Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2004:AO5184

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
26-02-2004
Datum publicatie
11-03-2004
Zaaknummer
57/2004 JJ
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiseressen vorderen bevel jegens gedaagden dat zij gedogen dat eiseressen de verdere teeltactiviteiten overnemen. Volgens eiseressen is de financiële situatie aan de zijde van gedaagden zo slecht dat ingrijpen gerechtvaardigd is. Keuring van de bloembollen is van essentieel belang en gedaagden hebben een dergelijke keuring tot op heden geweigerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

DE RECHTBANK TE ALKMAAR

KG nummer: 57/2004 JJ

Uitspraak: 26 februari 2004

De voorzieningenrechter van de rechtbank te Alkmaar, rechtdoende in kort geding, heeft het volgende vonnis gewezen in de zaak van:

1. DESNYEY B.V.,

met statutaire zetel te Arnhem,

2. NORTH WEST INVEST B.V.,

met statutaire zetel te Oosterbeek, gemeente Renkum,

3. SEMPER TULIPA B.V.,

met statutaire zetel te Arnhem,

4. SEMPER TULIPA 2003-2005 B.V.,

met statutaire zetel te Arnhem,

EISERESSEN IN KORT GEDING,

procureur mr. A. de Groot,

advocaat mr. J.T.M. Palstra,

tegen:

1. TULPENPLANTGOED CENTRUM SPIERDIJK (T.C.S.) B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Spierdijk,

procureur mr.H.R.M. Jenné,

advocaat mr. J.G. Princen,

2. [GEDAAGDE 2],

wonende te Bovenkarspel,

3. [GEDAAGDE 3],

wonende te Bovenkarspel,

4.[gedaagde 4],

gevestigd en kantoorhoudende te Bovenkarspel,

de vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

5.[gedaagde 5],

6.[gedaagde 6] en

7.[gedaagde 7],

alle gevestigd en kantoorhoudende te Bovenkarspel,

GEDAAGDEN IN KORT GEDING,

advocaat mr. L. Koning.

HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter terechtzitting van 16 februari 2004 hebben eiseressen gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Vervolgens hebben eiseressen hun eis vermeerderd, respectievelijk verminderd.

Gedaagde sub 1, hierna te noemen TCS, enerzijds en gedaagden sub 2 tot en met sub 7 anderzijds hebben de vorderingen afzonderlijk bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van alle zijden pleitnotities en van de zijde van eiseressen de originele dagvaarding, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

DE BEHANDELING VAN DE ZAAK

1. De uitgangspunten

1.1. Eiseressen houden zich bezig met het (doen) telen van - en de handel in - bloembollen, waaronder in het bijzonder vermeerdering van partijen bollen van nieuwe kwekersrechtelijke beschermde tulpenrassen.

1.2. Op 3 december 2003 is in staat van faillissement verklaard Sierteelt Bemiddelings Centrum B.V., hierna te noemen SBC. Deze vennootschap dreef een als commissionairsbedrijf te kwalificeren onderneming, waarbij zij tegen provisie overeenkomsten tussen derden-partijen tot stand bracht, in de regel overeenkomsten van koop/verkoop van bloembollen als ook teeltovereenkomsten.

1.3. Zowel eiseressen als gedaagden stonden bij SBC geregistreerd als klant.

1.4. Gedaagde sub 1, verder te noemen TCS, is in april 2003 opgericht waarbij is beoogd een coördinatie van de teelt van bloembollen. In dat kader sloot SBC namens haar opdrachtgevers teeltcontracten met TCS, die op haar beurt contracteerde met telers. Aan gedaagden sub 2 tot en met sub 7, hierna te noemen [gedaagden sub 2 tot en met sub 7], is een deel van de gesloten teeltcontracten tussen SBC en TCS uitbesteed.

1.5. [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] teelt ook bollen voor eigen rekening. In totaal heeft zij op haar eigen dan wel op door haar gepachte gronden een totaal van 110 hectaren in gebruik voor teeltdoeleinden.

1.6. Ingevolge bepalingen uit het Landbouwbesluit zijn de desbetreffende geteelde bloembollen onderworpen aan een keuring, die wordt uitgevoerd door de Stichting BKD te Hillegom, verder te noemen BKD. Alleen door BKD gecertificeerde bloembollen kunnen/mogen worden verhandeld. Die keuring heeft ten aanzien van de teeltproducten van [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] (nog) niet plaatsgevonden.

2. De vordering en de standpunten van partijen

2.1. Eiseressen vorderen, na wijziging van eis en zakelijk weergegeven, (1) opgave, zowel aan eiseressen als aan BKD, van de locaties waar de bloembollen van eiseressen zich op de gronden van [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] bevinden en (2) bevel jegens gedaagden dat zij gedogen dat eiseressen de verdere teeltactiviteiten overnemen, jegens [gedaagden sub 2 tot en met sub 7], niet alleen op verbeurte van een dwangsom maar ook met toepassing van lijfsdwang jegens gedaagden sub 2 en sub 3, die volgens eiseressen feitelijk de macht hebben om de veroordeling uit te voeren.

