Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2005:AU0041

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
22-07-2005
Datum publicatie
26-07-2005
Zaaknummer
14.811011-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Serie steekpartijen Alkmaar, minderjarige verdachte: 18 maanden jeugddetentie, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar waarbij hij zich moet houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14.811011-05

Datum uitspraak: 22 juli 2005

OP TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Kinderstrafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

gedetineerd in Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van respectievelijk 28 april 2005 en 8 juli 2005.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank de verdachte wegens het onder 1. tot en met 5. primair tenlastegelegde zal veroordelen tot twee jaar jeugddetentie, met aftrek en daarnaast de PIJ-maatregel zal opleggen. Ten aanzien van het beslag vordert de officier van justitie onttrekking aan het verkeer. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] vordert de officier van justitie integrale toewijzing en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert de officier van justitie dat de rechtbank deze niet-ontvankelijk zal verklaren.

Tevens heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en mr. I.E. Leenhouwers, raadsvrouw van de verdachte, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1. (Zaak 8)

hij op of omstreeks 18 december 2004 in de gemeente Alkmaar, op de Rekerdijk, in elk geval op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (inhoudende een of meerdere pas(jes) en/of een geldbedrag en/of een identiteitskaart en/of een foto), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

- die [slachtoffer 1], terwijl hij met zijn fiets tot stilstand was gekomen, is omsingeld en/of

- die [slachtoffer 1] (vervolgens) een of meerdere ke(e)r(en) met een of meerdere

(honkbal)knuppel(s) en/of (een) vuist(en) in zijn gezicht en/of tegen zijn hoofd en/of elders tegen het lichaam is geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] een of meerdere ke(e)r(en) tegen het lichaam is geschopt en/of

- die [slachtoffer 1] een knietje in het gezicht of elders tegen het lichaam heeft gekregen en/of

- toen die [slachtoffer 1] weer op zijn fiets was gestapt, een of meerdere ke(e)r(en) met een (honkbal)knuppel tegen zijn fiets is geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] (daarbij) (dreigend) de woorden zijn toegevoegd: "geen brutale bek anders steek ik je neer met mijn mes en maak je zakken leeg" en/of "geef je portemonnee" en/of "niet de politie waarschuwen, anders dan pakken we je", althans soortgelijke woorden;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op 18 december 2004 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die [slachtoffer 1] is toegelopen, waarna verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 1], terwijl hij met zijn fiets tot stilstand was gekomen, heeft/hebben omsingeld en/of

- die [slachtoffer 1] (vervolgens) een of meerdere ke(e)r(en) met een of meerdere (honkbal)knuppel(s) en/of (een) vuist(en) in zijn gezicht en/of tegen zijn hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] een of meerdere ke(e)r(en) tegen het lichaam heeft/hebben geschopt en/of

- die [slachtoffer 1] een knietje in het gezicht of elders tegen het lichaam heeft/hebben gegeven en/of

- toen die [slachtoffer 1] weer op zijn fiets was gestapt, een of meerdere ke(e)r(en) met een (honkbal)knuppel tegen zijn fiets heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] (daarbij) (dreigend) de woorden heeft/hebben toegevoegd: "geen brutale bek anders steek ik je neer met mijn mes en maak je zakken leeg" en/of "geef je portemonnee" en/of "niet de politie waarschuwen, anders dan pakken we je", althans soortgelijke woorden,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 18 december 2004 in de gemeente Alkmaar met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Rekerdijk, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het:

- omsingelen van die [slachtoffer 1], terwijl die met zijn fiets tot stilstand was gekomen en/of

- (vervolgens) een of meerdere ke(e)r(en) met een of meerdere honkbalknuppel(s) en/of (een) vuist(en) slaan in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- geven van een knietje in het gezicht of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- toen die [slachtoffer 1] weer op zijn fiets was gestapt, een of meerdere ke(e)r(en) met een (honkbal)knuppel tegen zijn fiets slaan en/of

- die [slachtoffer 1] (daarbij) (dreigend) de woorden toevoegen: "geen brutale bek anders steek ik je neer met mijn mes en maak je zakken leeg" en/of "geef je portemonnee" en/of "niet de politie waarschuwen, anders dan pakken we je", althans soortgelijke woorden;

2. (zaak 12)

hij op of omstreeks 2 januari 2005 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in een camper (merk Mercedes), welke geparkeerd stond op een parkeerterrein aan de Amstelstraat en welke toebehoorde aan [slachtoffer 3], terwijl daarvan gemeen gevaar voor die camper en/of (een) andere aldaar geparkeerd staande auto('s) en/of voor de inboedel van die camper, in elk

geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 2 januari 2005 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een camper (merk Mercedes), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3. (zaak 1)

hij in de nacht van 2 op 3 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachte rade, althans opzettelijk, [slachtoffer 8] van het leven te beroven, met dat opzet, en na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), en/of

(een) (honkbal)knuppel(s) naar de Molenkade is gelopen waarna verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 8] uit een aldaar aangemeerde boot heeft/hebben gelokt en/of

- (vervolgens) met een mes en/of een zwaard, althans (een) scherp voorwerp(en), stekende en/of zwaaiende bewegingen in de richting van de buik, althans het lichaam, van die [slachtoffer 8] heeft/hebben gemaakt en/of

- die [slachtoffer 8] een of meerdere ke(e)r(en)en met een (honkbal)knuppel en/of een ander (hard) voorwerp en/of een vuist tegen het hoofd, of elders tegen het lichaam, heeft/hebben gestompt en/of geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in de nacht van 2 op 3 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 8], opzettelijk en met voorbedachte rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, en na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, met (een) mes(sen) en/of een zwaard,

althans (een) scherp(e) voorwerp(en), en/of (een) knuppel(s) naar de Molenkade is gelopen waarna verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 8] uit een aldaar aangemeerde boot heeft/hebben gelokt en/of

- (vervolgens) met een mes en/of een zwaard, althans (een) scherp voorwerp(en), stekende en/of zwaaiende bewegingen in de richting van de buik, althans het lichaam, van die [slachtoffer 8] heeft/hebben gemaakt en/of

- die [slachtoffer 8] een of meerdere ke(e)r(en)en met een honkbalknuppel en/of een ander (hard) voorwerp en/of een vuist tegen het hoofd, of elders tegen het lichaam, heeft/hebben gestompt en/of geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 3 januari 2005 in de gemeente Alkmaar met een ander of anderen, op of aan de openbare weg De Molenkade, althans op of aan een openbare weg in de gemeente Alkmaar, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 8], welk geweld bestond uit het:

- dreigend ophouden en/of tonen van (een) mes(sen) en/of een zwaard en/of (een)

(honkbal-)knuppel(s) en/of

- (vervolgens) met een mes en/of een zwaard, althans (een) scherp voorwerp(en) maken van stekende en/of zwaaiende bewegingen in de richting van de buik, althans het lichaam, van die [slachtoffer 8] en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met een (honkbal-)knuppel en/of een ander voorwerp en/of een vuist op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam, van die [slachtoffer 8] stompen en/of slaan;

4. (zaak 2)

hij in de nacht van 2 op 3 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, [slachtoffer 4] van het leven te beroven, met dat opzet, en na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), en/of (een) (honkbal)knuppel(s) naar de Molenkade is gelopen

waarna verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 4] uit een aldaar aangemeerde boot heeft/hebben gelokt en/of

