Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2004:AO7586

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
14-04-2004
Datum publicatie
14-04-2004
Zaaknummer
14/010111-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank acht bewezen dat bestuurster taxibus ontucht heeft gepleegd met door haar vervoerde minderjarige scholier.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer: 14/010111-00

Datum uitspraak: 14 april 2004

TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1962,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 31 maart 2004.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de verdachte en mr. M.C.A. Stoop, raadsvrouw van de verdachte, naar voren is gebracht.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

zij in of omstreeks de periode van 01 september 1999 tot en met 21 maart 2000 op een of meer verschillende tijdstippen in de gemeente Alkmaar, in elk geval in Nederland, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer], geboren op [datum] 1986, heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens) een of meer vinger(s) gebracht in de vagina van die [slachtoffer] en/of een potlood, althans een voorwerp, gebracht in de vagina van die [slachtoffer] en bestaande (telkens) dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte, die het busje bestuurde waarin genoemde [slachtoffer], die een school voor zeer moeilijk lerende kinderen bezocht, van en naar school werd gebracht, (telkens) door het slaan en/of stompen tegen het lichaam en/of het knijpen in de keel of hals, althans het lichaam, van die [slachtoffer] en/of door middel van haar functie en/of leeftijd en/of het geven van presentjes en/of het creëren van een afhankelijkheidssituatie voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij in of omstreeks de periode van 01 september 1999 tot en met 21 maart 2000 op een of meer verschillende tijdstippen in de gemeente Alkmaar, in elk geval in Nederland, (telkens) met [slachtoffer], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens) een of meer vinger(s) gebracht in de vagina van die [slachtoffer] en/of een potlood, althans een voorwerp, gebracht in de vagina van die [slachtoffer];

2.

zij in of omstreeks de periode van 01 september 1999 tot en met 21 maart 2000 op een of meer verschillende tijdstippen in de gemeente Alkmaar, in elk geval in Nederland, (telkens) ontucht heeft gepleegd met de aan haar zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer], geboren op [datum] 1986, immers heeft zij, verdachte, (telkens) de borst(en) en/of de vagina en/of de schaamstreek van die [slachtoffer] betast en/of gestreeld en/of gelikt en/of die [slachtoffer] haar, verdachtes, vagina

en/of schaamstreek doen of laten likken;

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij in of omstreeks 01 september 1999 tot en met 21 maart 2000 in de gemeente Alkmaar, in elk geval in Nederland, (telkens) met [slachtoffer], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het door verdachte (telkens) betasten en/of strelen en/of likken van de borst(en) en/of de vagina en/of de schaamstreek van die [slachtoffer] en/of het door die [slachtoffer] doen of laten likken van haar, verdachtes, vagina en/of schaamstreek;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en subsidiair en onder 2 primair is ten laste gelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

zij in de periode van 01 september 1999 tot en met 21 maart 2000 in de gemeente Alkmaar, telkens met [slachtoffer], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het door verdachte telkens betasten en/of strelen van de borsten en/of de schaamstreek van die [slachtoffer].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

5. NADERE MOTIVERING

De rechtbank is van oordeel dat ten laste van verdachte het onder 2 subsidiair ten laste gelegde feit wordt bewezen op grond van de volgende bewijsmiddelen:

De op 5 april 2000 door verdachte tegenover de politie afgelegde verklaring:

- Ik heb een soort vriendinnenrelatie met [slachtoffer].

- In november 1999 heeft [slachtoffer] 's avonds bij mij thuis gegeten.

- Op een woensdag dat (haar man) [echtgenoot] middagdienst had ging [slachtoffer] met mij mee naar huis.

- Op een dag in november ben ik mee geweest naar een dansoptreden van [slachtoffer].

- Voor Sinterklaas heb ik een keer met [slachtoffer] bij mij thuis een surprise gemaakt.

- Ik ben met [slachtoffer] mee gegaan naar een kerstmarkt op school. [echtgenoot] was toen naar zijn werk.

- In januari 2000 is [slachtoffer] een paar keer bij me thuis geweest. Ik denk drie keer.

- Ik ben een keer in januari met [slachtoffer], [echtgenoot] en (zoon) [zoon] naar de stad gegaan. Dat was op 27 januari 2000. We hebben toen kleren gekocht voor [slachtoffer].

- Na de vakantie is [slachtoffer] op 7 februari 2000 nog een keer bij mij thuis geweest.

