Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2005:AT8262

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
06-06-2005
Datum publicatie
27-06-2005
Zaaknummer
151658 CV EXPL 03-3245
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eisers hebben een orchideeënkwekerij van gedaagden overgenomen.

In conventie dient de kantonrechter de vraag te beantwoorden of eisers aanspraak hebben op schadevergoeding, omdat een door eisers overgenomen partij planten niet marktwaardig was als gevolg van een onjuiste werking van de door gedaagde sub 1 aan hen verhuurde voedingsunit. In reconventie is in geschil of de door gedaagden aan eisers verstrekte lening opeisbaar is en of eisers achterstallig loon aan gedaagden zijn verschuldigd uit hoofde van een interim-management overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2005, 152
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Alkmaar

Sector kanton - locatie Hoorn

Vonnis

in de zaak van:

[naam 1], wonende te Andijk

[naam 2]

wonende te Andijk

de vennootschap onder firma

v.o.f. [nieuwe eigenaar], gevestigd te Andijk

eisers in conventie, gedaagden in reconventie

verder ook te noemen: [nieuwe eigenaar]

gemachtigde: mr. H. van Lingen, advocaat te Den Helder

- tegen -

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Singerspad Beheer B.V.

gevestigd Singerspad 14 1619 GA Andijk

2. de besloten vennootschap [vorige eigenaar] Orchideeën B.V. kantoorhoudende en gevestigd te 1619 GA Andijk aan het adres Singerspad nr. 14

gedaagden in conventie, eiseres in reconventie

verder ook te noemen: Singerspad en [vorige eigenaar]

gemachtigde: mr. K.A. Cerutti, advocaat te Hoorn.

1. Het tussenvonnis

1.1. In deze zaak is op 5 april 2004 een tussenvonnis uitgesproken.

De kantonrechter blijft bij hetgeen daarin is overwogen en beslist.

2. Het verdere procesverloop

2.1 Ingevolge voormeld tussenvonnis heeft de benoemde deskundige, GAB Robins Takkenberg B.V., op 24 januari 2005 een deskundigenrapport overgelegd.

Beide partijen hebben bij conclusie op dit rapport gereageerd.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is heden wederom uitspraak bepaald.

3. Uitgangspunten

In conventie en in reconventie:

3.1. [Nieuwe eigenaar] heeft per 1 januari 2001 de orchideeënkwekerij van [vorige eigenaar] overgenomen. De kwekerij betrof het familiebedrijf van [vorige eigenaar].

3.2. Daaraan voorafgaand was vennoot [nieuwe eigenaar] krachtens arbeidsovereenkomst in die kwekerij werkzaam.

3.3. De overname kreeg zijn beslag middels vier daartoe gesloten overeenkomsten:

a. een op 2 februari 2001 notarieel verleden koopovereenkomst tussen [vorige eigenaar] en [nieuwe eigenaar] betreffende inventaris, voorraden en plantgoed van de kwekerij,

b. een op 2 februari 2001 schriftelijk vastgelegde huurovereenkomst waarbij Singerspad (de beheer BV van [vorige eigenaar]) aan [nieuwe eigenaar] verhuurt de glasopstanden met waterbassin en verdere aanhorigheden (waaronder een beregenings- en bemestingsinstallatie), welke huurovereenkomst eindigt op 31 december 2007.

c. Een interim-management overeenkomst tussen Singerspad en [nieuwe eigenaar], via welke [vorige eigenaar] nog gedurende twee jaar bij de kwekerij betrokken zou blijven,

d. Een (achtergestelde) geldlening van f 400.000,- van Singerspad aan [nieuwe eigenaar] om de overname (naast een krediet van de Rabobank) te financieren.

