Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2004:AO8055

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
10-02-2004
Datum publicatie
21-04-2004
Zaaknummer
14.010349-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrouwenhandel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer: 14.010349-03

Datum uitspraak: 10 februari 2004

OP TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1979,

gedetineerd in PI N-H Noord, HvB Schutterswei te Alkmaar.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 januari 2004.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de verdachte en mr. van Vuuren te Alkmaar raadsman van de verdachte, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat

1.

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met maart 2003 in/vanuit Nederland en/of in/vanuit Italië en/of in/vanuit Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een persoon, genaamd [slachtoffer 1], heeft aangeworven, mede genomen en/of heeft ontvoerd met het oogmerk die persoon in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, hebbende verdachte en/of diens mededader(s) met dat oogmerk die [slachtoffer 1] per auto vervoerd naar Duitsland en/of (vervolgens) ondergebracht in een woning in gebruik bij verdachte en/of diens mededader(s) en/of (vervolgens) per trein meegenomen naar Nederland en/of (vervolgens) aldaar ondergebracht in een woning in gebruik bij verdachte en/of diens mededader(s);

en/of

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2002 tot en met december 2002 in/vanuit Nederland en/of in/vanuit de Oekraïne en/of in/vanuit Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een persoon, genaamd [slachtoffer 2], heeft aangeworven, mede genomen en/of heeft ontvoerd met het oogmerk die persoon in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, hebbende verdachte en/of diens mededader(s) met dat oogmerk die [slachtoffer 2] per trein meegenomen, althans laten vervoeren naar Polen en/of (vervolgens) per taxibusje meegenomen, althans laten vervoeren naar Duitsland en/of (vervolgens) ondergebracht in een woning in gebruik bij verdachte en/of diens mededader(s) en/of (vervolgens) per auto meegenomen naar Nederland en/of (vervolgens) ondergebracht in een woning in gebruik bij verdachte en/of diens mededader(s);

en/of

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2002 tot en met december 2002 in/vanuit Nederland en/of in/vanuit de Oekraïne en/of in/vanuit Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een persoon, genaamd [slachtoffer 3], heeft aangeworven, mede genomen en/of heeft ontvoerd met het oogmerk die persoon in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, hebbende verdachte en/of diens mededader(s) met dat oogmerk die [slachtoffer 3] per trein meegenomen, althans laten vervoeren naar Polen en/of (vervolgens) per vrachtwagen meegenomen, althans laten vervoeren naar Duitsland en/of (vervolgens) ondergebracht in een woning in gebruik bij verdachte en/of diens mededader(s) en/of (vervolgens) per trein meegenomen, althans laten vervoeren, naar Nederland en/of (vervolgens) ondergebracht in een woning in gebruik bij verdachte en/of diens mededader(s);

2.

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 01 oktober 2002 tot en met 9 augustus 2003 in/vanuit de gemeente Alkmaar en/of in/vanuit de gemeente Amsterdam, althans in/vanuit Nederland, en/of in/vanuit Italië en/of in/vanuit de Oekraïne en/of in/vanuit Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A.

[slachtoffer 1], die in een zwakke sociale en/of economische en/of financiële positie verkeerde, in elk geval [slachtoffer 1], op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 9 augustus 2003, in elk geval in het jaar 2003,

door geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere feitelijkheden heeft gedwongen en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte en/of diens mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die (seksuele) handelingen beschikbaar stelde/zou stellen, bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bestaande die (ondernomen) handelingen hieruit dat verdachte en/of diens mededader(s):

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben opgesloten en opgesloten heeft/hebben gehouden in een woning te Amsterdam en/of

- het paspoort van die [slachtoffer 1] heeft/hebben afgenomen en/of

- een vals paspoort aan die [slachtoffer 1] heeft/hebben afgegeven en/of gezegd dat zij dit zou moeten betalen evenals de reiskosten naar Nederland en/of

- een dreigende houding heeft/hebben aangenomen ten opzichte van die [slachtoffer 1] en/of een dreigende sfeer voor die [slachtoffer 1] heeft/hebben gecreëerd en/of

