Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2005:AT5807

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
19-05-2005
Datum publicatie
19-05-2005
Zaaknummer
157/2005
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiseres vordert een verbod tegen gedaagde om te handelen in strijd met het concurrentiebeding. Het verbod wordt toegewezen, omdat voldoende is komen vast te staan dat gedaagde betrokken is bij het nieuwe paracentrum op een wijze die moet worden aangemerkt als strijdig met het concurrentiebeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

KG nummer: 157/2005

datum: 19 mei 2005

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PARACENTRUM TEXEL B.V.,

statutair gevestigd en kantoor houdende te De Cocksdorp, gemeente Texel,

EISERES IN KORT GEDING,

procureur mr. C.H.P. de Boer,

advocaat mr. F.R. Duijn te Zaandam,

tegen:

[gedaagde],

wonende te De Cocksdorp, gemeente Texel,

GEDAAGDE IN KORT GEDING.

Partijen zullen verder worden genoemd "Paracentrum Texel" respectievelijk "[gedaagde]".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Ter terechtzitting van 10 mei 2005 heeft Paracentrum Texel gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

[gedaagde] heeft de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van Paracentrum Texel de originele dagvaarding en van beide zijden pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 Paracentrum Texel exploiteert sedert 1977 op Texel een aantal vliegtuigen ten behoeve van parachutespringen en rondvluchten. Tevens verricht zij allerlei parachutistenactiviteiten in de breedste zin van het woord.

2.2 In 1981 is [gedaagde] in dienst getreden bij Paracentrum Texel. Sinds 1992 oefent [gedaagde] daar de functie van manager uit.

2.3 De arbeidsovereenkomst gedateerd 29 november 1991 luidt, voor zover in de onderhavige zaak van belang, als volgt:

"(...)

13. Geheimhouding

Werknemer is tijdens de duur en na beëindiging van deze overeenkomst verplicht tot strikte geheimhouding ten opzichte van derden van alles wat hem omtrent de onderneming van werkgever, andere werknemers van werkgever, opdrachtgevers, leveranciers en verdere relaties bekend is geworden en waaromtrent hem geheimhouding is opgelegd of waarvan hij het vertrouwelijke karakter redelijkerwijs kan vermoeden.

14. Concurrentiebeding

Het is werknemer niet toegestaan zonder schriftelijke toestemming van werkgever gedurende 12 maanden na beëindiging van het dienstverband bij een onderneming in dienst te treden welke gelijke of gelijksoortige diensten aanbiedt in Nederland.

(...)"

2.4 Op 11 februari 2005 heeft [gedaagde] een e-mail gestuurd, onder meer aan de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL), met de volgende inhoud:

"Hello everyone,

after working for the Paracentrum Texel for the last 22 years I today resigned as DZ manager.

This past year the internal situation at the Paracentrum changed into a direction which I could not identify myself with.

Texel however is a unique location an together with [naam 1], [naam 2] and [naam 3], I decided to set-up another DZ on the same airport. Our aim is to offer a better product and to do all we can to soon be the only one on the block.

(...)"

2.5 Bij brief van 31 maart 2005 heeft [gedaagde] zijn arbeidsovereenkomst met Paracentrum Texel opgezegd, kennelijk tegen 1 mei 2005.

2.6 Eind april 2005 is er op Texel een tweede paracentrum geopend. Dit paracentrum bevindt zich net als Paracentrum Texel op vliegveld Texel.

2.7 Het tweede paracentrum wordt geëxploiteerd door [naam 2a] dan wel één van zijn vennootschappen. Een van de vennootschappen van [naam 2a] draagt de naam Skydive Blue Side Up B.V..

2.8 In verschillende krantenartikelen wordt [gedaagde] gepresenteerd als een van de mannen die het nieuwe paracentrum heeft opgericht.

2.9 Bij brief van 5 april 2005 heeft Paracentrum Texel [gedaagde] gesommeerd om binnen 7 dagen na dagtekening van die brief kenbaar te maken dat hij tot 1 mei 2006 geen concurrerende activiteiten zal ontplooien. [gedaagde] heeft op deze brief niet gereageerd.