4. Het geschil:

In conventie:

4.1. [Nieuwe eigenaar] vordert hoofdelijke veroordeling van Singerspad en [vorige eigenaar] tot betaling van een schadevergoeding van in totaal € 278.425,92, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 272.151,45 vanaf 14 augustus 2001. In het gevorderde bedrag zijn mede begrepen een post van € 2.171,35 voor een opgemaakt schaderapport en een vergoeding van € 3.448,- voor buitengerechtelijke kosten. Tevens vordert [nieuwe eigenaar] veroordeling van Singerspad en [vorige eigenaar] in de proceskosten, waaronder begrepen die van de gelegde conservatoire beslagen.

4.2. [Nieuwe eigenaar] legt aan haar vordering ten grondslag dat bij de koopovereenkomst tussen partijen is overeengekomen dat de door [nieuwe eigenaar] overgenomen planten minstens veilingwaardig dienden te zijn, terwijl in juni 2001 50.000 van de door [vorige eigenaar] aan [nieuwe eigenaar] verkochte planten als niet marktwaardig werden gekwalificeerd. De door [nieuwe eigenaar] ingeschakelde expert wees als oorzaak aan teeltfouten en verkeerde en/of onregelmatige watergift door [vorige eigenaar] in de periode vóór de overname en bemestingsfouten als gevolg van een onjuiste werking van de door Singerspad verhuurde voedingsunit, zowel vóór als na de overname.

4.3. Tevens is Singerspad volgens [nieuwe eigenaar] tekortgeschoten in de nakoming van de interim-management overeenkomst omdat is gebleken dat de interim-manager [vorige eigenaar] zijn taak niet naar behoren heeft vervuld, doordat hij een aantasting van het gewas door wolluis niet heeft geconstateerd, als gevolg waarvan schade is geleden.

4.4. [vorige eigenaar] betwist haar aansprakelijkheid.

Zij wijst in dat verband op de bedingen in de koopovereenkomst onder de noemer "garanties", "aansprakelijkheid en vrijwaring" en "leveringsbepalingen".

[vorige eigenaar] stelt zich op het standpunt dat [nieuwe eigenaar] van de kwaliteit van het gewas op de hoogte was, althans dit behoorde te zijn, zulks niet alleen gelet op de door hem gevolgde opleidingen en cursussen en zijn ervaring met de teeltwerkzaamheden, doch in het bijzonder omdat hij, sinds 1998 werkzaam was als bedrijfsleider bij [vorige eigenaar], en de ontwikkeling van de overgenomen planten op de voet heeft gevolgd.

4.5. [vorige eigenaar] betwist voorts dat de planten ten tijde van de levering niet marktwaardig waren. Met name werd op 6 december 2000 naar aanleiding van een teeltbezoek door Van Os Research gerapporteerd dat de planten in de opkweekfase er goed bij stonden. Blijkens een rapport van diezelfde Van Os was zulks op 19 januari 2001 ook nog het geval.

[vorige eigenaar] veronderstelt dat zich met betrekking tot de planten in de opkweek tussen 22 januari 2001 en 2 maart 2001 een stresssituatie heeft voorgedaan. [vorige eigenaar] concludeert uit een en ander dat er geen sprake is van non-conformiteit.

4.6. [vorige eigenaar] wijst erop dat de leveringsakte ontbinding van de koopovereenkomst uitsluit.

4.7. Singerspad betwist dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst dan wel de interim-management overeenkomst.

4.8. Zij betwist dat er sprake was van achterstallig onderhoud aan de voedingsunit. Deze was keurig onderhouden en in december 2000 is de gehele installatie nog nagelopen.

Singerspad wijst op de bepalingen in de huurovereenkomst dat de huurder de zaak heeft aanvaard zoals deze was en dat iedere aansprakelijkheid van de verhuurder wegens het uitvallen van installaties, regelingen en dergelijke zijn uitgesloten. Bovendien is zij pas op 14 augustus 2001 voor het eerst op de hoogte gesteld van de niet juist werkende voedingsunit.

4.9. Voorts betwist Singerspad dat de door haar ter beschikking gestelde interim-manager zijn taak niet naar behoren heeft uitgevoerd. Zij wijst erop dat de intentie van partijen was dat [vorige eigenaar] gedurende twee jaar gemiddeld 20 uur per week in de kwekerij werkzaam zou zijn. Fiscale motieven lagen eraan ten grondslag dat werd gekozen voor een overeenkomst van opdracht.

