Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2003:AN8020

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
12-11-2003
Datum publicatie
12-11-2003
Zaaknummer
14.010012-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrouwen, die zich in een kwetsbare en afhankelijke positie bevonden, zijn misleid en uitgebuit, doordat hen in Bulgarije "gouden bergen" werden voorgespiegeld, waardoor zij naar Nederland kwamen of zich lieten meenemen, waarna zij in Nederland in de prostitutie werden te werk gesteld. Van een vrije keuze was geen sprake. Zij werden gecontroleerd en moesten hun verdiensten geheel of gedeeltelijk afstaan. De geestelijke en lichamelijke integriteit van de slachtoffers is ernstig geschonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer: 14.010012-02

Datum uitspraak: 12 november 2003

OP TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte 5],

geboren te [geboorteplaats, geboorteland en -datum],

zonder vaste woon of verblijfplaats hier te lande,

bijgestaan door mr. R. Polderman, advocaat te Alkmaar.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 4 augustus 2003, 23 en 29 oktober 2003.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is primair ten laste gelegd dat [verdachte 4] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2001 tot en met 8 januari 2002 in/vanuit de gemeente Beemster en/of in/vanuit de gemeente Amsterdam en/of in/vanuit de gemeente Alkmaar, in ieder geval in/vanuit Nederland, en/of in/vanuit Bulgarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, de (op dat moment) in een zwakke economische en/of financiële positie verkerende [slachtoffer 5], in ieder geval die [slachtoffer 5], meermalen, althans eenmaal,

- heeft voorgespiegeld en/of voorgehouden en/of doen of laten voorspiegelen en/of voorhouden dat zij in de prostitutie veel geld kon verdienen en/of (later) dat de verdiensten uit de prostitutiewerkzaamheden op basis van een verdeling van 50 procent voor die [slachtoffer 5] en 50 procent voor hem, [verdachte 4] en/of zijn mededader(s), verdeeld zouden worden en/of

- de werkelijke omstandigheden waaronder die [slachtoffer 5] in Nederland zou verblijven en/of zou werken voor die [slachtoffer 5] heeft verzwegen en/of

- die [slachtoffer 5] in de woning van hem, [verdachte 4], heeft ondergebracht en/of (vervolgens) het vertrouwen van die [slachtoffer 5] heeft gewonnen en/of

- (telkens) een (prostitutie)werkplek in Westbeemster en/of in Alkmaar en/of in Amsterdam, in ieder geval een (prostitutie)werkplek, voor die [slachtoffer 5] heeft geregeld en/of heeft doen en/of laten regelen, in ieder geval die [slachtoffer 5] heeft meegedeeld hoe zij een (prostitutie)werkplek kon regelen en/of

- (telkens) die [slachtoffer 5] van en naar de (prostitutie)werkplek heeft gebracht en/of gehaald en/of heeft doen en/of laten brengen en/of halen en/of

- (telkens) de (prostitutie)werktijden voor die [slachtoffer 5] heeft bepaald en/of

- die [slachtoffer 5] heeft meegedeeld en/of heeft doen of laten meedelen welke prijzen zij diende te hanteren in haar prostitutiewerk en/of

- die [slachtoffer 5] heeft meegedeeld en/of heeft doen of laten meedelen en/of geloven dat zij een schuld bij hem, [verdachte 4], en/of zijn mededader(s) had, in verband met de reis van haar, [slachtoffer 5], naar Nederland en/of het regelen van en/of het vervoer van en naar de werkplek(ken) en/of huisvesting door hem, [verdachte 4], en/of zijn mededader(s) voor die [slachtoffer 5], in ieder geval dat zij een schuld had en/of

