Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2005:AT8020

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
22-06-2005
Datum publicatie
22-06-2005
Zaaknummer
14/010573-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van poging om een ander door misleiding en door het verschaffen van gelegenheid en inlichtingen te bewegen zware mishandeling met voorbedachten rade te begaan, meermalen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer : 14/010573-03

Datum uitspraak : 22 juni 2005

TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres en woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 maart 2004 en 8 juni 2005.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, te weten dat de rechtbank het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde, 2. subsidiair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze niet van zodanig eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop heeft hij gevorderd de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. Subsidiair heeft hij zich op het standpunt gesteld dat de vordering zou kunnen worden toegewezen tot een bedrag van € 1.727,75 met oplegging van de maatregel schadevergoeding (6 dagen).

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1] is de officier van justitie van mening dat deze onvoldoende is onderbouwd zodat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van hetgeen door de verdachte en mr. C.H. Pentinga, raadsvrouw van de verdachte, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 14 december 2003 tot en met 15 december

2003 te Julianadorp, in de gemeente Den Helder, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van

het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, te

zamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet

en na kalm beraad en rustig overleg, het volgende heeft gedaan:

verdachte en/of zijn mededader(s) heeft/hebben

- gezocht naar voornoemde [slachtoffer] (in een café/bar 'het Karrewiel') en/of

- zich naar de woning van die [slachtoffer] (aan het [adres slachtoffer]) begeven en/of (aldaar)

- aangebeld bij de woning van die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] aangesproken op (zijn rol in) de zogenaamde Bananenbootaffaire

(poging verkrachting door o.a.voornoemde [slachtoffer] van [naam stiefbroer slachtoffer], de stiefbroer

van verdachte [naam verdachte]),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] in of omstreeks de

periode van 14 december 2003 tot en met 15 december 2003 in de gemeente Den

Helder ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om te zamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met

voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, althans zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig

overleg, het volgende heeft/hebben gedaan:

[mededader 1] en/of zijn mededader(s) heeft/hebben

- gezocht naar voornoemde [slachtoffer] (in een café/bar 'het Karrewiel') en/of

- zich naar de woning van die [slachtoffer] (aan het [adres slachtoffer]) begeven en/of (aldaar)

- aangebeld bij de woning van die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] aangesproken (op (zijn rol in) de zogenaamde Bananenbootaffaire,

(poging verkrachting door o.a.voornoemde [slachtoffer] van [naam stiefbroer slachtoffer], de stiefbroer

van verdachte [naam verdachte]))

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welk bovenomschreven strafbaar feit verdachte in of omstreeks de periode van

12 december 2003 tot en met 14 december 2003 in de arrondissementen Groningen,

Leeuwarden en/of Alkmaar, te zamen en in vereniging met een ander, althans

alleen, door misbruik van gezag en/of misleiding en/of door het verschaffen

van gelegenheid en/of inlichtingen opzettelijk heeft uitgelokt,

immers heeft/hebben verdachten en/of diens mededader ([medeverdachte])

- die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] benaderd om die [slachtoffer] van het

leven te beroven, althans (zwaar) te mishandelen en/of

- (daartoe) die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] deelgenoot gemaakt

van de voornoemde Bananenbootaffaire - evenwel zonder daarbij te vermelden dat

die [slachtoffer] voor zijn aandeel in die affaire door de strafrechter was veroordeeld-

en/of

- die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] duidelijk te kennen gegeven

dat die [slachtoffer] afgemaakt moest worden, althans een lesje moest worden geleerd,

althans fysiek moest worden aangepakt en/of

- die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] informatie gegeven over waar

zij die [slachtoffer] konden vinden en/of

- die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] meegenomen en/of vervoerd in

de auto naar het woonadres van die [slachtoffer] en/of

- met die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] (onderweg) overleg

gevoerd en/of afspraken gemaakt over de wijze waarop die [slachtoffer] aangepakt moest

worden en/of

- die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] de woning aangewezen waar die

[slachtoffer] woonde;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 12 december 2003 tot en met 15 december

2003 in de arrondissementen Groningen, Leeuwarden en/of Alkmaar en of in de

gemeente Den Helder, ter uitvoering van het hem voorgenomen misdrijf om, te

zamen en in vereniging met een ander, [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of