- (vervolgens) een of meerdere ke(e)r(en) met (een) (honkbal-)knuppel(s) en/of (een) (harde) ander(e) voorwerp(en) en/of (een) vuist(en), tegen het hoofd van die [slachtoffer 4] heeft/hebben geslagen en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), in de rug en/of de buik en/of elders in het lichaam van die [slachtoffer 4] heeft/hebben gestoken en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met kracht met geschoeide voet(en) tegen hoofd en/of elders tegen het lichaam, van die [slachtoffer 4] heeft/hebben geschopt,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in de nacht van 2 op 3 januari 2005 in de gemeente Alkmaar, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachte rade, althans opzettelijk, een persoon, te weten [slachtoffer 4], zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht (waaronder verschillende (ernstige) steekwonden in borst en buik en/of meerdere slagwonden en kneuzingen op het hoofd), door deze [slachtoffer 4] opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg,

- een of meerdere ke(e)r(en) met (een) (honkbal-)knuppel(s) en/of (een) ander(e) (harde) voorwerp(en) en/of (een) vuist(en) op/tegen het hoofd te slaan en/of te stompen en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), in de rug en/of de buik en/of (elders) in het lichaam te steken en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met kracht met geschoeide voet(en) op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in de nacht van 2 op 3 januari 2005 in de gemeente Alkmaar met een ander of anderen, op de openbare weg De Molenkade, althans op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 4], welk geweld bestond uit het:

- dreigend ophouden en/of tonen van (een) mes(sen) en/of een zwaard en/of (een)

(honkbal-)knuppel(s) en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met (een) (honkbal-)knuppel(s) en/of (een) ander(e) (harde) voorwerp(en) en/of (een) vuist(en), tegen het hoofd van die [slachtoffer 4] slaan en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), in de rug en/of de buik en/of elders in het lichaam van die [slachtoffer 4] steken en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met kracht met geschoeide voet(en) tegen hoofd en/of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer 4] schoppen en/of trappen;

5. (zaak 3)

hij op 7 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, [slachtoffer 5] van het leven te beroven, met dat opzet, en na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, die [slachtoffer 5] met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), en/of (een) (honkbal)knuppel(s) achterna is gelopen, waarna verdachte en/of een of meer

van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 5] (onverhoeds), van achteren heeft/hebben aangevallen en/of

- die [slachtoffer 5] een of meerdere ke(e)r(en) met (een) (honkbal-)knuppel(s) en/of (een) ander(e) hard(e) voorwerp(en), tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 5] een of meerdere ke(e)r(en) met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), in de buik en/of elders in het lichaam heeft/hebben gestoken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 7 januari 2005 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, een persoon, te weten [slachtoffer 5], zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht (waaronder een steekwond in de buik en/of een steekwond in de (rechter-)lies en/of een geperforeerde dunne darm), door deze [slachtoffer 5], na kalm beraad en rustig overleg, (onverhoeds), van achteren aan te vallen en hem:

- een of meerdere ke(e)r(en) met (een) (honkbal-)knuppel(s) en/of (een) ander(e) hard(e) voorwerp(en), tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam te slaan en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), in de buik en/of elders in het lichaam te steken;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 7 januari 2005 in de gemeente Alkmaar, op een openbare plaats, het Victoriapark, althans op een openbare plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 5], welk geweld bestond uit het:

- met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), en/of (een) (honkbal)knuppel(s) achterna lopen van die [slachtoffer 5] en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 5] (onverhoeds), van achteren aanvallen door

- die [slachtoffer 5] een of meerdere ke(e)r(en) met (een) (honkbal-)knuppel(s) en/of (een) ander(e) hard(e) voorwerp(en), tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam te slaan en/of

- die [slachtoffer 5] dicht te naderen en (daarbij) dreigend (een) mes(sen) en/of een zwaard en/of (een) (honkbal-)knuppel(s), en/of (een) ander(e) hard(e) voorwerp(en) te tonen en/of op te houden en/of

- die [slachtoffer 5] een of meerdere ke(e)r(en) met (een) mes(sen) en/of een zwaard, althans (een) scherp(e) voorwerp(en), in de buik en/of elders in het lichaam te steken, waarbij die [slachtoffer 5] tengevolge van de handelingen van verdachte zwaar lichamelijk letsel, althans enig letsel, heeft bekomen (waaronder: een steekwond in de buik en/of een steekwond in de

(rechter-)lies en/of een geperforeerde dunne darm);

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2. primair, 3. impliciet primair en 4. impliciet primair is ten laste gelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Nadere motivering vrijspraak ten aanzien van feit 2. primair:

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de bewijsmiddelen onvoldoende dat er als gevolg van het in brand steken van de camper gemeen gevaar te duchten was voor andere goederen dan die camper zelf of de inboedel van die camper, zodat niet aan de wettelijke vereisten voor brandstichting, als nader ontwikkeld in de rechtspraak, is voldaan.

Nadere motivering vrijspraak ten aanzien van feiten 3. en 4. impliciet primair:

Ten aanzien van de gebeurtenissen aan de Molenkade is er naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van een steeds verder escalerende vechtpartij, waarbij onder meer door een medeverdachte een steekbeweging is gemaakt naar [slachtoffer 8] (feit 3), en waarbij onder meer door een medeverdachte met een knuppel is geslagen op het hoofd van [slachtoffer 4] en waarbij door een andere medeverdachte met een mes meerdere malen gestoken is in het lichaam van [slachtoffer 4] en waarbij door weer een andere medeverdachte met geschoeide voet tegen het hoofd van die [slachtoffer 4] is geschopt (feit 4). De bewijsmiddelen bevatten evenwel onvoldoende aanknopingspunten om aan te kunnen nemen dat er momenten van beraad zijn geweest tussen de wilsbesluiten tot uitvoering van de hiervoor bedoelde levensbedreigende gewelddadigheden en de momenten waarop die werden uitgeoefend. Derhalve is de rechtbank terzake van deze feiten 3 en 4 tot vrijspraak van de ten laste gelegde voorbedachte raad gekomen.

3. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

1. primair (zaak 8)

hij op 18 december 2004 in de gemeente Alkmaar, op de Rekerdijk, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (inhoudende een of meerdere pas(jes) en een geldbedrag en een identiteitskaart en een foto), toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat

- die [slachtoffer 1], terwijl hij met zijn fiets tot stilstand was gekomen, is omsingeld en

- die [slachtoffer 1] meerdere keren met een knuppel en vuisten in zijn gezicht en tegen zijn hoofd en elders tegen het lichaam is geslagen en

- die [slachtoffer 1] meerdere keren tegen het lichaam is geschopt en

- die [slachtoffer 1] een knietje in het gezicht heeft gekregen en

- toen die [slachtoffer 1] weer op zijn fiets was gestapt, een keer met een knuppel tegen zijn fiets is geslagen en

- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden zijn toegevoegd: "geen brutale bek anders steek ik je neer met mijn mes en maak je zakken leeg" en "geef je portemonnee" en "niet de politie waarschuwen, anders dan pakken we je";

2. subsidiair (zaak 12)

hij op 2 januari 2005 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en wederrechtelijk een camper, toebehorende aan [slachtoffer 3], heeft vernield;

3. primair (zaak 1)

hij in de nacht van 2 op 3 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, [slachtoffer 8] van het leven te beroven, met dat opzet, met zijn mededaders, met messen en een zwaard en een knuppel naar de Molenkade is gelopen waarna verdachte en/of een van zijn mededaders:

- die [slachtoffer 8] uit een aldaar aangemeerde boot heeft/hebben gelokt en

- vervolgens met een zwaard een stekende beweging in de richting van het lichaam, van die [slachtoffer 8] heeft/hebben gemaakt en

- die [slachtoffer 8] een keer met een vuist tegen het hoofd heeft/hebben gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4. primair (zaak 2)

hij in de nacht van 2 op 3 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 4] van het leven te beroven, met dat opzet, met zijn mededaders, met messen en een zwaard en een knuppel naar de Molenkade is gelopen, waarna verdachte en/of een van zijn mededaders:

- die [slachtoffer 4] uit een aldaar aangemeerde boot heeft/hebben gelokt en

- vervolgens met een knuppel en vuisten tegen het hoofd van die [slachtoffer 4] heeft/hebben geslagen en

- meerdere keren met een mes in de rug en de buik van die [slachtoffer 4] heeft/hebben gestoken en

- meerdere keren met kracht met geschoeide voet tegen hoofd en elders tegen het lichaam, van die [slachtoffer 4] heeft/hebben geschopt,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5. impliciet primair (zaak 3)

hij op 7 januari 2005 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade, [slachtoffer 5] van het leven te beroven, met dat opzet, en na kalm beraad en rustig overleg, met zijn mededaders, die [slachtoffer 5] met messen en een knuppel achterna is gelopen, waarna verdachte en/of zijn mededaders:

- die [slachtoffer 5] onverhoeds van achteren heeft/hebben aangevallen en

- die [slachtoffer 5] meerdere keren met een knuppel tegen het hoofd en elders tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en

- die [slachtoffer 5] meerdere keren met een mes in de buik en elders in het lichaam heeft/hebben gestoken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan,

op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

5. NADERE MOTIVERING

Ten aanzien van feit 1. primair

Blijkens verschillende verklaringen van medeverdachten ([verdachte 1] op 9 juni 2005 bij de RC, [verdachte 2] (Z8, p. 39), [verdachte 3] bij de politie (Z8, p. 45), [verdachte 7] (Z8, p. 89/90) waren verdachte en zijn medeverdachten die bewuste avond van plan om iemand te beroven.

Uit de verklaringen van verdachte, verschillende medeverdachten, aangever [slachtoffer 1] en getuige [getuige], blijkt dat er vanuit de groep naar verdachte is geroepen, op het moment dat het slachtoffer de groep al was gepasseerd en hij in de richting van verdachte kwam aangefietst, in de trant van: “Die is voor jou” en/of “pak hem, pak hem”.

Verdachte is vervolgens voor de fiets van aangever [slachtoffer 1] komen te staan en heeft hem –naar eigen zeggen- een klap gegeven en een soort knuppel getoond en mogelijk daarmee geraakt. Vervolgens is de rest van de groep medeverdachten ook bij het slachtoffer gekomen en werd hij omsingeld, geslagen met een knuppel en met vuisten; geschopt en heeft hij een knietje in het gezicht gekregen en is hij bedreigd, waardoor hij tenslotte zijn portemonnee heeft afgegeven.

Verdachte heeft een niet onbelangrijke rol gehad in het gebeuren, doordat hij degene is geweest die begonnen is met de uitvoering van het voorgenomen “plan”. Dat verdachte de plaats van het misdrijf eerder heeft verlaten dan zijn medeverdachten, doet niet af aan het feit dat er naar het oordeel van de rechtbank sprake is van een dusdanig bewuste en nauwe samenwerking tussen- en een gezamenlijke uitvoering door verdachte en diens medeverdachten, dat zij tezamen en in vereniging hebben gehandeld.

Ten aanzien van feit 3. primair, 4 primair en 5. impliciet primair:

Medeplegen

Ten aanzien van de feiten 3 en 4 (de gebeurtenissen op de Molenkade in de nacht van 2 op 3 januari 2005) is gebleken dat verdachte en diens medeverdachten tijdens het vieren van de verjaardag van [verdachte 3] het gezamenlijke plan hebben opgevat om naar de Molenkade te gaan “om [betrokkene] te pakken te nemen”. Daartoe hebben verdachte en diens medeverdachten bij hun vertrek naar de Molenkade messen, een honkbalknuppel en een zwaard meegenomen. Op de Molenkade aangekomen werden door meerdere personen uit de groep stenen gegooid tegen en door de ramen van de boot waarin de slachtoffers zich bevonden, teneinde hen naar buiten te lokken. Nadat de slachtoffers zich naar buiten hadden begeven werden zij door de groep geslagen, gestoken en geschopt. De daarbij gebruikte wapens zijn tijdens deze geweldsuitbarsting in de groep onderling van hand tot hand gegaan. Nadien is de groep gezamenlijk weer vertrokken.

Ten aanzien van feit 5 (de gebeurtenis op 7 januari 2005 in het Victoriepark) is gebleken dat verdachte en diens medeverdachten naar het Victoriepark zijn gegaan omdat, aldus de medeverdachte [verdachte 3]: “we iemand wilden slaan” en “we wilden vechten met iemand”. Daartoe heeft deze medeverdachte, toen zij in het Victoriepark aangekomen waren, een knuppel gepakt die hij aldaar in de bosjes had verstopt. Verdachte zelf heeft verklaard dat zijn medeverdachten, [verdachte 3] en [verdachte 2], messen hadden meegebracht en daarmee aan het spelen waren.

“Ik wist wel dat ze (de rechtbank begrijpt: [verdachte 3] en [verdachte 2]) elke avond wapens bij zich hadden en dat als er een kans was ze iemand zouden gaan beroven”, aldus verdachte. Toen [slachtoffer 5] het groepje passeerde werd onderling besloten dat hij een geschikt slachtoffer was: “Kijk, kijk” en “We gaan hem pakken” waren de woorden die werden gesproken. Daarop is [verdachte 3] opgestaan en achter het slachtoffer aangelopen, gevolgd door [verdachte 2] en verdachte. Verdachtes verklaring als zou hij zijn blijven zitten en niet mee hebben gedaan, acht de rechtbank ongeloofwaardig. [verdachte 2] heeft verklaard dat hij met verdachte achter [verdachte 3] is aangelopen naar het slachtoffer toe en ook het slachtoffer spreekt in zijn aangifte over drie personen die hem hebben aangevallen. Het nietsvermoedende slachtoffer is van achteren aangevallen en is door de groep met de knuppel geslagen en tweemaal met een mes gestoken. Vervolgens hebben verdachte en diens medeverdachten gezamenlijk de plaats van het feit verlaten.

De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot de feiten 3, 4 en 5 sprake is van een dusdanig bewuste en nauwe samenwerking tussen- en een gezamenlijke uitvoering door verdachte en diens respectievelijke medeverdachten, dat zij telkens tezamen en in vereniging hebben gehandeld.