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

1.1 Paracentrum Texel vordert, kort gezegd, een verbod tegen [gedaagde] om te handelen in strijd met het concurrentiebeding, meer in het bijzonder een verbod om bij het nieuwe bedrijf (holding) Blue Side Up B.V. in dienst te treden of op welke wijze dan ook voor dat bedrijf of enig ander gelijksoortig bedrijf diensten te verrichten in strijd met voormeld beding, op straffe van verbeurte van een dwangsom van Euro 2.500,- per dag dat [gedaagde] al dan niet gedeeltelijk nalatig blijft aan die veroordeling te voldoen, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

1.2 Paracentrum stelt zich op het standpunt dat [gedaagde] in strijd handelt met het tussen partijen vigerende concurrentiebeding. Immers, uit verschillende krantenartikelen blijkt dat [gedaagde] zich presenteert als de 'vierde man' bij het nieuwe paracentrum en uit de door [gedaagde] verzonden e-mail van 11 februari 2005 blijkt dat [gedaagde] reeds bij dat nieuwe bedrijf betrokken was op het moment dat hij nog in dienst was bij Paracentrum Texel, aldus laatstgenoemde. Paracentrum Texel betoogt verder dat zij niet op de hoogte was van de desbetreffende e-mail. Voorts wijst Paracentrum Texel erop dat [gedaagde] grote hoeveelheden goederen heeft besteld ten behoeve van het nieuwe paracentrum, waaruit blijkt dat hij bij het nieuwe centrum betrokken is. Daar komt bij, aldus Paracentrum Texel, dat uit andere e-mails blijkt dat [gedaagde] bij het nieuwe centrum precies dezelfde werkzaamheden verricht als dat hij bij Paracentrum Texel deed. Daarnaast legt Paracentrum Texel aan haar vorderingen ten grondslag dat het nieuwe paracentrum een directe concurrent van haar is, omdat het nieuwe centrum op hetzelfde vliegveld is gevestigd en zich bezighoudt met dezelfde activiteiten. Verder stelt Paracentrum Texel dat [gedaagde] nauw betrokken was bij de feitelijke opening van het nieuwe paracentrum.

1.3 [gedaagde] erkent dat hij door [naam 2a] is gevraagd om voor of met hem te komen werken maar voert aan dat dit bezien moet worden in het licht van het feit dat [naam 2a] Paracentrum Texel mogelijkerwijs zou overnemen. [gedaagde] betwist echter dat hij daadwerkelijk bij [naam 2a] of een van diens vennootschappen in dienst is getreden. [gedaagde] ontkent dat hij een rol vervult in het nieuwe paracentrum. De goederen die [gedaagde] besteld heeft, zijn eigendom van de Parachutisten-vereniging Blue Side Up, waarvan [gedaagde] voorzitter is. Die vereniging is opgericht bij akte van 27 april 2005, alles aldus [gedaagde]. Ten slotte bestrijdt [gedaagde] dat hij in strijd handelt met het concurrentiebeding en voert aan dat hij thans werkzaam is bij het luchthavenrestaurant op Texel. Bij de opening van het nieuwe paracentrum was hij slechts in de hoedanigheid van instructeur van de KNVvL aanwezig, aldus [gedaagde].

1.4 Partijen hebben hun wederzijdse standpunten nader uiteengezet, onder meer aan de hand van de overgelegde pleitnotities. Voor zover nodig voor de beslissing zal daarop hierna afzonderlijk en uitdrukkelijk worden ingegaan.

4. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

4.1 Aan de orde is de vraag of [gedaagde] in strijd handelt met het concurrentiebeding, zoals opgenomen in artikel 14 van de arbeidsovereenkomst. Deze vraag dient bevestigend te worden beantwoord en daartoe wordt het volgende overwogen.

