Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2003:AF6218

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
25-03-2003
Datum publicatie
25-03-2003
Zaaknummer
95/2003 JJ
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

DE RECHTBANK TE ALKMAAR

KG nummer: 95/2003 JJ

Uitspraak: 25 maart 2003

De voorzieningenrechter van de rechtbank te Alkmaar, rechtdoende in kort geding, heeft het volgende vonnis gewezen in de zaak van:

De stichting STICHTING SPORTHAL EGMOND,

Gevestigd te Egmond,

EISERES IN KORT GEDING,

procureur mr. A.W.J. Castelijns,

advocaat mr. J. de Groot te Amstelveen,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE BERGEN,

gevestigd te Alkmaar,

GEDAAGDE IN KORT GEDING,

procureur mr. H.R.M. Jenné,

advocaat mr. A.S.K. Terng te Amsterdam.

HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter terechtzitting van 18 maart 2003 heeft eiseres gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Vervolgens heeft eiseres haar eis gewijzigd.

Gedaagde heeft de vordering bestreden.

Na verder debat hebben partijen de stukken, waaronder van beide zijden pleitnotities, overgelegd en vonnis gevraagd.

De inhoud van alle stukken wordt als hier ingelast beschouwd.

DE BEHANDELING VAN DE ZAAK

1. De uitgangspunten

1.1. Eiseres exploiteert een zwembad te Egmond. Bij brief van 11 juli 2000 heeft eiseres aan - de rechtsvoorgangster van - gedaagde verzocht aan eiseres ter dekking van een financieringstekort een geldlening, althans een garantie, te verstrekken tot een bedrag van fl. 1.000.000,-.

1.2. Bij brief van 9 november 2000 hebben B en W van Egmond aan eiseres meegedeeld "in principe medewerking te verlenen" aan het verzoek.

1.3. Vervolgens zijn tussen partijen diverse gesprekken gevoerd, in hoofdzaak over het verstrekken door gedaagde voor gelden ten behoeve van de voorgenomen renovatie van het zwembad.

1.4. Resultaten van besprekingen zijn vastgelegd in een overeenkomst gedateerd 1 mei 2001, waarbij gedaagde aan eiseres een eenmalige financiële bijdrage toezegt van fl. 5.700.000,- en waarin onder meer de volgende bepaling is opgenomen: "Reeds ingediende verzoeken om financiële bijdragen zal de stichting onmiddellijk en zonder enig voorbehoud na ondertekening van deze overeenkomst intrekken".

2. De vordering en de standpunten van partijen

2.1. Eiseres vordert, na wijziging eis en zakelijk weergegeven, afgifte van een garantie tot een bedrag van 453.780,21 euro (fl. 1.000.000,-).

2.2. Volgens eiseres is op 9 november 2000 een overeenkomst tot stand gekomen tussen partijen, in die zin dat de - rechtvoorgangster van - gedaagde zich door de in de brief met die datum verwoorde toezegging jegens eiseres heeft gebonden.

2.3. Volgens gedaagde kan uit de desbetreffende brief geen overeenkomst worden afgeleid en verder is volgens haar de door eiseres gepretendeerde toezegging vervallen doordat de overeenkomst van 1 mei 2001 aan de zijde van eiseres de verplichting meebracht om alle lopende verzoeken tot steun in te trekken, onder welke bepaling het verzoek tot het verlenen van steun in de brief van 10 juli 2000 is begrepen. Bovendien is volgens gedaagde het thans gevorderde bedrag, althans de garantie, begrepen in de toegezegde steun van fl. 5.700.000,-.

2.4. Partijen hebben hun wederzijdse standpunten toegelicht aan de hand van de overgelegde pleitnotities. Voorzover voor de beslissing van belang zal daarop hierna uitdrukkelijk worden ingegaan.

3. De gronden van de beslissing

3.1. Eiseres grondt haar vordering op de toezegging van de gemeente Egmond zoals die in de brief van 9 november 2000 is verwoord. Volgens eiseres heeft gedaagde zich daarmee gebonden een garantstelling af te geven tegen het verzochte bedrag van fl. 1.000.000,-. Dat betoog kan niet worden gevolgd. Reeds uit de gebezigde terminologie "besloten in principe medewerking te verlenen" in de desbetreffende brief kan niet worden afgeleid dat de gemeente Egmond de bedoeling had zich op dat moment jegens eiseres onvoorwaardelijke te binden.

3.2. Bovendien wordt even verderop in de brief ook daadwerkelijk een aantal voorwaarden aan de medewerking verbonden en verder wordt gemeld dat het nieuwe college van de gemeente Bergen de zaak op een later tijstip, begin 2001, zal afwikkelen. Daarom kan worden aangenomen dat de wens van eiseres in een verzoekstadium is blijven steken. Uit dat laatste volgt weer dat het in rechte in te nemen standpunt van gedaagde, inhoudende dat met de overeenkomst van 1 mei 2001 en de daarin verwoorde toezegging tot het ter beschikking stellen van een bedrag van fl. 5.700.000,- het verzoek van 10 juli 2000 van de baan was, althans gelet op de desbetreffende bepaling als door eiseres ingetrokken diende te worden beschouwd, niet bij voorbaat als kansloos moet worden aangemerkt.

3.3. Daarmee kan worden vastgesteld dat de vordering niet voldoet aan het criterium voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding, namelijk dat met grote mate van waarschijnlijkheid ervan moet worden uitgegaan dat de bodemrechter, indien geadieerd, eveneens tot toewijzing zal beslissen.

3.4. Nu het gevorderde reeds op die grond zal worden geweigerd, kunnen andere verweren onbesproken blijven.

3.5. Eiseres zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van het geding.

DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- weigert de gevorderde voorziening;

- veroordeelt eiseres in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van gedaagde begroot op 205,- euro aan verschotten en op 703,- euro aan salaris van de procureur.

Gewezen door mr. J.M. Vrakking, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2003 in tegenwoordigheid van J.J.M. Jeurissen, griffier.