Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2003:AF9638

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
05-06-2003
Datum publicatie
05-06-2003
Zaaknummer
14/010407-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voor zover al als vaststaand zou kunnen worden aangenomen, dat de gebeurtenissen op 8 juni 1997 zich hebben voorgedaan zoals omschreven in de feitomschrijving van de tenlastelegging onder 2 subsidiair, kan hetgeen aan de verdachte wordt verweten niet worden aangemerkt als medeplichtigheid aan de moord of doodslag op [slachtoffer 2]. [..] De verdachte moet daarom van het gehele ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Parketnummer: 14/010407-02

Datum uitspraak: 5 juni 2003 BIJ VERVROEGING

OP TEGENSPRAAK

VONNIS van de Rechtbank Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van

Het Openbaar Ministerie

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te Alkmaar,

gedetineerd in het Huis van Bewaring Lelystad te Lelystad, Larserdreef 300.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 mei 2003.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is onder 1 ten laste gelegd, dat

hij, op of omstreeks 8 juni 1997,in de (huidige) gemeente Bergen NH, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, namelijk na kalm beraad en rustig overleg, in ieder geval opzettelijk, de vrouw [slachtoffer 1] een of meer gewelddadige handelingen heeft laten ondergaan en/of ten aanzien van die vrouw [slachtoffer 1] een of meer gewelddadige handelingen heeft verricht en/of (uiteindelijk) die vrouw [slachtoffer 1] 's avonds (onverzorgd en/of onbeschermd) heeft achtergelaten in een (min of meer) verlaten en/of afgelegen duinterrein, en/of die vrouw [slachtoffer 1] heeft gelegd en/of geplaatst in een kuil en/of (vervolgens) die kuil heeft gedicht met zand en/of zandhoudend materiaal,

waardoor die vrouw [slachtoffer 1] zodanige letsel(s) heeft bekomen en/of in een zodanige lichamelijke gesteldheid is komen te geraken, dat zij daardoor is overleden, en aldus, en in ieder geval, die vrouw [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd;

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat [broer verdachte] (geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] op of omstreeks 8 juni 1997, in de (huidige) gemeente Bergen NH, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

dan wel

dat een of meer tot op heden onbekend gebleven personen, op of omstreeks 8 juni 1997, in de (huidige) gemeente Bergen NH, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen,

opzettelijk en met voorbedachten rade, namelijk na kalm beraad en rustig overleg, in ieder geval opzettelijk, de vrouw [slachtoffer 1] een of meer gewelddadige handelingen heeft laten ondergaan en/of ten aanzien van die vrouw [slachtoffer 1] een of meer gewelddadige handelingen heeft verricht en/of (uiteindelijk) die vrouw [slachtoffer 1] 's avonds (onverzorgd en/of onbeschermd) heeft achtergelaten in een (min of meer) verlaten en/of afgelegen duinterrein, en/of die vrouw [slachtoffer 1] heeft gelegd en/of geplaatst in een kuil en/of (vervolgens) die kuil heeft gedicht met zand en/of zandhoudend materiaal, waardoor die vrouw [slachtoffer 1] zodanige letsel(s) heeft bekomen en/of in een zodanige lichamelijke gesteldheid is komen te geraken, dat zij daardoor is overleden, en aldus, en in ieder geval, die vrouw [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 8 juni 1997, in de (huidige) gemeente Bergen NH en/of de gemeente Alkmaar, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest;

Aan de verdachte is onder 2 ten laste gelegd, dat

hij, op of omstreeks 8 juni 1997, in de (huidige) gemeente Bergen NH, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, namelijk na kalm beraad en rustig overleg, in ieder geval opzettelijk, het op 16 juni 1996 geboren meisje [slachtoffer 2] een of meer gewelddadige handelingen heeft laten ondergaan en/of ten aanzien van dat meisje [slachtoffer 2] een of meer gewelddadige handelingen heeft verricht en/of (uiteindelijk) dat meisje [slachtoffer 2] 's avonds (onverzorgd en/of onbeschermd) heeft achtergelaten in een (min of meer) verlaten en/of afgelegen duinterrein, en/of dat meisje [slachtoffer 2] heeft gelegd en/of geplaatst in een kuil en/of (vervolgens) die kuil heeft gedicht met zand en/of zandhoudend materiaal, waardoor dat meisje [slachtoffer 2] zodanige letsel(s) heeft bekomen en/of in een zodanige lichamelijke gesteldheid is komen te geraken, dat dat meisje daardoor is overleden, en aldus, en in ieder geval, dat meisje [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd;

