Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2005:AU0039

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
21-07-2005
Datum publicatie
26-07-2005
Zaaknummer
14.811008-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen afpersing en medeplegen poging doodslag, minderjarige verdachte: géén toepassing meerderjarigenstrafrecht, 15 maanden jeugddetentie, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar waarbij hij zich moet houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14.811008-05

Datum uitspraak : 21 juli 2005

TEGENSPRAAK, NA AANHOUDING VERSCHENEN

VERKORT VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor de behandeling van Kinderstrafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans gedetineerd in RIJ de Doggershoek, Den Helder te Den Helder.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van respectievelijk 28 april 2005 en 7 juli 2005.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, inhoudende dat de rechtbank de verdachte wegens het onder 1. primair en 2. primair tenlastegelegde conform het meerderjarigenstrafrecht zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en daaraan verbonden de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich aan de aanwijzingen van de (Jeugd)reclassering zal houden. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert de officier van justitie de toewijzing daarvan en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Tevens heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en mr. H. Teunisse, raadsman van de verdachte, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1. (Zaak 8)

hij op of omstreeks 18 december 2004 in de gemeente Alkmaar, op de Rekerdijk, in elk geval op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (inhoudende een of meerdere pas(jes) en/of een geldbedrag en/of een identiteitskaart en/of een foto), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

- die [slachtoffer 1], terwijl hij met zijn fiets tot stilstand was gekomen, is

omsingeld en/of

- die [slachtoffer 1] (vervolgens) een of meerdere ke(e)r(en) met een of meerdere

(honkbal)knuppel(s) en/of (een) vuist(en) in zijn gezicht en/of tegen zijn

hoofd en/of elders tegen het lichaam is geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] een of meerdere ke(e)r(en) tegen het lichaam is geschopt en/of

- die [slachtoffer 1] een knietje in het gezicht of elders tegen het lichaam heeft

gekregen en/of

- toen die [slachtoffer 1] weer op zijn fiets was gestapt, een of meerdere ke(e)r(en)

met een (honkbal)knuppel tegen zijn fiets is geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] (daarbij) (dreigend) de woorden zijn toegevoegd: "geen brutale bek

anders steek ik je neer met mijn mes en maak je zakken leeg" en/of "geef je

portemonnee" en/of "niet de politie waarschuwen, anders dan pakken we je",

althans soortgelijke woorden;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 18 december 2004 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een of meer van zijn

mededader(s), althans alleen, naar die [slachtoffer 1] is toegelopen, waarna verdachte

en/of een of meer van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 1], terwijl hij met zijn fiets tot stilstand was gekomen, heeft/hebben

omsingeld en/of

- die [slachtoffer 1] (vervolgens) een of meerdere ke(e)r(en) met een of meerdere

(honkbal)knuppel(s) en/of (een) vuist(en) in zijn gezicht en/of tegen zijn

hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] een of meerdere ke(e)r(en) tegen het lichaam heeft/hebben geschopt

en/of

- die [slachtoffer 1] een knietje in het gezicht of elders tegen het lichaam heeft/hebben

gegeven en/of

- toen die [slachtoffer 1] weer op zijn fiets was gestapt, een of meerdere ke(e)r(en)

met een (honkbal)knuppel tegen zijn fiets heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] (daarbij) (dreigend) de woorden heeft/hebben toegevoegd: "geen

brutale bek anders steek ik je neer met mijn mes en maak je zakken leeg" en/of

"geef je portemonnee" en/of "niet de politie waarschuwen, anders dan pakken we

je", althans soortgelijke woorden,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 18 december 2004 in de gemeente Alkmaar met een ander of

anderen, op of aan de openbare weg, de Rekerdijk, in elk geval op of aan een

openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk

geweld bestond uit het:

- omsingelen van die [slachtoffer 1], terwijl die met zijn fiets tot stilstand was gekomen en/of

- (vervolgens) een of meerdere ke(e)r(en) met een of meerdere honkbalknuppel(s) en/of (een) vuist(en) slaan in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- geven van een knietje in het gezicht of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- toen die [slachtoffer 1] weer op zijn fiets was gestapt, een of meerdere ke(e)r(en) met een (honkbal)knuppel tegen zijn fiets slaan en/of

- die [slachtoffer 1] (daarbij) (dreigend) de woorden toevoegen: "geen brutale bek anders steek ik je neer met mijn mes en maak je zakken leeg" en/of "geef je portemonnee" en/of "niet de politie waarschuwen, anders dan pakken we je", althans soortgelijke woorden;