- die [slachtoffer 1] meerdere malen heeft/hebben verkracht, althans heeft/hebben gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen bestaande uit het hebben van gemeenschap met verdachte en/of diens mededader(s) en/of het pijpen van verdachte en/of diens mededader(s) (zonder het gebruik van voorbehoedsmiddelen) en/of

- in het bijzijn van die [slachtoffer 1] andere meisjes, verblijvend in de woning in gebruik bij verdachte en/of diens mededader(s), meerdere malen heeft/hebben geslagen en/of geduwd en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben bedreigd door haar toe te voegen dat hij overal connecties had en dat hij kon breken, doodmaken of begraven en dat de politie daar niets aan zou kunnen doen, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat ze haar zouden helpen (toen zij zonder geld, papieren, werk en/of onderdak in Italië verbleef) en/of

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat zij 50% van haar verdiensten van het werk in de prostitutie zou kunnen houden en/of

- die [slachtoffer 1] in een woning in gebruik bij verdachte en/of diens mededader(s) heeft/hebben ondergebracht en/of

- een werkkamer voor die [slachtoffer 1] op de Achterdam te Alkmaar heeft/hebben geregeld en/of

- de werktijden van die [slachtoffer 1] heeft/hebben bepaald en/of voorts heeft/hebben bepaald welke prijzen gevraagd zouden moeten worden voor de seksuele handelingen en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen al het door haar verdiende geld af te dragen, onder toezegging dat dit geld na 1 jaar teruggegeven zou worden en/of

- die [slachtoffer 1] steeds onder controle heeft/hebben gehouden door te zorgen dat zij door een vaste taxichauffeur vervoerd werd naar Alkmaar en weer terug naar Amsterdam;

en/of

B.

[slachtoffer 2], die in een zwakke sociale en/of economische en/of financiële positie verkeerde, [slachtoffer 2], op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2002 tot en met 9 augustus 2003, in elk geval in het jaar 2002 en/of 2003,

door geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere feitelijkheden heeft gedwongen en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling en/of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte en/of diens mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die (seksuele) handelingen beschikbaar zou stellen/stelde, bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die (ondernomen) handeling(en) hieruit dat verdachte en/of diens mededader(s):

- het paspoort van die [slachtoffer 2] heeft/hebben afgenomen en/of

- zich dreigend heeft/hebben opgesteld tegen die [slachtoffer 2], althans een dreigende sfeer heeft/hebben gecreëerd en/of

- die [slachtoffer 2] meerdere malen, althans eenmaal, heeft/hebben geslagen op haar hoofd, althans op haar lichaam en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat zij een schuld bij verdachte en/of diens mededader(s) had opgebouwd van 3000 euro en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat een ander meisje aan Albanezen was verkocht en dat zij iedere dag door hen werd geslagen en/of

- die [slachtoffer 2] meerdere keren heeft/hebben verkracht, althans heeft/hebben gedwongen tot het ondergaan van gemeenschap met verdachte en/of diens mededader(s) (zonder het gebruik van voorbehoedsmiddelen) en/of die [slachtoffer 2] daarna heeft/hebben toegevoegd dat ze dit aan niemand mocht zeggen en/of

- toen die [slachtoffer 2] daardoor zwanger was geworden tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat ze nu een probleem had omdat ze niet kon werken en dat dat geld zou gaan kosten en/of die [slachtoffer 2] (na de abortus) heeft/hebben gedwongen meteen weer aan het werk te gaan en/of

- (vervolgens) tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat hij/zij hierdoor veel geld kwijt was (waren) en zij hierom nog harder zou moeten gaan werken en/of

- die [slachtoffer 2] heeft/hebben opgesloten en opgesloten heeft/hebben gehouden in de woning en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat als ze niet mee zou werken en naar de politie zou gaan, zij en haar familie vermoord zouden worden, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat ze heel veel geld zou kunnen gaan verdienen, ongeveer 1000 euro per maand en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat zij als rente de 1e maanden 30 tot 40% van haar salaris zou moeten afbetalen en/of

- een vals paspoort (op naam van [naam]) aan die [slachtoffer 2] heeft/hebben gegeven en/of

- een werkkamer op de Achterdam te Alkmaar voor die [slachtoffer 2] heeft/hebben geregeld en/of

- die [slachtoffer 2] onder begeleiding naar haar werkplek te Alkmaar heeft/hebben gebracht en weer heeft/hebben opgehaald en/of

- de werktijden van die [slachtoffer 2] heeft/hebben bepaald en/of de prijzen die in rekening moesten worden gebracht voor de seksuele handelingen heeft/hebben

bepaald en/of

- die [slachtoffer 2] een mobiele telefoon heeft/hebben gegeven waarmee ze geregeld werd gebeld om verantwoording over haar omzet af te leggen en/of

- die [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen al haar verdiende geld aan hem, verdachte en/of diens mededader(s) af te dragen;

en/of

C.

