e)r(en)en met een (honkbal)knuppel en/of een ander (hard) voorwerp en/of een vuist tegen het hoofd, of elders tegen het lichaam, heeft/hebben gestompt en/of geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in de nacht van 2 op 3 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 8], opzettelijk en met voorbedachte rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, en na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, met (een) mes(sen) en/of een zwaard,

althans (een) scherp(e) voorwerp(en), en/of (een) knuppel(s) naar de Molenkade is gelopen waarna verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 8] uit een aldaar aangemeerde boot heeft/hebben gelokt en/of

- (vervolgens) met een mes en/of een zwaard, althans (een) scherp

voorwerp(en), stekende en/of zwaaiende bewegingen in de richting van de buik, althans het lichaam, van die [slachtoffer 8] heeft/hebben gemaakt en/of

- die [slachtoffer 8] een of meerdere ke(e)r(en)en met een honkbalknuppel en/of een ander (hard) voorwerp en/of een vuist tegen het hoofd, of elders tegen het lichaam, heeft/hebben gestompt en/of geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in de nacht van 2 op 3 januari 2005 in de gemeente Alkmaar met een ander of anderen, op of aan de openbare weg De Molenkade, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 8], welk geweld bestond uit het:

- dreigend ophouden en/of tonen van (een) mes(sen) en/of een zwaard en/of (een)

(honkbal-)knuppel(s) en/of

- (vervolgens) met een mes en/of een zwaard, althans (een) scherp voorwerp(en) stekende en/of zwaaiende bewegingen maken in de richting van de buik, althans het lichaam, van die [slachtoffer 8] en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met een (honkbal-)knuppel en/of een ander (hard) voorwerp en/of een vuist op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam, van die [slachtoffer 8] stompen en/of slaan;

meest subsidiair, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij in de nacht van 2 op 3 januari 2005 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, te weten [slachtoffer 8], heeft mishandeld door deze een of meerdere ke(e)r(en) met een (honkbal-)knuppel en/of een ander voorwerp en/of een vuist op/tegen het hoofd, of (elders) op/tegen het lichaam te stompen en/of te slaan, waardoor deze [slachtoffer 8] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

5. (zaak 2)

hij in de nacht van 2 op 3 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, [slachtoffer 4] van het leven te beroven, met dat opzet, en na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), en/of (een) (honkbal)knuppel(s) naar de Molenkade is gelopen

waarna verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 4] uit een aldaar aangemeerde boot heeft/hebben gelokt en/of

- (vervolgens) een of meerdere ke(e)r(en) met (een) (honkbal-)knuppel(s) en/of (een) (harde) ander(e) voorwerp(en) en/of (een) vuist(en), tegen het hoofd van die [slachtoffer 4] heeft/hebben geslagen en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), in de rug en/of de buik en/of elders in het lichaam van die [slachtoffer 4] heeft/hebben gestoken en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met kracht met geschoeide voet(en) tegen hoofd en/of elders tegen het lichaam, van die [slachtoffer 4] heeft/hebben geschopt,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij in de nacht van 2 op 3 januari 2005 in de gemeente Alkmaar, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachte rade, althans opzettelijk, een persoon, te weten [slachtoffer 4], zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht (waaronder verschillende (ernstige) steekwonden in borst en buik en/of meerdere slagwonden en kneuzingen op het hoofd), door deze [slachtoffer 4] opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg,

- een of meerdere ke(e)r(en) met (een) (honkbal-)knuppel(s) en/of (een) ander(e) (harde) voorwerp(en) en/of (een) vuist(en) op/tegen het hoofd te slaan en/of te stompen en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), in de rug en/of de buik en/of (elders) in het lichaam te steken en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met kracht met geschoeide voet(en) op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in de nacht van 2 op 3 januari 2005 in de gemeente Alkmaar met een ander of anderen, op de openbare weg De Molenkade, althans op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 4], welk geweld bestond uit het:

- dreigend ophouden en/of tonen van (een) mes(sen) en/of een zwaard en/of (een)

(honkbal-)knuppel(s) en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met (een) (honkbal-)knuppel(s) en/of (een) ander(e) (harde) voorwerp(en) en/of (een) vuist(en), tegen het hoofd van die [slachtoffer 4] slaan en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), in de rug en/of de buik en/of elders in het lichaam van die [slachtoffer 4] steken en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met kracht met geschoeide voet(en) tegen hoofd en/of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer 4] schoppen en/of trappen;

6. (zaak 3)

hij op 7 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, [slachtoffer 5] van het leven te beroven, met dat opzet, en na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, die [slachtoffer 5] met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), en/of (een) (honkbal)knuppel(s) achterna is gelopen, waarna verdachte en/of een of meer

van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 5] (onverhoeds), van achteren heeft/hebben aangevallen en/of

- die [slachtoffer 5] een of meerdere ke(e)r(en) met (een) (honkbal-)knuppel(s) en/of (een) ander(e) hard(e) voorwerp(en), tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 5] een of meerdere ke(e)r(en) met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), in de buik en/of elders in het lichaam heeft/hebben gestoken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 7 januari 2005 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, een persoon, te weten [slachtoffer 5], zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht (waaronder een steekwond in de buik en/of een steekwond in de (rechter-)lies en/of een geperforeerde dunne darm), door deze [slachtoffer 5], na kalm beraad en rustig overleg, (onverhoeds), van achteren aan te vallen en hem:

- een of meerdere ke(e)r(en) met (een) (honkbal-)knuppel(s) en/of (een) ander(e) hard(e) voorwerp(en), tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam te slaan en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), in de buik en/of elders in het lichaam te steken;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 7 januari 2005 in de gemeente Alkmaar, op een openbare plaats, het Victoriapark, althans op een openbare plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 5], welk geweld bestond uit het:

- met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), en/of (een) (honkbal)knuppel(s) achterna lopen van die [slachtoffer 5] en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 5] (onverhoeds), van achteren aanvallen door

- die [slachtoffer 5] een of meerdere ke(e)r(en) met (een) (honkbal-)knuppel(s) en/of (een) ander(e) hard(e) voorwerp(en), tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam te slaan en/of

- die [slachtoffer 5] dicht te naderen en (daarbij) dreigend (een) mes(sen) en/of een zwaard en/of (een) (honkbal-)knuppel(s), en/of (een) ander(e) hard(e) voorwerp(en) te tonen en/of op te houden en/of

- die [slachtoffer 5] een of meerdere ke(e)r(en) met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), in de buik en/of elders in het lichaam te steken,

waarbij die [slachtoffer 5] tengevolge van de handelingen van verdachte zwaar lichamelijk letsel, althans enig letsel, heeft bekomen (waaronder: een steekwond in de buik en/of een steekwond in de (rechter-)lies en/of een geperforeerde dunne darm);

7. (zaak 4)

hij op 9 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, [slachtoffer 9] van het leven te beroven, met dat opzet, en na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, met (een) mes(sen) in de hand(en) naar het/een fietspad in het Victoriapark is gelopen en/of daar is gaan staan en/of die [slachtoffer 9] daar heeft opgewacht, waarna verdachte en/of zijn

mededader, toen die [slachtoffer 9] voorbij fietste, die [slachtoffer 9] (onverhoeds), van achteren heeft/hebben aangevallen en hem één keer met een mes, althans een scherp voorwerp, in de rug heeft/hebben gestoken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 9 januari 2005 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, een persoon, te weten [slachtoffer 9], zwaar lichamelijk letsel (waaronder een geperforeerde long) heeft toegebracht, door deze [slachtoffer 9], na kalm beraad en rustig overleg, (onverhoeds), van achteren aan te vallen en hem één keer met een mes, althans een scherp voorwerp, in de rug te steken;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 9 januari 2005 in de gemeente Alkmaar, op een openbare plaats, het Victoriapark, althans op een openbare plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen

[slachtoffer 9], welk geweld bestond uit het:

- met mes(sen) in de hand(en) naar het/een fietspad in het Victoriapark lopen en/of daar gaan staan en/of die [slachtoffer 9] daar opwachten en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 9], toen hij voorbij fietste (onverhoeds), van achteren, aanvallen en hem één keer met een mes, althans een scherp voorwerp, in de rug steken,

waarbij die [slachtoffer 9] tengevolge van de handelingen van verdachte zwaar lichamelijk letsel, althans enig letsel, heeft bekomen (waaronder: een steekwond in de rug en een geperforeerde long);

8. (zaak 5)

hij op 9 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, [slachtoffer 6] van het leven te beroven, met dat opzet, en na kalm beraad en rustig overleg, met zijn mededader, althans alleen, met (een) mes(sen) in de hand(en) in/bij de/een fietstunnel bij de Rekerdijk is gaan staan, waarna verdachte en/of zijn mededader, toen die [slachtoffer 6] voorbij fietste, die [slachtoffer 6] (onverhoeds) van

achteren heeft/hebben aangevallen en hem één of meerdere ke(e)r(en) met een mes, althans een scherp voorwerp, in de rug en/of het gezicht (rechterwang) en/of elders in het lichaam heeft/hebben gestoken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 8 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 9 januari 2005 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, een persoon, te weten [slachtoffer 6], zwaar lichamelijk letsel (waaronder een geperforeerde long en/of klaplong en/of een gebroken schouderblad en/of een gebroken arm) heeft toegebracht, door deze [slachtoffer 6], na kalm beraad en rustig overleg,

- (onverhoeds), van achteren aan te vallen en hem één of meerdere ke(e)r(en) met een mes, althans een scherp voorwerp, in de rug en/of het gezicht (rechterwang) en/of elders in het lichaam te steken en/of

- (toen die [slachtoffer 6] op de grond was gevallen) één of meerdere keren (hard) met geschoeide voet(en) tegen de/een schouder(s) en/of de/een arm(en), althans tegen het (boven)lichaam te schoppen;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 8 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 9 januari 2005 in de gemeente Alkmaar, op de openbare weg, de Rekerdijk, althans op een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 6], welk geweld bestond uit het

- die [slachtoffer 6] (onverhoeds), van achteren aanvallen en

- die [slachtoffer 6] één of meerdere ke(e)r(en) met een mes, althans een scherp voorwerp, in de rug en/of het gezicht (rechterwang) en/of elders in het lichaam steken en/of

- (toen die [slachtoffer 6] op de grond was gevallen) één of meerdere keren (hard) met geschoeide voet(en) tegen de/een schouder(s) en/of de/een arm(en), althans tegen het (boven)lichaam van die [slachtoffer 6] schoppen

waarbij die [slachtoffer 6] tengevolge van de handelingen van verdachte zwaar lichamelijk letsel, althans enig letsel, heeft bekomen (waaronder: een of meerdere steekwond(en) in de rug en een geperforeerde long en/of klaplong en/of een gebroken schouderblad en/of een gebroken arm);

9. (zaak 6)

hij op 9 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, [slachtoffer 10] van het leven te beroven, met dat opzet, en na kalm beraad en rustig overleg:

- toen hij die [slachtoffer 10] aan zag komen fietsen, een mes uit zijn zak heeft gepakt en dat mes heeft opengeklapt en/of

- met een/dat mes in zijn hand(en) op die [slachtoffer 10] is afgerend of afgelopen en/of

- (vervolgens), toen die [slachtoffer 10] voorbij fietste, die [slachtoffer 10] (onverhoeds) heeft aangevallen en/of heeft vastgepakt en/of

- die [slachtoffer 10] één keer met een mes, althans een scherp voorwerp, in de rug heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 9 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 9 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd, [slachtoffer 10], opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, en na kalm beraad en rustig overleg:

- toen hij die [slachtoffer 10] aan zag komen fietsen, een mes uit zijn zak heeft gepakt en dat mes heeft opengeklapt en/of

- met een/dat mes in zijn hand(en) op die [slachtoffer 10] is afgerend of afgelopen en/of

- (vervolgens), toen die [slachtoffer 10] voorbij fietste, die [slachtoffer 10] (onverhoeds) heeft aangevallen en/of heeft vastgepakt en/of

- die [slachtoffer 10] één keer met een mes, althans een scherp voorwerp, in de rug heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1. primair, 4. impliciet primair en 5. impliciet primair is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Nadere motivering ten aanzien van feit 1 primair:

De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaarde feitelijkheden geen geweld opleveren in de zin van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht.

Nadere motivering vrijspraak ten aanzien van feiten 4. en 5. impliciet primair:

Ten aanzien van de gebeurtenissen aan de Molenkade is er naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van een steeds verder escalerende vechtpartij, waarbij onder meer door verdachte met een zwaard een steekbeweging is gemaakt naar [slachtoffer 8] (feit 4), en waarbij door een medeverdachte met een knuppel is geslagen op het hoofd van [slachtoffer 4] en waarbij door verdachte met een mes meerdere malen gestoken is in het lichaam van [slachtoffer 4] en waarbij door een andere medeverdachte met geschoeide voet tegen het hoofd van die [slachtoffer 4] is geschopt (feit 5). De bewijsmiddelen bevatten evenwel onvoldoende aanknopingspunten om aan te kunnen nemen dat er momenten van beraad zijn geweest tussen de wilsbesluiten tot uitvoering van de hiervoor bedoelde levensbedreigende gewelddadigheden en de momenten waarop die werden uitgeoefend.

Derhalve is de rechtbank terzake van deze feiten 4 en 5 tot vrijspraak van de ten laste gelegde voorbedachte raad gekomen.

3. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

1. subsidiair (zaak 10)

hij op 17 december 2004 in de gemeente Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte, opzettelijk dreigend

- een knuppel en een zwaard aan die [slachtoffer 2] getoond en

- zich aan die [slachtoffer 2] opgedrongen en

- die [slachtoffer 2] achtervolgd;

2. primair (zaak 8)

hij op 18 december 2004 in de gemeente Alkmaar, op de Rekerdijk, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (inhoudende een of meerdere pas(jes) en een geldbedrag en een identiteitskaart en een foto), toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat

- die [slachtoffer 1], terwijl hij met zijn fiets tot stilstand was gekomen, is omsingeld en

- die [slachtoffer 1] meerdere keren met een knuppel en vuisten in zijn gezicht en tegen zijn hoofd en elders tegen het lichaam is geslagen en

- die [slachtoffer 1] meerdere keren tegen het lichaam is geschopt en

- die [slachtoffer 1] een knietje in het gezicht heeft gekregen en

- toen die [slachtoffer 1] weer op zijn fiets was gestapt, een keer met een knuppel tegen zijn fiets is geslagen en

- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden zijn toegevoegd: "geen brutale bek anders steek ik je neer met mijn mes en maak je zakken leeg" en "geef je portemonnee" en "niet de politie waarschuwen, anders dan pakken we je";