2. (zaak 7)

hij op 19 december 2004 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 7] van het leven te beroven, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar die [slachtoffer 7] is toegelopen, waarna verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 7] (onverhoeds), (van achteren) heeft/hebben aangevallen en/of

- die [slachtoffer 7] een of meerdere ke(e)r(en) met een (honkbal-)knuppel en/of een ander hard voorwerp en/of de/een vuist(en) en/of hand(en) tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 7] een of meerdere ke(e)r(en) (met kracht), met geschoeide voet(en) op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

- die [slachtoffer 7] één keer met een mes, althans een scherp voorwerp, in de rug of elders in het lichaam heeft/hebben gestoken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 19 december 2004 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 7], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar die [slachtoffer 7] is toegelopen, waarna verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 7] (onverhoeds), (van achteren) heeft/hebben aangevallen en/of

- die [slachtoffer 7] een of meerdere ke(e)r(en) met een (honkbal-)knuppel en/of een ander hard voorwerp en/of de/een vuist(en) en/of hand(en) tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 7] een of meerdere ke(e)r(en) (met kracht), met geschoeide voet(en) op/tegen het hoofd en/of (elders) op/egen het lichaam heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

- die [slachtoffer 7] één keer met een mes, althans een scherp voorwerp, in de rug of elders in het lichaam heeft/hebben gestoken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 19 december 2004 te Alkmaar met een ander of anderen, op of aan de openbare plaats, het Victoriapark, in elk geval op een openbare plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 7], welk geweld bestond uit het

- die [slachtoffer 7] (onverhoeds), (van achteren) aanvallen en/of

- die [slachtoffer 7] een of meerdere ke(e)r(en) met een (honkbal-)knuppel en/of een ander hard voorwerp en/of de/een vuist(en) en/of hand(en) op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam slaan en/of stompen en/of

- die [slachtoffer 7] een of meerdere ke(e)r(en) (met kracht), met geschoeide voet(en) op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam schoppen en/of trappen en/of

- die [slachtoffer 7] één keer met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de rug en/of (elders) in het lichaam steken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

1. primair

hij op 18 december 2004 in de gemeente Alkmaar, op de Rekerdijk, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (inhoudende een of meerdere pas(jes) en een geldbedrag en een identiteitskaart en een foto), toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat

- die [slachtoffer 1], terwijl hij met zijn fiets tot stilstand was gekomen, is omsingeld en

- die [slachtoffer 1] meerdere keren met een knuppel en vuisten in zijn gezicht en tegen zijn hoofd en elders tegen het lichaam is geslagen en

- die [slachtoffer 1] meerdere keren tegen het lichaam is geschopt en

- die [slachtoffer 1] een knietje in het gezicht heeft gekregen en

- toen die [slachtoffer 1] weer op zijn fiets was gestapt, een keer met een knuppel tegen zijn fiets is geslagen en

- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden zijn toegevoegd: "geen brutale bek anders steek ik je neer met mijn mes en maak je zakken leeg" en "geef je portemonnee" en "niet de politie waarschuwen, anders dan pakken we je";

2. primair

hij op 19 december 2004 in de gemeente Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 7] van het leven te beroven, met zijn mededaders, naar die [slachtoffer 7] is toegelopen, waarna verdachte en/of een van zijn mededaders:

- die [slachtoffer 7] meerdere keren met een knuppel en de vuisten tegen het hoofd en elders tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en

- die [slachtoffer 7] meerdere keren met kracht, met geschoeide voet tegen het lichaam heeft/hebben geschopt en

- die [slachtoffer 7] één keer met een mes in de rug heeft/hebben gestoken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

4. NADERE MOTIVERING

Ten aanzien van feit 2. primair:

Door de raadsman is namens verdachte aangevoerd dat hij geen opzet -ook niet in voorwaardelijke vorm- heeft gehad op de dood van het slachtoffer, te meer daar de door medeverdachte [verdachte 2] aan het slachtoffer toegebrachte messteek een individuele actie is geweest, welke niet aan verdachte valt toe te rekenen.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

Zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris heeft verdachte verklaard dat hij en zijn mededaders naar het Victoriepark waren gegaan met de bedoeling om iemand te beroven. Toen de drie het slachtoffer, de heer [slachtoffer 7], passeerden werd er door één van hen gezegd: “Zullen we hem pakken”, “waarna we allemaal begrepen wat de bedoeling was” (verklaring bij RC op 18 feb. ‘05).