- (telkens) de verdiensten van die [slachtoffer 5] geheel of gedeeltelijk heeft ingenomen of haar verdiensten geheel of gedeeltelijk heeft doen afstaan en/of die verdiensten niet (volledig) heeft (terug)gegeven aan die [slachtoffer 5], en/of

die [slachtoffer 5] heeft voorgehouden dat het beter was dat zij haar verdiende geld afgaf aan hem, [verdachte 4], en/of zijn mededader(s), in ieder geval die [slachtoffer 5] heeft overgehaald haar verdiende geld af te staan aan hem, [verdachte 4], en/of zijn mededader(s) en/of

die [slachtoffer 5] heeft voorgehouden dat hij/zij het door haar met prostitutie verdiende geld voor haar zou(den) bewaren en/of (aldus) die [slachtoffer 5] financieel van hem, [verdachte 4], en/of zijn mededader(s) afhankelijk heeft laten worden en/of heeft laten zijn door (vrijwel) al haar verdiende geld in te nemen en/of haar (vrijwel) niets van het door haar verdiende geld (terug) te geven en/of

- die [slachtoffer 5] (nagenoeg) voortdurend, in de woning waarin zij (ondermeer) met hem, [verdachte 4], verbleef en/of op haar werkplek en/of daarbuiten, onder controle en/of toezicht heeft gehouden en/of heeft laten houden en/of

die [slachtoffer 5] heeft doen geloven dat zij (nagenoeg) voortdurend onder controle werd gehouden of onder toezicht stond en/of

die [slachtoffer 5] heeft belemmerd vrijelijk te gaan en te staan waar zij wilde en/of

- die [slachtoffer 5], op een voor die [slachtoffer 5] dwingende en/of dreigende wijze, heeft meegedeeld dat zij niet eerder dan in januari 2002 naar Bulgarije terug mocht gaan en/of

- misbruik heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht dat (mede) door een of meer van bovengenoemde handelingen van hem, [verdachte 4], en/of zijn mededader(s) ten opzichte van die [slachtoffer 5] is ontstaan en/of

misbruik heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht ten opzichte van die [slachtoffer 5] doordat

die [slachtoffer 5] de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig was en/of dat die [slachtoffer 5] niet of onvoldoende bekend was met het (raam)prostitutiebeleid in de gemeente Alkmaar en/of Beemster en/of Amsterdam, in ieder geval in Nederland en/of

die [slachtoffer 5] feitelijk niet of onvoldoende bekend was hoe in de gemeente Alkmaar en/of Beemster en/of Amsterdam, in ieder geval in Nederland in de (raam)prostitutie werd of kon worden gewerkt,

door welk(e) bovenomschreven geweld en/of een of meer (andere) feitelijkhe(i)d(en) en/of

door welk(e) bovenomschreven bedreiging met geweld en/of een of meer (andere) feitelijkhe(i)d(en) en/of

door welk bovenomschreven misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of

door welke bovenomschreven misleiding, die [verdachte 4] en/of zijn mededader(s), niet zijnde verdachte, voornoemde [slachtoffer 5] heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van sexuele handelingen met (een) derde(n) tegen betaling,

onder welke voornoemde omstandighe(i)d(en) hij, verdachte, toen en daar enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat voornoemde [slachtoffer 5] zich daardoor beschikbaar zou/ging stellen tot het verrichten van sexuele handelingen met (een) derde(n) tegen betaling,

bestaande die handeling(en) uit het brengen naar en/of het halen van haar prostitutiewerkplek van die [slachtoffer 5] en/of het, voor die [verdachte 4] en/of een of meer van zijn mededader(s), controleren, in ieder geval kijken en/of nagaan, of die [slachtoffer 5] (daadwerkelijk) bezig was met haar prostitutiewerkzaamheden,

of

bij of tot het plegen van welk(e), door [verdachte 4] en/of een of meer van zijn mededader(s), niet zijnde verdachte, gepleegde misdrij(f)(ven) hij, verdachte, toen en daar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door het brengen naar en/of het halen van haar prostitutiewerkplek van die [slachtoffer 5] en/of

het, voor die [verdachte 4] en/of een of meer van zijn mededader(s), controleren, in ieder geval kijken en/of nagaan, of die [slachtoffer 5] (daadwerkelijk) bezig was met haar prostitutiewerkzaamheden.