3. primair (zaak 7)

hij op 19 december 2004 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 7] van het leven te beroven, met zijn mededaders, naar die [slachtoffer 7] is toegelopen, waarna verdachte en/of een van zijn mededaders:

- die [slachtoffer 7] meerdere keren met een knuppel en de vuisten tegen het hoofd en elders tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en

- die [slachtoffer 7] meerdere keren met kracht, met geschoeide voet tegen het lichaam heeft/hebben geschopt en

- die [slachtoffer 7] één keer met een mes in de rug heeft/hebben gestoken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4. primair (zaak 1)

hij in de nacht van 2 op 3 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, [slachtoffer 8] van het leven te beroven, met dat opzet, met zijn mededaders, met messen en een zwaard en een knuppel naar de Molenkade is gelopen waarna verdachte en/of een van zijn mededaders:

- die [slachtoffer 8] uit een aldaar aangemeerde boot heeft/hebben gelokt en

- vervolgens met een zwaard een stekende beweging in de richting van het lichaam, van die [slachtoffer 8] heeft/hebben gemaakt en

- die [slachtoffer 8] een keer met een vuist tegen het hoofd heeft/hebben gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5. primair (zaak 2)

hij in de nacht van 2 op 3 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 4] van het leven te beroven, met dat opzet, met zijn mededaders, met messen en een zwaard en een knuppel naar de Molenkade is gelopen, waarna verdachte en/of een van zijn mededaders:

- die [slachtoffer 4] uit een aldaar aangemeerde boot heeft/hebben gelokt en

- vervolgens met een knuppel en vuisten tegen het hoofd van die [slachtoffer 4] heeft/hebben geslagen en

- meerdere keren met een mes in de rug en de buik van die [slachtoffer 4] heeft/hebben gestoken en

- meerdere keren met kracht met geschoeide voet tegen hoofd en elders tegen het lichaam, van die [slachtoffer 4] heeft/hebben geschopt,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6. impliciet primair (zaak 3)

hij op 7 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade, [slachtoffer 5] van het leven te beroven, met dat opzet, en na kalm beraad en rustig overleg, met zijn mededaders, die [slachtoffer 5] met messen en een knuppel achterna is gelopen, waarna verdachte en/of zijn mededaders:

- die [slachtoffer 5] onverhoeds van achteren heeft/hebben aangevallen en

- die [slachtoffer 5] meerdere keren met een knuppel tegen het hoofd en elders tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en

- die [slachtoffer 5] meerdere keren met een mes in de buik en elders in het lichaam heeft/hebben gestoken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7. impliciet primair (zaak 4)

hij op 9 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, opzettelijk en met voorbedachten rade, [slachtoffer 9] van het leven te beroven, met dat opzet, en na kalm beraad en rustig overleg, met een mes in de hand naar het fietspad in het Victoriapark is gelopen en daar is gaan staan en die [slachtoffer 9] daar heeft opgewacht, waarna verdachte, toen die [slachtoffer 9] voorbij fietste, die [slachtoffer 9] onverhoeds, van achteren heeft aangevallen en hem één keer met een mes in de rug heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

8. impliciet primair (zaak 5)

hij op 9 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 6] van het leven te beroven, met dat opzet, en na kalm beraad en rustig overleg, met zijn mededader, met een mes in de hand bij een fietstunnel bij de Rekerdijk is gaan staan, waarna verdachte en/of zijn mededader, toen die [slachtoffer 6] voorbij fietste, die [slachtoffer 6] onverhoeds van achteren heeft/hebben aangevallen en hem meerdere keren met een mes in de rug heeft/hebben gestoken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

9. impliciet primair (zaak 6)

hij op 9 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade, [slachtoffer 10] van het leven te beroven, met dat opzet, en na kalm beraad en rustig overleg:

- toen hij die [slachtoffer 10] aan zag komen fietsen, een mes uit zijn zak heeft gepakt en dat mes heeft opengeklapt en

- met dat mes in zijn hand op die [slachtoffer 10] is afgerend en

- vervolgens, toen die [slachtoffer 10] voorbij fietste, die [slachtoffer 10] onverhoeds heeft aangevallen en

- die [slachtoffer 10] één keer met een mes in de rug heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft

begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

5. NADERE MOTIVERING

Nadere motivering ten aanzien van feit 2. primair:

De raadsman heeft vrijspraak van het onder 2. primair en subsidiair tenlastegelegde bepleit, wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Verdachte heeft ten aanzien van dit feit ter terechtzitting onder meer het volgende verklaard:

“We hadden het plan om iemand te overvallen. Daar was over gesproken en iedereen wist daarvan. [verdachte 4] en [verdachte 7] liepen voor ons. Ik riep: “[verdachte 4], die is voor jou”. Ik vond het wel een geschikt slachtoffer. De jongen (de Rb begrijpt: [slachtoffer 1]) stopte. We zijn vervolgens allemaal om hem heen gaan staan. [..] Toen de jongen zei dat het niet eerlijk was om met z’n allen tegen één te vechten, heb ik tegen [verdachte 6] gezegd dat hij de jongen maar moest pakken. [verdachte 3] heeft om de portemonnee gevraagd. We hebben bij het bruggetje in de portemonnee gekeken. Er zat alleen wat kleingeld en een bankpasje in de portemonnee. Ik heb wel een aantal dingen tegen het slachtoffer gezegd in de trant van: “Je moet je brutale bek houden en niet de politie waarschuwen, anders pakken we je.”

Deze verklaring vindt steun in de overige bewijsmiddelen, waardoor naar het oordeel van de rechtbank op basis van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de afpersing.

Nadere motivering ten aanzien van de feiten 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9:

Opzet

Naar het oordeel van de rechtbank is door de verdachte (en zijn medeverdachten) doelgericht gehandeld, namelijk gericht op de levensberoving van de slachtoffers.

Het slachtoffer [slachtoffer 7] (feit 3) werd door verdachte met een mes in zijn rug gestoken en hij werd door een medeverdachte met een knuppel meerdere keren hard op zijn hoofd geslagen. Naar het slachtoffer [slachtoffer 8] (feit 4) werd door verdachte met een zwaard een stekende beweging in de richting van diens lichaam gemaakt, welke aanval hij ternauwernood kon ontwijken. De heer [slachtoffer 4] (feit 5) werd met een honkbalknuppel zodanig hard op het hoofd geslagen, dat daardoor die knuppel brak en hij werd door verdachte meerdere keren met een mes in buik en rug gestoken. [slachtoffer 5] (feit 6) werd eveneens meerdere keren met een knuppel tegen diens hoofd geslagen en door verdachte meerdere keren met een mes in zijn buik gestoken. Het slachtoffer [slachtoffer 6] (feit 8) werd door verdachte meerdere keren in de rug gestoken.

Verdachte heeft voorts [slachtoffer 9] (feit 7) en [slachtoffer 10] (feit 9) met een mes in de rug gestoken.

Alleen al uit de aard en de uitvoering van de handelingen van verdachte, te weten het steken met een mes (of zwaard) in (of in de richting van) de buik of rug van de slachtoffers blijkt, naar het oordeel van de rechtbank, dat verdachte willens en wetens de dood van de slachtoffers ten doel had, nog daargelaten de handelingen van de medeverdachten.