[slachtoffer 3], die in een zwakke sociale en/of economische en/of financiële positie verkeerde, in elk geval [slachtoffer 3], op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2002 tot en met 9 augustus 2003, in elk geval in het jaar 2002 en/of 2003,

door geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld of bedreiging met één en/of meer andere feitelijkheden heeft gedwongen en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling en/of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte en/of diens mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die (seksuele) handelingen beschikbaar stelde/zou stellen, bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die (ondernomen) handeling(en) hieruit dat verdachte en/of diens mededader(s):

- tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd dat als zij niet voldeed ze naar Duitsland zou worden gestuurd om in een club te werken en dat dat eerder met een ander meisje zou zijn gebeurd en/of

- die [slachtoffer 3] meerdere keren heeft/hebben verkracht, althans heeft/hebben gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen met verdachte en/of diens mededader(s), bestaande uit het pijpen en het hebben van gemeenschap (zonder voorbehoedsmiddelen daarbij te gebruiken) en/of

- die [slachtoffer 3] heeft/hebben gedwongen te werken als prostituee terwijl zij ziek was en/of

- tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd dat hij, verdachte, de ouders had bedreigd van meisjes die bij hem wegliepen of een bom liet ontploffen in hun woning, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- psychische druk heeft/hebben uitgeoefend en een dreigende sfeer heeft/hebben gecreëerd en/of

- die [slachtoffer 3] heeft/hebben opgesloten en/of opgesloten heeft/hebben gehouden in de woning en/of

- die [slachtoffer 3] meerdere malen hard heeft/hebben geduwd en/of herhaaldelijk heeft/hebben uitgescholden en/of

- het paspoort van die [slachtoffer 3] heeft/hebben afgepakt en/of

- tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd dat zij haar eerder verdiende geld zou terugkrijgen als ze zou terugkeren naar Nederland (om te werken in de prostitutie) en/of haar als voorschot daarop 1000 euro heeft/hebben uitbetaald en/of

- die [slachtoffer 3] een vals paspoort heeft/hebben gegeven en/of

- een werkkamer op de Achterdam te Alkmaar voor die [slachtoffer 3] heeft/hebben geregeld en/of

- die [slachtoffer 3] (nagenoeg altijd) met een vaste chauffeur heeft/hebben doen vervoeren naar haar werkplek in Alkmaar en terug naar Amsterdam en/of

- de werktijden heeft/hebben bepaald voor die [slachtoffer 3] en/of heeft/hebben bepaald welke prijzen zij zou moeten vragen voor de seksuele handelingen en/of

- die [slachtoffer 3] heeft/hebben gedwongen tot het afgeven aan hem, verdachte en/of diens mededader(s) van het door haar verdiende geld;

3.

hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2003 tot en met 24 september 2003 in Alkmaar en/of in Amsterdam, althans in Nederland en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer 1], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk die [slachtoffer 1], te dwingen iets te doen (te weten het werken in de prostitutie) of niet te doen, immers heeft hij, verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, die [slachtoffer 1] (met geweld) en/of tegen haar wil in een auto geduwd en/of die [slachtoffer 1] (tegen haar wil) (vervolgens) overgebracht naar (een woning te) Amsterdam en/of die [slachtoffer 1] in die/een woning opgesloten en/of opgesloten gehouden en/of de benen, de armen en/of de mond van die [slachtoffer 1] dichtgeplakt en/of vastgebonden (met tape) en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] overgebracht naar (een woning in) te Duitsland, in elk geval die [slachtoffer 1] belemmerd vrijelijk te gaan en/of te staan waar zij wilde;