4.2 Uit de door Paracentrum Texel overgelegde producties blijkt genoegzaam dat [gedaagde] betrokken is bij het nieuwe paracentrum van [naam 2a]. [gedaagde] heeft weliswaar betoogd dat hetgeen in de krantenartikelen is opgenomen niet juist is, maar dat standpunt komt niet aannemelijk voor. Indien de informatie in die artikelen onjuist zou zijn, dan had het voor de hand gelegen dat [gedaagde], gezien zijn dienstbetrekking bij Paracentrum Texel, de desbetreffende krant had benaderd met een verzoek tot rectificatie. Niet gebleken is dat [gedaagde] dat gedaan heeft. Verder komt het in het licht van het voormelde door [gedaagde] ingenomen standpunt onwaarschijnlijk voor dat [naam 2a] zelf op internet een tekst publiceert waarin hij schrijft over "het bekend maken van Herman als de vierde ring".

4.3 Daar komt nog bij dat [gedaagde] zelf in een e-mail van 11 februari 2005 en daarmee ruimschoots voordat hij zijn arbeidsovereenkomst met Paracentrum Texel opzegt, vermeldt dat hij met een aantal anderen een nieuwe dropzone op Texel start. Van belang hierbij is dat Paracentrum Texel onweersproken gesteld heeft dat zij niet op de hoogte was van de e-mail van [gedaagde] en dat die e-mail onder meer naar de KNVvL heeft verzonden. Uit dat laatste blijkt dat [gedaagde] ook aan de buitenwereld te kennen heeft gegeven niet langer bij Paracentrum Texel werkzaam te zijn maar bij een ander paracentrum.

4.4 Het voorgaande klemt te meer nu het nieuwe paracentrum op vliegveld Texel pal naast Paracentrum Texel is gevestigd. De stelling van Paracentrum Texel dat zij concurrentie van het nieuwe centrum ondervindt, komt derhalve niet ongegrond voor, te meer daar Paracentrum Texel onweersproken heeft gesteld dat het nieuwe centrum precies dezelfde activiteiten onderneemt als zij en dat [gedaagde] daar die werkzaamheden verricht die hij ook bij Paracentrum Texel verrichtte.

4.5 Dat [gedaagde] niet bij het nieuwe centrum zou werken maar bij het luchthavenrestaurant van het vliegveld Texel, is door [gedaagde] onvoldoende nader onderbouwd en komt, gezien het feit dat [gedaagde] ruim 22 jaar bij Paracentrum Texel als manager heeft gewerkt, niet waarschijnlijk voor. [gedaagde] heeft verder nog betoogd dat hij als instructeur werkzaam is voor de vereniging en dat hij uitsluitend in dat kader aanwezig was bij de opening van het nieuwe paracentrum. Dit betoog komt, gelet op het feit dat [gedaagde] naar buiten toe wordt gepresenteerd als de vierde man en gelet op de inhoud van e-mail van 11 februari 2005, gekunsteld voor.

4.6 Op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen, is voldoende komen vast te staan dat [gedaagde], hoewel formeel gezien wellicht niet in dienst getreden bij [naam 2a] of een van diens vennootschappen, op een wijze betrokken is bij het nieuwe paracentrum te Texel die moet worden aangemerkt als strijdig met het concurrentiebeding. De gevorderde voorziening wordt dan ook toegewezen, behoudens het navolgende.

4.7 De gevorderde dwangsom wordt gematigd en aan het totaal der te verbeuren dwangsommen wordt een maximum gesteld.

4.8 [gedaagde] wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van het geding.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- verbiedt [gedaagde] binnen twee keer 24 uur na betekening van dit vonnis te handelen in strijd met het non-concurrentiebeding en verbiedt [gedaagde] in het bijzonder bij het nieuwe bedrijf (holding) Blue Side Up B.V. in dienst te treden of op welke wijze dan ook voor dat bedrijf of enig ander gelijksoortig bedrijf diensten te verrichten in strijd met het non-concurrentiebeding, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van Euro 1.000,- voor iedere dag dat [gedaagde]- al dan niet gedeeltelijk- nalatig blijft aan deze veroordeling te voldoen, vanaf de dag van betekening van dit vonnis, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van Euro 45.000,-;

- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Paracentrum Texel begroot op Euro 315,93 aan verschotten en op Euro 816,- aan salaris procureur;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- weigert de meer of anders gevorderde voorziening.

Gewezen door mr. J.M. Vrakking, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2005 in tegenwoordigheid van mr. F. Vermeij, griffier.