4.10. Volgens Singerspad heeft [vorige eigenaar] daadwerkelijk gemiddeld 20 uur per week uitvoerende werkzaamheden verricht in de kwekerij dan wel zich daarvoor beschikbaar gehouden. Van een adviserende rol is nimmer sprake geweest en evenmin is [vorige eigenaar] ooit opgedragen op enig moment de werkverdeling of teeltmaatregelen over te nemen.

4.11. Voorts staat art. 6:170 BW volgens Singerspad in de weg aan haar aansprakelijkheid voor door [vorige eigenaar] gemaakte fouten nu zij over de door deze uitgevoerde werkzaamheden geen zeggenschap had. Het was juist [nieuwe eigenaar] die instructiebevoegdheid had en deze ook gebruikte.

4.12. [Vorige eigenaar] en Singerspad wijzen er ten slotte op dat zij nimmer zijn betrokken bij het onderzoek van de door [nieuwe eigenaar] ingeschakelde deskundigen. Zij hebben geen opmerkingen kunnen maken of verzoeken kunnen doen en evenmin zijn zij in de gelegenheid gesteld de bezoeken van de deskundige bij te wonen.

[Nieuwe eigenaar] heeft [vorige eigenaar] pas op 14 augustus 2001 op de hoogte gebracht en in gebreke gesteld van de vermeende inbreuk op de gegeven garanties. Een contra-expertise was niet meer mogelijk.

[Vorige eigenaar] en Singerspad betwisten tenslotte de inhoud, de conclusies en de objectiviteit van de door [nieuwe eigenaar] overgelegde rapportages.

In reconventie:

4.13. Singerspad en [vorige eigenaar] vorderen veroordeling van [nieuwe eigenaar] tot betaling van:

1. primair € 181.512,08 wegens opeisbaarheid van de door Singerspad aan [nieuwe eigenaar] verstrekte lening, althans € 15.336,03 wegens achterstallige aflossingen alsmede de nog te vervallen termijnen,

2. € 72.857,24 wegens achterstalling loon, alsmede de nog te vervallen termijnen, uit hoofde van de interim-management overeenkomst,

3. € 6.297,67 wegens onverschuldigde betaling,

alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 november 2002 tot aan de voldoening,

alsmede € 1.542,- als vergoeding voor buitengerechtelijke kosten.

4.14. Singerspad legt aan haar vorderingen de navolgende feiten en omstandigheden ten grondslag.

1. [Nieuwe eigenaar] is sinds juni 2002 gestopt met de betaling van de maandelijkse aflossing van € 3.025,20, waardoor een betalingsachterstand is ontstaan van € 15.126,00 en € 210,03 rente verschuldigd is geworden. Ondanks herhaalde aanmaning blijft [nieuwe eigenaar] met betaling in gebreke. Door deze niet-nakoming is de hoofdsom volledig verschuldigd geworden, met drie maanden extra rente.

2. [Nieuwe eigenaar] is krachtens de interim-management overeenkomst aan Singerspad een vergoeding verschuldigd van € 40,34 per uur exclusief btw, voor de duur van 2 jaar, op basis van minimaal 20 uur per week gedurende 45 weken per jaar. [Nieuwe eigenaar] is sinds mei 2001 gestopt met de betaling van de overeengekomen urenvergoeding, waardoor er per 1 oktober 2002 een achterstand bestond van € 69.126,84 en bovendien tot 11 november 2002 een bedrag van € 3.730,40 terzake wettelijke rente verschuldigd is geworden.

3. De koop en levering heeft op 1 februari 2001 plaatsgevonden met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001. De veilingopbrengst over de maand januari 2001 is nog uitbetaald aan [vorige eigenaar]. Door deze is de veilingopbrengst van week 5 van 2001 ad € 5.843,69 abusievelijk dubbel aan [nieuwe eigenaar] doorbetaald. Inmiddels is [nieuwe eigenaar] daarover € 453,98 wettelijke rente verschuldigd geworden.