- Dan heb ik de school van [slachtoffer] gebeld en mij voorgedaan als een buitenlandse vrouw. Ik heb toen gezegd dat [slachtoffer] en haar vriendin [vriendin] mij hadden uitgescholden. Ik wilde dat de schooljuffrouw [vriendin] zou aanpakken. Eigenlijk was ik gewoon jaloers op haar. Ik wilde niet dat zij er voor zou zorgen dat [slachtoffer] en ik niet meer met elkaar om zouden gaan.

- Ik heb de moeder van [slachtoffer] gebeld terwijl ik sprak als een buitenlandse. Ik wilde de moeder van [slachtoffer] waarschuwen voor twee lesbische vrouwen die werken bij de Texaco. Ik vond het nodig om [slachtoffer] voor die vrouwen te waarschuwen. Eigenlijk moet ik zeggen dat ik uit jaloezie [slachtoffer] heb gezegd dat ze niet meer om moest gaan met die twee vrouwen van het pompstation. Ik wilde zelf alle aandacht van haar hebben.

- Ik heb inderdaad wel eens het idee dat ik ook gevoelens heb voor vrouwen. Als ik met [slachtoffer] stoeide, gewoon in de bus als ze met me mee reed, kreeg ik een blij gevoel van binnen. Als zij me aanraakte.

- Ik heb in februari of maart van dit jaar (2000) een keer naar de school van [slachtoffer] gebeld. Ik heb me toen [schuilnaam] genoemd.

- Ik heb een keer met [slachtoffer] naar pornografische plaatjes op Internet gekeken. Het eerste plaatje dat we zagen was dat van een man en een vrouw die met elkaar neukten. Daarna hebben we nog een aantal plaatjes bekeken, allemaal seksplaatjes. Dat heeft een paar minuten geduurd tot mijn zoon [zoon] de kamer binnen kwam.

De op 22 maart 2000 door [vader slachtoffer] tegenover de politie afgelegde verklaring:

Ik doe aangifte terzake seksueel misbruik gepleegd bij mijn minderjarige dochter genaamd [slachtoffer], geboren te Alkmaar op [datum] 1986.

Het seksueel misbruik is gepleegd door een vrouwelijke chauffeur van de busonderneming Connexxion. Zij heet [verdachte] en is ongeveer tussen de 30 en 35 jaar oud.

[Slachtoffer] is leerlinge van de ZMLK-school [naam school] aan de [adres] te [plaats]. Zij zit in groep 10, haar leerkracht heet [leerkracht]. Sinds het begin van dit schooljaar, sedert september 1999, wordt [slachtoffer] opgehaald door een vrouwelijke buschauffeur. Deze buschauffeur heet [verdachte]. Vanaf het begin dat [slachtoffer] met [verdachte] meereed heeft [verdachte] [slachtoffer] regelmatig meegenomen na schooltijd. De eerste keer dat [verdachte] [slachtoffer] meenam had ze mij verteld dat zij met oude mensen werkt en vroeg aan mij of ik het goed vond dat zij [slachtoffer] mee zou nemen naar deze mensen om iets te gaan drinken. Later vroeg [verdachte] aan mij of [slachtoffer] bij haar mocht spelen met haar zoon [zoon], tenminste ik denk dat hij zo heet. [Slachtoffer] bleef ook bij [verdachte], haar man en haar zoon eten.

Het gebeurde gemiddeld 1 à 2 keer per week dat [slachtoffer] met [verdachte] meeging buiten schooltijd.

[Verdachte] vroeg mij of [slachtoffer] mee mocht om met haar en haar gezin uit eten te gaan.

Omstreeks 22.00 uur belde mijn zoon, [broer slachtoffer], mij bij mijn vriendin thuis op en zei dat [verdachte] gebeld had om te zeggen dat [slachtoffer] pas om 22.30 uur thuis zou komen.

De volgende ochtend heb ik met [slachtoffer] hierover gesproken. Ik zag toen ook dat [slachtoffer] een plastic tas had met nieuwe kleding. Het ging om een broek van fl.89,-- en een trui van fl.49,-.

Ik vond het vreemd dat [verdachte] deze kleding voor haar gekocht had.

Het was ook zo dat [slachtoffer] bijna elke dag chips en een fles cola mee had als zij van school thuis gebracht werd. Ook kreeg [slachtoffer] CD's van [verdachte].