Ten aanzien van feit 5 impliciet primair:

Voorbedachte raad

Uit de wijze waarop en de omstandigheden waaronder verdachte en zijn respectievelijke medeverdachten ten aanzien van feit 5 (de gebeurtenis op 7 januari 2005 in het Victoriepark) hebben gehandeld blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat zij niet hebben gehandeld in een opwelling, maar uitvoering hebben gegeven aan een reeds tevoren genomen besluit.

Ten aanzien van verdachte is het opmerkelijk dat hij slechts enkele dagen na de gebeurtenissen op de Molenkade op 3 januari 2005 wederom met zijn medeverdachten, waarvan hij volgens eigen verklaring wist dat ze altijd gewapend waren en iemand zouden beroven als ze de kans kregen, op pad is gegaan. De gebeurtenissen op de Molenkade hebben verdachte, naar hij beweert, zeer aangegrepen. Daarover heeft verdachte verklaard: “Die man (naar de rechtbank begrijpt: het slachtoffer [slachtoffer 4]) keek mij aan, ik zag de pijn in zijn gezicht. Ik zag dat die man zo veel pijn had. Ik was verstijfd.

Ik kon niks zeggen. Ik kon niets meer. Ook daarna niet. Ik heb onderweg niets meer gezegd. Ik kon ook niet slapen. Ik heb boven in de WC gekotst. Het werd zwart voor mijn ogen”. Desondanks heeft verdachte samen met diezelfde medeverdachten van de gebeurtenissen op 3 januari 2005 zich op die 7e januari begeven naar een stille, donkere plek in het Victoriepark en gewacht tot er een geschikt slachtoffer voorbij zou lopen.

Dat het er vervolgens niet zachtzinnig aan toe zou gaan was voor alle betrokkenen duidelijk; zij waren immers steeds gewapend en wisten van elkaar, gelet op de gewelddadige gebeurtenissen op de Molenkade waar zij enkele dagen daarvoor bij betrokken waren geweest, dat zij in staat en bereid waren die wapens te gebruiken. Voor zowel verdachte als diens medeverdachten zijn er meerdere momenten geweest waarop zij de gelegenheid hebben gehad zich te beraden over de betekenis en de mogelijke gevolgen van hun voorgenomen besluit en zich daarvan rekenschap te geven: het moment dat zij gezamenlijk er gewapend op uit gingen, het moment waarop zij het slachtoffer in het vizier kregen, het moment waarop zij achter hem aan gingen, en het moment voordat zij daadwerkelijk hebben toegeslagen. Derhalve is naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van voorbedachte raad.

6. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1. primair:

Medeplegen van afpersing;

Ten aanzien van feit 2. subsidiair:

Medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

Ten aanzien van feit 3. primair en 4. primair, telkens:

Medeplegen van poging tot doodslag;

Ten aanzien van feit 5. impliciet primair:

Medeplegen van poging tot moord.

7. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

De inhoud van de in dit vonnis onder 8. genoemde rapporten van dr. H.V. Warnaar, psychiater en drs. R.A. Sterk, psycholoog, geeft de rechtbank geen aanleiding tot niet-strafbaarheid van de verdachte te concluderen. Ook overigens is er geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

8. MOTIVERING VAN DE STRAF

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan een afpersing, waarbij tegen het slachtoffer [slachtoffer 1] gedreigd is met geweld en ook daadwerkelijk fors geweld is gebruikt. Verdachte en zijn medeverdachten hebben hem onder meer omsingeld, meerdere keren geslagen met hun vuisten en met een knuppel, een knietje tegen zijn gezicht gegeven en hem bedreigd, waardoor hij tenslotte zijn portemonnee heeft afgegeven.

Dit feit is voor de jeugdige [slachtoffer 1] zeer beangstigend geweest en heeft lichamelijk en psychisch leed veroorzaakt, hetgeen ook blijkt uit de toelichting op zijn voegingsformulier als benadeelde partij.

Op 2 januari 2005 wordt door verdachte en zijn medeverdachten afgesproken dat ze naar de Molenkade te Alkmaar gaan om “wraak te nemen” op ene [betrokkene], waarmee medeverdachten [verdachte 2] en [verdachte 3] eerder die dag ruzie hadden gehad.

Er worden verschillende wapens meegenomen, te weten een knuppel, een zwaard en verschillende messen. Onderweg steekt verdachte, samen met medeverdachte [verdachte 3], eerst nog een camper in brand, waardoor deze totaal wordt vernield. Aangekomen bij de Molenkade gooien verdachte en zijn medeverdachten stenen naar de aldaar gelegen boten, om [betrokkene] naar buiten te lokken. Er komen vervolgens twee mannen naar buiten, maar beiden blijken niet [betrokkene] te zijn. Dit weerhoudt de verdachten er niet van om met de mannen in gevecht te gaan. De heer [slachtoffer 8] wordt als eerste slachtoffer van het door de jongens uitgeoefende geweld. Verdachte geeft het slachtoffer met kracht een vuistslag tegen het hoofd. Het slachtoffer weet vervolgens een steekbeweging door [verdachte 2] met een zwaard in de richting van zijn buik, ternauwernood te ontwijken. Wanneer [slachtoffer 8] terug naar de boot is gevlucht, richten de jongens zich op het tweede slachtoffer, de heer [slachtoffer 4]. [slachtoffer 4] wordt met een knuppel en met vuisten onder meer met kracht tegen het hoofd geslagen en komt uiteindelijk op de grond terecht. Medeverdachte [verdachte 2] steekt vervolgens vele malen met een mes op [slachtoffer 4] in.

Een medeverdachte schopt het slachtoffer ondertussen onder meer tegen het hoofd.

Het slachtoffer [slachtoffer 4] raakte onder meer gewond aan hart, lever en longen en is in zeer kritieke toestand opgenomen in het ziekenhuis, alwaar hij ruim zes weken heeft moeten verblijven.

Deze schokkende gebeurtenissen aan de Molenkade weerhouden verdachte er niet van om enkele dagen later, op 7 januari 2005, met medeverdachten [verdachte 2] en [verdachte 3] in het Victoriepark opnieuw een willekeurig slachtoffer “te pakken”. Het slachtoffer, [slachtoffer 5], passeert de drie jongens en wordt vervolgens zonder aanleiding van achteren aangevallen met een knuppel en uiteindelijk door [verdachte 2] met een mes in de buik gestoken. [slachtoffer 5] loopt daarbij onder meer ernstig buikletsel op.

Het feit dat de slachtoffers [slachtoffer 8], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] niet door het handelen van verdachte en zijn mededaders zijn komen te overlijden is een gelukkige omstandigheid, die echter geenszins aan de verdachte en zijn medeverdachten te danken is.

Naast het toebrengen van ernstige verwondingen werden de slachtoffers hulpeloos achtergelaten in de avond- en nachtelijke uren in de wintermaand januari en op plaatsen, waar zich in het algemeen weinig mensen bevinden of voorbij komen.

Deze feiten hebben bij alle slachtoffers lichamelijk en psychisch leed veroorzaakt, zoals onder meer blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring van [slachtoffer 4] en uit de toelichtingen op de voegingsformulieren van [slachtoffer 4] en van [slachtoffer 5] als benadeelde partij.

