Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2004:AO3457

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
12-02-2004
Datum publicatie
12-02-2004
Zaaknummer
31/2004 FV
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiseres vordert formalisering koop-/aannemingsovereenkomst met betrekking tot nieuwbouwwoning op het Schermereiland. Gedaagde bestrijdt de vordering, stellende dat aan eiseres geen recht tot koop van de desbetreffende woning toekomt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

DE RECHTBANK TE ALKMAAR

KG nummer: 31/2004 FV

Uitspraak: 12 februari 2004

De voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar, rechtdoende in kort geding, heeft het volgende vonnis gewezen in de zaak van:

[eiseres],

wonende te Oudorp NH,

EISERES IN KORT GEDING,

procureur mr. S. Hartog,

tegen:

de stichting "WONINGSTICHTING WILLIBRORDUS",

gevestigd te Alkmaar,

GEDAAGDE IN KORT GEDING,

procureur mr. J.Th. van Oostrum.

HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter terechtzitting van 3 februari 2004 heeft eiseres gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

Gedaagde heeft de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van de zijde van eiseres de originele dagvaarding en van beide zijden pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

DE BEHANDELING VAN DE ZAAK

1. De uitgangspunten

1.1. Eiseres woonde in een huurwoning van gedaagde, aan de [adres] te Alkmaar. Deze woning is onlangs gesloopt. De huurovereenkomst van deze woning stond op naam van [partner van eiseres] - hierna ook te noemen [partner van eiseres], met wie eiseres samenwoont. Bij brief van 16 oktober 2001 heeft gedaagde de huur opgezegd.

1.2. Op de locatie van die woning komen in het kader van het stadsvernieuwingsproject 'Schermereiland' in opdracht van gedaagde nieuwe koop- en huurwoningen.

1.3. Bij brief van 25 oktober 2002, gericht aan eiseres en [partner van eiseres], heeft gedaagde te kennen gegeven dat zij een nieuw te bouwen huurwoning in het plan 'Schermereiland' toegewezen hebben gekregen.

1.4. Op 1 september 2003 heeft eiseres via een inschrijfformulier kenbaar gemaakt dat zij in aanmerking wenst te komen voor een van de te bouwen koopwoningen. Bij brief van 10 september 2003 heeft Bouwfonds Ontwikkeling B.V. aan eiseres bevestigd dat haar een woning in het plan 'Schermereiland' is toegewezen. Aansluitend hierop heeft eiseres op 19 september 2003 een koop/aannemingsovereenkomst ter ondertekening ontvangen.

1.5. Tot december 2003 maakte eiseres deel uit van de Bewonerscommissie Oud Schermereiland en de Wijkraad Schermereiland. Tevens heeft zij een voorlichtingsbijeenkomst over het project 'Schermereiland' bijgewoond.

1.6. Momenteel verblijft eiseres tijdelijk in een huurwoning te Oudorp. Deze huurovereenkomst staat eveneens op naam van [partner van eiseres].

2. De vordering en de standpunten van partijen

2.1. Eiseres vordert, kort gezegd, primair veroordeling van gedaagde om medewerking te verlenen aan het formaliseren van de reeds gesloten koopovereenkomst, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Subsidiair vordert zij een verbod tegen gedaagde om de desbetreffende koopwoning aan een derde te verkopen zolang er geen onherroepelijke uitspraak in de bodemprocedure is gedaan omtrent haar recht van koop.

2.2. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij een individueel recht heeft op koop van de desbetreffende woning. Dit recht is geheel onafhankelijk van het recht van [partner van eiseres] om terug te keren naar een woning in het plan 'Schermereiland', aldus eiseres. Verder betoogt zij dat gedaagde wist dat zij zich uitsluitend namens zichzelf heeft ingeschreven op een koopwoning, omdat zij dit duidelijk op het inschrijfformulier heeft aangegeven. Bovendien, zo voert eiseres verder aan, doet zij geen beroep op een terugkeerrecht maar heeft zij zich ingeschreven voor de woning op basis van verkoop via de vrije markt. Ten slotte wijst eiseres erop dat zij een afzonderlijk belang heeft bij het verkrijgen van een woning omdat het minder goed gaat tussen haar en [partner van eiseres].

2.3. Gedaagde bestrijdt de vordering van eiseres, stellende dat zij geen recht heeft op de aanvankelijk aan haar toegewezen koopwoning. Gedaagde stelt dat oud-huurders per huishouden één recht op terugkeer/voorkeursrecht hebben ten aanzien van de nog te bouwen woningen en dat oud-huurders moesten kiezen tussen of een koopwoning of een huurwoning, zodat expliciet een keuze had moeten worden gemaakt tussen of een huurwoning of een koopwoning. Verder voert gedaagde aan dat eiseres op de hoogte was van deze keuzemogelijkheid en dat gedaagde eiseres en [partner van eiseres] nooit beschouwd heeft als afzonderlijke partijen met individuele rechten ten opzichte van gedaagde. Daarnaast zou eiseres op de reservelijst terecht zijn gekomen, als haar inschrijving daadwerkelijk op de vrije verkoop in plaats van voornoemd terugkeerrecht/voorkeursrecht zou zijn gebaseerd, aldus gedaagde. Omdat eiseres in het verleden altijd namens [partner van eiseres] optrad, kon het gebeuren dat gedaagde er ten onrechte vanuit gegaan is dat eiseres zich samen met [partner van eiseres] inschreef op de koopwoningen, aldus gedaagde.