In februari 2000, kort na de verjaardag van [slachtoffer], ging [verdachte] op vakantie naar het buitenland.

Zij belde op naar [slachtoffer] en sprak dan soms wel 20 minuten met [slachtoffer].

Ik zag dat [slachtoffer] om de nek van [verdachte] hing, onder het rijden. Ik vroeg [slachtoffer] waarom zij om de nek van [verdachte] had gehangen. [Slachtoffer] antwoordde toen dat zij dit deed omdat [verdachte] chips en een magnum voor haar had gekocht. 'Ik vroeg haar nogmaals waarom zij om de nek van [verdachte] hing onder het rijden. Zij zei toen dat zij van [verdachte] altijd voorin moest komen en dat zij niet bij de andere kinderen mocht gaan zitten.

Ongeveer 2 weken geleden werd ik thuis opgebeld door [leerkracht], de onderwijzeres van [slachtoffer].

[Leerkracht] vertelde mij dat de school, enkele dagen geleden, was opgebeld door een vrouw met een buitenlands accent, die vertelde dat [slachtoffer] en [vriendin], een vriendin van [slachtoffer], hun middelvinger hadden opgestoken naar haar en haar zouden hebben uitgescholden voor smerige buitenlander. [Leerkracht] vertelde mij dat zij had gezegd tegen die vrouw dat zij dan naar school kon komen om het probleem uit te praten. [Leerkracht] vertelde mij dat [verdachte], de buschauffeur, met hetzelfde verhaal over [slachtoffer] en [vriendin] op school kwam en zei dat zij die vrouw kende en ook door haar benaderd was. [Leerkracht] vertelde verder dat [verdachte] haar de volgende dag had verteld dat die bewuste vrouw op vakantie was en dat zij na haar vakantie op school zou komen. [Leerkracht] vertelde mij dat zij die bewuste vrouw nog steeds niet op school gezien had. Tijdens dit telefoongesprek zei [leerkracht] tegen mij dat ze de relatie tussen [verdachte] en [slachtoffer] vreemd vond.

[Leerkracht] zei dat zij het idee had dat [verdachte] jaloers was wanneer [slachtoffer] met andere kinderen speelde en dat zij dacht dat [verdachte] verliefd was op [slachtoffer].

Ik heb toen tegen [leerkracht] gezegd dat ook ik de relatie tussen [verdachte] en [slachtoffer] vreemd vond.

Toen [leerkracht] mij met dit verhaal belde herinnerde ik mij weer dat ik thuis ook een keer opgebeld ben door een vrouw met een buitenlands accent. Ik heb dit ook tegen [leerkracht] gezegd. Deze vrouw zei mij dat zij mij wilde waarschuwen voor het feit dat [slachtoffer] naar de Texaco ging, omdat daar 2 lesbische vrouwen achter de kassa stonden. Volgens de vrouw zou dit gevaarlijk zijn voor [slachtoffer]. Aan haar stem te horen was het een Nederlandse die met een buitenlands accent probeerde te praten. Dit telefoongesprek was 's morgens omstreeks 10.30 uur.

's Middags toen [slachtoffer] thuis gebracht werd kwam [verdachte] met haar mee naar huis en vertelde dat zij was aangesproken of opgebeld dat [slachtoffer] naar de Texaco ging waar 2 lesbische vrouwen achter de kassa stonden.

Vanaf dit moment, ongeveer 2 weken geleden, na het telefoontje van school, zei [slachtoffer] elke dag tegen mij dat zij niet meer naar school wilde, of dat zij wilde dat ik haar naar school zou brengen omdat zij bang was voor [verdachte].

Gisteren, 21 maart 2000, kwam [slachtoffer] later thuis dan normaal.

Normaal gesproken komt [slachtoffer] altijd omstreeks 15.45 uur thuis, nu was zij pas omstreeks 16.05 uur thuis. Bij thuiskomst vroeg ik aan [slachtoffer] waarom zij zo laat thuis was.

Ik hoorde dat [slachtoffer] zei dat [verdachte] eerst alle kinderen naar thuis had gebracht en dat [verdachte] voordat zij [slachtoffer] naar huis bracht naar het industrieterrein bij de nieuwe vuilverbranding was gereden. [slachtoffer] vertelde dat [verdachte] een paar rondjes had gereden en op een gegeven moment was gestopt.