4.15. [Nieuwe eigenaar] merkt met betrekking tot de lening op dat art. 4 van de overeenkomst van geldlening voor opeisbaarheid van de hoofdsom een ingebrekestelling voorschrijft, hetgeen niet is geschied. Singerspad is volgens [nieuwe eigenaar], na bemiddeling door de Rabobank, akkoord gegaan met de opschorting van de aflossingsverplichting tot op het moment dat [nieuwe eigenaar] hier financieel weer toe in staat was. Nimmer heeft Singerspad zich op het standpunt gesteld dat [nieuwe eigenaar] haar aflossingen weer diende te hervatten.

4.16. Met betrekking tot de loonvordering stelt [nieuwe eigenaar] zich op het standpunt dat Singerspad is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de gesloten overeenkomst. De aangestelde interim-manager [vorige eigenaar] gaf onvoldoende advies en ondersteuning, was ongeïnteresseerd en maakte vele fouten, terwijl het juist voor [nieuwe eigenaar], gelet op het nog ontbreken van voldoende eigen ervaring, van groot belang was dat de interim-manager eventuele problemen tijdig zou signaleren en rapporteren.

[Nieuwe eigenaar] heeft dan ook sinds 11 mei 2001 herhaaldelijk gevraagd om een andere interim-manager en toen Singerpad daartoe niet bereid bleek, was [nieuwe eigenaar] niet langer gehouden de declaraties van Singerspad te voldoen.

4.17. [Nieuwe eigenaar] erkent een onverschuldigde betaling van [vorige eigenaar] te hebben ontvangen. Zij beroept zich op verrekening.

4.18. Ten slotte voert [nieuwe eigenaar] verweer tegen de mede gevorderde buitengerechtelijke kosten.

5. Beoordeling

In conventie:

5.1. Kern van de zaak is blijkens de stellingen in de dagvaarding de afkeuring, begin juni 2001, door keurmeester Zweed van de Bloemenveiling Aalsmeer, van 50.000 in de kas van [nieuwe eigenaar] voor aflevering gereed staande planten wegens niet-marktwaardigheid. Zweed heeft zijn bevindingen neergelegd in een zich bij stukken bevindende brief van 6 juni 2001. Daarin wordt gewag gemaakt van een door [nieuwe eigenaar] gesignaleerd schade als gevolg van een bemestingsfout.

5.2. Ter comparitie is door [nieuwe eigenaar] op dit punt naar voren gebracht dat zij zelf de keurmeester hebben gevraagd te komen omdat er zichtbaar iets misging. In de kas waren op dat moment in totaal 200.000 planten aanwezig, waaronder de bewuste 50.000 planten. Gelet op de door Zweed beschreven schadekenmerken aan de afgekeurde planten en op de door partijen aangegeven teeltcyclus gaat het hierbij kennelijk om 50.000 planten die zich in dezelfde teeltfase bevonden. Volgens partijen is de teelt van phalaenopsis te onderscheiden in drie achtereenvolgende fasen, te weten de opkweek, de koeling en de afkweek. Omdat de koeling 5 á 6 weken duurt en de afkweek 14 á 18 weken is de conclusie gewettigd dat deze partij planten zich ten tijde van de overdracht nog in de opkweek bevond.

Volgens [nieuwe eigenaar] is de aan de planten gesignaleerde groeistoornis het gevolg van een bemestingsfout als gevolg van de vóór en na de overdracht niet correct werkende, van Singerspad gehuurde, voedingsunit

5.3. In verband met de technische complexiteit van deze materie en de gelukkige omstandigheid dat [nieuwe eigenaar] de oude unit (volgens zijn daartoe strekkend bewijsaanbod bij repliek onder 32) ten behoeve van een deskundigenonderzoek zou hebben bewaard, is ter comparitie in overleg met partijen tot een dergelijk onderzoek besloten.