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat [broer verdachte] (geboren op 8 juni 1973 te [geboorteplaats]) op of omstreeks 8 juni 1997, in de (huidige) gemeente Bergen NH, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

dan wel

dat een of meer tot op heden onbekend gebleven personen, op of omstreeks 8 juni 1997, in de (huidige) gemeente Bergen NH, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, namelijk na kalm beraad en rustig overleg, in ieder geval opzettelijk, het op 16 juni 1996 geboren meisje [slachtoffer 2] een of meer gewelddadige handelingen heeft laten ondergaan en/of ten aanzien van dat meisje [slachtoffer 2] een of meer gewelddadige handelingen heeft verricht en/of (uiteindelijk) dat meisje [slachtoffer 2] 's avonds (onverzorgd en/of onbeschermd) heeft achtergelaten in een (min of meer) verlaten en/of afgelegen duinterrein, en/of dat meisje [slachtoffer 2] heeft gelegd en/of geplaatst in een kuil en/of (vervolgens) die kuil heeft gedicht met zand en/of zandhoudend materiaal waardoor dat meisje [slachtoffer 2] zodanige letsel(s) heeft bekomen en/of in een zodanige lichamelijke gesteldheid is komen te geraken, dat dat meisje daardoor is overleden, en aldus, en in ieder geval, dat meisje [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 8 juni 1997, in de (huidige) gemeente Bergen NH en/of de gemeente Alkmaar, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest;

hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (van die medeplichtigheid tot/en bij voornoemd misdrijf) heeft/hebben toen en daar met dat opzet het volgende gedaan en/of nagelaten:

terwijl hij, verdachte, en/of diens mededader(s) wist(en), in ieder geval moet/moeten hebben geweten

- dat de hiervoor genoemde [broer verdachte] (uitermate) gewelddadig en/of agressief kon zijn en/of in het (recente) verleden (meerdere malen) (de moeder van die [slachtoffer 2]) [slachtoffer 1] (ernstig) had mishandeld en/of bedreigd en/of

- dat de hiervoor genoemde [broer verdachte] en/of een of meer van diens mededaders het voornemen had(den) om dat meisje [slachtoffer 2] van het leven te beroven, in ieder geval dat die [broer verdachte] zich op een of meer verschillende tijdstippen tegenover een of meer anderen had geuit in bewoordingen die inhielden dat het meisje [slachtoffer 2] en haar moeder [slachtoffer 1] dood moesten, en/of

- dat (uitsluitend) de moeder [slachtoffer 1] was belast met de zorgen voor haar dochtertje [slachtoffer 2], en/of dat genoemde [broer verdachte] op geen manier was belast met de zorgen voor het meisje [slachtoffer 2], en/of

- dat het meisje [slachtoffer 2] verbleef bij haar moeder [slachtoffer 1],

en/of

terwijl hij, verdachte, en/of diens mededader(s) wist(en), in ieder geval moeten hebben geweten

- dat in de (na)middag van 8 juni 1997 de hiervoor genoemde [broer verdachte] met de moeder [slachtoffer 1] was weggegaan, en/of

- dat hij, verdachte, gedurende die afwezigheid van de moeder [slachtoffer 1] was belast met dan wel zich heeft bezig gehouden met de tijdelijke zorg (oppassen) voor dat meisje [slachtoffer 2], en/of

- dat die [broer verdachte] enige tijd later op die 8e juni 1997 zonder de moeder [slachtoffer 1] is teruggekeerd naar hem, verdachte, en/of diens mededader(s),

heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (van die medeplichtigheid tot en/of bij voornoemd misdrijf) toen en daar met dat opzet het volgende gedaan en/of nagelaten:

- in de loop van de avond van 8 juni 1997, althans op een tijdstip gelegen na het moment waarop die [broer verdachte] en/of (een of meer)van diens mede- dader(s) dan wel een of meer van die hierboven genoemde tot op heden onbekend gebleven persoon/personen zonder de moeder [slachtoffer 1] bij hem, verdachte, en/of diens mededader(s) (terug)kwam(en), is/zijn hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) in een auto met die [broer verdachte] en/of een of meer van diens mededaders dan wel met een of meer van de tot op heden onbekend gebleven personen, en met dat meisje [slachtoffer 2] naar een in de (huidige) gemeente Bergen NH, althans in Nederland, (af)gelegen (en op dat moment (nogal) verlaten) duingebied gereden, en/of (vervolgens)