[Slachtoffer] vertelde dat [verdachte] de keel van [slachtoffer] had dicht geknepen en een klap op het gezicht van [slachtoffer] had gegeven en haar had geschopt tegen haar been.

[Verdachte] had tegen [slachtoffer] gezegd dat ze weer normaal moest doen, net als vroeger.

[Slachtoffer] zei dat zij ook had gezegd dat zij het hele verhaal aan mij of aan de juffrouw zou vertellen.

Ik hoorde dat [slachtoffer] zei dat [verdachte] gedreigd had [slachtoffer] te vermoorden als zij het tegen mij zou vertellen en de gekregen spullen, zoals de CD's en de kleding, terug moest geven.

[Verdachte] was gestopt met de bus bij de sloot volgens [slachtoffer]. [Slachtoffer] zei dat [verdachte] ook gedreigd had haar in de sloot te gooien.

Mijn nichtje, [nichtje], was er bij toen [slachtoffer] dit aan mij vertelde en heeft het verhaal van [slachtoffer] ook gehoord.

Toen begon [slachtoffer] te vertellen. Ik hoorde dat zij zei dat wanneer ze bij [verdachte] in huis kwam, [verdachte] haar in de nek kuste, haar beha los maakte en met haar tanden aan de borsten van [slachtoffer] kwam, met haar mond het lichaam en de vagina van [slachtoffer] aanraakte

[Slachtoffer] zei dat [zoon] altijd naar zijn oma werd gestuurd als [slachtoffer] bij [verdachte] was.

De op 24 maart 2000 en 27 maart 2000 door [leerkracht] tegenover de politie afgelegde verklaringen:

Ik ben bekend met het voorval van het meisje [slachtoffer] welke een leerlinge is op mijn school. Mijn school, daar bedoel ik mee een ZMLK-school, genaamd [naam school], gevestigd aan [adres] te [plaats] alwaar ik als leerkracht werkzaam ben in groep 10. [Slachtoffer] is dus een leerlinge van mij.

Over [slachtoffer] kan ik zeggen dat ze 14 jaar oud is, maar het verstandelijk vermogen heeft van een 8 à 9 jarige. Dit baseer ik op mijn eigen ervaringen. Qua sociaal-emotioneel gedrag en cognitief gezien schat ik dit. Fysiek is het wel een 14-jarig meisje.

Gisteren, 23 maart 2000 kwam de moeder van [slachtoffer] bij ons op school. Zij vertelde ons dat ze bij de politie aangifte had gedaan terzake mishandeling en seksueel misbruik van haar dochter [slachtoffer] door een buschauffeuse van Connexxion, genaamd [verdachte]. Volgens mij is haar achternaam [naam].

Ik zal U vertellen wat mij de laatste maanden is opgevallen..

Vlak voor de kerstvakantie 1999, hadden wij een kerstavond op school. [Verdachte] was zo aardig om met [slachtoffer] mee te komen. Ik wist toen nog van niets en dacht er niets achter, behalve het feit dat ik het vreemd vond dat de buschauffeuse met [slachtoffer] mee ging.

In januari 2000 vroeg [slachtoffer] aan mij of ik mee ging naar een danswedstrijd of een dansuitvoering waar [slachtoffer] aan mee deed. De volgende dag zei [slachtoffer] tegen mij dat [verdachte] mee geweest was en dat [verdachte] een video opname gemaakt had. Ik zei dat ik dat leuk vond en dat we dan die video maar eens moesten gaan afspelen in de klas. Een paar dagen later kwam [verdachte] bij mij in de klas met camera en al en toen hebben we met z'n allen die video bekeken. Althans, dit was de bedoeling, maar na ongeveer 6 minuten was de concentratie van de leerlingen weg. Ik zag dat [verdachte] onverstoorbaar naar de video bleef kijken. Ze was helemaal gebiologeerd van de video.

Omstreeks half februari zag ik dat [slachtoffer] begon te veranderen. Eerst kwam [verdachte] bij mij en zei dat [slachtoffer] ruzie had met haar beste vriendinnetje genaamd [vriendin]. [Verdachte] zei mij dat ik [vriendin] op haar donder moest geven. Ik hoorde dat [vriendin] later tegen mij zei dat ze van [verdachte] niet meer met [slachtoffer] mocht spelen.