Daarnaast hebben de gebeurtenissen een golf van ontzetting in de samenleving teweeggebracht. Vele inwoners van Alkmaar voelden zich niet meer veilig in hun eigen woonplaats.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 24 januari 2005, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder terzake van een misdrijf is veroordeeld.

- het over de verdachte opgemaakte observatieverslag van Forensisch centrum Teylingereind, gedateerd 13 april 2005 en de aanvullende brief, gedateerd 6 juli 2005.

- het over de verdachte uitgebrachte psychiatrisch rapport gedateerd [datum psychiatrisch rapport], van dr. H.V. Warnaar.

Dit rapport houdt onder meer het volgende in:

1. Hoe is de persoonlijkheidsontwikkeling van de verdachte tot op heden verlopen en welke rol hebben milieu-aspecten hierbij gespeeld?

Tot ongeveer zijn 14e, 15e jaar is zijn persoonlijkheidsontwikkeling ogenschijnlijk normaal verlopen. Daarna ontwikkelde hij toenemend gedragsproblemen, m.n. zette hij zich thuis erg af tegen zijn ouders en spijbelde hij veel. Zijn ouders konden hem te weinig structuur en leiding bieden. Intensieve hulpverlening verbeterde dit niet, totdat hij uit huis geplaatst werd naar Klaas Groen.

2. Is door uw onderzoek vastgesteld dat bij onderzochte een psychische stoornis (in de zin van een (ziekelijke) stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermo-gens) bestaat en ten tijde van het begaan van het delict/de delicten (indien bewe-zen)bestond? Zo ja, hoe omschrijft de onderzoeker deze?

Er ontwikkelde zich een gedragsstoor-nis, deze bestond ook ten tijde van het ten laste gelegde en hij bleef voor zijn leeftijd te egocentrisch en te narcistisch.

Is nader onderzoek gewenst? Nee.

3. Is er een, al dan niet oorzakelijk, verband tussen de geconstateerde psychische stoornis en het gepleegde (indien bewezen), daarbij in aanmerking genomen de eventuele en relevant te achten psycho-sociale factoren en/of bijkomende lichamelijk ziekte(n)?

Hij ontkent grotendeels het ten laste gelegde. Er kon daarom onvoldoende zicht komen op de relatie tussen het ten laste gelegde en de geconstateerde psychische problematiek, zodat deze vraag niet beantwoord kan worden. Met betrekking tot hetgeen hij wel bekent (de klap), is er sprake van reactief geweld en is er geen oorzakelijk verband met de geconstateerde psychische stoornis.

4. Heeft de verdachte, dit verband in aanmerking genomen, voldoende inzicht kunnen hebben in de wederrechtelijkheid c.q. betekenis van de feiten? Ja.

Heeft de verdachte zijn/haar wil overeenkomstig dat inzicht voldoende kunnen bepalen?

Hij ontkent het ten laste gelegde voor het grootste gedeelte. Met betrek-king tot hetgeen hij wel erkent, namelijk het geven van een klap uit zelfverdediging is hij m.i. volkomen toerekeningsvatbaar.

Door zijn ontkenning van het overige ten laste gelegde is onvoldoende zicht geko-men op de relatie tussen zijn psychische problematiek en het ten laste gelegde en kan ik hierover geen uitspraak doen.

5. Zijn er factoren in de persoonlijkheidsontwikkeling van de verdachte, op basis waarvan de toepassing van het strafrecht voor meerderjarigen kan worden geconcludeerd?

Nee, hij is minderjarig en er zijn geen redenen om het strafrecht voor meerderjarigen toe te passen.

6. Hoe groot acht U de kans op herhaling en/of escalatie?

Daar betrokkene het ten laste gelegde grotendeels ontkent kan hierover geen uitspraak gedaan worden.

7.ls behandeling of hulpverlening aangewezen en, zo ja, wat is daarbij de doelstel-ling? Dient de behandeling/hulpverlening intramuraal/ambulant plaats te vinden en is hiervoor een dwingend/strafrechtelijk kader ( te denken valt aan de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen) noodzakelijk? Indien U adviseert tot een plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, kunt U dan aangeven welk type inrichting in aanmerking komt?

Gezien de beantwoording van de bovenstaande vragen, met name op vraag 3, vraag 4 en vraag 6 kan ik hier geen uitspraak over doen.

8. Kunt U op voorhand iets zeggen over de mogelijke effecten van bepaalde straffen (vrijheidsstraf/alternatieve sanctie) op de verdachte?

Indien betrokkene een opleiding kan volgen en de gezinshiërarchie hersteld kan worden kan betrokkene zich m.i. in positieve zin ontwikkelen. Een langere straf dan zijn huidig voorarrest zal hij vermoedelijk als onrechtvaardig ervaren.

9. Welke andere feiten en/of omstandigheden zijn vanuit het onderzoek naar voren gekomen, die van belang kunnen zijn voor de met betrekking tot de verdachte te nemen beslissingen?

Hij werd reeds intramuraal behandeld hetgeen perspectief leek te hebben. Zijn onderbroken school loopbaan werd opgepakt en hij begon te leren met regels om te gaan. Ook was hij enthousiast over de geboden opleiding richting consumptief. Door zijn detentie is deze behandeling afgebroken en het is de vraag of hij daar terug kan keren. Een verdere intra-murale behandeling acht ik raadzaam. Indien het ten laste gelegde bewezen geacht wordt, zou ik de rechtbank ter overweging willen geven, om in dat geval een Maatregel Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen op te leggen. Dit gezien de ernst van het ten laste gelegde en zijn ontkenning, de proble-matische voorgeschiedenis en de eerder beschreven psychische problematiek. Indien de rechtbank tot een PIJ maatregel mocht besluiten kan dit dan het beste in een inrichting gebeuren waar hij een opleiding consumptieve vakken (waar hij op Klaas Groen aan begonnen was) of metaalbewerking (waar hij op Teylingereind mee aan de gang is gegaan) kan volgen.

- het over de verdachte uitgebrachte psychologisch rapport gedateerd 23 juni 2005, van drs. R.A. Sterk.

Dit rapport houdt onder meer het volgende in:

1. Hoe is de persoonlijkheidsontwikkeling van de verdachte tot op heden verlopen en welke rol hebben milieu-aspecten hierbij gespeeld?

De persoonlijkheidsontwikkeling is verstoord verlopen en ontwikkelt zich van een gedragsstoornis in narcistische en antisociale richting. Goed zicht op de invloed van de ouders op de opvoeding ontbreekt. Er lijken zich in de vroegkinderlijke ontwikkeling nauwelijks problemen te hebben voorgedaan.

2. Is door uw onderzoek vastgesteld, dat bij de verdachte een psychische stoornis (in de zin van een (ziekelijke) stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens) bestaat en tijdens het begaan van het delict/de delicten (indien bewezen) bestond?

Zo ja, hoe omschrijft u deze zo volledig mogelijk? Is nader onderzoek gewenst?

Er is bij betrokkene sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een gedragsstoornis. De persoonlijkheidsontwikkeling gaat richting een narcistische persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken, maar op dit moment kan dat nog niet als zodanig geclassificeerd worden. Tevens lijkt er sprake van een softdrugsafhankelijkheid, welke momenteel gedwongen in remissie is.

