Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2002:AE1938

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
22-03-2002
Datum publicatie
25-04-2002
Zaaknummer
AWB 01/43
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Alkmaar

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

UITSPRAAK

op grond van artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht.

Reg.nr: BELEI 01/43

Inzake: Stichting Zorgcentrum de Nieuwpoort, gevestigd te Alkmaar, eiseres,

tegen: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Alkmaar, verweerder.

1. Aanduiding bestreden besluit.

Besluit van verweerder d.d. 29 november 2000.

2. Zitting.

Datum: 5 februari 2002.

Eiseres is, daartoe ambtshalve opgeroepen, verschenen bij gemachtigden J. Pool, bestuursvoorzitter, G. de Geus, directeur, en J.B.H.M. Moeskops, administrateur van eiseres.

Verweerder is, daartoe ambtshalve opgeroepen, verschenen bij gemachtigde A. van het Ende, beambte bezwaar en beroep bij verweerders gemeente.

3. Feiten welke de rechtbank als vaststaande aanneemt.

Tot 1999 werd de administratie rond de verzorging van warme maaltijden in Alkmaar alsmede distributie van die maaltijden, verzorgd door de SKWO.

De warme maaltijden werden aangeleverd door een aantal instellingskeukens, waaronder die van eiseres. Verweerder kende jaarlijks een subsidie toe aan de SKWO voor de verrichte werkzaamheden, alsmede een subsidie per geleverde maaltijd aan de verschillende instellingen.

Vanaf de zomer van 1998 is er overleg tussen SKWO, verweerder en de verzorgingstehuizen die de warme maaltijden bereiden over de meest wenselijke invulling van de verzorging en distributie van de warme maaltijden.

Voor het jaar 1999 is in de begroting van de gemeente Alkmaar een bedrag van f 225.000,00 opgenomen voor de subsidiëring van deze dienstverlening.

Op 13 juli 1999 is als uitvloeisel van het onderzoek naar de meest wenselijke invulling door verweerder besloten dat er voor een nieuw systeem van maaltijdverschaffing wordt gekozen. Uitgangspunten bij de keuze voor een systeem waren dat voor de klanten een prijs van maximaal f 7,50 per maaltijd zou gelden, waarbij de kwaliteit gewaarborgd bleef. Randvoorwaarde was dat het subsidiebedrag van f 225.000,00 niet zou worden overschreden, uitgaande van 60.000 maaltijden op jaarbasis.

Verweerder heeft twee door SKWO voorgestelde varianten beoordeeld. De ene variant was gebaseerd op handhaving van het aanbod van de zorgcentra de Nieuwpoort en Westerlicht. De andere variant was gebaseerd op een offerte van een commercieel cateringbedrijf.

Verweerder heeft in het besluit van 13 juli 1999 aangegeven dat de keuze snel was gemaakt, omdat bleek dat de Alkmaarse zorgcentra geen aanbod konden doen dat ook maar bij benadering past binnen de financiële randvoorwaarden. Minimaal zou daarvoor een subsidiebedrag nodig zijn van f 405.000,00 bij 60.000 maaltijden per jaar. Belangrijkste reden van de hoge kosten voor de zorgcentra is, dat zij dagelijks leveren. Bij het betrekken van de maaltijden bij een commerciële cateraar zal een subsidie van f 148.000,00 per jaar nodig zijn, op basis van 60.000 maaltijden per jaar. De ruimte die daarmee overblijft binnen het subsidiebudget kan, aldus verweerder in dit besluit, benut worden om de bezorgfrequentie voor de mensen die daar behoefte aan hebben te verhogen.

Bijkomend voordeel van het nieuwe systeem is, dat het voor de bezorging niet afhankelijk is van de (enigszins) onzekere factor van vrijwilligers. Ook de bezorging wordt door de cateraar verzorgd.

Bij schrijven van 4 augustus 1999 heeft verweerder aan het bestuur van de stichting SKWO Ouderenwerk laten weten dat ingestemd wordt met het voorstel van de SKWO om de maaltijden van een commerciële leverancier te betrekken, waarbij als voorwaarde geldt dat de klanten een bedrag van f 8,00 betalen voor een tweegangenmenu (prijspeil 1999).

Bij schrijven van 7 oktober 1999 heeft eiseres aan verweerder bericht dat zij zich conformeert aan de ontwikkelingen rond de maaltijdverstrekking zoals deze worden voorgestaan door de SKWO.

Daarnaast geeft zij aan dat de wens bestaat om desondanks door te gaan met het zelf verstrekken van maaltijden aan de bewoners van de aanleunwoningen. Verzocht wordt de subsidie daarvoor te continueren.

Bij besluit van 26 januari 2000 heeft verweerder dit verzoek afgewezen. Ter motivering wordt aangegeven dat het niet meer leveren door de commerciële cateraar aan de aanleunwoningen van eiseres een relatief fors effect zal hebben op de kostprijs van de overige maaltijden, waardoor de totale kosten voor de gemeente via subsidiëring f 25.0000,00 hoger zullen uitvallen. Daarbij wordt aangegeven dat het nieuwe systeem dat in juli 1999 van start is gegaan na uitgebreide studie tot stand is gekomen en dat er geen aanleiding is om van de resultaten van die studie af te wijken.