Aan de verdachte is subsidiair ten laste gelegd dat [verdachte 4] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2001 tot en met 8 januari 2002 in/vanuit de gemeente Beemster en/of in/vanuit de gemeente Amsterdam en/of in/vanuit de gemeente Alkmaar, in ieder geval in/vanuit Nederland, en/of in/vanuit Bulgarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, de (op dat moment) in een zwakke economische en/of financiële positie verkerende [slachtoffer 5], in ieder geval die [slachtoffer 5],

meermalen, althans eenmaal,

- heeft voorgespiegeld en/of voorgehouden en/of doen of laten voorspiegelen en/of voorhouden dat zij in de prostitutie veel geld kon verdienen en/of (later) dat de verdiensten uit de prostitutiewerkzaamheden op basis van een verdeling van 50 procent voor die [slachtoffer 5] en 50 procent voor hem, [verdachte 4], en/of zijn mededader(s), verdeeld zouden worden en/of

- de werkelijke omstandigheden waaronder die [slachtoffer 5] in Nederland zou verblijven en/of zou werken voor die [slachtoffer 5] heeft verzwegen en/of

- (telkens) een (prostitutie)werkplek in Westbeemster en/of in Alkmaar en/of in Amsterdam, in ieder geval een (prostitutie)werkplek, voor die [slachtoffer 5] heeft geregeld en/of heeft doen en/of laten regelen, in ieder geval die [slachtoffer 5] heeft meegedeeld hoe zij een (prostitutie)werkplek kon regelen en/of

- (telkens) die [slachtoffer 5] van en naar de (prostitutie)werkplek heeft gebracht en/of gehaald en/of heeft doen en/of laten brengen en/of halen en/of

- die [slachtoffer 5] heeft meegedeeld en/of heeft doen of laten meedelen en/of geloven dat zij een schuld bij hem, [verdachte 4], en/of zijn mededader(s) had, in verband met de reis van haar, [slachtoffer 5], naar Nederland en/of het regelen van en/of het vervoer van en naar de werkplek(ken) en/of huisvesting door hem, [verdachte 4], en/of zijn mededader(s) voor die [slachtoffer 5], in ieder geval dat zij een schuld had en/of

- (telkens) de verdiensten van die [slachtoffer 5] geheel of gedeeltelijk heeft ingenomen of haar verdiensten geheel of gedeeltelijk heeft doen afstaan en/of die verdiensten niet (volledig) heeft (terug)gegeven aan die [slachtoffer 5], en/of

die [slachtoffer 5] heeft voorgehouden dat het beter was dat zij haar verdiende geld afgaf aan hem, [verdachte 4], en/of zijn mededader(s), in ieder geval die [slachtoffer 5] heeft overgehaald haar verdiende geld af te staan aan hem, [verdachte 4], en/of zijn mededader(s) en/of

die [slachtoffer 5] heeft voorgehouden dat hij/zij het door haar met prostitutie verdiende geld voor haar zou(den) bewaren en/of (aldus) die [slachtoffer 5] financieel van hem, [verdachte 4], en/of zijn mededader(s) afhankelijk heeft laten worden en/of heeft laten zijn door (vrijwel) al haar verdiende geld in te nemen en/of haar (vrijwel) niets van het door haar verdiende geld (terug) te geven en/of

- die [slachtoffer 5] (nagenoeg) voortdurend, in de woning waarin zij (ondermeer) met hem, [verdachte 4], verbleef en/of op haar werkplek en/of daarbuiten, onder controle en/of toezicht heeft gehouden en/of heeft laten houden en/of

die [slachtoffer 5] heeft doen geloven dat zij (nagenoeg) voortdurend onder controle werd gehouden of onder toezicht stond en/of

die [slachtoffer 5] heeft belemmerd vrijelijk te gaan en te staan waar zij wilde en/of

- misbruik heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht dat (mede) door een of meer van bovengenoemde handelingen van hem [verdachte 4] en/of zijn mededader(s) ten opzichte van die [slachtoffer 5] is ontstaan en/of

misbruik heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht ten opzichte van die [slachtoffer 5] doordat die [slachtoffer 5] de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig was en/of dat

die [slachtoffer 5] niet of onvoldoende bekend was met het (raam)prostitutiebeleid in de gemeente Alkmaar en/of Beemster en/of Amsterdam, in ieder geval in Nederland en/of

die [slachtoffer 5] feitelijk niet of onvoldoende bekend was hoe in de gemeente Alkmaar en/of Beemster en/of Amsterdam, in ieder geval in Nederland in de (raam)prostitutie werd of kon worden gewerkt,