3. Is er een, al dan niet oorzakelijk, verband tussen de geconstateerde psychische stoornis en het gepleegde (indien bewezen), daarbij in aanmerking genomen de eventuele en relevant te achten psycho-sociale factoren en/of bijkomende lichamelijke ziekte(n)? Zo ja, in welke mate?

Zoals beschreven in de ‘Forensisch Psychologische Beschouwing’ is er, afgezien van de klap die betrokkene heeft gegeven uit zelfverdediging (feit 1), zoals betrokkene zelf stelt, onvoldoende zicht verkregen op de relatie tussen de geconstateerde psychische problematiek en het tenlastegelegde. Er valt dan ook geen uitspraak te doen over een eventueel verband tussen de geconstateerde psychische problematiek en het tenlastegelegde.

4. Het de verdachte, dit verband in aanmerking genomen, voldoende inzicht kunnen hebben in de wederrechtelijkheid, c.q. de betekenis van de feiten?

Heeft de verdachte zijn wil overeenkomstig dat inzicht voldoende kunnen bepalen? Zo nee, in welke mate niet?

Betrokkene moet in staat worden geacht om de strafwaardigheid van zijn handelen ten tijde van het tenlastegelegde in te kunnen zien. Het ontbreekt echter aan voldoende zicht, afgezien van de klap die betrokkene aangeeft te hebben gegeven uit zelfverdediging, op de relatie tussen de geconstateerde psychische problematiek en het tenlastegelegde, in hoeverre betrokkene zich dienovereenkomstig dit inzicht zijn wil in vrijheid heeft kunnen bepalen.

Ten aanzien van de klap die betrokkene aangeeft te hebben gegeven (feit 1) is er geen relatie geconstateerd met het tenlastegelegde. De rechtbank wordt ten aanzien van dit feit - indien bewezen- geadviseerd om betrokkene volledig toerekeningsvatbaar te achten.

5. Zijn er factoren in de persoonlijkheidsontwikkeling van de verdachte, op basis waarvan tot toepassing van het strafrecht voor meerderjarigen kan worden geconcludeerd?

Van dergelijke factoren is geen sprake.

6. Hoe groot acht u de kans op herhaling en/of escalatie?

Onderzoeker heeft geen verband tussen de gediagnosticeerde psychische problematiek en het eerste tenlastegelegde feit geconstateerd en ten aanzien van het overige tenlastegelegde kon er geen uitspraak gedaan worden over de mate van toerekeningsvatbaarheid. Derhalve is het vanuit gedragskundig oogpunt niet mogelijk om een gefundeerde uitspraak te doen over de kans op herhaling.

7. Is behandeling of hulpverlening aangewezen en, zo ja, wat is daarbij de doelstelling? Dient de behandeling/hulpverlening intramuraal/ambulant plaats te vinden en is hiervoor een dwingend/strafrechtelijk kader (te denken valt aan de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen) noodzakelijk? Indien u adviseert tot een plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, kunt u dan aangeven welk type inrichting in aanmerking komt?

Onderzoeker heeft geen goed beeld kunnen verkrijgen van het verband tussen de geconstateerde psychische problematiek en het tenlastegelegde. Het is derhalve niet mogelijk om een uitspraak te doen over de toerekeningsvatbaarheid en de kans op herhaling. Dientengevolge is het niet goed mogelijk om gezien het voorgaande een straf- of behandeladvies te geven.

8. Kunt u op voorhand iets zeggen over de mogelijke effecten van bepaalde straffen (vrijheidsstraf/alternatieve sanctie) op de verdachte?

Betrokkene zal zichzelf naar alle waarschijnlijkheid als slachtoffer blijven zien omdat hij het tenlastegelegde ontkent en hij zal een vrijheidsstraf, maar ook een alternatieve sanctie als onrechtvaardig ervaren. Het zal naar alle waarschijnlijkheid zijn boosheid doen toenemen.

9. Welke andere feiten en/of omstandigheden zijn vanuit het onderzoek naar voren gekomen, die van belang kunnen zijn voor de met betrekking tot de verdachte te nemen beslissingen?

Alhoewel het vanuit forensisch gedragskundig oogpunt niet mogelijk is om tot een straf- of behandeladvies te komen omdat het onderzoeker ontbreekt aan zicht op het verband tussen de geconstateerde psychische problematiek en het tenlastegelegde en derhalve ook op de kans op herhaling, zou onderzoeker de rechtbank toch het volgende ter overweging willen geven.

Indien het tenlastegelegde bewezen wordt geacht, dan impliceert dit dat betrokkene onderzoeker onvoldoende zicht heeft geboden op zijn gedrag ten tijde van het tenlastegelegde. Dit met opzet onthouden van informatie lijkt samen te hangen met de antisociale kant van zijn persoonlijkheid en het valt niet te verwachten dat betrokkene bij nader onderzoek geneigd zal zijn om meer zicht op zijn gedrag ten tijde van het tenlastegelegde te bieden. Wat echter een gegeven is, is dat er sprake is van psychische problematiek en zeer ernstige tenlastegelegde feiten. Al kan vanwege betrokkenes gebrek aan openheid geen exact verband tussen betrokkenes problematiek en het tenlastegelegde worden aangegeven, mag deze weigering in zichzelf geen reden zijn om niet te komen tot een behandeladvies.

Ten aanzien van de geconstateerde psychische problematiek onderging betrokkene reeds behandeling en nog steeds acht onderzoeker behandeling ten aanzien van zijn psychische problematiek geïndiceerd. Indien het tenlastegelegde bewezen wordt geacht, lijkt het gezien de ernst van de feiten geïndiceerd om een verdere behandeling van de psychische problematiek van betrokkene in een gesloten juridische setting te laten plaatsvinden teneinde de bewezen geachte tenlastegelegde feiten te integreren in zijn persoonlijkheid en de eventuele kans op recidive daarmee te minimaliseren. Gezien de aard van de psychische problematiek en de ernst van de tenlastegelegde feiten lijkt een behandeling binnen een maatregel plaatsing in een jeugdinrichting geïndiceerd. Gedacht zou kunnen worden aan een inrichting als ‘Harreveld’.

- het over de verdachte uitgebrachte briefrapport en strafadvies van de Raad voor de Kinderbescherming, gedateerd 1 juli 2005 met als bijlage een brief, inhoudende het strafadvies van Bureau Jeugdzorg, afdeling jeugdreclassering. Zowel de Raad voor de Kinderbescherming als de jeugdreclassering adviseren de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen.

- Ter terechtzitting van 8 juli 2005 heeft dr. H.V. Warnaar voornoemd, als getuige/deskundige, voor zover van belang, het volgende verklaard:

Ik kan geen verband leggen tussen de gedragsstoornis en de tenlastegelegde feiten, omdat we –gelet op de ontkennende houding van betrokkene- de feiten slechts in algemene zin hebben besproken. Het is erg moeilijk om de vragen te beantwoorden wanneer betrokkene ontkent. Aanvankelijk dacht ik, met de kennis die ik op dat moment had, dat de kans op herhaling niet heel groot was. Het is echter heel moeilijk om dat te beoordelen bij een ontkenning. Wanneer het allemaal niet zo ernstig zou zijn, zou betrokkene misschien wel terug kunnen naar Klaas Groen. Daar waren ze redelijk tevreden over hem. Dat zie je nu bij Teylingereind ook.