Rond de verjaardag van [slachtoffer], [datum] 2000 zag ik dat [slachtoffer] binnenkwam en nieuwe kleren aanhad. Ze zei tegen me dat ze die kleding van [verdachte] had gehad. Dit verbaasde me want de kleren zagen er duur uit.

Ik zag dus in het algemeen dat [verdachte] [slachtoffer] erg begon te beschermen. [Verdachte] nam het altijd voor [slachtoffer] op en zorgde er voor dat [slachtoffer] ruzie kreeg met de andere kinderen. U zegt dat U het vreemd vindt dat [verdachte] steeds op school is. Dit klopt.

Op een dag in februari 2000 mochten [slachtoffer] en [vriendin] van mij even weg. Ze kwamen veel te laat terug en ik vroeg waar ze geweest waren. Na doorvragen van mijn kant hoorde ik dat [slachtoffer] tegen [vriendin] zei dat ze niets mocht zeggen. Toen ik daar op doorvroeg kwam uiteindelijk eruit dat ze samen naar [verdachte] thuis waren geweest om thee te drinken. [Vriendin] zei tegen mij dat ze het raar vond dat er gewoon BH's midden in de kamer lagen en toen ze hier iets van zei had [slachtoffer] het voor [verdachte] opgenomen.

In de dagen hier op volgend hadden de meiden onderling veel ruzie. Ook in deze tijd verbood [verdachte] kinderen om met [vriendin] om te gaan. [Slachtoffer] zei dit tegen me.

Op 14 maart kregen we op school de tweede telefonische klacht van een Turkse vrouw. Ik had deze vrouw aan de lijn. Ze klaagde over [slachtoffer] en [vriendin]. Later op de dag werd ik gebeld door de moeder van [vriendin] met hetzelfde verhaal. Ik vroeg mij toen af hoe de Turkse vrouw in godsnaam het telefoonnummer wist van [vriendin]. Dit is gewoon onmogelijk.

Met bovenstaand verhaal confronteerde ik wel [slachtoffer] en [vriendin] omdat ik toch zekerheid wilde hebben. Ik hoorde dat [slachtoffer] zei, "de buschauffeur zal wel gebeld hebben, [verdachte]". Ik vroeg waarom [slachtoffer] dat dacht. [Slachtoffer] zei "ze heeft toch de buslijst van de leerlingen".

Ook hadden wij op 14 maart toevallig het onderwerp seksuele voorlichting in de klas. Ik zei de kinderen onder meer dat grote mensen niet aan je hoorden te zitten. Ik hoorde vervolgens [slachtoffer] hardop in de klas zeggen: "[echtgenoot] of [naam] die aaide me en zit aan m'n BH". Later zei ze nog steeds klassikaal in de kring: "Ik krijg kadootjes, ze bemoeit zich met m'n vriendinnen en ze heeft gevraagd of ik mee op vakantie ga. [Slachtoffer] zei tegen mij dat ze het over [verdachte] had. Ik zag vervolgens dat [slachtoffer] begon te huilen.

Woensdagochtend 15 maart 2000 liep ik in de gang en zag dat [slachtoffer] overstuur en huilend binnenkwam. Ik sloeg mijn arm om haar heen en vroeg wat er was. Ik hoorde dat [slachtoffer] zei: "[verdachte] heeft mij geslagen op mijn arm". Ik vroeg waarom dan. Ik hoorde dat [slachtoffer] zei: "Ik mag geen zonnebloempitten uitdelen in de bus, ik mag niet schreeuwen en ik mag niet bij de andere kinderen zitten. Ik moet bij [verdachte] zitten".

Vanaf dit moment werd ik echt ongerust en ben ik de moeder van [slachtoffer] gaan bellen. Ik heb het verhaal van die Turkse vrouw verteld en zei erbij dat ik dit verhaal niet geloofde. Ik hoorde van haar dat ook zij gebeld was. Ik dacht toen dat er helemaal niets van klopte. Ik hoorde toen de moeder een verhaal vertellen over 2 lesbische vrouwen welke bij de Texaco werken en dat die Turkse vrouw gezegd had dat [slachtoffer] daar maar niet meer heen moest. De moeder zei ook dat ze de stem zo vond lijken op die van [verdachte]. Ook klonk de stem niet van een echte buitenlander maar werd deze als zodanig geïmiteerd.