Ten aanzien van de feiten 3, 4, 5, 6 en 8:

Medeplegen

Ten aanzien van feit 3 (de gebeurtenis op 19 december 2004 in het Victoriepark) is gebleken van een vooropgezet plan en een gezamenlijke uitvoering. Verdachte en zijn medeverdachte [verdachte 1] hebben verklaard dat het de bedoeling was om de man “te pakken”. Wanneer medeverdachte [verdachte 1] de eerste harde klap heeft uitgedeeld, slaat medeverdachte [verdachte 3] het slachtoffer meerdere keren hard met een honkbalknuppel, onder meer tegen het hoofd. Nadat het slachtoffer op de grond terecht is gekomen gaat medeverdachte [verdachte 3] door met het slaan met de knuppel tegen het slachtoffer, terwijl medeverdachte [verdachte 1] het slachtoffer meerdere keren hard in de zij schopt. Op dat moment stapt of buigt verdachte tussen zijn medeverdachten in en steekt het slachtoffer met een mes in de rug, blijkens de verklaringen van verdachte en [verdachte 1] (Z7, p. 28 en Z7, p. 39). Vervolgens zijn de drie verdachten samen weggerend.

Ten aanzien van de feiten 4 en 5 (de gebeurtenissen op de Molenkade in de nacht van 2 op 3 januari 2005) is gebleken dat verdachte en diens medeverdachten tijdens het vieren van de verjaardag van een medeverdachte het gezamenlijke plan hebben opgevat naar de Molenkade te gaan “om [betrokkene] te pakken te nemen”. Daartoe hebben verdachte en diens medeverdachten bij hun vertrek richting Molenkade messen, een honkbalknuppel en een zwaard meegenomen. Op de Molenkade aangekomen werden eerst door meerdere personen van de groep stenen gegooid tegen en door de ramen van de boot waarin de slachtoffers zich bevonden, teneinde hen naar buiten te lokken. Nadat de slachtoffers zich naar buiten hadden begeven werden zij door de groep geslagen, gestoken en geschopt.

De daarbij gebruikte wapens zijn tijdens deze geweldsuitbarsting in de groep onderling van hand tot hand gegaan. Nadien is de groep gezamenlijk weer vertrokken.

Ten aanzien van feit 6 (de gebeurtenis op 7 januari 2005 in het Victoriepark) is gebleken dat verdachte en diens medeverdachten naar het Victoriepark zijn gegaan omdat, aldus medeverdachte [verdachte 3]: “we iemand wilden slaan” en “we wilden vechten met iemand”. Daartoe heeft medeverdachte [verdachte 3], toen zij in het Victoriepark aangekomen waren, een knuppel gepakt die hij aldaar in de bosjes had verstopt. Toen [slachtoffer 5] het groepje passeerde werd onderling besloten dat hij een geschikt slachtoffer was: “Kijk, kijk” en “We gaan hem pakken” waren de woorden die werden gesproken. Het nietsvermoedende slachtoffer is van achteren aangevallen en is door de medeverdachte met de knuppel geslagen en door verdachte twee maal met een mes gestoken. Vervolgens hebben verdachte en diens medeverdachten gezamenlijk de plaats van het feit verlaten.

Ten aanzien van feit 8 (de gebeurtenis op 9 januari 2005 bij het fietstunneltje bij de Rekerdijk) heeft verdachte verklaard dat hij zomaar, “doelloos”, iemand wilde aanvallen. Zijn medeverdachte [verdachte 3] heeft daarover verklaard dat het hun plan was om die man te beroven. Wat er ook zij van hun motieven, duidelijk is wel dat zij gezamenlijk op zoek waren naar een slachtoffer. Zowel verdachte als zijn medeverdachte waren daartoe gewapend met een mes. Het slachtoffer, dat op zijn fiets passeerde, is door verdachte meerdere keren in de rug gestoken, en vervolgens door zijn medeverdachte geschopt, waarna verdachte en diens medeverdachte zich uit de voeten maakten.

De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot de feiten 3, 4, 5, 6 en 8 sprake is van een dusdanig bewuste en nauwe samenwerking tussen en een gezamenlijke uitvoering door verdachte en diens respectievelijke medeverdachten, dat zij telkens tezamen en in vereniging hebben gehandeld.

Ten aanzien van de feiten 6, 7, 8 en 9:

Voorbedachte raad

Uit de wijze waarop verdachte en zijn respectievelijke medeverdachten ten aanzien van feit 6 (de gebeurtenis op 7 januari 2005 in het Victoriepark) en feit 8 (de gebeurtenis op 9 januari 2005 bij het fietstunneltje bij de Rekerdijk) hebben gehandeld blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat zij niet hebben gehandeld in een ogenblikkelijke opwelling, maar uitvoering hebben gegeven aan een reeds tevoren genomen besluit. Hetzelfde geldt voor feit 7 (de gebeurtenis op 9 januari in het Victoriepark) en feit 9 (eveneens op 9 januari), waarbij verdachte alleen betrokken is geweest.

Hierbij is van belang, dat deze feiten zich hebben voorgedaan in de loop van een reeks van gewelddadige incidenten. Op 19 december 2004, als het slachtoffer [slachtoffer 7] wordt aangevallen door verdachte en zijn medeverdachten [verdachte 3] en [verdachte 1], steekt verdachte voor de eerste keer een slachtoffer met een mes. Kort daarop volgen de gebeurtenissen op de Molenkade in de nacht van 2 op 3 januari 2005, waarbij een door de verdachten uitgelokte vechtpartij escaleert in een uitbarsting van excessief geweld.

Voor alle feiten gepleegd na deze incidenten geldt dat verdachte, gelet op hetgeen eerder gebeurd was, wist dat hij in staat en bereid was om steekwapens te gebruiken. Naar het oordeel van de rechtbank is er bij de feiten 6, 7, 8 en 9 geen sprake meer van een ogenblikkelijke opwelling. Bij al deze feiten zijn er voor verdachte (en zijn respectievelijke medeverdachten) meerdere momenten geweest waarop hij de gelegenheid heeft gehad zich te beraden over de betekenis en de mogelijke gevolgen van zijn besluiten om met een mes te gaan steken en zich daarvan rekenschap te geven: het moment dat hij samen met zijn medeverdachten er gewapend op uit ging, althans gewapend alleen overbleef, het moment waarop hij de respectievelijke slachtoffers in het vizier kreeg, het moment waarop hij achter hen aan ging en het moment voordat hij daadwerkelijk heeft toegeslagen.

Derhalve is naar het oordeel van de rechtbank bij deze feiten sprake van voorbedachte raad.

6. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1. subsidiair:

Medeplegen van bedreiging met zware mishandeling;

Ten aanzien van feit 2. primair:

Medeplegen van afpersing;

Ten aanzien van de feiten 3. primair, 4. primair en 5. primair, telkens:

Medeplegen van poging tot doodslag;

Ten aanzien van de feiten 6. impliciet primair en 8. impliciet primair, telkens:

Medeplegen van poging tot moord;

Ten aanzien van de feiten 7. impliciet primair en 9. impliciet primair, telkens:

Poging tot moord.

7. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8. MOTIVERING VAN DE STRAF EN DE MAATREGEL

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een reeks zeer ernstige feiten, welke reeks werd aangevangen op 17 december 2004.

Op die bewuste avond loopt verdachte met medeverdachte [verdachte 3] in het Victoriepark te Alkmaar. Zonder noemenswaardige aanleiding dringen de jongens zich op aan het slachtoffer [slachtoffer 2], waarbij [slachtoffer 2] wordt bedreigd met een knuppel en vervolgens wordt achtervolgd wanneer hij wegvlucht. Dit moet voor het slachtoffer een zeer beangstigende ervaring geweest zijn.