Verdachte is vervolgens de eerste die geweld gebruikt tegen het slachtoffer. Hij heeft het slachtoffer -naar eigen zeggen- dusdanig hard geslagen dat deze begon te wankelen, waarna medeverdachte [verdachte 3] het slachtoffer hard met een honkbalknuppel meerdere keren, onder meer tegen het hoofd, slaat. Wanneer het slachtoffer op de grond is gevallen schopt verdachte het slachtoffer ongeveer tien keer in zijn linkerzij, waarbij hij zich “niet echt in hield” (Z7, p. 38).

Ter terechtzitting van 7 juli 2005 heeft verdachte verklaard dat hij op dat moment een beetje door het lint ging en dat het op dat moment niet meer om de beroving ging. Terwijl verdachte het slachtoffer aan het schoppen is, slaat [verdachte 3] met een knuppel op het slachtoffer. Op dat moment stapt [verdachte 2] tussen verdachte en [verdachte 3] in en steekt het slachtoffer met een mes in de rug.

Verdachte wist dat [verdachte 2] een mes bij zich had die avond en hij heeft ter terechtzitting van 7 juli 2005 verklaard dat hij “wist dat [verdachte 2] in staat was om te steken, omdat hij niet helemaal 100% was in zijn hoofd” en bij de rechter-commissaris heeft verdachte verklaard dat “het hem niet erg verbaasde dat [verdachte 2] met het mes stak” (verklaring bij RC op 18 feb. ‘05).

Derhalve kan ook de messteek naar het oordeel van de rechtbank aan verdachte worden toegerekend, te meer daar hij wist dat [verdachte 2] een mes bij zich had en hij wist –of in ieder geval vermoedde- dat [verdachte 2] in staat was om te steken. Bovendien waren de drie verdachten, slechts enkele uren eerder, gezamenlijk betrokken bij een ander gewelddadig incident. Verdachte had zich op enig moment kunnen onttrekken aan de handelingen van zijn medeverdachten, maar het tegendeel is gebeurd. Op het moment dat de geweldshandelingen escaleren, doordat [verdachte 3] het slachtoffer met kracht met een knuppel op het hoofd slaat, distantieert verdachte zich niet, maar schopt het slachtoffer vele malen met kracht in de zij.

Op grond van het handelen van de verdachten onder de hiervoor genoemde omstandigheden, komt de rechtbank tot het oordeel dat de samenwerking van verdachten zo bewust, nauw en volledig is geweest, dat zij tezamen en in vereniging hebben gehandeld.

Naar het oordeel van de rechtbank hebben de verdachten door het met kracht slaan met een honkbalknuppel tegen het hoofd en elders tegen het lichaam en het met kracht schoppen in de zij van het slachtoffer en het steken met een mes in de rug, willens en wetens de dood van de slachtoffers ten doel gehad, althans de aanmerkelijke kans op het intreden van de dood als gevolg van die handelingen bewust aanvaard.

5. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1. primair:

Medeplegen van afpersing;

Ten aanzien van feit 2. primair:

Medeplegen van poging tot doodslag.

6. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

De inhoud van het in dit vonnis onder 7. genoemde rapport, van drs. I. Schilperoord, psycholoog, geeft de rechtbank geen aanleiding tot niet-strafbaarheid van de verdachte te concluderen. Ook overigens is er geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. MOTIVERING VAN DE STRAF

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan een afpersing, waarbij tegen het slachtoffer [slachtoffer 1] gedreigd is met geweld en ook daadwerkelijk fors geweld is gebruikt. Verdachte en zijn medeverdachten hebben hem onder meer omsingeld, meerdere keren geslagen met hun vuisten en met een knuppel, een knietje tegen zijn gezicht gegeven en hem bedreigd, waardoor hij tenslotte zijn portemonnee heeft afgegeven.

Dit feit is voor de jeugdige [slachtoffer 1] zeer beangstigend geweest en heeft lichamelijk en psychisch leed veroorzaakt, hetgeen ook blijkt uit de toelichting op zijn voegingsformulier als benadeelde partij.

Slechts enkele uren na de gebeurtenis op de Rekerdijk bevindt verdachte zich, samen met zijn medeverdachten [verdachte 2] en [verdachte 3], in het Victoriepark.