[mededader 3] door misbruik van gezag en/of misleiding en/of door het

verschaffen van gelegenheid en/of inlichtingen te bewegen om een misdrijf te

begaan, te weten om opzettelijk en met voorbedachten rade, na kalm beraad en

rustig overleg [slachtoffer] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk

letsel toe te brengen, althans te mishandelen,

te zamen en in vereniging met een mededader, althans alleen, het volgende

heeft gedaan:

verdachte en of diens mededer heeft/hebben

- die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] benaderd om die [slachtoffer] van het

leven te beroven, althans (zwaar) te mishandelen en/of

- (daartoe) die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] deelgenoot gemaakt

van de zogenaamde Bananenbootaffaire (poging verkrachting door o.a.voornoemde

[slachtoffer] van [naam stiefbroer slachtoffer], de stiefbroer van verdachte [naam verdachte]) - evenwel zonder

daarbij te vermelden dat die [slachtoffer] voor zijn aandeel in die affaire door de

strafrechter was veroordeeld- en/of

- die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] duidelijk te kennen gegeven

dat die [slachtoffer] afgemaakt moest worden, althans een lesje moest worden geleerd,

althans fysiek moest worden aangepakt en/of

- die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] informatie gegeven over waar

zij die [slachtoffer] konden vinden en/of

- die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] meegenomen en/of vervoerd in

de auto naar het woonadres van die [slachtoffer] en/of

- met die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] (onderweg) overleg

gevoerd en/of afspraken gemaakt over de wijze waarop die [slachtoffer] aangepakt moest

worden en/of

- die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] de woning aangewezen waar die

[slachtoffer] woonde,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 14 december 2003 in de gemeente Den Helder, met een ander

of anderen, op of aan de openbare weg, Louisehof, in elk geval op of aan een

openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon,

[betrokkene 1] geheten, welk geweld bestond uit het beetpakken van en/of trekken

aan (de trui van) die [betrokkene 1] en/of het duwen van een voordeur tegen die [betrokkene 1] aan;

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] op of omstreeks 14

december 2003 te Den Helder met elkaar, op of aan de openbare weg, Louisehof,

in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld

heeft/hebben gepleegd tegen een persoon [betrokkene 1], welk geweld bestond uit

het beetpakken van en/of trekken aan (de trui van) die [betrokkene 1] en/of het

duwen van een deur tegen die [betrokkene 1] aan,

welk bovenomschreven strafbare feit verdachte op of omstreeks 14 december

2003 te Den Helder te zamen en in vereniging met een ander door misbruik van

gezag en/of misleiding en/of het verschaffen van gelegenheid en/of

inlichtingen opzettelijk heeft uitgelokt,

immers heeft/hebben verdachten en/of diens mededader

- die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] deelgenoot gemaakt van het

feit dat ene [betrokkene] (op gewelddadige wijze) een rekening had

vereffend met de vader van verdachte en/of

- die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] aangegeven dat die [betrokkene] daarom op zijn beurt aangepakt moest worden en/of

- die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] informatie gegeven over waar

zij die [betrokkene] konden vinden en/of

- die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] meegenomen naar het adres van

die [betrokkene] en/of

- die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] de woning aangewezen waar die

[betrokkene] zou wonen of verblijven;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

[mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] op of omstreeks 14

december 2003 te Den Helder met elkaar, op of aan de openbare weg, Louisehof,

in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld

heeft/hebben gepleegd tegen een persoon [betrokkene 1], welk geweld bestond uit

het beetpakken van en/of trekken aan (de trui van) die [betrokkene 1] en/of het

duwen van een deur tegen die [betrokkene 1] aan,

tot het plegen van bovenomschreven strafbare feit verdachte op of omstreeks 14

december 2003 te Den Helder opzettelijk gelegenheid en/of inlichtingen heeft

verschaft,

immers heeft verdachte

- die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] meegenomen naar het adres van

die [betrokkene] en/of

- die [mededader 1] en/of [mededader 2] en/of [mededader 3] de woning aangewezen waar die

[betrokkene] zou wonen of verblijven;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2. primair, subsidiair en meer subsidiair is ten laste gelegd.

Ten aanzien van het primair tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat verdachte geen enkele handeling heeft verricht die is gericht op een openlijke geweldpleging tegen [betrokkene 1]. Verdachte heeft alleen de woning van [betrokkene] aangewezen en is vervolgens weggelopen.

Evenmin is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een rol kan worden toegedicht ten aanzien van het subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde. Niet gezegd kan worden dat de inlichtingen die verdachte en zijn mededader [medeverdachte] aan hun mededaders hebben verstrekt omtrent [betrokkene] er op waren gericht om [betrokkene 1] iets aan te doen.

