Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2003:AI0650

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
30-07-2003
Datum publicatie
30-07-2003
Zaaknummer
14/010292-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een leerkracht is veroordeeld voor het bedreigen van een minderjarige jongen die hij via het internet had benaderd voor seksueel contact. De man wilde dat de jongen contact bleef houden en een foto van zichzelf opstuurde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer: 14/010292-02

Datum uitspraak: 30 juli 2003

TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres], [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 juli 2003.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

14.010292.02

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 tot en met 20 mei 2002, in de gemeente Alkmaar, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om de minderjarige, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum]), wiens minderjarigheid hij kende dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, door het doen van (een) belofte(n) van geld, opzettelijk te bewegen ontuchtige handelingen met verdachte te plegen en/of zodanige handelingen van verdachte te dulden, met dat opzet die [slachtoffer 1] meermalen door middel van zogenaamd 'chatten' heeft benaderd en/of die [slachtoffer 1] (daarbij) meermalen heeft voorgesteld om samen een afpraak te maken en/of

elkaar te ontmoeten om (tijdens die afspraak en/of ontmoeting), tegen een financiële vergoeding van 50,- (vijftig) euro, ontuchtige handelingen te plegen,

bestaande die ontuchtige handeling(en) uit

het zich laten aftrekken en/of masturberen door die [slachtoffer 1] en/of

het aftrekken en/of masturberen van die [slachtoffer 1] en/of

het zichzelf aftrekken en/of masturberen in elkaars aanwezigheid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

14.015017.02

hij op op omstreeks 26 december 2001 in de gemeente Alkmaar en/of in de gemeente Amsterdam, althans in Nederland, een of meer gegevensdragers bevattende een of meer afbeeldingen waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft aangeboden aan de minderjarige [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum]) van wie verdachte wist of rederlijkerwijs moest vermoeden dat deze [slachtoffer 2] jonger was dan zestien jaar, immers heeft verdachte toen en daar aan die [slachtoffer 2] gemaild:

"hoi ik ben op zoek naar een jongen van jouw leeftijd die misschien verlegen of onervaren is maar het best leuk zou vinden met mij homovideos te kijken."

en/of

"Haal jij wat hardcore homo-video's, dan neem ik er ook een paar mee, die waar ik zelf in heb meegespeeld natuurlijk";

3.

14.015017.02

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 december 2001 tot en met 2 januari 2002 in de gemeente Alkmaar en/of in de gemeente Amsterdam, althans in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2], (telkens) door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 2] en/of diens moeder ([moeder slachtoffer 2]) wederrechtelijk te dwingen iets te doen (te weten: het sturen van een foto van die [slachtoffer 2] aan verdachte), (nadat verdachte die [slachtoffer 2] had bekend gemaakt dat verdachte beschikte over [slachtoffer 2]'s naam en/of huisadres en/of diens moeders achternaam)

(telkens) per e-mail en/of per telefoon die [slachtoffer 2] en/of die [moeder slachtoffer 2] heeft bericht

* dat verdachte niets met die gegevens zou doen als die [slachtoffer 2] een foto van zichzelf naar verdachte zou sturen en/of

* "Als jij je niet aan je afspraken houdt, dan houd ik mij ook niet aan mijn afspraken" althans woorden van een dergelijke dreigende strekking, en/of

* "Ik geef je nog twee minuten", althans woorden van een dergelijk dreigende

strekking, en/of

* "Dit is niet zo slim van je. Ik zal je e-mail-adres op het internet zetten, dat jij homocontacten zoekt met mannen. Mijn vrienden zullen je eens opzoeken. Achter je school komen we ook wel. Als je dit niet wilt dan zou ik maar snel weer contact met me opnemen", althans woorden en/of zinnen van een dergelijke dreigende en/of dwingende strekking, en/of

* "We weten je adres en telnr, ik zou de politie maar bellen want [slachtoffer 2] zit in big shit, dat beloof ik je, IN BIG SHIT", althans woorden van een dergelijk dreigende en/of dwingende strekking, en/of

* "The hunt for [slachtoffer 2] has begun", althans woorden van een dergelijke dreigende strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. GELDIGHEID VAN DE DAGVAARDING

Door de raadsman is aangevoerd dat de dagvaarding met betrekking tot het onder 2. ten laste gelegde feit onvoldoende feitelijk is. De enkele aanduiding "homovideo's" kan niet gelden als een voldoende opgave van het feit zoals vereist in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering, zonder dat de feitelijke inhoud van die video's nader is aangeduid.