[verdachte] heeft vandaag op de terechtzitting meer details verteld dan in de gesprekken met mij. De omstandigheid dat hij enkele dagen na de feiten aan de Molenkade opnieuw aanwezig was bij het gebeuren op 7 januari in het Vicoriepark, maakt het veel erger. Nu ik dat vandaag gehoord heb, denk ik dat het antwoord op vraag 9, zoals ik dat heb opgeschreven in mijn rapport, aan de orde komt. Hij zou bij de feiten aan de Molenkade weliswaar aan de grond genageld hebben kunnen staan, maar niet een paar dagen later opnieuw. In wezen is het tenlastegelegde onder 5 reeds recidive, maar het blijft moeilijk om te voorspellen hoe het in de toekomst zal gaan met betrekking tot het recidivegevaar.

Mocht de rechtbank de feiten, zoals tenlastegelegd, bewezen achten, dan gaan mijn gedachten uiteindelijk toch uit naar een PIJ-maatregel, vanwege het geheel van de feiten.

In algemene zin heeft een jeugdinrichting ook een opvoedkundige waarde. Men is daar ook op de toekomst gericht en werkt ook aan opvoeding en opleiding. Een jeugdinrichting heeft in ieder geval de voorkeur boven een inrichting voor volwassenen.

- Ter terechtzitting van 8 juli 2005 heeft drs. R.A. Sterk voornoemd, als getuige/deskundige, voor zover van belang, het volgende verklaard:

Het is erg lastig geweest om de vragen te beantwoorden. Dat heeft met de ontkenning van betrokkene te maken. Het rapport is geschreven op basis van de gegevens die ik toen had. [verdachte] heeft de neiging opgeblazen gedrag te vertonen en hij koketteert enigszins met geweld. Ik zie wel wat aanwijzingen in zijn persoonlijkheid die in de richting van een verband met de feiten wijzen, maar het is te moeilijk om daar een uitspraak over te doen.

Ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid heb ik met betrekking tot de klap van betrokkene aan [slachtoffer 8] op de Molenkade uitspraak gedaan, omdat hij die klap heeft bekend. Verder ontbreekt ieder zicht op het geheel, waardoor het te speculatief zou worden om iets over de toerekeningsvatbaarheid te zeggen. Ten aanzien van zijn aandeel in de feiten is het lastig om te bepalen of sprake was van krenking of anti-sociale trekken. Dat er iets mis is, als je onder deze omstandigheden zonder al te veel wroeging aanwezig bent en niet ingrijpt, dat kun je wel zeggen. Er is geen nader onderzoek nodig ten aanzien van de diagnostiek van de persoonlijkheid. Eventueel zou nader onderzoek gewenst zijn ten aanzien van de relatie tussen de feiten en betrokkenes problematiek. Als de feiten bewezen worden verklaard, dan heeft hij kennelijk bewust mist gecreëerd. Dat zou zorgelijk zijn. In het geval dat het verhaal van [verdachte] wel klopt, maar juridisch gezien kunnen de feiten bewezen worden, dan ben ik al met al toch van oordeel dat een PIJ-maatregel opgelegd zou dienen te worden.

Naar aanleiding van wat ik vandaag ter terechtzitting heb gehoord, ben ik van oordeel dat de anti-sociale kant van betrokkene toch forser is dan ik aanvankelijk dacht. In dat geval is er een setting nodig met meer garanties dan bijvoorbeeld een instelling als Klaas Groen kan bieden. Gelet op de ernst van de problematiek en de ernst van de feiten zou een behandeling in een interne klinische setting moeten plaatsvinden. Wanneer je de mist wat laat optrekken, lijkt de narcistische problematiek betrokkene toch wel beïnvloedbaar te maken, hetgeen een risico is met betrekking tot mogelijke recidive. Detentie lijkt me minder zinvol, omdat de problematiek aandacht nodig heeft, maar betrokkene is natuurlijk niet detentieongeschikt.

De inzichtelijkheid in de problematiek is vandaag wel vergroot. Zoals gezegd is de problematiek toch ernstiger dan in eerste instantie bij mij was overgekomen. De aard van de stoornis is bekend. Indien betrokkene bewust heeft gelogen, dan zegt dat iets over zijn anti-sociale kant, maar niet over de toerekeningsvatbaarheid. Ik weet in dat geval nog steeds niet of het gedrag samenhangt met bijvoorbeeld krenking. Als het gedrag narcistisch is, heeft het eerder invloed op de toerekeningsvatbaarheid dan anti-sociale trekken.

De mogelijke bewezenverklaring zegt niets over de intrinsieke drijfveren.

- Ter terechtzitting van 8 juli 2005 heeft G.J. Poorthuis, jeugdreclasseringswerker bij Bureau Jeugdzorg, als getuige/deskundige desgevraagd, voor zover van belang, het volgende verklaard:

[verdachte] wil graag terug naar Klaas Groen om aldaar behandeld te worden. Klaas Groen doet over die mogelijkheid pas uitspraken nadat ze de rapportage van de psycholoog en psychiater hebben bestudeerd om te kijken of ze kunnen bieden wat [verdachte] nodig heeft. De jeugdreclassering heeft onvoldoende kennis om in het strafadvies van de psycholoog en psychiater af te wijken. De beslissing van Klaas Groen om [verdachte] al dan niet op te nemen wordt onafhankelijk van de bewezenverklaring genomen. Ze kijken puur naar de problematiek, zoals in de rapportage omschreven.

Indien er geen PIJ-maatregel wordt opgelegd en Klaas Groen ook geen oplossing biedt, dan moet de situatie opnieuw bekeken worden. Ik kan daar nu geen antwoord op geven.

Mijn gedachten gaan in dat geval uit naar een behandeling bij De Waag, in combinatie met De Derde Oever, maar er zijn allerlei opties en nog meer vraagtekens.

De ouders van [verdachte] zullen wel meewerken aan een vrijwillige behandeling, wanneer [verdachte] weer naar huis komt.

De officier van justitie heeft oplegging van de PIJ-maatregel gevorderd en de raadsvrouw heeft zich daar in haar pleidooi tegen verzet.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

Ingevolge artikel 77s, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht kan de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen slechts worden opgelegd indien aan drie cumulatief gestelde eisen is voldaan: de verdachte moet zich schuldig hebben gemaakt aan feiten die ernstig genoeg zijn de maatregel te rechtvaardigen en er moet voldaan zijn aan een gevaarscriterium en een hulpverleningscriterium ten behoeve van de verdere ontwikkeling van de verdachte.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de feiten, zoals bewezen verklaard, zeker voldoende ernstig om een PIJ-maatregel te rechtvaardigen, echter aan het het gevaarscriterium is in onvoldoende mate voldaan. De deskundigen zijn niet of nauwelijks in staat gebleken om een uitspraak over het recidivegevaar in de toekomst te doen. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende duidelijk geworden of de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eist.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat ook aan het hulpverleningscriterium in onvoldoende mate is voldaan. Ongetwijfeld zal een behandeling in het belang van de verdere ontwikkeling van verdachte zijn. Er is echter onvoldoende gemotiveerd dat daartoe uitsluitend de zware PIJ-maatregel is aangewezen.