door welk(e) bovenomschreven geweld en/of een of meer (andere) feitelijkhe(i)d(en) en/of

door welk(e) bovenomschreven bedreiging met geweld en/of een of meer (andere) feitelijkhe(i)d(en) en/of

door welk bovenomschreven misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of

door welke bovenomschreven misleiding,

die [verdachte 4] en/of zijn mededader(s), niet zijnde verdachte, voornoemde [slachtoffer 5] heeft/hebben bewogen hem, [verdachte 4], en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst(en) van haar, [slachtoffer 5]'s, sexuele handelingen met (een) derde(n), door toen en daar aan hem, [verdachte 4] en/of zijn mededader(s) haar verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden geheel of gedeeltelijk af te staan en (aldus) hem, [verdachte 4], en/of zijn mededader(s) te bevoordelen als bedoeld in artikel 250A lid 1 ahf/ond 6 Wetboek van Strafrecht,

bij of tot het plegen van welk(e), door [verdachte 4] en/of een of meer van zijn mededader(s), niet zijnde verdachte, gepleegde misdrij(f)(ven) hij, verdachte, toen en daar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door het brengen naar en/of het halen van haar prostitutiewerkplek van die [slachtoffer 5] en/of

het, voor die [verdachte 4] en/of een of meer van zijn mededader(s), controleren, in ieder geval kijken en/of nagaan, of die [slachtoffer 5] (daadwerkelijk) bezig was met haar prostitutiewerkzaamheden.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

[verdachte 4] in de periode van 1 juni 2001 tot en met 8 januari 2002 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander,

- de op dat moment in een zwakke economische en financiële positie verkerende [slachtoffer 5], die de Nederlandse taal niet machtig was en die niet bekend was met het prostitutiebeleid in de gemeenten Alkmaar en Beemster en Amsterdam, in de woning van hem, [verdachte 4], heeft ondergebracht en

- telkens een prostitutiewerkplek in Westbeemster en in Alkmaar en in Amsterdam voor die [slachtoffer 5] heeft geregeld en

- die [slachtoffer 5] van en naar de prostitutiewerkplek heeft gebracht en gehaald en/of heeft laten brengen en halen en

- de prostitutiewerktijden voor die [slachtoffer 5] heeft bepaald en

- die [slachtoffer 5] haar verdiensten gedeeltelijk heeft doen afstaan en die verdiensten niet volledig heeft teruggegeven aan die [slachtoffer 5], en aldus die [slachtoffer 5] financieel van hem, [verdachte 4], en zijn mededader, afhankelijk heeft laten worden en

- die [slachtoffer 5] op haar werkplek onder controle en/of toezicht heeft gehouden en heeft laten houden en

- die [slachtoffer 5], op een voor die [slachtoffer 5] dreigende wijze, heeft meegedeeld dat zij niet eerder dan in januari 2002 naar Bulgarije terug mocht gaan en

door welke bovenomschreven bedreiging met een andere feitelijkheid en

door welk bovenomschreven misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door welke bovenomschreven misleiding [verdachte 4] en zijn mededader, niet zijnde verdachte, voornoemde [slachtoffer 5] hebben gedwongen en bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van sexuele handelingen met derden tegen betaling, bij het plegen van welk door [verdachte 4] en zijn mededader, niet zijnde verdachte, gepleegde misdrijf hij, verdachte, toen en daar opzettelijk behulpzaam is geweest door het brengen naar en het halen van haar prostitutiewerkplek van die [slachtoffer 5] en het voor die [verdachte 4] en zijn mededader kijken of die [slachtoffer 5] daadwerkelijk bezig was met haar prostitutiewerkzaamheden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. BEWIJSMIDDELEN

(--------------------------)

5. BEWIJSVERWEREN

De raadsman heeft aangevoerd dat hij heeft getracht de telefoontaps betreffende verdachte, over de periode van 18 december 2001 tot 8 januari 2002, uit te luisteren maar dat hem toen bleek dat deze gesprekken door een technische storing van de database niet meer opvraagbaar zijn. De raadsman stelt dat de verdediging de inhoud en de context van bedoelde telefoongesprekken hierdoor niet meer kan controleren, hetgeen een ontoelaatbare inbreuk op de rechten van de verdediging oplevert en dient te leiden tot uitsluiting van deze telefoontaps als bewijsmiddel.

