Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2005:AR8837

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
06-01-2005
Datum publicatie
06-01-2005
Zaaknummer
KG nr. 428/2004
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Indicatie van de inhoud: Eiseres vordert van gemeente een voorschot op de schadevergoeding na de sluiting door die gemeente van een horeca-onderneming van eiseres. Vordering afgewezen, omdat causaal verband tussen de vermeende schade en het handelen van de gemeente onvoldoende aannemelijk is gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

KG nummer: 428/2004

datum: 6 januari 2005

Vonnis van de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CITADEL DEN HELDER B.V.,

gevestigd en kantoor houdende te Den Helder,

EISERES IN KORT GEDING,

procureur mr. R.G.J. Laan,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE DEN HELDER,

gevestigd en kantoor houdende te Den Helder,

GEDAAGDE IN KORT GEDING,

procureur mr. H.R.M. Jenné,

advocaat mr. P.L. Loeb te Amsterdam.

Partijen zullen verder ook worden genoemd "Citadel" respectievelijk "de gemeente".

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Ter terechtzitting van 28 december 2004 heeft Citadel gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

De gemeente heeft de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van Citadel de originele dagvaarding en van beide zijden pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

2. DE UITGANGSPUNTEN

2.1 Citadel exploiteert een onderneming aan de Koningstraat 21 te Den Helder, genaamd De Citadel. Op donderdag- en zaterdagavond fungeerde De Citadel als bar-dancing, op andere dagen van de week was een deel gesloten en deed het ander gedeelte dienst als café.

2.2 Na een incident tijdens de nieuwjaarsviering 2002-2003 in De Citadel heeft de burgemeester van de gemeente bij besluit van 14 januari 2003 besloten De Citadel onmiddellijk voor de duur van een maand te sluiten. De burgemeester heeft hierbij tevens de exploitatievergunning van Citadel ingetrokken.

2.3 Het College van Burgemeester en Wethouders (hierna ook: B&W) heeft, eveneens bij besluit van 14 januari 2003 de vergunning van Citadel op basis van de Drank- en Horecawet ingetrokken.

2.4 Bij uitspraken van 24 januari 2003 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, sector bestuursrecht, zijn beide besluiten van 14 januari 2003 geschorst.

2.5 Bij besluit van 21 mei 2003 heeft B&W het door Citadel tegen het besluit van B&W van 14 januari 2003 gegrond verklaard. Eveneens bij besluit van

21 mei 2003 heeft de burgemeester beslist de periode van sluiting terug te brengen tot 14 dagen, te rekenen vanaf 14 januari 2003.

2.6 Uiteindelijk is De Citadel van 14 januari 2003 tot 24 januari 2003, derhalve

11 dagen, gesloten geweest.

2.7 Citadel is in beroep gegaan van het besluit van de burgemeester van 21 mei 2003. Bij uitspraak van 31 december 2003 van deze rechtbank, sector bestuursrecht, is het beroep van Citadel gegrond verklaard en het desbetreffende besluit vernietigd.

2.8 De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 8 september 2004 de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De burgemeester heeft uiteindelijk bij besluit van 8 november 2004 het besluit van 14 januari 2003 herroepen.

2.9 Citadel heeft het pand waarin de onderneming was gevestigd inmiddels verkocht aan de gemeente.

2.10 Bij brief van 22 oktober 2004 heeft Citadel de gemeente aansprakelijk gesteld voor door haar geleden schade

3. DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 Citadel vordert, kort gezegd, veroordeling van de gemeente om aan haar

bij wijze van voorschot op de schadevergoeding te betalen een bedrag van

Euro 109.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en een bedrag van Euro 2.842,- aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van de gemeente in de kosten van het geding.

3.2 Citadel legt aan haar vordering ten grondslag dat zij als gevolg van de besluitvorming van de burgemeester enerzijds en B&W anderzijds schade heeft geleden. Citadel voert aan dat met de uitspraak van de Raad van State vaststaat dat vorenbedoelde besluiten en de daarin getroffen maatregelen onrechtmatig jegens haar zijn. Citadel stelt verder als gevolg van de sluiting van 11 dagen omzetverlies te hebben geleden. Daarenboven stelt Citadel zich op het standpunt dat ook na heropening van De Citadel de omzet is gedaald. Daar komt bij dat de naam van De Citadel, als gevolg van diverse negatieve uitlatingen van de gemeente in de media-waaronder in kranten- omtrent de hele kwestie, ernstig en onherstelbaar is aangetast. De negatieve uitlatingen hebben de schadelijke effecten van de sluiting en de besluiten verergerd. Het aantal bezoekers na heropening is teruggelopen waardoor de omzet af is genomen, alles aldus Citadel. Daarnaast stelt Citadel dat zonder de besluitvorming en zonder de uitlatingen van de gemeente, zij geen schade zou hebben geleden. Citadel betoogt verder een spoedeisend belang te hebben bij de onderhavige vordering, aangezien zij als gevolg van het een en ander in financiële moeilijkheden terecht is gekomen.