De verdachte moet daarom van het onder 2. primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde worden vrijgesproken.

3. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

1. meer subsidiair:

hij in de periode van 12 december 2003 tot en met 15 december 2003 in de arrondissementen Groningen, Leeuwarden en Alkmaar, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een ander (te weten [medeverdachte]), [mededader 1] en [mededader 2] en [mededader 3] door misleiding en door het verschaffen van gelegenheid en inlichtingen te bewegen om een misdrijf te begaan, te weten om opzettelijk en met voorbedachte rade, na kalm beraad en rustig overleg [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in vereniging met een mededader (te weten [medeverdachte]), het volgende heeft gedaan:

verdachte en/of diens mededader heeft/hebben

- die [mededader 1] en [mededader 2] en [mededader 3] benaderd om die [slachtoffer] zwaar te mishandelen en

- daartoe die [mededader 1] en [mededader 2] en [mededader 3] deelgenoot gemaakt van de zogenaamde Bananenbootaffaire (poging verkrachting door o.a. voornoemde [slachtoffer] van [naam stiefbroer slachtoffer], de zoon van verdachte) - evenwel zonder daarbij te vermelden dat die [slachtoffer] voor zijn aandeel in die affaire door de strafrechter was veroordeeld- en

- die [mededader 1] en [mededader 2] en [mededader 3] duidelijk te kennen gegeven dat die [slachtoffer] fysiek moest worden aangepakt en

- die [mededader 1] en [mededader 2] en [mededader 3] informatie gegeven over waar zij die [slachtoffer] konden vinden in café/bar het Karrewiel en

- die [mededader 1] en [mededader 2] en [mededader 3] het adres van de woning doorgegeven waar die [slachtoffer] woonde en

- die [mededader 1] en [mededader 2] en [mededader 3] meegenomen en vervoerd in

de auto naar het woonadres van die [slachtoffer] en

- met die [mededader 1] en [mededader 2] en [mededader 3] onderweg overleg gevoerd en afspraken gemaakt over de wijze waarop die [slachtoffer] aangepakt moest worden en

- die [mededader 1] en [mededader 2] en [mededader 3] de woning aangewezen waar die [slachtoffer] woonde

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

5. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

onder 1 meer subsidiair:

medeplegen van poging om een ander door misleiding en door het verschaffen van gelegenheid en inlichtingen te bewegen zware mishandeling met voorbedachten rade te begaan, meermalen gepleegd.

6. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

In opdracht van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in rechtbank Alkmaar, heeft mr. drs. R.A. Sterk, klinisch-psycholoog/psychotharepeut, omtrent verdachte een pro justitia rapportage, gedateerd 13 januari 2005 uitge-bracht.

Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte wordt in deze rapportage het volgende geconcludeerd, zakelijk weergegeven:

Er is bij betrokkene weliswaar sprake van milde persoonlijkheidsproblematiek (vermijdende en afhankelijke trekken), maar dit gaat niet zover dat er sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Er is ook geen ziekelijke stoornis van de geestvermogens geconstateerd.

Er is geen oorzakelijk, verband tussen die psychische stoornis en het gepleegde feit, indien bewezen, daarbij in aanmerking genomen de eventuele en relevant te achten externe omstandigheden en/of bijkomende lichamelijke ziekten. Betrokkene moet in staat worden geacht om de strafbaarheid van zijn handelen ten tijde van het tenlastegelegde in te kunnen zien. Hij moet ook in staat worden geacht om dienovereenkomstig dit inzicht, ondanks zijn milde psychische problematiek, overeenkomstig dit inzicht zijn wil in vrijheid te kunnen bepalen. De rechtbank wordt geadviseerd om betrokkene ten aanzien van het tenlastegelegde -indien bewezen - volledig toerekeningsvatbaar te achten.

De rechtbank verenigt zich met deze conclusie en maakt die tot de hare. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus straf-baar.