De rechtbank overweegt ten aanzien van dit verweer het volgende.

Ten laste gelegd is - zakelijk weergegeven - dat verdachte gegevensdragers bevattende een of meer afbeeldingen waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar heeft aangeboden aan een minderjarige van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze jonger was dan zestien jaar, door toen en daar aan die minderjarige te mailen " hoi ik ben op zoek naar een jongen van jouw leeftijd die misschien verlegen of onervaren is maar het best leuk zou vinden met mij homovideo's te kijken".

De vraag die beantwoord moet worden, is deze:

Is de enkele aanduiding "homovideo's" voldoende om aan te nemen dat deze video's afbeeldingen inhouden waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar.

De rechtbank is van oordeel dat de enkele vermelding dat er sprake is van homovideo's waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, zonder dat de feitelijke inhoud van die afbeeldingen nader is aangeduid, niet oplevert een voldoende opgave van het feit als vereist in artikel 261 voornoemd.

De dagvaarding moet met betrekking tot het onder 2. ten laste gelegde feit nietig worden verklaard.

3. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1. is ten laste gelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank komt tot dit oordeel op grond van het volgende.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode genoemd in de tenlastelegging [slachtoffer 1] door middel van het zogenaamde "chatten" heeft benaderd en aan [slachtoffer 1] heeft voorgesteld om een afspraak te maken en elkaar te ontmoeten om ontuchtige handelingen te plegen.

[Slachtoffer 1] heeft tegenover de opsporingsambtenaren verklaard dat hij als nick-name "Best-Boy" had ingevuld, maar geen gegevens had ingevuld waaruit zijn leeftijd kon worden opgemaakt. Voorts heeft genoemde [slachtoffer 1] medegedeeld dat hij in antwoord op een vraag van de persoon met wie hij dat chat-contact had, had gemaild dat hij twaalf jaar oud was.

Uit het onderzoek is niet gebleken dat de verklaring van [slachtoffer 1] dat hij zijn leeftijd had bekend gemaakt door andere bewijsmiddelen, zowel technische als overige, wordt ondersteund.

Nu verdachte ter terechtzitting heeft ontkend het chat-contact met [slachtoffer 1] te hebben gehad, is de enkele verklaring van [slachtoffer 1] omtrent het mededelen van zijn leeftijd onvoldoende om te kunnen vaststellen dat verdachte, toen hij zijn chat-contact met genoemde jongen voortzette, de minderjarigheid van genoemde [slachtoffer 1] kende dan wel redelijkerwijs moest vermoeden.

4. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

3.

14.015017.02

hij in de periode van 26 december 2001 tot en met 2 januari 2002 in de gemeente Alkmaar en in de gemeente Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2], door bedreiging met enige feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 2] wederrechtelijk te dwingen iets te doen (te weten: het sturen van een foto van die [slachtoffer 2] aan verdachte), nadat verdachte die [slachtoffer 2] had bekend gemaakt dat verdachte beschikte over [slachtoffer 2]'s naam en huisadres en diens moeders achternaam per E-mail en per telefoon die [slachtoffer 2] heeft bericht

* dat verdachte niets met die gegevens zou doen als die [slachtoffer 2] een foto van zichzelf naar verdachte zou sturen en

* "Als jij je niet aan je afspraken houdt, dan houd ik mij ook niet aan mijn afspraken" , en

* "Ik geef je nog twee minuten", en

* "Dit is niet zo slim van je. Ik zal je e-mail-adres op het internet zetten, dat jij homocontacten zoekt met mannen. Mijn vrienden zullen je eens opzoeken. Achter je school komen we ook wel. Als je dit niet wilt dan zou ik maar snel weer contact met me opnemen", en