De volgende dag, 18 december 2004, bevindt verdachte zich samen met zes medeverdachten op de Rekerdijk te Alkmaar, alwaar [slachtoffer 1] het slachtoffer wordt van de groep. Verdachte en zijn medeverdachten maken zich schuldig aan een afpersing, waarbij is gedreigd met geweld en ook daadwerkelijk fors geweld is gebruikt. Verdachte en zijn medeverdachten hebben [slachtoffer 1] onder meer omsingeld, meerdere keren geslagen met hun vuisten en met een knuppel, een knietje tegen zijn gezicht gegeven en hem bedreigd, waardoor hij tenslotte zijn portemonnee heeft afgegeven.

Dit feit is voor de jeugdige [slachtoffer 1] zeer beangstigend geweest en heeft lichamelijk en psychisch leed veroorzaakt, hetgeen ook blijkt uit de toelichting op zijn voegingsformulier als benadeelde partij.

Slechts enkele uren na de gebeurtenis op de Rekerdijk bevindt verdachte zich, samen met zijn medeverdachten [verdachte 3] en [verdachte 1], in het Victoriepark. De drie zien een man lopen en besluiten deze man, naar eigen zeggen, “te pakken”. Het slachtoffer, de heer [slachtoffer 7], wordt geslagen, geschopt en meerdere keren met kracht met een knuppel onder meer tegen het hoofd geslagen. Uiteindelijk steekt verdachte de man in de rug en rennen de drie vervolgens weg, terwijl het slachtoffer gewond aan zijn lot wordt overgelaten.

Op 2 januari 2005 wordt door verdachte en zijn medeverdachten afgesproken dat ze naar de Molenkade te Alkmaar gaan om “wraak te nemen” op ene [betrokkene], waarmee verdachte en medeverdachte [verdachte 3] eerder die dag ruzie hadden gehad.

Er worden verschillende wapens meegenomen, te weten een knuppel, een zwaard en verschillende messen. Aangekomen bij de Molenkade gooien verdachte en zijn medeverdachten stenen naar de aldaar gelegen boten, om [betrokkene] naar buiten te lokken. Er komen vervolgens twee mannen naar buiten, maar beiden blijken niet [betrokkene] te zijn. Dit weerhoudt de verdachten er niet van om met de mannen in gevecht te gaan. De heer [slachtoffer 8] wordt als eerste slachtoffer van het door de jongens uitgeoefende geweld. Hij krijgt met kracht een vuistslag tegen het hoofd en weet een steekbeweging door verdachte met een zwaard in de richting van zijn buik, ternauwernood te ontwijken. Wanneer [slachtoffer 8] terug naar de boot is gevlucht, richten de jongens zich op het tweede slachtoffer, de heer [slachtoffer 4]. [slachtoffer 4] wordt met een knuppel en met vuisten onder meer met kracht tegen het hoofd geslagen en komt uiteindelijk op de grond terecht.

Verdachte steekt vervolgens vele malen met een mes op [slachtoffer 4] in. Ondertussen wordt het slachtoffer ook nog tegen het hoofd en lichaam geschopt.

Het slachtoffer [slachtoffer 4] raakte onder meer gewond aan hart, lever en longen en is in zeer kritieke toestand opgenomen in het ziekenhuis, alwaar hij ruim zes weken heeft moeten verblijven.

Deze schokkende gebeurtenissen aan de Molenkade weerhouden de verdachte er niet van om enkele dagen later, op 7 januari 2005, met medeverdachten [verdachte 3] en [verdachte 4] in het Victoriepark opnieuw een willekeurig slachtoffer “te pakken”.

Het slachtoffer, [slachtoffer 5], passeert de drie jongens en wordt vervolgens zonder aanleiding van achteren aangevallen met een knuppel en uiteindelijk door verdachte met een mes in de buik gestoken. [slachtoffer 5] loopt daarbij onder meer ernstig buikletsel op.

Op 9 januari 2005 is het opnieuw raak. Op dat moment fietst er in het Victoriepark een groepje jongens voorbij en steekt verdachte zonder enige aanleiding de laatste jongen van de groep, [slachtoffer 9], plotseling in de rug. [slachtoffer 9] loopt daarbij een klaplong op.

Verdachte is volgens hemzelf nog steeds opgefokt wanneer hij korte tijd later samen met medeverdachte [verdachte 3] wederom zonder enige aanleiding het slachtoffer [slachtoffer 6] aanvalt, wanneer deze de twee jongens op de fiets passeert in de fietstunnel op de Rekerdijk. Verdachte steekt het slachtoffer hierbij drie maal in de rug met een mes.

[slachtoffer 6] houdt hieraan onder meer een klaplong en een gebroken arm/schouder aan over.

Als verdachte alleen op weg naar huis is, fietst op dat moment het slachtoffer [slachtoffer 10] langs verdachte. Verdachte rent achter het slachtoffer aan en steekt haar in de rug met een mes.

Het feit dat de slachtoffers [slachtoffer 7], [slachtoffer 8], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 9], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 10] niet door het handelen van verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zijn komen te overlijden is een gelukkige omstandigheid, die echter geenszins aan de verdachte en/of zijn medeverdachte(n) te danken is geweest.

Naast het toebrengen van ernstige verwondingen werden de slachtoffers hulpeloos achtergelaten in de avond- en nachtelijke uren in de wintermaanden december en januari en op plaatsen, waar zich in het algemeen weinig mensen bevinden of voorbij komen.

Deze feiten hebben bij alle slachtoffers lichamelijk en psychisch leed veroorzaakt, zoals onder meer blijkt uit de verschillende schriftelijke slachtofferverklaringen en uit de toelichtingen op de voegingsformulieren als benadeelde partij. Daarnaast hebben de gebeurtenissen een golf van ontzetting in de samenleving teweeggebracht.

Vele inwoners van Alkmaar voelden zich niet meer veilig in hun eigen woonplaats.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 19 januari 2005, waaruit blijkt dat de verdachte eerder terzake van mishandeling, bedreiging en vernieling is veroordeeld.

Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren.

- het rapport van het Pieter Baan Centrum, gedateerd 28 juni 2005, opgemaakt door E.H. Ameling, psycholoog en F.R. Kruisdijk, psychiater.

Dit rapport houdt onder meer het volgende in:

Wij zijn van mening dat onderzochte ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten weliswaar de ongeoorloofdheid hiervan heeft kunnen inzien, doch in mindere mate dan de gemiddeld normale mens in staat is geweest zijn wil in vrijheid -overeenkomstig een dergelijk besef- te bepalen. In antwoord op de in hoofde gestelde vraag concluderen de ondergetekenden dat onderzoch-te ten tijde van het plegen van de hem sub 1 tot en met 5 ten laste gelegde (de rb begrijpt: de onder 2 t/m 6 tenlastegelegde) feiten lijdende was aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling zijner geestvermogens, dat deze feiten - indien bewezen- hem slechts in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

In antwoord op de in hoofde gestelde vraag concluderen de ondergetekenden dat onderzoch-te ten tijde van het plegen van de hem sub 6 tot en met 8 ten laste gelegde (de rb begrijpt: de onder 7 t/m 9 tenlastegelegde) feiten lijdende was aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling zijner geestvermogens, dat deze feiten - indien bewezen- hem slechts in sterk verminderde mate kunnen worden toegerekend.

