Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2002:AE0607

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
11-03-2002
Datum publicatie
26-03-2002
Zaaknummer
14.010261.01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

De RECHTBANK van het arrondissement ALKMAAR

Parketnummer : 14.010261.01

Datum uitspraak: 11 maart 2002

OP TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de rechtbank van het arrondissement Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans gedetineerd in Huis van Bewaring De Compagnie en Zwaag te Zwaag.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 februari 2002 en 25 februari 2002.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is, nadat een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging van het 2e en het 5e feit is toegelaten, ten laste gelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 20 januari 2001 in de gemeente Den Helder aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een gebroken jukbeen en/of een gebroken en/of gescheurde oogkas en/of een gebroken en/of gescheurde kaak), heeft toegebracht, door deze opzettelijk een of meermalen (met gebalde vuist) (met kracht) tegen diens hoofd te slaan en/of te stompen en/of te stoten;

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 20 januari 2001 in de gemeente Den Helder opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]), een of meermalen (met kracht) (met gebalde vuist) tegen diens hoofd heeft geslagen en/of gestoten en/of gestompt, tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (een gebroken jukbeen en/of een gebroken en/of gescheurde oogkas en/of een gebroken en/of gescheurde kaak), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 19 maart 2001 in de gemeente Purmerend opzettelijk en

wederrechtelijk een (personen)auto (merk Fiat; type: seicento; kenteken: [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt,

immers heeft verdachte opzettelijk meermalen, althans eenmaal, met zijn tot vuist gebalde hand op en/of tegen een portierruit van voornoemde auto geslagen;

3.

hij op of omstreeks 24 mei 2001 te Wieringerwerf, gemeente Wieringermeer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet tweemaal, althans eenmaal, met kracht een fiets tegen/in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft gegooid, terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag, en/of met kracht in/tegen de maag van die [slachtoffer 3] heeft gestompt en/of geslagen, en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] heeft gestompt en/of geslagen, en/of tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft geschopt en/of getrapt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 mei 2001 te Wieringerwerf, gemeente Wieringermeer,

opzettelijk heeft mishandeld een persoon (te weten [slachtoffer 3]), door tweemaal, althans eenmaal, met kracht een fiets tegen/in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 3] te gooien, terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag,

en/of

met kracht in/tegen de maag van die [slachtoffer 3] te stompen en/of te slaan, en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] te stompen en/of te slaan, en/of tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] te schoppen en/of te trappen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

4.

hij op of omstreeks 22 juli 2001 te De Koog, gemeente Texel, opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 4], hoofdagent van politie district Noordkop, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, (met kracht) met zijn tot vuist gebalde hand die [slachtoffer 4] op/tegen het hoofd heeft gestompt en/of geslagen, waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

5.

hij op of omstreeks 12 augustus 2001 te Wieringerwerf, in de gemeente Wieringermeer, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Texelstroom, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een personenauto (merk Opel; type Corsa; kenteken: [kenteken]), welk geweld bestond uit het schoppen tegen en/of bekrassen van voornoemde auto en/of trekken aan en/of verbuigen van de ruitenwissers en/of het duwen tegen en/of trekken aan deze personenauto, waardoor deze op zijn kant is gerold, waarbij hij, verdachte,

opzettelijk die personenauto heeft vernield en/of beschadigd;

6.

hij op of omstreeks 24 augustus 2001 te Wieringerwerf, in de gemeente

Wieringermeer, een persoon, [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte tegen de vriendin (te weten [naam]) van voornoemde [slachtoffer 5] de volgende woorden gezegd:"Ik doe jou niets, maar zorg maar dat je niet thuis bent als ik [slachtoffer 5] kom opzoeken, want ik ga [slachtoffer 5] hartstikke doodslaan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, waarna die vriendin [slachtoffer 5] heeft ingelicht omtrent vorenstaande;

7.

hij in of omstreeks de periode van 01 september 2000 tot en met 21 september 2001 te Wieringerwerf, in de gemeente Wieringermeer, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 230 planten , in elk geval een of meer planten bevattende een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

8.

hij in of omstreeks de periode van 01 september 2000 tot en met 21 september 2001 te Wieringerwerf, gemeente Wieringermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (ongeveer) 31904 Watt electriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan NUON, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. VRIJSPRAAK

De raadsman van verdachte heeft gesteld - kort samengevat - dat de verbalisanten ter aanhouding van de verdachte de woning van verdachte hebben betreden en dat het doorzoeken van de woning na de aanhouding van de verdachte, onrechtmatig is geschied. De raadsman heeft gesteld dat de resultaten van dat onderzoek en de vruchten daarvan niet kunnen meewerken tot het bewijs dat de verdachte het onder 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan.