* "We weten je adres en telnr, ik zou de politie maar bellen want [slachtoffer 2] zit in big shit, dat beloof ik je, IN BIG SHIT", en

* "The hunt for [slachtoffer 2] has begun",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

6. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Poging tot

een ander door bedreiging met enige andere feitelijkheid, gericht hetzij tegen die ander hetzij tegen derden, wederrechtelijk dwingen iets te doen

7. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8. MOTIVERING VAN DE STRAFFEN

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft door middel van het zogenoemde chatten op het Internet contact gezocht met minderjarige jongens en kwam zo in contact met [slachtoffer 2] , een jongen van [leeftijd]. Genoemde [slachtoffer 2] had op een internetadres persoonlijke gegevens over zichzelf, waaronder zijn leeftijd, geplaatst. Nadat op verzoek van verdachte telefonisch contact met hem had opgenomen en nadat [slachtoffer 2] verdachte had duidelijk gemaakt geen afspraken met verdachte te willen maken gericht op seksuele activiteiten, heeft verdachte getracht door dreigementen die minderjarige jongen er toe brengen een foto van zichzelf aan verdachte toe te zenden. Daarbij uitte verdachte op een agressieve wijze de in de bewezenverklaring te lezen teksten waarin te lezen is wat er zou gebeuren indien hij daarin niet zou bewilligen.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij, als iemand met meerjarige ervaring in de omgang met minderjarigen in het onderwijs en de sport, in het contact met de minderjarige [slachtoffer 2] uitsluitend oog heeft gehad voor zijn eigen lichamelijke behoeften en zijn ongenoegen toen de bevrediging daarvan werd gedwarsboomd, en zich geen rekenschap heeft gegeven van wat dit contact en de daarop gevolgde bedreigingen voor invloed kunnen hebben op de geestelijke ontwikkeling van een minderjarige.

Kinderen die op jeugdige leeftijd worden blootgesteld aan zeer bedreigende seksuele toenaderingen door volwassenen kunnen nog lang daarvan psychische gevolgen ondervinden.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder terzake van enig misdrijf tot straf is veroordeeld.

- een over de verdachte opgemaakte voorlichtingsrapport gedateerd 29 mei 2002 van de Reclassering Nederland arrondissement Alkmaar.

- een over de verdachte opgemaakt voorlichtingsrapport gedateerd 25 april 2003, van de Reclassering Nederland arrondissement Alkmaar.

- een psychologisch rapport gedateerd 15 april 2003 en opgemaakt door A.J. Verheugt.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank verder nog het volgende overwogen:

De rechtbank betrekt in haar oordeel enerzijds de houding van de verdachte ter terechtzitting waaruit blijkt dat verdachte kennelijk nog steeds van mening is dat zijn boosheid op de minderjarige [slachtoffer 2] over het weigeren van het voortzetten van het contact gerechtvaardigd was en anderzijds de omstandigheid dat verdachte door de gevolgen die de publiciteit over de ten laste gelegde feiten op verdachtes mogelijkheid tot sociaal functioneren heeft gehad, ernstig is getroffen.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een voorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is.

De rechtbank is van oordeel dat tevens een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, behoort te worden opgelegd, een en ander op de wijze zoals hierna in de rubriek BESLISSING zal worden aangegeven.

Op de terechtzitting is gebleken van instemming van de verdachte.

9. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 45 en 284 van het Wetboek van Strafrecht.

10. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart de dagvaarding ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde feit nietig.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1. ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert het hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feit.

Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 3(drie) maanden.

Beveelt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een taakstraf voor de duur van 60(zestig) uren.

Beveelt voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht dat in plaats van de taakstraf vervangende hechtenis wordt toegepast, welke vervangende hechtenis wordt vastgesteld op 30(dertig) dagen.

Bepaalt, dat deze taakstraf bestaat uit een werkstraf.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht, volgens de maatstaf van 2(twee) uren voor elke dag, te weten 22(tweeëntwintig) uren.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

R.F.B. van Zutphen, voorzitter,

mr. P.H. Lauryssen en mr. L.H.M. Quant, rechters,

in tegenwoordigheid van W. Veenstra, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 juli 2003.