- is/zijn hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) met die [broer verdachte] en/of een of meer van diens mededaders dan wel met een of meer van de tot op heden onbekend gebleven personen, en met dat meisje [slachtoffer 2] naar een (afgelegen) (op dat moment (nogal) verlaten) plek in dat duingebied gelopen en/of gegaan, en/of (vervolgens)

- op die (afgelegen) (en op dat moment (nogal) verlaten) plek in dat duingebied aangekomen en/of nadat die [broer verdachte] en/of een of meer van diens mededaders dan wel een of meer van de hiervoor genoemde tot op heden onbekend gebleven personen tegen hem, verdachte, had(den) gezegd (en daarbij doelende op het meisje [slachtoffer 2]) "doe jij het maar" en/of "jij moet het doen", in ieder geval woorden of uitdrukking(en) van een soortgelijke aard en/of strekking, en/of (waarbij en/of nadat) door die [broer verdachte] en/of een of meer van diens mededaders dan wel door een of meer van die hiervoor genoemde tot op heden onbekend gebleven personen met de hand een snijdende beweging voor de keel werd gemaakt,

heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededaders dat meisje [slachtoffer 2] aan die [broer verdachte] en/of een of meer van diens mededaders gegeven, althans heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededaders toegestaan of toegelaten dat die [broer verdachte] en/of een of meer van diens mededaders dan wel dat een of meer van die tot op heden onbekend gebleven personen uit de armen van hem, verdachte, en/of uit de armen van een of meer van zijn mededader(s) heeft/hebben genomen of gepakt en/of heeft/hebben vastgehouden en/of gedragen, en/of

- heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededaders, terwijl hij/zij toen tezamen met die [broer verdachte] en/of een of meer van diens mededaders dan wel met een of meer van die hiervoor genoemde tot op heden onbekend gebleven personen aanwezig was/waren op die afgelegen (en toen --nogal--verlaten) plaats in dat duinterrein, en/of terwijl naar hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededaders wist(en), in ieder geval moet(en) hebben geweten dat die [broer van verdachte] zich (kort) tevoren voor het leven van het meisje [slachtoffer 2] levensbedreigend had geuit, zonder enige of noemenswaardige tegenstand (door daden en/of woorden) die [broer verdachte] en/of een of meer van diens mededaders dan wel een of meer van die hiervoor genoemde tot op heden onbekend gebleven personen zijn/hun gang laten gaan met het onder zijn, verdachte's, en/of een of meer van zijn mededaders ogen en/of in de onmiddellijke omgeving van hem, verdachte, en/of een of meer van zijn mededaders, plegen van voornoemd misdrijf, en/of

- heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededaders (vervolgens) die plek in de duinen verlaten met achterlating van dat meisje [slachtoffer 2] op die plaats dan wel met achterlating van dat meisje [slachtoffer 2] op die plaats bij genoemde [broer verdachte] en/of een of meer van diens mededaders dan wel bij een of meer van die hiervoor genoemde tot op heden onbekend gebleven personen, terwijl naar hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededaders wist(en), in ieder geval moet(en) hebben geweten dat die [broer van verdachte] zich kort tevoren voor het leven van het meisje [slachtoffer 2] levensbedreigend had geuit.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder 1 primair en subsidiair en onder 2 primair ten laste gelegde en voor het onder 2 subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar.

3. Vrijspraak

Overeenkomstig de vordering van de officier van justitie zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van het hem onder 1 primair en subsidiair en het onder 2 primair ten laste gelegde, nu daarvoor het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt.

Naar het oordeel van de rechtbank is voorts niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 subsidiair is ten laste gelegd.

Dienaangaande overweegt de rechtbank het volgende.

Hetgeen aan de verdachte onder 2 subsidiair wordt verweten is hoofdzakelijk gebaseerd op de verklaringen afgelegd door de [ouders slachtoffer 1] en de verklaring van [getuige].