Ook herinner ik me nu opeens dat [slachtoffer] tijdens een kringgesprek wel eens gezegd heeft dat ze naar rare films moest kijken bij [verdachte] thuis waarbij ook mensen vastgebonden werden. Ze vond dit enge films waarbij ook mensen opgehangen werden.

Gisterenavond zei ze me dat ook zij eens vastgebonden werd. Ook zei ze me dat haar broek uitgetrokken werd. Als ze met het zoontje van [verdachte] wilde spelen dan mocht dit niet en werd deze weggestuurd waarna ze weer aan haar gingen zitten. Ook zei ze dat [verdachte] met haar alleen in de bus naar de vuilverbranding gereden was waar [verdachte] stopte en [slachtoffer] boven een sloot had gehouden. [Verdachte] had toen haar keel dicht geknepen en had tegen [slachtoffer] gezegd dat als ze met haar moeder of juf erover zou praten dat [verdachte] [slachtoffer] onder water zou gaan houden.

Toen ik bij [slachtoffer] en haar moeder thuis was begon [slachtoffer] weer aan mij te vertellen wat er tussen haar en [verdachte] gebeurd is. [Slachtoffer] begon spontaan haar verhaal te vertellen, ik heb nergens op aangedrongen. De moeder van [slachtoffer] was bij het gesprek aanwezig.

Zij heeft tegen mij verteld dat [verdachte] een groot aantal foto's van [slachtoffer] heeft gemaakt, waarop [slachtoffer] naakt staat afgebeeld. Verder vertelde [slachtoffer] mij dat [verdachte], als [slachtoffer] bij haar was, zich uitkleedde. Ze zei letterlijk dat [verdachte] altijd bloot was. [Slachtoffer] zei dat [verdachte] dan op een tafel ging liggen. Ik zag dat [slachtoffer] heel erg begon te huilen toen zij dit vertelde en dat haar lichaam begon te trillen.

Ook [slachtoffer] moest bloot als zij bij [verdachte] was.

Tijdens het hele gesprek was [slachtoffer] heel erg emotioneel.

De op 12 april 2000 door [familielid] tegenover de politie afgelegde verklaring:

Ik ben familie van [slachtoffer]. Ik ben erbij aanwezig geweest toen [slachtoffer] aan haar moeder bekend maakte dat er iets vervelends met haar was gebeurd. [Slachtoffer] begon te praten over [verdachte]. Ik wist dat [verdachte] de chauffeur was van de bus waarmee [slachtoffer] naar school werd gereden. Ik wist ook dat [verdachte] een vriendin was van [slachtoffer] en dat [slachtoffer] af en toe bij [verdachte] thuis kwam. Ik begreep van de moeder van [slachtoffer] dat zij merkte dat [slachtoffer] vaak later thuis kwam als ze bij [verdachte] was geweest. Ik wist toen ook dat [verdachte] wel eens dure kado's kocht voor [slachtoffer]. Ik hoorde dat [slachtoffer] vertelde dat [verdachte] aan haar borsten had gezeten. En [slachtoffer] heeft ook nog verteld dat [verdachte] met haar tanden aan haar borsten had gezeten. [Slachtoffer] vertelde toen ook dat alles wat haar was overkomen had plaats gevonden in de woning van [verdachte]. Ik weet ook nog dat [slachtoffer] vertelde dat als zij in de woning van [verdachte] was, dat het kind van [verdachte] dan bij de moeder van [verdachte] werd gebracht. Uit was [slachtoffer] toen allemaal vertelde heb ik begrepen dat [verdachte] [slachtoffer] seksueel had misbruikt.

De op 13 april 2000 door [vriendin] tegenover de politie afgelegde verklaring:

Ik begrijp dat u mij vragen wilt stellen omtrent een vriendinnetje van mij genaamd [slachtoffer] en ook over [verdachte]. [Verdachte] is de buschauffeuse. Ik ben wel eens samen met [slachtoffer] naar [verdachte] thuis geweest. Ik moest een foto maken. [Slachtoffer] moest [verdachte] bij haar nek pakken en toen moest ik een foto maken. Het zag er dus uit dat [slachtoffer] [verdachte] aan het "kelen" was. Ik heb gezien dat [verdachte] [slachtoffer] op haar been heeft geslagen. [Slachtoffer] ging vaker naar [verdachte]. Ze kreeg ook allemaal kleding van [verdachte] en mocht mee uit eten. Ook heeft [verdachte] wel eens aan [slachtoffer] gevraagd of [slachtoffer] wilde blijven slapen. Ook kreeg [slachtoffer] nieuwe schoenen met haar verjaardag. Een hele tijd terug kregen [slachtoffer] en ik allebei CD's van haar.