De drie zien een man lopen en besluiten deze man, naar eigen zeggen, “te pakken”.

Het slachtoffer, de heer [slachtoffer 7], wordt geslagen, geschopt en meerdere keren met kracht met een knuppel onder meer tegen het hoofd geslagen. Uiteindelijk steekt [verdachte 2] de man in de rug en rennen de drie vervolgens weg, terwijl het slachtoffer gewond aan zijn lot wordt overgelaten.

Het feit dat het slachtoffer niet door het handelen van verdachte en zijn medeverdachten is komen te overlijden is een gelukkige omstandigheid, die echter geenszins aan de verdachte en zijn medeverdachten te danken is.

Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van onderhavige feiten nog langdurig de psychisch nadelige gevolgen daarvan ondervinden. Daarnaast zijn door deze feiten gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaakt, zeker gezien de omstandigheid dat het geweld zich respectievelijk op een druk gebruikt fietspad en in een openbaar park heeft afgespeeld.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 21 januari 2005, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder terzake van enig misdrijf tot straf is veroordeeld.

- het over de verdachte uitgebrachte psychologisch rapport gedateerd 23 juni 2005, van drs. I. Schilperoord.

Dit rapport houdt onder meer het volgende in:

[verdachte] is uit het psychologisch onderzoek naar voren gekomen als een hooggemiddeld intelligente jongen bij wie geen sprake is van een ziekelijke stoornis. Wel zijn er aanwijzingen voor problematiek rondom (soft)- druggebruik. Er is naar mening van ondergetekende wel sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van narcistische aard. [verdachte]s persoonlijkheid is te omschrijven als die van een extraverte, op oppervlakkig niveau aangepaste, jongen met een sterke spanningsbehoefte, een neiging tot het opzoeken en overschrijden van grenzen, een verslavingsgevoeligheid, een overwaardig zelfbeeld en onvoldoende vermogens tot empathie en het ervaren van lijdensdruk/ schuld. In de ontwikkeling van dit beeld lijken milieuaspecten een rol te hebben gespeeld, zoals de geïdealiseerde wijze waarop [verdachte] thuis wordt beschouwd en bejegend (waardoor hij ook als kind te veel ‘macht’ en controle had over zijn omgeving) en de beperkte agressie regulerende vermogens die hij lijkt te hebben geleerd. [verdachte] ervaart wel een duidelijke binding met de thuissituatie en de ouders maken een betrokken indruk.

De hiervoor beschreven mechanismen hebben duidelijk een rol gespeeld in de ten laste gelegde feiten- indien bewezen. Opmerkelijk is dan ook de forse discrepantie tussen de wijze waarop de ouders [verdachte] ervaren (als “ideale, sociaal gevoelige zoon”) en de hele andere kant van zichzelf die hij tijdens de feiten ten toon heeft gespreid (zijn hang naar een gevoel van macht en sensatie, agressieve acting out ten tijde van feit 2 en een beperkt gevoel van empathie met de slachtoffers). De door [verdachte] genomen XTC zal zijn overwaardige zelfgevoel, spanningsbehoefte en lustbeleving aan de machtspositie waar hij zich in bevond (met name rondom feit 1) hebben versterkt. Ook kan het zijn agressieregulerende vermogens hebben aangetast (feit 2). Desondanks blijft de relatie tussen zijn persoonlijkheidsorganisatie en de strafbare feiten aanwezig. [verdachte] had daarbij eerder XTC gebruikt en was bekend met het effect dat dit middel op hem had. Ook geeft hij aan al eerder met deze groep op pad te zijn geweest met het doel berovingen te plegen, tevens vanuit zowel opportunistische motieven (geld) alsook vanuit een behoefte aan spanning. [verdachte] is naar mening van ondergetekende in enigszins verminderde mate toerekeningsvatbaar te achten voor de hem ten laste gelegde feiten.

Er zijn geen factoren in de persoonlijkheidsontwikkeling van betrokkene op basis waarvan sprake is van een voorkeur voor het strafrecht voor meerderjarigen.

Gezien het duidelijk ontwikkelde ideaal- ik van [verdachte] (hetgeen op maatschappelijk geaccepteerde wijze is geformuleerd, zoals het willen vinden van een opleiding / baan in de horeca of Landmacht), zijn sterke binding met zijn thuissituatie, de betrokkenheid van zijn ouders op hem en de structuur die hij thuis ondervindt alsook gezien zijn beperkte lijdensdruk en redelijk impulsbeheersing lijkt de kans op recidive op korte tot middellange termijn gering. Echter, op langere termijn is deze kans hoger, gelet op zijn verslavingsgevoeligheid, hang naar middelengebruik, zijn spanningsbehoefte, hiaten in de gewetensfuncties en nog niet volgroeide identiteit.