Bij betr. is sedert de vroege jeugd sprake van een stoornis in de ontwikkeling, gepaard gaan-de met kinderpsychiatrische problematiek, waaronder een gedragsstoornis. Thans manifes-teert deze zich als een ernstige persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en bor-derline kenmerken. De persoonlijkheid van betr. heeft een wankele, gefragmenteerde basis en er is sprake van een organisatie op borderline niveau, met onvoldoende integratie van driften en impulsen, een intrinsieke behoefte aan sensatiezoekend gedrag en een onvermogen om zich zonder structurerend kader staande te houden. Er is een narcistische behoefte aan bewondering, waarmee betr. zijn gebrekkige persoonlijkheidsorganisatie overdekt: door het bewonderd worden en het uitoefenen van macht wordt de sensatiebehoefte bevredigd en wordt zijn kwetsbaarheid overdekt door het tegendeel. Hieruit vallen zijn pogingen een posi-tie in groepen te verwerven te verklaren: een groep vormt als het ware een prothese voor zijn gebrekkige persoonlijkheidsorganisatie. Een antisociale ontwikkeling die als psychopathi-form valt te omschrijven bestaat reeds jarenlang; betr. maakt daardoor een instrumentele, be-rekenende indruk.

Betr. was ten tijde van de hem ten laste gelegde feiten 18 jaar. Voor het hem sub 1 tot en met 5 tenlastegelegde (de rb begrijpt: de onder 2 t/m 6 tenlastegelegde) achten wij hem verminderd toerekeningsvatbaar. In de machts- en ge-weldsuitoefening jegens de slachtoffers heeft betr. getracht zijn uit de persoonlijkheid voort-vloeiende kwetsbaarheid te compenseren door deze met het tegendeel te overdekken. Waar bij deze delicten nog sprake was van geplande acties en een (wraak- of) berovingsmotief, ontbrak dit bij het sub 6 tot en met 8 tenlastegelegde (de rb begrijpt: de onder 7 t/m 9 tenlastegelegde. In de nacht waarin deze delicten plaats-vonden, was betr. onderhevig aan een zekere drang en verkeerde hij in een zodanig ontremde toestand dat alleen een externe begrenzing aan de gewelddadigheden een einde kon maken. Voor deze laatste feiten wordt betr. daarom sterk verminderd toerekeningsvatbaar geacht.

In de persoonlijkheid van betr. worden geen gronden gezien om te adviseren tot toepassing van het strafrecht voor jeugdigen. Er is bij betr. geen sprake van adolescentieproblematiek, doch van een vroeg ontstane en diepgewortelde persoonlijkheidsstoornis. In een setting met overwegend volwassenen, zoals de afdeling van het PBC waar betr. zeven weken verbleef, bleek dat tegenwicht geboden kon worden aan betr.’s behoefte om het leiderschap op zich te nemen, en konden meer constructieve dan destructieve krachten bij hem worden geactiveerd. Bij eerdere opnames in jeugdinstellingen en uit de toedracht van de ten laste gelegde feiten blijkt dat wanneer betr. in groepen met (andere) jeugdigen verkeert, het tegendeel zich voor-doet.

De kans op recidive, zou betr. onbehandeld blijven, moet reeds op korte termijn als groot worden ingeschat. Niet alleen betr. zelf is hiervan overtuigd, ook de klinische beoordeling komt hiermee overeen: zonder structurerend kader als tegenwicht voor de gebrekkige per-soonlijkheidsorganisatie zijn reeds op korte termijn impulsdoorbraken te verwachten. [..]

Samenvattend kan gesteld worden dat betr. voldoet aan de criteria die in de test aan psychopathie zijn toegekend. Dit ondersteunt ons oordeel dat betr.’s recidivegevaarlijkheid als groot moet worden ingeschat.

Gezien de aard en de ernst van de persoonlijkheidsstoornis, het duurzame karakter ervan en het eruit voortvloeiende gevaar voor de veiligheid van anderen adviseren wij uw college aan betr. de maatregel van terbeschikkingstelling op te leggen, met bevel tot verpleging van overheidswege. Een behandeling in een minder gesloten setting of in een ander strafrechte-lijk kader achten wij, gezien de te verwachten duur van de behandeling en het gevaar dat betr. zich daaraan zal onttrekken, ter beveiliging van de samenleving ontoereikend.

Met de conclusie van dit rapport kan de rechtbank zich verenigen.

- ter terechtzitting van 12 juli 2005 heeft E.H. Ameling, psycholoog en vast gerechtelijk deskundige bij het Pieter Baan Centrum, als getuige-deskundige, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als toelichting bij- en aanvulling op voornoemd rapport, desgevraagd het volgende verklaard.

Het verschijnsel dat betrokkene mensen pijn wil doen, is te omschrijven als een soort zucht of drang. Je wordt niet opeens overspoeld door een drang. Het is een vaag, onrustig gevoel, waarbij je eigenlijk wel weet wat er gaat komen en wat je gaat doen.

Het is mogelijk dat wordt afgezien van het toegeven aan de drang, afhankelijk van welke omstandigheden zich voordoen. Het is te omschrijven als een soort verslaving die alleen maar meer lust op wekt. Het is een driftmatige stoornis. In het begin geeft het voldoening om aan de drang toe te geven, maar op een gegeven moment wordt er alleen maar meer lust opgewekt. Je bent niet gedetermineerd, wanneer je deze drang ervaart. Het is niet –zoals bij een psychose- een dwang waar je absoluut niet onderuit kunt.

Het feit dat betrokkene altijd een wapen bij zich droeg heeft deels een cognitieve reden, namelijk vanuit de wetenschap dat er op straat altijd wel iets kan gebeuren, bijvoorbeeld omdat je vijanden hebt. Deels heeft dit ook een narcistische reden. Met een wapen op zak heb je controle over de situatie en kun je je machtig voelen. Controle staat gelijk aan veiligheid.

Het zal per gebeurtenis verschillen waardoor de drang wordt aangewakkerd. Bij het eerste incident (de Rb begrijpt: feit 1) is het vliegwiel als het ware in gang gezet. De reeks is op gang gebracht en werd steeds groter en erger, hetgeen vaak bij dwangverschijnselen te zien is.

De omstandigheid dat de feiten (op één na) in groepsverband gepleegd zijn heeft mijns inziens met name met macht -en daarmee het controle aspect bij betrokkene- te maken.

Het zou kunnen dat het zoeken naar een soort van familieband daarbij ook meespeelt, maar dat is niet het grootste aspect. Het is jammer dat wij niet de hele groep hebben kunnen onderzoeken. Dat had de interactie en de onderlinge verhoudingen nog beter inzichtelijk gemaakt, maar de inhoud van ons rapport zou niet anders zijn geworden. Gaandeweg gedurende de observatieperiode in het Pieter Baan Centrum heb ik de leiderscapaciteiten van betrokkene gezien en het lijkt me bijna uitgesloten dat één van de medeverdachten soortgelijk zou kunnen zijn in dat opzicht.

Vanuit behandeltechnisch oogpunt is het altijd beter om vroeg met de behandeling te starten, maar anderzijds kleeft daar ook een risico aan. Ogenschijnlijk kan het gevaarscriterium bij betrokkene snel afnemen, terwijl het in werkelijkheid niet is afgenomen. Dit heeft te maken met de omstandigheid dat betrokkene zich goed kan aanpassen aan zijn omgeving en de situatie waarin hij zich bevindt. Doorgaans wordt men van detentie niet beter, maar betrokkene zal er ook niet slechter van worden. Betrokkene zal waarschijnlijk een goede gedetineerde zijn, die zich manifesteert en aanpast. Buiten de structuur van de instelling kan het weer misgaan, dus is er behandeling nodig.