De vraagstelling aan de deskundige is neergelegd in het tussenvonnis d.d. 5 april 2004, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

5.4. De deskundige heeft op 18 januari 2005 haar rapport uitgebracht.

De conclusie van de deskundige luidt dat het niet mogelijk is om vast te stellen in welke staat de EC-meters van de voedingsunit en de EX-handmeter zich ten tijde van de overdracht bevonden. Daarbij wordt opgemerkt dat de door de deskundige geassumeerde leverancier Priva aangeeft dat de oude meetbuis niet kan worden beproefd omdat de originele temperatuurvoeler of sensor ontbreekt.

5.5. Verder tekent de deskundige bij haar conclusie aan dat is gebleken dat in mei 2000 de EC-regeling van de voedingsunit is gecontroleerd, waarbij de EC-buizen opnieuw zijn geijkt, en in december 2000 bij de voedingsunit nog een pH-elektrode is vervangen, waaruit kan worden afgeleid dat onderhoud is gepleegd op tijdstippen dat de gebruiker zich met een storing geconfronteerd zag.

5.6. Een en ander brengt de kantonrechter tot de conclusie dat het oorzakelijk verband tussen de begin juni 2001 geconstateerde groeistoornissen en het mogelijk niet goed functioneren van de voedingsunit niet is komen vast te staan.

5.7. Ook overigens acht de kantonrechter weinig aannemelijk dat de begin juni 2001 geconstateerde groeistoornis gevolg is van een teeltfout van [vorige eigenaar] voorafgaand aan de overdracht. De kwekerij werd regelmatig bezocht door Van Os Research, die daarover aan [vorige eigenaar] rapporteerde.

5.8. De overgelegde rapporten d.d. 11 december 2000 en 22 januari 2001 vermelden dat het gewas in de opkweek er goed uit ziet. Enkele daarbij gegeven teeltadviezen doen daaraan niet af, te meer omdat deze bezoeken zeer kort vóór en het andere na de overdracht plaatsvonden.

Daartegenover staat dat een (bij repliek overgelegd) rapport van Van Os Research betreffende een consult d.d. 2 maart 2001, vermeldt dat er in de koeling en met name in de afkweek (en dat zijn de fasen waarin de onderhavige partij zich toen bevond) sprake was van wortelafsterving door een door de rapporteur veronderstelde onregelmatige watergift. Daarbij wordt opgemerkt de problemen (waarvan klaarblijkelijk toen sprake was) niet op de vorige eigenaar af te schuiven en deze zelf op te lossen, in welk verband enkele adviezen worden gegeven.

5.9. Voorts is de kantonrechter van oordeel dat, voor zover al een verband tussen de schade en de verantwoordelijkheid van [vorige eigenaar] mocht worden verondersteld, aan haar aansprakelijkheid in de weg staat dat uit een door [nieuwe eigenaar] zelf aangedragen stuk (de brief van Zweed d.d. 6 juni 2001) blijkt dat [nieuwe eigenaar] in ieder geval op 1 juni 2001 met de schade bekend was en onweersproken is gebleven dat [vorige eigenaar] pas op 14 augustus 2001 (toen het plantgoed reeds niet meer aanwezig was) van de schade op de hoogte is gebracht, zodat [nieuwe eigenaar] met betrekking tot de koopovereenkomst en de door haar gestelde non-conformiteit heeft gehandeld in strijd met haar onder de noemer "aansprakelijkheid en vrijwaring" onder 3 neergelegde verplichting om een vermeende inbreuk op de garantie terstond na de ontdekking aan de verkoper te melden en deze de gelegenheid te geven zich van de juistheid van de inbreuk te overtuigen.