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2003 tot en met 24 september 2003 in Alkmaar en/of in Amsterdam, althans in Nederland en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet die [slachtoffer 1] (met geweld) en/of tegen haar wil in een auto geduwd en/of (vervolgens) (tegen haar wil) overgebracht naar (een woning te) Amsterdam en/of die [slachtoffer 1] in die/een woning opgesloten en/of opgesloten gehouden en/of de benen, de armen en/of de mond van die [slachtoffer 1] dichtgeplakt en/of vastgebonden (met tape) en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] overgebracht naar (een woning in) Duitsland, in elk geval die [slachtoffer 1] belemmerd vrijelijk te gaan en/of te staan waar zij wilde;

4.

hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2003 tot en met 1 augustus 2003 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of diens mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (met kracht en/of met geschoeide voet(en)) tegen het hoofd en/of de ribben, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geschopt (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag) en/of die [slachtoffer 1] (met kracht) heeft hebben geslagen en/of gestompt tegen haar hoofd en/of tegen haar lichaam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2003 tot en met 1 augustus 2003 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]) (met kracht en/of met geschoeide voet(en)) tegen het hoofd en/of de ribben, althans tegen het lichaam heeft geschopt en/of (met kracht) tegen haar hoofd, althans tegen haar lichaam, geslagen en/of gestompt, waardoor voornoemde [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. ONTVANKELIJKHEID VAN DE OFFICIER VAN JUSTITIE

De raadsman heeft in zijn pleidooi gesteld dat de officier van justitie niet ontvankelijk verklaard moet worden wat betreft feit 1 met betrekking tot het slachtoffer [slachtoffer 1] nu de rol van verdachte in Duitsland ophoudt en geen band van het feit met Nederland bestaat.

De rechtbank stelt vast dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging nu een deel van de verweten gedraging zoals tenlastegelegd in Nederland plaatsvindt

en het feit hierdoor wel een band met Nederland heeft.

3. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1. ten aanzien van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3]; 2. ten aanzien van L.[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]; 3. primair en 4. is ten laste gelegd.

Met betrekking tot feit 1 ten aanzien van [slachtoffer 1] overweegt de rechtbank in het bijzonder dat uit het onderzoek ter terechtzitting wel is gebleken dat verdachte [slachtoffer 1] per auto heeft vervoerd naar Duitsland, maar dat niet is gebleken dat hij op dat moment wist dat zij vervolgens naar Nederland zou worden gebracht. Derhalve kon niet worden bewezen dat hij haar heeft meegenomen met het oogmerk haar in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen voor, kort gezegd, de prostitutie.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

1.

hij in de periode van 1 oktober 2002 tot en met december 2002 vanuit Duitsland, tezamen en in vereniging met anderen, een persoon, genaamd [slachtoffer 2], heeft mede genomen met het oogmerk die persoon in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, hebbende verdachte en diens mededaders met dat oogmerk [slachtoffer 2] per auto meegenomen naar Nederland;

2.

hij in de gemeente Alkmaar en in de gemeente Amsterdam en in Duitsland, tezamen en in vereniging met anderen,

A.

[slachtoffer 1], die in een zwakke sociale en economische en financiële positie verkeerde, in de periode van 1 januari 2003 tot en met 9 augustus 2003,

door feitelijkheden heeft gedwongen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling, bestaande die feitelijkheden hieruit dat verdachte en diens mededader(s):

- die [slachtoffer 1] hebben opgesloten en opgesloten hebben gehouden in een woning te Amsterdam en

- het paspoort van die [slachtoffer 1] hebben afgenomen en

- een vals paspoort aan die [slachtoffer 1] hebben afgegeven en

- tegen die [slachtoffer 1] hebben gezegd dat ze haar zouden helpen toen zij zonder geld, papieren, werk en/of onderdak in Italië verbleef en

- die [slachtoffer 1] in een woning in gebruik bij verdachte hebben ondergebracht;

3. subsidiair

hij op 31 juli 2003 in Alkmaar en in Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft hebben hij verdachte en zijn mededaders met dat opzet die [slachtoffer 1] met geweld en tegen haar wil in een auto geduwd en vervolgens tegen haar wil overgebracht naar een woning te Amsterdam en die [slachtoffer 1] in die woning opgesloten en opgesloten gehouden en de benen en de armen van die [slachtoffer 1] vastgebonden met tape en de mond van die [slachtoffer 1] dichtgeplakt met tape.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde onder 1., 2. en 3. subsidiair heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