Een behandeling binnen een voorwaardelijk kader biedt onvoldoende garanties, gezien de ernst van de feiten en het kader waarin dit is gebeurd.

Naast zijn leeftijd, is betrokkene ook qua persoonlijkheidsstructuur –gelet op zijn leiderscapaciteiten- geen jeugdige. Er is mijns inziens geen reden om het jeugdstrafrecht toe te passen.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 9 juni 2005 van M. Ruiter als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Nederland, waarin wordt aangegeven dat Reclassering Nederland zich conformeert aan het advies van het Pieter Baan Centrum, inhoudende dat aan de verdachte TBS-maatregel met dwangverpleging wordt opgelegd.

Op basis van het rapport van het Pieter Baan Centrum en de verklaring van de deskundige ter terechtzitting komt de rechtbank tot het oordeel dat er een causaal verband bestaat tussen de persoonlijkheidsstoornis van de verdachte en de bewezenverklaarde feiten, dat de verdachte ten tijde van het plegen van de feiten in verminderde tot sterk verminderde mate toerekeningsvatbaar was, dat er een aanzienlijk risico op recidive aanwezig is en dat behandeling van de persoonlijkheidsstoornis noodzakelijk is.

De rechtbank zal de terbeschikkingstelling van de verdachte gelasten, nu het bewezenverklaarde feit een misdrijf is, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eisen.

De rechtbank zal voorts bevelen, dat de verdachte van overheidswege wordt verpleegd, nu de algemene veiligheid van personen die verpleging eist, één en ander overeenkomstig de in genoemde rapportage uitgebracht adviezen.

Gelet op de buitengewone ernst van de bewezenverklaarde feiten en de veelheid daarvan, de rol van de verdachte en de omstandigheid dat deze feiten de verdachte – zij het (sterk)verminderd – toegerekend kunnen worden, is de rechtbank van oordeel dat tevens de oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van aanzienlijke duur passend en geboden is. In de vrijspraak van het onder 1. primair, 4. impliciet primair en 5. impliciet primair tenlastegelegde ziet de rechtbank aanleiding om de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf enigszins te matigen.

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om in het vonnis, met inachtneming van artikel 43, lid 3 van de Penitentiaire Maatregel, het advies op te nemen inhoudende dat de maatregel van terbeschikkingstelling zo spoedig mogelijk dient aan te vangen.

De rechtbank wijst dit verzoek af. Hoewel sprake is van een ernstige persoonlijkheidsstoornis, is de rechtbank niet gebleken van een zodanige noodzaak tot een zo spoedig mogelijke aanvang van de behandeling dat er reden zou bestaan tot afwijking van de hoofdregel als neergelegd in artikel 42, lid 1 van de Penitentiaire Maatregel. Ook uit de rapportage en de verklaring van deskundige Ameling ter terechtzitting, blijkt niet van factoren op basis waarvan toepassing zou moeten worden gegeven aan het bepaalde in artikel 43, lid 3 van de Penitentiaire Maatregel.

9. MOTIVERING VAN DE MAATREGEL

De rechtbank is van oordeel, dat de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

1. 1.00 STK Bezem Kl: Bruin;

2. 1.00 STK Mes Kl: Zilver, STANLESS STEEL Keuken;

7. 1.00 STK Bajonet Kl: Bruin, WO II;

8. 1.00 STK Foudraal Kl: Bruin, voor Bajonet;

9. 1.00 STK Mes Kl: Bruin, Bajonet;

10. 1.00 STK Zwaard Kl:Zilver, Sier;

dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en/of het algemeen belang.

Verder is uit het onderzoek op de terechtzitting gebleken, dat het bewezen verklaarde met behulp van de genoemde voorwerpen is begaan, dan wel dat de voorwerpen toebehoren aan de verdachte, bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane misdrijven aangetroffen zijn en kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven.

10. BESLISSING OMTRENT IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

De rechtbank is van oordeel, dat de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

1. 1.00 STK Jas;

1. 1.00 STK Trui Kl: Blauw;

1. 1.00 STK Vest Kl: Zwart;

2. 1.00 STK Shirt, T-Shirt;

2. 1.00 STK Trui Kl: Zwart;

3. 1.00 STK Schoeisel Kl: Zwart, PUMA;

3. 1.00 STK Jas;

8. 1.00 STK Jas Kl: Groen, BLAND 3/4 Lang;

9. 1.00 STK Broek Kl: Blauw, SOUTHPOL Spijker;

16. 1.00 STK Vest Kl: Rood, Fleece maat XXL;

dienen te worden teruggegeven aan verdachte. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken, dat verdachte als rechthebbende kan worden aangemerkt.

11. BENADEELDE PARTIJEN

? De benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres slachtoffer 2], heeft vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 150,00 wegens schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Niet is komen vast te staan dat de door de benadeelde partij gevorderde schade, te weten de dagwaarde van een Gazelle herenfiets, het rechtstreekse gevolg is geweest van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1. subsidiair bewezen verklaarde strafbare feit.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

? Mr. M.D. da Silva Melchor, werkzaam bij DAS rechtsbijstand, heeft als gemachtigde namens de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres slachtoffer 1], vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 1.206,45 wegens schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht (bestaande uit € 206,45 materiële schade en € 1.000,00 voorschot immateriële schade).

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

De rechtbank stelt de dagwaarde van de portemonnee in redelijkheid vast op € 10,00 in plaats van de gevorderde € 20,00 en zal de door de benadeelde partij geleden materiële schade vaststellen op € 196,45.

De rechtbank is van oordeel dat in ieder geval tot een bedrag van € 500,00 aan immateriële schade is geleden en zal dat deel van de vordering toewijzen.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 2. primair bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte - ook al zijn andere daders daarbij betrokken - rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 696,45, kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

Naar het oordeel van de rechtbank is het overige gedeelte van de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

? Mr. J.M. Comans-Diesfeldt, [adres ], heeft als gemachtigde van de benadeelde partij [slachtoffer 4], vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 16.107,00 wegens schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij deels van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

De toe te kennen vergoeding voor de onder 1. opgevoerde verblijfskosten ziekenhuis, wordt door de rechtbank in redelijkheid geschat op € 250,00. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in het resterende deel van deze schadepost.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor zover dit betreft het onderdeel ‘kosten aanschaf extra kleding in verband met buikwonden’, nu dit niet middels enig bewijsstuk nader is onderbouwd, niet van zodanige eenvoudige aard dat dit deel van de vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding.

De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in dit deel van de vordering.

De rechtbank is van oordeel dat in ieder geval tot een bedrag van € 10.000,00 aan immateriële schade is geleden en zal dat deel van de vordering toewijzen. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in het resterende deel van deze schadepost.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 5. primair bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte - ook al zijn andere daders daarbij betrokken - rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 10.342,00, kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

? Mr. J.M. Comans-Diesfeldt, [adres], heeft als gemachtigde van de benadeelde partij [slachtoffer 5], [adres slachtoffer 5], vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van

€ 13.443,90 wegens schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht. Daarnaast heeft de benadeelde partij € 90,00 aan kosten rechtsbijstand gevorderd.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij deels van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor zover dit betreft het onderdeel ‘kosten aanschaf extra kleding in verband met buikwond’, nu dit niet middels enig bewijsstuk nader is onderbouwd, niet van zodanige eenvoudige aard dat dit deel van de vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in dit deel van de vordering.