5.10. Bovendien kan uit de door partijen overgelegde stukken geen andere conclusie worden getrokken dan dat [nieuwe eigenaar], in ieder geval wat deze partij betreft, als beoogd opvolger met de kwaliteit daarvan ten tijde van de overdracht bekend was, zodat, gelet op de bepalingen van de koopovereenkomst, ook deze omstandigheid aan de garantieclaim van [nieuwe eigenaar] in de weg staat. Illustratief is in dit verband dat het eerdergenoemde rapport van Van Os Research d.d. 11 december 2000 aan beide partijen is gericht.

5.11. Voor zover [nieuwe eigenaar] aan haar vordering tot schadevergoeding ten grondslag legt dat (ook) schade is ontstaan door toerekenbaar tekortschieten van Singerspad in de nakoming van de interim-management overeenkomst overweegt de kantonrechter dat uit de stellingen van partijen en de overgelegde stukken blijkt dat [nieuwe eigenaar] (vrijwel) altijd op de kwekerij aanwezig was (repliek onder 24), zich als eindverantwoordelijk beschouwde (repliek onder 36) en [vorige eigenaar] in ondergeschiktheid functioneerde. Ook de overgelegde dagboekaantekeningen laten daarover geen twijfel bestaan. Het enige concreet genoemde punt is de wolluis welke door de interim-manager over het hoofd zou zijn gezien. Nog afgezien van de verantwoordelijkheid daarvoor van Singerspad als uitlener, is de (mogelijk) door dit voorval veroorzaakte schade onvoldoende onderbouwd.

5.12. De slotsom van de kantonrechter is dat, voor zover 50.000 planten ten tijde van de overdracht niet aan de daaraan te stellen eisen zouden hebben voldaan, hetgeen geenszins aannemelijk is geworden, de niet tijdige reclame en het daarmee onthouden van mogelijkheden tot het leveren van tegenbewijs, aan toewijzing van de vordering in de weg staat.

5.13. Gelet hierop ziet de kantonrechter onvoldoende grond om [nieuwe eigenaar] nog toe te laten tot de door haar bij conclusie na deskundigenbericht aangeboden bewijslevering.

5.14. De vordering van [nieuwe eigenaar] zal worden afgewezen, met veroordeling van [nieuwe eigenaar] in de proceskosten, waaronder begrepen die van het deskundigenbericht.

In reconventie:

5.15. Met betrekking tot de vordering sub 1 van Singerspad (aflossing ineens van de lening, dan wel nakoming van de aflossingsverplichtingen) overweegt de kantonrechter als volgt:

Vaststaat dat [nieuwe eigenaar] sinds juni 2002 is gestopt met betaling van de maandelijkse aflossing.

De overeenkomst is neergelegd in een notariële akte. Op het punt van opeisbaarheid is bepaald dat de hoofdsom direct opeisbaar is bij niet nakoming door de schuldenaar van enige verplichting uit de overeenkomst, indien niet binnen 8 dagen na ingebrekestelling alsnog is nagekomen. Volgens [nieuwe eigenaar] heeft een dergelijke ingebrekestelling niet plaatsgevonden en stemde Singerspad in met opschorting van de aflossingen. Singerspad heeft op haar beurt geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat op het moment van het instellen van de vordering, ter rolle van 14 november 2002, een dergelijke ingebrekestelling reeds had plaatsgevonden, dan wel dat zij aan [nieuwe eigenaar] kenbaar had gemaakt dat zij met opschorting van de aflossingen van de achtergestelde lening niet langer accoord ging.

Singerspad dient in haar vordering dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard.

5.16. Met betrekking tot de vordering van Singerspad tot nakoming van de interim-management overeenkomst wordt als volgt overwogen.

5.17. Vooropgesteld dient hier te worden dat deze overeenkomst niet los kan worden gezien van de andere drie overeenkomsten, waarin de materieel bij de bedrijfsovername betrokken partijen hun intenties hebben belichaamd. De bedoeling was kennelijk dat [vorige eigenaar] nog enige tijd bij de kwekerij betrokken kon blijven, waarbij een wederzijds belang werd gediend. De omstandigheid dat daarbij om zakelijke redenen voor de onderhavige constructie werd gekozen is daaraan niet vreemd en logisch is in dat verband dat Singerspad contractueel niet kan worden verplicht om een ander dan [vorige eigenaar] ter beschikking te stellen.