2.4. Partijen hebben hun wederzijdse standpunten nader uiteengezet onder meer aan de hand van de overgelegde pleitnotities. Voorzover nodig voor de beslissing zal daarop hierna afzonderlijk en uitdrukkelijk worden ingegaan.

3. De gronden van de beslissing

3.1. Bij de door eiseres gepretendeerde overeenkomst zijn drie partijen betrokken, te weten eiseres zelf, Bouwfonds Ontwikkeling B.V. en gedaagde. Eiseres stelt dat de koop/aannemingsovereenkomst reeds gesloten is en vordert formalisering daarvan, in die zin dat deze overeenkomst wordt ondertekend.

3.2. Het standpunt van eiseres dat een overeenkomst als hiervoor omschreven daadwerkelijk tot stand is gekomen is echter onjuist. Immers, zoals hierboven reeds vermeld gaat om een overeenkomst waarbij meerdere partijen betrokken zijn, hetgeen met zich brengt dat alle partijen dienen in te stemmen met de overeenkomst.

3.3. Van dat laatste kan in de onderhavige zaak niet worden uitgegaan. Daartoe wordt het volgende overwogen. Gedaagde heeft als verweer gevoerd dat eiseres geenszins de verwachting mocht hebben dat gedaagde het doel had aan haar een aanbod te doen met betrekking tot een overeenkomst tot koop. Niet kan worden gezegd dat gedaagde op enigerlei wijze toerekenbaar de schijn gewekt heeft wel een koop/aannemingsovereenkomst met eiseres aan te willen gaan. Vast staat immers dat eiseres bij informatiebijeenkomsten aanwezig is geweest waarbij, door gedaagde onweersproken gesteld, duidelijk uiteengezet werd wat de bedoelingen van gedaagde waren. Eveneens staat vast dat eiseres deel uitmaakt van de Bewonerscommissie en de Wijkraad, alwaar regelmatig overleg werd gevoerd over het plan 'Schermereiland'. In het licht van deze feiten is voldoende komen vast te staan dat eiseres wel degelijk op de hoogte was van de plannen, in het bijzonder het keuzerecht van de oud-huurders tussen een koop- of huurwoning.

3.4. Bovendien heeft gedaagde voldoende aannemelijk gemaakt dat het feit dat huurders van de oude huurwoning de keuze hadden tussen of een nieuw te bouwen huurwoning of een nieuw te bouwen koopwoning genoegzaam kenbaar was bij de oud-huurders. De stelling van eiseres, inhoudende dat zij op het inschrijfformulier duidelijk heeft aangegeven uitsluitend namens zichzelf te handelen, doet aan het vorenstaande niet af. Eiseres heeft namelijk ter terechtzitting te kennen gegeven dat de correspondentie die zij in het verleden met gedaagde voerde altijd uit naam van [partner van eiseres] was en niet uit eigen naam. Hiermee heeft zij mogelijke verwarring aan de zijde van gedaagde mede in de hand gewerkt. Dit klemt te meer nu reeds eind 2002 aan [partner van eiseres] een huurwoning was toegewezen terwijl, zoals hiervoor reeds is overwogen, eiseres op de hoogte moet zijn geweest van de keuzemogelijkheid.

3.5. Ook is niet aannemelijk geworden dat eiseres zich daadwerkelijk op basis van de verkoop in de vrije markt heeft ingeschreven voor de woning. Uit de door gedaagde overgelegde brief van 11 augustus 2003 blijkt dat de vrij verkoop eerst op 3 september 2003 van start zou gaan en dat voorrang voor oud-huurders zou vervallen bij inschrijving na 2 september 2003. Eiseres heeft het inschrijfformulier ingestuurd op het moment dat het recht van voorrang nog van kracht was, namelijk op 1 september 2003.

3.6. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is een totstandkoming van de koop/aannemingsovereenkomst niet aannemelijk geworden. De primaire vordering tot formalisering van die overeenkomst wordt dan ook afgewezen.

3.7. Ook de subsidiaire vordering van eiseres wordt afgewezen. Van gedaagde kan redelijkerwijs niet gevergd worden de woning niet te verkopen aan een derde totdat in de bodemprocedure onherroepelijk is beslist. Bovendien is thans onvoldoende komen vast te staan dat eiseres een bijzonder belang heeft bij de koop van specifiek de onderhavige woning. Indien in een eventueel te voeren bodemprocedure zou worden vastgesteld dat eiseres wel een recht op koop zou hebben, dan is het aan eiseres om in die procedure een andere - financiële - tegemoetkoming te vorderen.

3.8. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat voor toewijzing van het gevorderde onder III en IV geen plaats is.

3.9. Eiseres wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van het geding.

DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- weigert de gevorderde voorziening;

- veroordeelt eiseres in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van gedaagde begroot op 241 euro aan verschotten en op 704 euro aan salaris van de procureur;

- verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door mr. J.M. Vrakking, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2004 in tegenwoordigheid van mr. F. Vermeij, griffier.