2.2. Volgens eiseressen is de financiële situatie aan de zijde van [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] momenteel zo slecht dat ingrijpen gerechtvaardigd is. Keuring door BKD is van essentieel belang en nu [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] een dergelijke keuring tot op heden hebben geweigerd, is een bevel daartoe gerechtvaardigd. In verband daarmee dient [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] opgave te doen van de locaties van de bloembollen van eiseressen, zodat de verdere teelt kan worden overgenomen. Indien keuring niet op zeer korte termijn plaatsvindt, zijn de bollen waardeloos en zal grote schade worden geleden. Volgens eiseressen dient TCS jegens [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] nakoming te vorderen, omdat zij de contracten met [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] heeft gesloten, zodat ook TCS het in de hand heeft dat de belangen van eiseressen worden veilig gesteld, alles aldus eiseressen.

2.3. Gedaagden hebben de niet-ontvankelijkheid van deze rechtbank/de voorzieningenrechter ingeroepen omdat volgens hen op grond van het toepasselijke SBC-reglement de rechtbank te Den Haag uitsluitende bevoegdheid toekomt en omdat bovendien bij het Scheidsgerecht voor de Bloembollenhandel te Hillegom - dat volgens gedaagden zeer bekend is met de onderliggende problematiek - een nauw samenhangende zaak in behandeling is. Volgens gedaagden dient de onderhavige zaak eveneens door dat scheidsgerecht te worden behandeld.

2.4. Wat de inhoudelijke kant van de zaak betreft hebben alle gedaagden gemotiveerd verweer gevoerd. Partijen hebben vervolgens hun standpunten toegelicht onder meer aan de hand van de overgelegde pleitnotities. Voorzover nodig voor de beslissing zal op de afzonderlijke standpunten hierna uitdrukkelijk worden ingegaan.

3. De gronden van de beslissing

3.1. Van ontvankelijkheid kan wel worden uitgegaan. Niet aannemelijk is geworden dat tussen eiseressen en [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] een contractuele relatie bestaat, zodat de vordering moet zijn gebaseerd op onrechtmatige daad. In een in dat kader te treffen ordemaatregel komt de voorzieningenrechter in kort geding ook naast de voor het geschil ten gronde gekozen rechtsgang bevoegdheid toe.

3.2. De voorzieningen zoals gevorderd komen echter niet voor toewijzing in aanmerking.

3.3. Zoals hiervoor reeds overwogen moet worden vastgesteld dat er tussen eiseressen en [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] geen contractuele relatie bestaat, zodat een vordering tot nakoming niet aan de orde is. Verder staat in onvoldoende mate vast wie de eigenaar van de desbetreffende bollen is. Ook heeft [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] zich uitdrukkelijk op haar retentierecht beroepen ten aanzien van de door eiseressen bedoelde bollen. Daarom kan er niet bij voorbaat van worden uitgegaan dat [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] door het onthouden van de door eiseressen verlangde informatie onrechtmatig jegens eiseressen handelt.

3.4. Dat zou wellicht - er al van uitgaande dat eiseressen enig recht zouden kunnen doen gelden op de teeltproducten - anders kunnen zijn als [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] wanbeleid zou kunnen worden verweten of dat zij opzettelijk de bloembollen van de benodigde keuring onthoudt. Van dat laatste kan niet worden uitgegaan. [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] heeft immers onvoldoende gemotiveerd weersproken gesteld dat zij doende is de keuringen - van ook alle overige bollen waarvan niet in geding is dat die haar eigendom zijn - op korte termijn te doen uitvoeren en dat zij daaromtrent met BKD intensieve contacten onderhoudt. Wat dat betreft ligt het meer dan voor de hand dat ook [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] een aanzienlijk belang heeft tot opgave aan BKD. Financiële problemen aan de zijde van [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] hebben eiseressen na daartoe door [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] gevoerd verweer, onvoldoende aannemelijk gemaakt.

3.5. Voorts verzet ook een aantal andere omstandigheden zich tegen toewijzing van de onderhavige vorderingen bij wijze van voorziening. [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] heeft, eveneens onvoldoende gemotiveerd weersproken, gesteld dat alle bollen, haar eigen teeltbollen en die uit de lopende contracten, zodanig met elkaar vermengd geplant zijn dat afzonderlijke aanwijzing voor verdere teelt vrijwel onmogelijk is. Toewijzing van de vorderingen zou dus onverwijld tot executieproblemen leiden.

3.6. Tevens is de vraag gerechtvaardigd aan wie enig vorderingsrecht uiteindelijk toekomt. SBC is immers failliet en zowel de geldstroom als de toewijzing van partijen bloembollen, respectievelijk van de teeltcontracten, liep kennelijk via deze vennootschap. Aannemelijk is geworden dat de onderhavige contracten slechts een klein deel van de activiteiten betrof; activiteiten die door de curator zullen moeten worden beoordeeld en gewogen. Die omstandigheid verzet zich tegen het treffen van een voorziening ten aanzien van slechts een klein deel van die bedrijfsactiviteiten.

3.7. Nu de vorderingen tegen [gedaagden sub 2 tot en met sub 7] worden afgewezen, komt daarmee het belang voor toewijzing jegens TCS te vervallen.

3.8. Eiseressen zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van het geding.

DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- weigert de gevorderde voorzieningen;

- veroordeelt eiseressen in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van gedaagden begroot op 205,- euro aan verschotten en - aan zowel gedaagde sub 1 als een de gedaagden sub 2 tot en met sub 7 - op steeds 704,- euro aan salaris van de procureur;

- verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door mr. J.M. Vrakking, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 februari 2004 in tegenwoordigheid van J.J.M. Jeurissen, griffier.