5.18. In aanmerking nemende hetgeen daarover reeds in conventie is overwogen, vindt de kantonrechter in het over en weer door partijen gestelde onvoldoende aanknopingspunten dat [vorige eigenaar] in de uitvoering van zijn taken zodanig is tekortgeschoten dat dit een toerekenbare tekortkoming zijdens Singerspad oplevert.

5.19. Duidelijk is dat de verhoudingen tussen partijen verstoord zijn geraakt. De kantonrechter kan zich niet aan de indruk onttrekken dat daarbij een belangrijke rol heeft dat [nieuwe eigenaar] haar eigen plan trok. De omstandigheid dat [nieuwe eigenaar] heeft gemeend niet langer van de diensten van de persoon [vorige eigenaar] gebruik willen maken ontheft haar echter niet van de verplichting om haar verbintenissen uit de overeenkomst na te komen, nu niet is gebleken dat Singerspad daartoe niet langer bereid was. [nieuwe eigenaar] heeft kennelijk geen aanleiding gezien om deze overeenkomst op grond van een verandering van de omstandigheden te ontbinden, zodat zij haar verplichting zal dienen na te komen.

De vordering van Singerspad zal dan ook te worden toegewezen, te vermeerderen met de mede gevorderde rente.

5.20. Met betrekking tot de vordering sub 3 geldt dat deze door [nieuwe eigenaar] wordt erkend en, nu van verrekening geen sprake kan zijn, zal worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde rente.

5.21. Met betrekking tot de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten verwijzen Singerspad en [vorige eigenaar] naar de als produktie 8 bij antwoord in conventie overgelegde stukken en de correspondentie met de Rabobank alsmede de urenverantwoording van hun gemachtigde. De kantonrechter is van oordeel dat deze stukken de vordering onvoldoende rechtvaardigen. De correspondentie met de Rabobank betreft het niet toegewezen gedeelte van de vordering en de overige stukken betreffen declaraties van Singerspad. De urenstaat van de gemachtigde biedt op zichzelf aan de vordering onvoldoende grondslag.

5.22. Nu de vorderingen in reconventie slechts ten dele toewijsbaar blijken te zijn zullen de proceskosten worden gecompenseerd in dier voege dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.

6. De beslissing

De kantonrechter:

In conventie

6.1. Wijst de vordering af.

6.2. Veroordeelt [nieuwe eigenaar] hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, die tot heden voor Singersma en [vorige eigenaar] worden vastgesteld op een bedrag van ? 9.341,33 [inclusief BTW indien en voor zover door Singerspad en [vorige eigenaar] verschuldigd], waaronder begrepen een bedrag van € 2.537,50 voor salaris van de gemachtigde van Singerpad en [vorige eigenaar] (waarover [nieuwe eigenaar] geen BTW verschuldigd is), en € 6.803,83 voor kosten van het deskundigenbericht.

In reconventie

6.3. Veroordeelt [nieuwe eigenaar] om aan Singerspad en [vorige eigenaar] tegen kwijting te betalen de somma van € 72.857,24 wegens achterstallig loon, alsmede de nog te vervallen termijnen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 november 2002 tot aan de dag der algehele voldoening.

6.4. Veroordeelt [nieuwe eigenaar] voorts om aan Singerpad en [vorige eigenaar] tegen kwijting te betalen de somma van € 6.297,67 wegens onverschuldigde betaling, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 november 2002 tot aan de dag der algehele voldoening.

6.5. Verklaart Singerspad en [vorige eigenaar] niet ontvankelijk in hun vordering sub 1.

6.6. Compenseert de kosten van het geding in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

In conventie en in reconventie

6.7. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

6.8. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. van de Sande, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2005.

De griffier

De kantonrechter

Rolnummer: 151658 CV EXPL 03-3245

Uitspraakdatum: 6 juni 2005