Een intensieve begeleiding door de Jeugdreclassering zou de kans op recidive danig kunnen verkleinen alsook in het belang zijn van de verdere ontwikkeling van [verdachte]. Dit zou kunnen plaatsvinden als een bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf. Wat betreft het effect van straffen op [verdachte] kan worden vermeld dat het stellen van een duidelijke grens aan het toelaatbare een positief leereffect op hem lijkt te hebben.

Met het advies in dit rapport kan de rechtbank zich verenigen.

- het over de verdachte uitgebrachte briefrapport en strafadvies van de Raad voor de Kinderbescherming, gedateerd 1 juli 2005 met als bijlage een brief, inhoudende het strafadvies van Bureau Jeugdzorg, afdeling jeugdreclassering. Zowel de Raad voor de Kinderbescherming als de jeugdreclassering adviseren de rechtbank aan verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich aan de aanwijzingen van Bureau Jeugdzorg, afdeling jeugdreclassering zal houden, ook indien dit inhoudt het volgen van een (ambulante) behandeling.

De rechtbank ziet, anders dan de officier van justitie, geen aanleiding om het meerderjarigenstrafrecht toe te passen.

Hoewel de ernst van de bewezenverklaarde feiten, een afpersing samen met anderen, waaronder een meerderjarige medeverdachte en een poging tot doodslag, eveneens samen met anderen, waaronder dezelfde meerderjarige medeverdachte en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, de toepassing van het meerderjarigenstrafrecht zouden rechtvaardigen vindt de rechtbank daartoe onvoldoende steun in de persoonlijke omstandigheden en ontwikkeling van de verdachte. Ook de deskundige Schilperoord voornoemd, ziet geen factoren in de persoonlijkheidsontwikkeling van betrokkene op basis waarvan sprake is van een voorkeur voor het strafrecht voor meerderjarigen.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is met daaraan gekoppeld een bijzondere voorwaarde, een en ander zoals hieronder in de rubriek BESLISSING zal worden aangegeven.

8. BENADEELDE PARTIJ

Mr. M.D. da Silva Melchor, werkzaam bij DAS rechtsbijstand, heeft als gemachtigde namens de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres en woonplaats slachtoffer 1], vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 1.206,45 wegens schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht (bestaande uit € 206,45 materiële schade en € 1.000,00 immateriële schade).

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

De rechtbank stelt de dagwaarde van de portemonnee in redelijkheid vast op € 10,00 in plaats van de gevorderde € 20,00 en zal de door de benadeelde partij geleden materiële schade vaststellen op € 196,45.

De rechtbank is van oordeel dat in ieder geval tot een bedrag van € 500,00 aan immateriële schade is geleden en zal dat deel van de vordering toewijzen.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte - ook al zijn andere daders daarbij betrokken - rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 696,45, kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

Naar het oordeel van de rechtbank is het overige gedeelte van de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is.

De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

9. SCHADEVERGOEDING ALS MAATREGEL

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1. primair bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht aan de benadeelde.

De toepassing van jeugddetentie, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

10. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f, 45, 47, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 287 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

11. BESLISSING

De rechtbank:

? Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

? Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

? Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

? Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

? Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een jeugddetentie voor de tijd van 15 (vijftien) maanden.

? Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 5 (vijf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

? Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarde niet naleeft.

? Stelt als bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, locatie Alkmaar, ook indien dit inhoudt het volgen van een (ambulante) behandeling, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt.

? Verstrekt aan de genoemde instelling opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde.

? Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

? Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres en woonplaats slachtoffer 1], tot het hierna te noemen bedrag.

? Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 696,45 (zeshonderd zesennegentig euro en vijfenveertig eurocent) als schadevergoeding.

? Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken. De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

? Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededaders zijn voldaan.

? Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

? Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], [adres en woonplaats slachtoffer 1], te betalen een som geld ten bedrage van € 696,45 (zeshonderd zesennegentig euro en vijfenveertig eurocent, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) dagen.

? Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

? Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P. van Steijnen, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. T. Luigjes en mr. L. Janse, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.M. Schouten, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 juli 2005.