6. BEWIJSVERWEREN

De raadsman van verdachte stelt in zijn pleidooi dat verdachte ten aanzien van feit 1 vrijgesproken moet worden nu het oogmerk van verdachte ten aanzien van vervoeren van alle drie de slachtoffers met als doel ze te werk te stellen in de prostitutie ontbreekt. Voorts stelt de raadman dat voorwaardelijk opzet onvoldoende is om het oogmerk van verdachte te kunnen bewijzen.

In het geval van [slachtoffer 2] acht de rechtbank het oogmerk van verdachte aanwezig nu op basis van de verklaring van de echtgenote van verdachte, J. Schafer, dat ze dacht dat de meisjes in de prostitutie zouden gaan werken tezamen genomen met de verklaring van verdachte zelf dat hij begreep dat het niet pluis was en wat voor meiden het waren. Op grond hiervan kan worden vastgesteld dat verdachte wel degelijk op de hoogte was van het doel van de reis voor [slachtoffer 2], namelijk het in de prostitutie werken en acht de rechtbank het oogmerk van verdachte wettig en overtuigend bewezen. Van voorwaardelijk opzet is geen sprake.

7. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

een persoon meenemen met het oogmerk die persoon in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 2:

een ander, door feitelijkheden dwingen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 3 subsidiair:

Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

8. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Raadsman van verdachte stelt in zijn pleidooi dat er ten aanzien van feit 3 sprake is geweest van psychische overmacht nu bij verdachte de angst regeerde waardoor hij zich niet kon onttrekken aan de situatie.

De rechtbank acht niet aannemelijk dat bij verdachte sprake was van psychische overmacht nu reeds omdat er in de lezing die verdachte ter terechtzitting van de gebeurtenissen heeft gegeven een tijdsperiode is geweest waarin de medeverdachte die verdachtes angst zou hebben gewekt, afwezig was, en verdachte niettemin zijn terugkomst heeft afgewacht, waarna hij hem, de twee overige medeverdachten en het slachtoffer opnieuw in zijn auto heeft vervoerd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

9. MOTIVERING VAN DE STRAF

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte is betrokken geweest bij vrouwenhandel van twee vrouwen die zich in economisch en financieel opzicht in een zwakker positie bevonden. Eén van de vrouwen heeft hij naar Nederland gebracht, terwijl hij wist dat de bedoeling van de reis was dat zij daar als prostituee tewerk zou worden gesteld, terwijl de betrokken vrouw daar op dat moment nog geen weet van had.

De andere vrouw is mede door toedoen van verdachte gedwongen in de prostitutie te gaan werken.

Eén van de vrouwen is, nadat zij zich onttrokken had aan het gezag van verdachte en zijn mededaders, opgespoord en op gewelddadige wijze vanuit haar werkplaats ontvoerd door verdachte en zijn mededaders. Verdachte is nauw bij de planning van de ontvoering betrokken geweest. Hij heeft tweemaal gecontroleerd of de desbetreffende vrouw nog werkzaam was in Alkmaar en hij heeft de vrouw naar een woning gebracht in Amsterdam, waarna zij door zijn medeverdachte naar Duitsland is vervoerd om daar onder toezicht in de prostitutie te gaan werken. Door aldus te handelen heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op de persoonlijke bewegingsvrijheid van het slachtoffer, dat zij juist dacht te hebben herwonnen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 16 augustus 2003, waaruit blijkt dat de verdachte niet reeds eerder terzake van strafbare feiten is veroordeeld.

De rechtbank is, gelet op de ernst van de feiten, van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is.

Bij de bepaling van de duur en de vorm van die vrijheidsstraf heeft de rechtbank in het bijzonder laten meewegen dat verdachte weliswaar een kleinere rol heeft gespeeld in de vrouwenhandel, maar dat hij bij het vervoer van twee vrouwen door zijn auto beschikbaar te stellen en als chauffeur op te treden wel een essentiële rol gespeeld. Daarnaast is hij in het geval van de ontvoering nauw betrokken geweest bij de voorbereiding en hij heeft zich gedurende de hele periode van vrijheidsbeneming niet onttrokken aan de situatie.