3.3 De gemeente bestrijdt dat Citadel een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen, nu niet gebleken is dat Citadel in een financiële noodsituatie verkeert. Verder betwist de gemeente dat er een causaal verband bestaat tussen het besluit De Citadel te sluiten en de vergunningen in te trekken en de door Citadel opgevoerde schade. De feitelijke schade van Citadel bestaat uit misgelopen winst tijdens de feitelijke sluiting van de onderneming, maar dat er voor het overige schade is geleden acht de gemeente niet aannemelijk. De gemeente bestrijdt voorts dat de omzet in 2003 en 2004 als gevolg van de sluiting is verminderd en betoogt dat het meer voor de hand ligt dat het publiek als gevolg van een opeenstapeling van incidenten omtrent De Citadel niet langer naar De Citadel wilde komen. Een veranderde samenstelling van het publiek kan mede de oorzaak zijn, aldus de gemeente. Wat de publiciteit en de uitlatingen van de gemeente in diverse kranten betreft, voert de gemeente als verweer aan dat zij uitsluitend desgevraagd haar besluit en beleid heeft toegelicht. De artikelen behelzen een evenwichtige uiteenzetting van de problematiek, aldus de gemeente.

3.4 Partijen hebben hun wederzijdse standpunten nader uiteengezet onder meer aan de hand van de overgelegde pleitnotities. Voor zover nodig voor de beslissing zal daarop hierna afzonderlijk en uitdrukkelijk worden ingegaan.

4. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

4.1 Citadel vordert thans, kort gezegd, veroordeling van de gemeente om aan haar te betalen een voorschot van Euro 109.000,- alsmede incassokosten en veroordeling van de gemeente in de proceskosten, een en ander als in de dagvaarding beschreven. Zij stelt daartoe dat vast staat dat de gemeente jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld nu de besluiten van 14 januari 2003 van de burgemeester en B& W, waarbij de sluiting van De Citadel is bevolen alsmede haar vergunningen zijn ingetrokken, door de rechtbank te Alkmaar zijn vernietigd. Deze uitspraak is door de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd. Citadel voert verder aan dat als gevolg van de sluiting van haar onderneming "de loop er uit is gegaan". Dit effect is nog versterkt door de uitlatingen van de gemeente die, volgens Citadel, een onrechtmatig karakter hebben. Citadel stelt ten slotte dat zij door de, naar achteraf is gebleken, onrechtmatige sluiting en intrekking van haar vergunningen alsmede de onrechtmatige uitlatingen een substantieel omzetverlies heeft geleden.

4.2 Allereerst betoogt de gemeente dat aan de zijde van Citadel enig spoedeisend belang ontbreekt. Dit betoog faalt. Citadel heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat, nu ook de gemeente erkent schadeplichtig te zijn en Citadel in financiële moeilijkheden verkeert, zij belang heeft bij een inhoudelijke behandeling van het door haar gevorderde.

4.3 Daarnaast bestrijdt de gemeente de vordering inhoudelijk en voert daartoe aan dat enig causaal verband tussen de door Citadel opgevoerde omzetschade en de litigieuze handelingen van de gemeente ontbreekt.

4.4 Hoewel tussen partijen vaststaat dat de sluiting van de onderneming gedurende elf dagen en het intrekken van haar vergunningen als onrechtmatig dient te worden bestempeld en de gemeente deswege schadeplichtig is, moet de vordering van Citadel echter stranden.

4.5 Een voorschot, als te dezen gevorderd, kan als voorziening eerst dan worden toegewezen als het buiten gerede twijfel is dat de vermeende schade als gevolg van het onrechtmatig handelen is geleden.

4.6 In deze zaak is dat in het licht van de feiten onvoldoende aannemelijk gemaakt noch anderszins komen vast te staan. Uit die feiten blijkt weliswaar dat zich over een aantal jaren een zeker omzetverlies bij Citadel heeft voorgedaan maar niet is aangetoond dat dit te maken heeft met de sluiting van elf dagen. Veeleer blijkt uit de overgelegde krantenartikelen dat de oorzaak is gelegen in de achteruitgang in sfeer van het gebied waarin, naast andere horecagelegenheden, De Citadel is gelegen. Daaruit rijst een beeld op van onveiligheid als gevolg van een schietpartij, ruzies, vechtpartijen enzovoort. Het is zeker niet uit te sluiten dat een en ander de gemiddelde bezoeker afschrikt.

4.7 Ook met betrekking tot de uitlatingen van de gemeente moet gelden dat van enig causaal verband en/of versterkend effect niet is gebleken. Het staat de gemeente vrij om haar beleid en in het kader daarvan genomen besluiten toe te lichten. Niet kan worden gezegd dat de gemeente dit in als onrechtmatig te beschouwen uitlatingen heeft gedaan.

4.8 Citadel wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van het geding.

5. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- weigert de gevorderde voorziening;

- veroordeelt Citadel in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de gemeente begroot op Euro 241,- aan verschotten en op Euro 816,- aan salaris procureur;

- verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door mr. J.M. Vrakking, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken door mr. E.J. van der Molen ter openbare terechtzitting van 6 januari 2005 in tegenwoordigheid van mr. F. Vermeij, griffier.