7. MOTIVERING VAN DE STRAFFEN

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft samen met zijn stiefmoeder [medeverdachte], geprobeerd een drietal mannen een misdrijf te laten plegen, te weten het zwaar lichamelijk letsel toe brengen aan [slachtoffer]. Verdachte en [medeverdachte] hebben daartoe onder meer aan deze mannen verteld dat die [slachtoffer] betrokken was bij een vervelende gebeurtenis uit het recente verleden (de zogenoemde bananenboot-affaire) waarbij de zoon van [medeverdachte] slachtoffer was geweest en genoemde [slachtoffer] als één van de verdachten werd aangemerkt. Aan de mannen werd door verdachte en [medeverdachte] echter niet verteld dat die [slachtoffer] voor zijn aandeel in genoemde affaire reeds was veroordeeld door de strafrechter. Verdachte en [medeverdachte] wisten de drie mannen er van te overtuigen dat die [slachtoffer] fysiek ‘aangepakt’ moest worden.

Vervolgens heeft verdachte de drie mannen naar de woning van die [slachtoffer] gebracht. Onderweg stelde [medeverdachte] verdachte telefonisch op de hoogte van het preciese adres van die [slachtoffer]. Aangekomen bij het adres van die [slachtoffer], heeft verdachte de woning van [slachtoffer] aan de drie mannen aangewezen en is het drietal naar de voordeur gelopen met de bedoeling die [slachtoffer] aan te spreken op genoemde affaire. Toen de persoon in kwestie, de deur opendeed, hier niet van gediend bleek te zijn en de voordeur van zijn huis weer dicht wilde doen, is het tot geweldpleging tegen die deur gekomen, waarbij een ruit is gesneuveld. Dat het vervolgens niet tot geweldpleging tegen de bewoner van het woonhuis is gekomen, is geenszins de verdienste van verdachte of de andere drie medeverdachten, maar is veeleer te danken aan het kordate optreden van de bewoner en het feit dat buren op het ontstane tumult afkwamen.

Dit is een ernstig feit. Burgers moeten zich bij uitstek in hun eigen woning veilig kunnen voelen. Dit basale veiligheidsgevoel is door het optreden van verdachte en haar medeverdachten ernstig aangetast. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke incidenten vaak nog lange tijd de negatieve psychische gevolgen daarvan met zich meedragen. Bovendien worden gevoelens van onveiligheid, die toch al in brede kring in de maatschappij leven, door dit soort feiten verder aangewakkerd.

De rechtbank rekent het verdachte met name aan dat hij zich heeft laten leiden door de wraakgevoelens van zijn stiefmoeder en is ingegaan op haar wens eigen rechter te spelen en vervolgens heeft geprobeerd uitvoering te geven aan haar wens [slachtoffer] fysiek ‘aan te pakken’

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 16 december 2003, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder terzake van enig strafbaar feit tot straf is veroordeeld.

- het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport, gedateerd 5 maart 2004, afkomstig van de heer C. Poel, als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland.

- het advies betreffende een eventuele strafoplegging ten aanzien van verdachte, zoals weergegeven in de reeds hierboven genoemde pro justitia rapportage.

mr. drs. R.A. Sterk concludeert hieromtrent dat hij – gelet op het feit dat betrokkene als volledig toerekeningsvatbaar kan worden beschouwd – geen uitspraak kan doen over de kans op recidive en evenmin een advies kan geven over bejegening en behandeling van betrokkene. Wel wordt benadrukt dat het relevant lijkt dat de verdere persoonlijkheidsontwikkeling van betrokkene is gebaat bij het voortzetten van zijn werk bij de Landmacht.

De rechtbank stelt vast dat Reclassering Nederland geen nadere rapportage heeft opgemaakt. De verdachte heeft ter zitting te kennen gegeven geen contact meer te hebben gehad met de reclassering. Verdachte heeft voorts ter zitting omtrent zijn persoonlijke omstandigheden opgemerkt dat hij sinds februari 2005 arbeidsongeschikt is, omdat hij last heeft van zijn rug en sindsdien niet meer actief werkzaam is voor de landmacht. Inmiddels is hij onder begeleiding bezig andersoortig werk met een bijbehorende opleiding te zoeken. Verdachte is bereid tot het verrichten van een taakstraf, doch niet alle gelet op zijn fysieke toestand.

Gelet op vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf dient te worden opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat tevens een voorwaardelijke vrijheidsstraf behoort te worden opgelegd, als een ernstige waarschuwing aan het adres van verdachte, teneinde verdachte in de toekomst er van te weerhouden soortgelijke delicten te plegen.

Tenslotte merkt de rechtbank op dat zij anders dan de officier van justitie van oordeel is dat in vergelijking tot medeverdachte [medeverdachte] de rol van verdachte in het geheel zoals hierboven omschreven, kleiner is geweest dan die van [medeverdachte], hetgeen in de hoogte van de straflegging tot uitdrukking wordt gebracht.