De op 29 maart 2000 door [slachtoffer] tegenover de politie afgelegde verklaring:

[Verdachte] stuurt de bus. Zij had mij een klap gegeven en toen moest ik mijn broek uitdoen. Zij wilde mijn kruis likken en mijn borsten. Dat was in haar slaapkamer. Gaat ze m'n kruis likken en dat wou ik niet en toen heeft ze mij een klap gegeven op m'n gezicht en toen heeft ze mijn amandelen dichtgeknepen. De volgende dag ging [verdachte] op de tafel liggen in d'r nakie, moest ik ook in mijn nakie. Toen heeft ze een seksfilm opgezet en toen moest ik nadoen.

6. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd

7. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8. MOTIVERING VAN DE STRAFFEN.

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft zich meerdere malen schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met een meisje dat gezien haar kalenderleeftijd jonger was dan 16 jaren, maar qua geestelijke ontwikkeling nog een aantal jaren jonger was. Daardoor is dat meisje gedurende enige tijd aan niet leeftijd adequate intieme ervaringen blootgesteld. Verdachte heeft zelf aangegeven dat zij [slachtoffer] als een vriendin beschouwde terwijl voorts uit de verklaring van verdachte volgt dat seksualiteit een thema was dat binnen die vriendschappelijke connectie viel. Daarbij heeft verdachte nauwelijks oog gehad voor het aanmerkelijke verschil in leeftijd en geestelijke rijpheid tussen haarzelf en [slachtoffer]. De door artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht beoogde bescherming van minderjarigen is mede daarop gebaseerd, dat deze minderjarigen voor wat betreft relaties als de onderhavige (met een dergelijk leeftijdsverschil) in het algemeen niet voldoende in staat zijn om de draagwijdte van hun handelen te overzien en hun wil dienaangaande in vrijheid te bepalen en dat zij - waar nodig - in zoverre tegen een ongewenste beïnvloeding van hun wil moeten worden beschermd. Slachtoffers van dergelijke ontuchtige handelingen kunnen nog lang daarvan geestelijke en lichamelijke negatieve gevolgen ondervinden.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 26 februari 2004, waaruit blijkt, dat de verdachte niet eerder terzake van een zedendelict tot straf is veroordeeld.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 5 juni 2000 van M. Bouchoms als reclasseringswerkster verbonden aan de Reclassering Nederland arrondissement Alkmaar.

De rechtbank heeft daarbij overwogen dat ter terechtzitting is gebleken dat verdachte kennelijk niet bij machte is haar eigen verantwoordelijkheid voor haar ontuchtig handelen ten opzichte van het slachtoffer in te zien. Dit brengt met zich mee dat de rechtbank bij haar strafoplegging rekening houdt met een mogelijke herhaling van dit ontoelaatbare gedrag. De rechtbank is daarom van oordeel dat oplegging van een voorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is.

De rechtbank is van oordeel dat tevens een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, behoort te worden opgelegd, een en ander op de wijze zoals hierna in de rubriek BESLISSING zal worden aangegeven.

9. BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij [familielid slachtoffer], per adres Advocatenkantoor Oudegracht, Postbus 3092, 1801 GB Alkmaar, heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van 4.054,45 euro wegens schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Ter terechtzitting heeft mr. G.A.M. van Dijk de vordering toegelicht.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard is dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

10. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 247(oud) van het Wetboek van Strafrecht.

11. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair en subsidiair en onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 2 subsidiair ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert het hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feit.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van drie maanden.

Beveelt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een taakstraf voor de duur van 216 uren.

Beveelt voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht dat in plaats van de taakstraf vervangende hechtenis wordt toegepast, welke vervangende hechtenis wordt vastgesteld op 108 dagen.

Bepaalt, dat deze taakstraf bestaat uit een werkstraf.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht, volgens de maatstaf van 2 uren voor elke dag (66 uren).

Verklaart de benadeelde partij [familielid slachtoffer] niet ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. de Klerk, voorzitter,

mr. H.T. van Voorst en mr. L.H.M. Quant, rechters,

in tegenwoordigheid van W. Veenstra, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 april 2004.