Medio 2000 zal er een evaluatie van het systeem plaatsvinden, waarbij de wens van eiseres kan worden meegenomen.

Bij schrijven van 28 februari 2000 heeft eiseres een bezwaarschrift tegen dit besluit ingediend bij verweerder.

Bij besluit van 25 mei 2000 is aan eiseres over het jaar 1999 de gebruikelijke volledige subsidie voor geleverde maaltijden, te weten f 10.893,00 toegekend.

Op 6 oktober 2000 heeft een hoorzitting plaatsgevonden, waar eiseres in de gelegenheid is gesteld haar standpunt nader toe te lichten.

Bij besluit van 29 november 2000, verzonden op 1 december 2000, heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres op 2 januari 2001, bij de rechtbank binnengekomen op 3 januari 2001, beroep ingesteld.

Verweerder heeft op 8 februari 2001 de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het beroep ter zitting behandeld.

Bij schrijven van 22 maart 2002 heeft de rechtbank partijen laten weten dat de termijn van het doen van uitspraak onder toepassing van artikel 8:66 lid van de Algemene wet bestuursrecht met zes weken is verlengd.

4. Bewijsmiddelen.

De gedingstukken en het verhandelde ter zitting.

5. Motivering.

In dit geding dient te worden beoordeeld of het besluit van verweerder tot handhaving van de weigering subsidie te verlenen in rechte stand kan houden.

Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

De in geding zijnde subsidiëring van de maaltijdverstrekking is gebaseerd op de Subsidieverordening van de gemeente Alkmaar. In die verordening zijn procedureregels neergelegd met betrekking tot subsidieverlening.

De subsidieverordening laat verweerder in beginsel vrij zijn beleid ter zake van de verdeling van de beschikbare middelen in te vullen. Daarmee bestaat ook de vrijheid om de financiering van de maaltijdverzorging, indien daartoe (politiek gezien) aanleiding bestaat, te wijzigen.

De beoordeling door de bestuursrechter van de vraag of de belangen die gemoeid zijn met voortzetting van een bepaalde subsidie opwegen tegen de belangen bij een andere besteding van de tot dan toe hiervoor beschikbare middelen kan, nu de besluitvorming daaromtrent een politiek karakter heeft, naar haar aard slechts marginaal zijn. Van onredelijke besluitvorming rond de keuze voor een systeem van maaltijdverstrekking, die deze marginale toetsing niet kan doorstaan is de rechtbank niet gebleken. Aan het besluit om over te gaan tot het betrekken van de maaltijden van een commerciële cateraar ligt een gedegen onderzoek en een goede financiële onderbouwing ten grondslag. De keuze voor het nieuwe maaltijdensysteem heeft rechtstreeks tot gevolg dat er geen subsidie meer wordt verstrekt voor de voorheen bestaande vormen van maaltijdverstrekking.

De door eiseres aangevoerde bezwaren, die met name betrekking hebben op de keuze voor een ander maaltijdsysteem, kunnen aan de keuzevrijheid van verweerder niet afdoen.

In zoverre ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat het besluit tot beëindiging van de subsidie van eiseres voor vernietiging in aanmerking komt.

Het vorenstaande neemt evenwel niet weg dat ten aanzien van het thans bestreden besluit tot beëindiging van de individuele subsidiëring van eiseres dient te worden bezien of door verweerder is gehandeld in overeenstemming met de beginselen van behoorlijk bestuur, zoals neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht.

Deze beginselen houden onder meer in, dat, nadat is komen vast te staan dat een subsidierelatie zal worden beëindigd, voldoende tijd wordt geboden om de te staken activiteiten op aanvaardbare wijze af te bouwen.

In dit verband acht de rechtbank van belang dat reeds vanaf 1998 overleg is gevoerd (waarvan ook eiseres op de hoogte was) over de toekomstige invulling van de maaltijdverstrekking. Voor eiseres moet duidelijk zijn geweest dat er mogelijkerwijs veranderingen zouden komen. Voorts is eiseres de gelegenheid geboden om een offerte in te dienen die binnen de subsidie-budgetten zou vallen. Eiseres kende de budgetten en heeft geen passende offerte gedaan.

Voorts is gebleken dat, hoewel het nieuwe systeem half juli 1999 is ingevoerd, aan eiseres over het gehele jaar 1999 nog subsidie voor verstrekte maaltijden is verleend.

Gelet op het vorenstaande kan niet worden staande gehouden dat verweerder niet een afdoende overgangsperiode in acht heeft genomen.

De aan het begin van deze rubriek opgeworpen vraag dient dan ook bevestigend te worden beantwoord.

Beslist is als volgt.

6. Beslissing.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gewezen door mr. E.M. van der Linde, lid van de enkelvoudige kamer,

in tegenwoordigheid van mr. T.U. van Veen, als griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2002.

door voornoemd lid, in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier,Het lid van de enkelvoudige kamer,

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open. Indien u daarvan gebruik wenst te maken, dient u binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een beroepschrift en een kopie van de uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's Gravenhage.

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.