Wat betreft de verklaringen van de [ouders slachtoffer 1] twijfelt de rechtbank er niet aan, dat hetgeen deze getuigen hebben verklaard tegenover de politie, alsmede tegenover de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken, de juiste weergave is van hun interpretatie van hetgeen zij op 30 juli 2002 van de verdachte hebben begrepen. Wel stelt de rechtbank, gelet op zijn matige beheersing van de Nederlandse taal en de emotionele toestand waarin verdachte op dat moment verkeerde, vraagtekens bij de betrouwbaarheid van hetgeen verdachte die bewuste avond heeft verteld aan de [ouders slachtoffer 1]. Op grond hiervan kan de rechtbank niet aannemen dat de weergave van het gesprek met verdachte zoals neergelegd in de verklaringen van de [ouders slachtoffer 1] de weergave is van de gebeurtenissen zoals deze op 8 juni 1997 daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.

[Getuige] is naast de [ouders slachtoffer 1] de enige getuige die -aanvankelijk - heeft verklaard verdachte te hebben horen zeggen dat hij bij de dood van [slachtoffer 2] betrokken was. [Getuige] zou dit hebben afgeleid uit een gesprek dat werd gevoerd in de Turkse taal door de verdachte en een andere man. [Getuige] heeft tegenover de politie verklaard geen Turks te spreken, maar het wel te kunnen verstaan, in die zin dat zij de grote lijnen van een gesprek kan volgen. Nader onderzoek met betrekking tot de vraag, in hoeverre deze (belangrijke) getuige de Turkse taal zodanig beheerst dat zij een in het Turks gevoerd gesprek goed kan volgen en interpreteren, heeft niet plaatsgevonden. Indien [getuige] daadwerkelijk getuige is geweest van een gesprek tussen de verdachte en een andere man, dan is het ook hier de vraag of haar weergave van dit gesprek de weergave is van het gesprek zoals het daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

Gelet op het bovenstaande kunnen genoemde verklaringen de rechtbank er niet van overtuigen dat de gebeurtenissen die op of omstreeks 8 juni 1997 zouden hebben plaatsgevonden, zich daadwerkelijk zo hebben voorgedaan als omschreven in de tenlastelegging onder 2 subsidiair.

Ten overvloede merkt de rechtbank nog het volgende op.

Voor zover al als vaststaand zou kunnen worden aangenomen, dat de gebeurtenissen op 8 juni 1997 zich hebben voorgedaan zoals omschreven in de feitomschrijving van de tenlastelegging onder 2 subsidiair, kan hetgeen aan de verdachte wordt verweten niet worden aangemerkt als medeplichtigheid aan de moord of doodslag op [slachtoffer 2].

De enkele aanwezigheid van de verdachte bij de uitvoering van de levensberoving van [slachtoffer 2] brengt nog niet mee dat op hem de rechtsplicht rustte te beletten dat het misdrijf werd voltooid. Evenmin is de wetenschap van de verdachte dat zijn broer [broer van verdachte] agressief van aard was en zich eerder bedreigend had uitgelaten over [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], noch de omstandigheid dat de verdachte die dag op [slachtoffer 2] had opgepast, toereikend om zodanige rechtsplicht te doen ontstaan op het moment dat [broer van verdachte] aanstalten maakte [slachtoffer 2] van het leven te beroven c.q. aan dat plan uitvoering gaf.

Ook overigens kan naar het oordeel van de rechtbank de totaliteit van het ten laste gelegde doen en laten van de verdachte, in onderlinge samenhang beschouwd, niet tot de slotsom leiden dat de verdachte medeplichtig is geweest aan de moord of doodslag op [slachtoffer 2].

De verdachte moet daarom van het gehele ten laste gelegde worden vrijgesproken.

4. De in beslag genomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel, dat de in beslag genomen voorwerpen, vermeld op de als bijlage 1 aan dit vonnis gehechte lijst, dienen te worden teruggegeven aan de verdachte. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken, dat deze als rechthebbende kan worden aangemerkt.

5. BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

- gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, vermeld op de als bijlage 1 aan dit vonnis gehechte lijst;

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte en beveelt zijn onmiddellijke invrijheidstelling.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. de Klerk, voorzitter,

mr. R.F.B. van Zutphen en mr. A.M. van Woensel, rechters,

in tegenwoordigheid van M. Woudman, griffier,

en uitgesproken bij vervroeging op de openbare terechtzitting van 5 juni 2003.