De rechtbank overweegt ten aanzien van dit verweer als volgt:

De betreffende gesprekken zijn niet meer te beluisteren, als gevolg van een technische storing. De "tapverslagen" zijn in het onderhavige geval nog wel aanwezig. Ten aanzien van de betreffende telefoongesprekken is uit de verklaringen van verdachte tijdens het voorbereidend onderzoek komen vast te staan dat ze door hem gevoerd zijn. Niet betwist is dat de inhoud van de tapverslagen overeenkomstig de werkelijke inhoud van die gesprekken is.

Derhalve kan niet worden gezegd dat verdachte door het niet meer beschikbaar zijn van de bandopnamen, tengevolge van een technische storing, dusdanig in zijn verdediging is geschaad dat daarom de inhoud van die telefoongesprekken niet voor het bewijs zou mogen worden gebruikt.

Voorts heeft de raadsman bij pleidooi gesteld dat de verklaringen van [slachtoffer 5] afgelegd tegenover de politie dienen te worden uitgesloten voor het bewijs omdat deze verklaringen onvoldoende geloofwaardig zijn.

De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de betreffende verklaringen onder druk van de zijde van de politie zijn afgelegd en voorts dat [slachtoffer 5] is gehoord als verdachte en dat laatstgenoemde omstandigheid eveneens van invloed is geweest tijdens de verhoren bij de politie.

De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken van ongeoorloofde druk van de zijde van de politie om de verklaring van [slachtoffer 5] te verkrijgen.

Zij is door de politie als verdachte gehoord met betrekking tot het bezit van een vals reisdocument. Ten aanzien van dat feit is haar telkens de cautie gegeven. Bij gelegenheid van die verhoren zijn haar in breder verband vragen gesteld.

Niet is gebleken van enige omstandigheid waaruit zou kunnen worden afgeleid dat het feit dat [slachtoffer 5] als verdachte en niet als getuige is gehoord, op haar een zodanige druk legde dat zij haar verklaring in de onderhavige zaak niet in vrijheid heeft kunnen afleggen.

De verklaringen van [slachtoffer 5], afgelegd tegenover de politie zijn, behoudens hetgeen zij in eerste instantie heeft medegedeeld met betrekking tot de herkomst van het valse paspoort, naar het oordeel van de rechtbank betrouwbaar mede gelet op de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

6. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het primair bewezen verklaarde levert op:

Medeplichtigheid aan een ander, door bedreiging met een andere feitelijkheid dwingen en door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8. MOTIVERING VAN DE STRAF

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft zich gedurende korte tijd schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan de strafbare exploitatie van prostitutie. Hij heeft door zijn handelen meegewerkt aan de instandhouding van een illegaal circuit dat zich aan iedere controle onttrekt.

Genoemd delict is een ernstig misdrijf dat op zichzelf een lange vrijheidsstraf rechtvaardigt. Verdachte heeft hierin een aandeel gehad door één van de slachtoffers meermalen in opdracht van [verdachte 4] en zijn medeverdachte naar en van haar werkplekken te brengen en te halen. Mede hierdoor werd het slachtoffer, dat de Nederlandse taal niet machtig was en dat niet op de hoogte was van het prostitutiebeleid in Nederland, in een afhankelijke positie gehouden, waardoor zij ertoe werd gebracht zich aan de prostitutie over te blijven leveren.

De verdachte heeft ertoe bijgedragen dat door zijn handelen de persoonlijke integriteit van het slachtoffer is geschonden.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 23 januari 2002, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder terzake van enig misdrijf is veroordeeld.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 27 maart 2002 van T. Klever als reclasseringswerker verbonden aan de Reclassering Nederland.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een gedeeltelijk onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is.

9. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 48, 250a (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

10. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert het hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feit.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 205 dagen.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 120 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Westdorp, voorzitter,

mr. H.E.C. de Wit en mr. H.T. van Voorst, rechters,

in tegenwoordigheid van M. Woudman en G.A.M. Delis, griffiers, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 november 2003.