Op grond van het hiervoor overwogene zal de rechtbank geen PIJ-maatregel opleggen.

De rechtbank acht, alles afwegende, een vrijheidsstraf van na te noemen duur passend en geboden. Gelet op het voorgaande en teneinde te bevorderen dat verdachte zich in de toekomst van het plegen van (soortgelijke) strafbare feiten zal onthouden, zal de rechtbank een deel van de op te leggen vrijheidsstraf in voorwaardelijke vorm opleggen. Daarbij zal als bijzondere voorwaarde een verplicht contact met de jeugdreclassering worden opgelegd om te bewerkstelligen dat eventueel een verplichte behandeling van verdachte kan volgen.

9. MOTIVERING VAN DE MAATREGEL

De rechtbank is van oordeel, dat de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

a. -1.00 STK Dolk, kl. brons, mes in foedraal met oranje stuk;

-1.00 STK Zakmes;

b. -1.00 STK mes kl: zwart, keuken;

-1.00 STK Pistool Kl: zwart Jieke, nep plastic pistool;

dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het algemeen belang.

Verder is uit het onderzoek op de terechtzitting gebleken, dat het bewezen verklaarde met behulp van de onder a. genoemde voorwerpen is begaan en dat de voorwerpen onder b. toebehoren aan de verdachte, bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane misdrijven aangetroffen zijn en kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven.

10. BENADEELDE PARTIJEN

? Mr. M.D. da Silva Melchor, werkzaam bij DAS rechtsbijstand, heeft als gemachtigde namens de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres en woonplaats slachtoffer 1], vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 1.206,45 wegens schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht (bestaande uit € 206,45 materiële schade en € 1.000,00 voorschot immateriële schade).

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

De rechtbank stelt de dagwaarde van de portemonnee in redelijkheid vast op € 10,00 in plaats van de gevorderde € 20,00 en zal de door de benadeelde partij geleden materiële schade vaststellen op € 196,45.

De rechtbank is van oordeel dat in ieder geval tot een bedrag van € 500,00 aan immateriële schade is geleden en zal dat deel van de vordering toewijzen.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1. primair bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte - ook al zijn andere daders daarbij betrokken - rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 696,45, kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

Naar het oordeel van de rechtbank is het overige gedeelte van de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

? De benadeelde partij [slachtoffer 3], [adres en woonplaats slachtoffer 3], heeft vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 2.440,00 wegens schade die de verdachte met zijn mededader aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard is dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

? Mr. J.M. Comans-Diesfeldt, Stationsweg 36, 1815 CC Alkmaar, heeft als gemachtigde van de benadeelde partij [slachtoffer 4], vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 16.107,00 wegens schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij deels van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

De toe te kennen vergoeding voor de onder 1. opgevoerde verblijfskosten ziekenhuis, wordt door de rechtbank in redelijkheid geschat op € 250,00. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in het resterende deel van deze schadepost.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor zover dit betreft het onderdeel ‘kosten aanschaf extra kleding in verband met buikwonden’, nu dit niet middels enig bewijsstuk nader is onderbouwd, niet van zodanige eenvoudige aard dat dit deel van de vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in dit deel van de vordering.

De rechtbank is van oordeel dat in ieder geval tot een bedrag van € 10.000,00 aan immateriële schade is geleden en zal dat deel van de vordering toewijzen.

De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in het resterende deel van deze schadepost.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 4. primair bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte - ook al zijn andere daders daarbij betrokken - rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 10.342,00, kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

? Mr. J.M. Comans-Diesfeldt, Stationsweg 36, 1815 CC Alkmaar, heeft als gemachtigde van de benadeelde partij [slachtoffer 5], [adres en woonplaats slachtoffer 5], vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van

€ 13.443,90 wegens schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht. Daarnaast heeft de benadeelde partij € 90,00 aan kosten rechtsbijstand gevorderd.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij deels van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor zover dit betreft het onderdeel ‘kosten aanschaf extra kleding in verband met buikwond’, nu dit niet middels enig bewijsstuk nader is onderbouwd, niet van zodanige eenvoudige aard dat dit deel van de vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in dit deel van de vordering.

De rechtbank is van oordeel dat in ieder geval tot een bedrag van € 7.000,00 aan immateriële schade is geleden en zal dat deel van de vordering toewijzen.

De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in het resterende deel van deze schadepost.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 5. impliciet primair bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte - ook al zijn andere daders daarbij betrokken - rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 7.842,00 kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De rechtbank begroot de tot op heden gemaakte kosten op € 90,00.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

11. SCHADEVERGOEDING ALS MAATREGEL

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1. primair, 4. primair en 7. impliciet primair bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht aan de benadeelden.

De toepassing van jeugddetentie, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

12. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36f, 45, 47, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 287, 289, 317 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

13. BESLISSING

De rechtbank:

? Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 2. primair, 3. impliciet primair en 4. impliciet primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

? Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

? Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

? Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

? Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

? Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een jeugddetentie voor de tijd van 18 (achttien) maanden.

? Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

? Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarde niet naleeft.

? Stelt als bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, locatie Alkmaar, ook indien dit inhoudt het volgen van een behandeling, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt.

? Verstrekt aan de genoemde instelling opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde.

? Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

? Verklaart onttrokken aan het verkeer:

- STK Dolk, kl. brons, mes in foedraal met oranje stuk;

- STK Zakmes;

- STK mes kl: zwart, keuken;

- STK Pistool Kl: zwart Jieke, nep plastic pistool.

? Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres en woonplaats slachtoffer 1], tot het hierna te noemen bedrag.

? Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 696,45 (zeshonderd zesennegentig euro en vijfenveertig eurocent) als schadevergoeding.

? Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken. De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

? Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededaders zijn voldaan.

? Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

? Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], [adres en woonplaats slachtoffer 1], te betalen een som geld ten bedrage van € 696,45 (zeshonderd zesennegentig euro en vijfenveertig eurocent, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) dagen.

? Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

? Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

? Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3], [adres en woonplaats slachtoffer 3] niet

ontvankelijk in de vordering.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4], [adres en woonplaats slachtoffer 4], tot het hierna te noemen bedrag.

? Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 10.342,00 (tienduizend

driehonderd tweeënveertig euro) als schadevergoeding.

? Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken. De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

? Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededaders zijn voldaan.

? Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

? Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4], [adres en woonplaats slachtoffer 4] te betalen een som geld ten bedrage van € 10.342,00 (tienduizend driehonderd tweeënveertig euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 46 (zesenveertig) dagen.

? Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

? Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

? Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5], [adres en woonplaats slachtoffer 5] tot het hierna te noemen bedrag.

? Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 7.842,00 (zevenduizend achthonderd tweeënveertig euro) als schadevergoeding.

? Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken. De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op € 90,00.

? Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededaders zijn voldaan.

? Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

? Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 5], [adres en woonplaats slachtoffer 5] te betalen een som geld ten bedrage van € 7.842,00 (zevenduizend achthonderd tweeënveertig euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 39 (negenendertig) dagen.

? Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

? Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. T. Luigjes, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. L. Janse en mr. P. van Steijnen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.M. Schouten, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 juli 2005.

Mr. P. van Steijnen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.