8. BENADEELDE PARTIJEN

8.1 De benadeelde partij [slachtoffer], wonende [adres en woonplaats slachtoffer], vertegenwoordigd door mr. H. Teunisse, advocaat te Den Helder, heeft vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 5.847,65 wegens materiële schade en € 750,- wegens immateriële schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Daarnaast is een vergoeding voor kosten van rechtsbij stand gevorderd ten bedrage van

€ 500,-.

Mr. Teunisse heeft de vordering ter terechtzitting mondeling toegelicht.

Met de betrekking tot de door de benadeelde partij voor de post “auto” gevorderde schade is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat deze schade het rechtstreeks gevolg is geweest van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1. meer subsidiair bewezen verklaarde feit. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet ontvankelijk is.

Naar het oordeel van de rechtbank kan de onder de post “deur” gevorderde schadevergoeding, te weten € 208,25 inclusief BTW, worden toegewezen als verzocht.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich in zoverre leent voor behandeling in deze strafzaak.

Met betrekking tot de door de benadeelde partij voor de post “inkomstenderving” gevorderde schade is de rechtbank van oordeel, dat thans alleen de kosten die betrekking hebben op week 51 van het jaar 2003, te weten een bruto bedrag van € 1.519,50, voor vergoeding in aanmerking komen. Met betrekking tot het overige deel van deze post is de rechtbank van oordeel dat dit niet van zodanig eenvoudige aard is dat dit zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet ontvankelijk is.

Wat betreft de door de benadeelde partij gevorderde vergoeding voor immateriële schade is de rechtbank van oordeel, dat dit deel van de vordering niet van zodanig eenvoudige aard is dat dit zich leent voor behandeling in dit strafgeding, zodat de benadeelde partij ook in dit deel van de vordering niet ontvankelijk verklaard dient te worden.

Nu aldus is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1. meer subsidiair bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte - ook al zijn andere daders daarbij betrokken -rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.727,75, kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken. De rechtbank begroot de tot op heden gemaakte kosten op € 500,-.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voorzover het toewijsbare reeds door de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

8.2 De benadeelde partij [betrokkene 1], wonende te [adres en woonplaats betrokkene 1], heeft vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van enig geldbedrag wegens immateriële schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 primair, subsidiair en meer subsidiair is tenlastegelegd, kan de benadeelde partij niet in de vordering, die betrekking heeft op dat tenlastegelegde feit, worden ontvangen.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering.

9. SCHADEVERGOEDING ALS MAATREGEL

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer [slachtoffer] voornoemd naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1. meer subsidiair bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht aan de benadeelde.

De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van het verschuldigde bedrag, heft de opgelegde verplichting niet op.

9. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 46a, 47, 57 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

10. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1. primair, subsidiair en het onder 2. primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1. meer subsidiair ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

? Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een taakstraf voor de duur van 100 (HONDERD) UREN.

Beveelt voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht dat in plaats van de taakstraf vervangende hechtenis wordt toegepast, welke vervangende hechtenis wordt vastgesteld op 50 (VIJFTIG) DAGEN.

Bepaalt, dat deze taakstraf bestaat uit een werkstraf.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht, volgens de maatstaf van 1 dag hechtenis is gelijk aan 2 uren werkstraf, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

? Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 6 (ZES) MAANDEN.

Beveelt dat deze straf, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

? Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], wonende [adres en woonplaats slachtoffer], vertegenwoordigd door mr. H. Teunisse, advocaat te Den Helder tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 1.727,75 (één duizend zevenhonderd zevenentwintig euro en vijfenzeventig eurocent) als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken. De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op € 500,-.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voorzover de verschuldigde bedragen reeds door de mededaders zijn voldaan.

Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

? Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] voornoemd te betalen een som geld ten bedrage van € 1.727,75 (één duizend zevenhonderd zevenentwintig euro en vijfenzeventig eurocent), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 6 (zes) dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voorzover de verschuldigde bedragen reeds door de mededaders zijn voldaan.

? Verklaart de benadeelde partij [betrokkene 1], wonende te [adres en woonplaats betrokkene] niet-ontvankelijk in de vordering.

? Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. F.J. Lourens, voorzitter,

mr. J. Westdorp en mr. M. Lolkema, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A. de Graag, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 juni 2005.

Zijnde mr. J. Westdorp en mr. M. Lolkema buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.