10. BENADEELDE PARTIJEN

1. Mr. D.J.G. Piechocki, Postbus 3092, 1801 GB Alkmaar, heeft namens de benadeelde [slachtoffer 1], vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van 12.000 euro aan materiële schade en 12.500 euro aan immateriële schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij hebben toegebracht.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 2. bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte - ook al zijn andere daders daarbij betrokken - rechtstreeks materiële schade heeft geleden, bestaande uit gederfde inkomsten. De precieze hoogte van die schade is te gecompliceerd om in deze procedure vast te stellen. Wel kan worden vastgesteld dat in ieder geval een bedrag van ? 5000,- aan schade is geleden, waarbij de rechtbank wil benadrukken dat dit bedrag als ondergrens van de geleden materiele schade moet worden gezien. De vordering wordt in zoverre toegewezen.

Voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 2. en 3. subsidiair bewezen verklaarde strafbare feiten, door de handelingen van de verdachte - ook al zijn andere daders daarbij betrokken - rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Gezien het aandeel van verdachte in de gepleegde feiten kan deze naar billijkheid in ieder geval worden vastgesteld op 9.000 euro. De vordering wordt in zoverre toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

Naar het oordeel van de rechtbank is het overige gedeelte van de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

2. Mr. D.J.G. Piechocki, Postbus 3092, 1801 GB Alkmaar, heeft namens de benadeelde [slachtoffer 2] vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van 20.000 euro aan materiele schade en 10.000 euro aan immateriële schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij hebben toegebracht.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1. bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte - ook al zijn andere daders daarbij betrokken - rechtstreeks materiële schade heeft geleden, bestaande uit gederfde inkomsten. De precieze hoogte van die schade is te gecompliceerd om in deze procedure vast te stellen. Wel kan worden vastgesteld dat in ieder geval een bedrag van 5000 euro aan schade is geleden, waarbij de rechtbank wil benadrukken dat dit bedrag als ondergrens van de geleden materiele schade moet worden gezien. De vordering wordt in zoverre toegewezen

Voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1. bewezen verklaarde strafbare feiten, door de handelingen van de verdachte - ook al zijn andere daders daarbij betrokken - rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Gezien het aandeel van verdachte in de gepleegde feiten kan deze naar billijkheid in ieder geval worden vastgesteld op 4.000 euro. De vordering wordt in zoverre toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voor zover het toewijsbare reeds door de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

Naar het oordeel van de rechtbank is het overige gedeelte van de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

3. Mr. G.A.M. van Dijk, Postbus 3092, 1801 GB Alkmaar, heeft namens de benadeelde [slachtoffer 3] vóór de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van 25.000 euro aan materiële schade en 7.500 euro aan immateriële schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1. en 2. ten aanzien van [slachtoffer 3] is ten laste gelegd, kan de benadeelde partij niet in de vordering, die betrekking heeft op dat ten laste gelegde feit, worden ontvangen.

11. SCHADEVERGOEDING ALS MAATREGEL

1. De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer [slachtoffer 1] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 2. en 3.subsidiair bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht aan de benadeelde.

De toepassing van de vervangende hechtenis heft de op te leggen verplichting niet op.

2. De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer [slachtoffer 2] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1. bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht aan de benadeelde.

De toepassing van de vervangende hechtenis heft de op te leggen verplichting niet op.

12. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f, 47, 56, 57, 250a, 282 van het Wetboek van Strafrecht.

13. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1. ten aanzien van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3]; 2. ten aanzien van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]; 3. primair en onder 4. ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 3 (drie) jaren.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van 14.000 (veertienduizend) euro als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededaders zijn voldaan.

Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] te betalen een som geld ten bedrage van 14.000 (veertienduizend) euro, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 40 dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van 9.000 (negenduizend) euro als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover de verschuldigde bedragen reeds door de mededaders zijn voldaan.

Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2] te betalen een som geld ten bedrage van 9.000 (negenduizend) euro, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 33 dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.F.B. van Zutphen, voorzitter,

mr. A.J. Dondorp en mr. S.M. Schothorst, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.M. Sigmond, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 februari 2004.