De rechtbank is van oordeel dat in ieder geval tot een bedrag van € 7.000,00 aan immateriële schade is geleden en zal dat deel van de vordering toewijzen. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in het resterende deel van deze schadepost.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 6. impliciet primair bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte - ook al zijn andere daders daarbij betrokken - rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 7.842,00 kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De rechtbank begroot de tot op heden gemaakte kosten op € 90,00.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

? Mr. S. Mosk, werkzaam bij DAS rechtsbijstand, heeft als gemachtigde van de benadeelde partij [slachtoffer 6], [adres slachtoffer 6], vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 12.299,66 wegens schade die de verdachte met zijn mededader aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Daarnaast heeft de benadeelde partij € 75,00 aan kosten rechtsbijstand gevorderd.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij deels van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor zover dit betreft het onderdeel ‘kledingschade (vernielde jas en trui)’, nu dit niet middels enig bewijsstuk nader is onderbouwd, niet van zodanige eenvoudige aard dat dit deel van de vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in dit deel van de vordering.

De toe te kennen vergoeding voor de opgevoerde extra kosten telefoon, porto, gas, water, licht (voorschot) wordt door de rechtbank in redelijkheid geschat op € 50,00.

De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in het resterende deel van deze schadepost.

Niet is komen vast te staan dat de door de benadeelde partij gevorderde kosten, te weten ‘kosten voor hulp m.b.t. eten e.d. (bloemen, kadootjes)’, ‘door anderen gereden extra kilometers’ en ‘albums en toebehoren’, het rechtstreekse gevolg zijn geweest van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 8. impliciet primair bewezen verklaarde strafbare feit. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in dit deel van de vordering.

De rechtbank is van oordeel dat in ieder geval tot een bedrag van € 7.000,00 aan immateriële schade is geleden en zal dat deel van de vordering toewijzen.

De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in het resterende deel van deze schadepost.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 8. impliciet primair bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte - ook al is een andere dader daarbij betrokken - rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 8.458.20, kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De rechtbank begroot de tot op heden gemaakte kosten op € 75,00.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door de mededader aan de benadeelde partij is voldaan.

De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

? Mr. J.P. van der Velden, werkzaam bij DAS rechtsbijstand, heeft als gemachtigde van de benadeelde partij [slachtoffer 10], [adres slachtoffer 10], vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 5.476,70 wegens schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht. (bestaande uit

€ 476,70 materiële schade en € 5.000,00 voorschot immateriële schade).

Daarnaast heeft de benadeelde partij € 75,00 aan kosten rechtsbijstand gevorderd.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij deels van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

De rechtbank is van oordeel dat een bedrag van € 476,70 aan materiële schade is geleden en zal dat deel van de vordering toewijzen.

De rechtbank is van oordeel dat in ieder geval tot een bedrag van € 2.500,00 aan immateriële schade is geleden en zal dat deel van de vordering toewijzen.

De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in het resterende deel van deze schadepost.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 9. impliciet primair bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 2.976,70, kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De rechtbank begroot de tot op heden gemaakte kosten op € 75,00.

De benadeelde partij kan het deel van de vordering, dat tot niet-ontvankelijkheid leidt, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

12. SCHADEVERGOEDING ALS MAATREGEL

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder respectievelijk 2. primair, 5. primair, 6. impliciet primair, 8. impliciet primair en 9. impliciet primair bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht aan de benadeelden.

De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

13. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36f, 37a, 37b, 45, 47, 57, 285, 287, 289 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

14. BESLISSING

De rechtbank:

? Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1. primair,

4. impliciet primair en 5. impliciet primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

? Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

? Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

? Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

? Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

? Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 7 (zeven) jaren en 6 (zes) maanden.

? Gelast voorts de terbeschikkingstelling van de verdachte.

? Beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd.

? Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

? Verklaart onttrokken aan het verkeer:

1. 1.00 STK Bezem Kl: Bruin;

2. 1.00 STK Mes Kl: Zilver, STANLESS STEEL Keuken;

7. 1.00 STK Bajonet Kl: Bruin, WO II;

8. 1.00 STK Foudraal Kl: Bruin, voor Bajonet;

9. 1.00 STK Mes Kl: Bruin, Bajonet;

11. 1.00 STK Zwaard Kl:Zilver, Sier.

? Gelast de teruggave aan de verdachte van:

1. 1.00 STK Jas;

1. 1.00 STK Trui Kl: Blauw;

1. 1.00 STK Vest Kl: Zwart;

2. 1.00 STK Shirt, T-Shirt;

2. 1.00 STK Trui Kl: Zwart;

3. 1.00 STK Schoeisel Kl: Zwart, PUMA;

3. 1.00 STK Jas;

8. 1.00 STK Jas Kl: Groen, BLAND 3/4 Lang;

9. 1.00 STK Broek Kl: Blauw, SOUTHPOL Spijker;

16. 1.00 STK Vest Kl: Rood, Fleece maat XXL.

? Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres slachtoffer 2] niet ontvankelijk in de vordering.

? Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres slachtoffer 1], tot het hierna te noemen bedrag.

? Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 696,45 (zeshonderd zesennegentig euro en vijfenveertig eurocent) als schadevergoeding.

? Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken. De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

? Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededaders zijn voldaan.

? Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

? Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], [adres slachtoffer 1], te betalen een som geld ten bedrage van € 696,45 (zeshonderd zesennegentig euro en vijfenveertig eurocent, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (twee) dagen.

? Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

? Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4], p.a. [adres], tot het hierna te noemen bedrag.

? Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 10.342,00 (tienduizend driehonderd tweeënveertig euro) als schadevergoeding.

? Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken. De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

? Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededaders zijn voldaan.

? Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

? Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4], p.a. [adres] te betalen een som geld ten bedrage van € 10.342,00 (tienduizend driehonderd tweeënveertig euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 46 (zesenveertig) dagen.

? Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

? Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

? Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5], [adres slachtoffer 5] tot het hierna te noemen bedrag.

? Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 7.842,00 (zevenduizend achthonderd tweeënveertig euro) als schadevergoeding.

? Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken. De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op € 90,00.

? Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededaders zijn voldaan.

? Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

? Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 5], [adres slachtoffer 5] te betalen een som geld ten bedrage van € 7.842,00 (zevenduizend achthonderd tweeënveertig euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 39 (negenendertig) dagen.

? Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

? Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

? Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6], [adres slachtoffer 6] tot het hierna te noemen bedrag.

? Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 8.458.20 (achtduizend vierhonderd achtenvijftig euro en twintig eurocent) als schadevergoeding.

? Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken. De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op € 75,00.

? Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededader zijn voldaan.

? Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

? Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 6], [adres slachtoffer 6] te betalen een som geld ten bedrage van € 8.458.20 (achtduizend vierhonderd achtenvijftig euro en twintig eurocent, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 84 (vierentachtig) dagen.

? Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

? Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

? Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10], [adres slachtoffer 10], tot het hierna te noemen bedrag.

? Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 2.976,70 (tweeduizend negenhonderd zesenzeventig euro en zeventig eurocent) als schadevergoeding.

? Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op € 75,00.

? Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

? Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 10], [adres slachtoffer 10], te betalen een som geld ten bedrage van € 2.976,70 (tweeduizend negenhonderd zesenzeventig euro en zeventig eurocent), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 59 (negenenvijftig) dagen.

? Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

? Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. L. Janse, voorzitter,

mr. T. Luigjes en mr. P. van Steijnen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.M. Schouten, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 juli 2005.