Naar het oordeel van de rechtbank treft het verweer van de raadsman doel. Uit de stukken blijkt dat de verbalisanten ter aanhouding van de verdachte de woning van verdachte hebben betreden. Hierbij was sprake van een goed voorbereide en gecoördineerde aktie waarbij koppelsgewijs naar verdachte zou worden gezocht. Uit het proces-verbaal van binnentreden blijkt dat vier verbalisanten ter aanhouding van de verdachte direct de woonkamer hebben betreden en aldaar de verdachte hebben aangetroffen die de tuin invluchtte alwaar de vijfde verbalisant zich bevond. Uit de stukken blijkt niet van verbalisanten die ter aanhouding van de verdachte de bovenverdieping van de woning hebben betreden. De rechtbank acht aannemelijk dat de hennepkwekerij eerst na aanhouding van de verdachte door de verbalisanten is aangetroffen. In het proces-verbaal ontbreken hierover de feiten en omstandigheden zodat de rechtmatigheid niet kan worden getoetst door de rechtbank. De waarborgen die de wetgever heeft willen stellen met betrekking tot het huisrecht en de strikte regels die daaromtrent gelden brengen met zich mee dat bij een mogelijke inbreuk op het huisrecht de grootst mogelijke zorgvuldigheid betracht dient te worden.

Het bewijs met betrekking tot de aangetroffen hennepkwekerij en de diefstal van elektriciteit is derhalve onrechtmatig vergaard zodat verdachte dient de worden vrijgesproken van het onder 7 en 8 tenlastegelegde.

3. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

1 primair:

hij op 20 januari 2001 in de gemeente Den Helder aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een gebroken jukbeen en een gescheurde oogkas en een gescheurde kaak), heeft toegebracht, door deze opzettelijk meermalen met gebalde vuist met kracht tegen diens hoofd te stompen;

2.

hij op 19 maart 2001 in de gemeente Purmerend opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto, merk Fiat; type: seicento; kenteken: [kenteken], toebehorende aan [slachtoffer 2] heeft beschadigd, immers heeft verdachte opzettelijk meermalen met zijn tot vuist gebalde hand tegen een portierruit van voornoemde auto geslagen;

3 primair:

hij op 24 mei 2001 te Wieringerwerf, gemeente Wieringermeer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet tweemaal met kracht een fiets tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft gegooid en met kracht in de maag van die [slachtoffer 3] heeft gestompt en tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] heeft geslagen en tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft getrapt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op 22 juli 2001 te De Koog, gemeente Texel, opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 4], hoofdagent van politie district Noordkop, gedurende en terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, met kracht met zijn tot vuist gebalde hand die [slachtoffer 4] tegen het hoofd heeft geslagen, waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

5.

hij op 12 augustus 2001 te Wieringerwerf, in de gemeente Wieringermeer, met anderen, aan de openbare weg, de Texelstroom, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een personenauto, merk Opel; type Corsa; kenteken: [kenteken], welk geweld bestond uit het schoppen tegen en bekrassen van voornoemde auto en het trekken aan en verbuigen van de ruitenwissers en het duwen tegen en trekken aan deze personenauto, waardoor deze op zijn kant is gerold, waarbij hij, verdachte, opzettelijk die personenauto heeft beschadigd;

6.

hij op 24 augustus 2001 te Wieringerwerf, in de gemeente Wieringermeer, een persoon, [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte tegen de vriendin, te weten [naam], van voornoemde [slachtoffer 5] de volgende woorden gezegd:"Ik doe jou niets, maar zorg maar dat je niet thuis bent als ik [slachtoffer 5] kom opzoeken, want ik ga [slachtoffer 5] hartstikke doodslaan", waarna die vriendin [slachtoffer 5] heeft ingelicht omtrent vorenstaande;

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

5. BEWIJSMIDDELEN

(--------------------------)

6. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE

De raadsman heeft ter terechtzitting ten aanzien van feit 1 en feit 4 betoogd dat verdachte bij het begaan van het tenlastegelegde uit noodweer heeft gehandeld. Hij heeft daartoe ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat verdachte zich moest verdedigen nadat hij van de aangever een stomp in zijn gezicht had gekregen. Ten aanzien van feit 4 heeft hij aangevoerd dat het van achteren vastpakken tijdens een gevecht een voor de verdachte zo bedreigende aanval was dat hij zich daartegen moest verweren.

De rechtbank verwerpt deze verweren nu in beide gevallen niet is komen vast te staan dat er sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van hemzelf of zijn maat [X], dan wel van een onmiddellijk dreigend gevaar voor zodanige aanranding. De rechtbank baseert haar oordeel, wat betreft het eerste feit, op de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2]. Uit deze verklaringen blijkt dat sprake was van een woordenwisseling tussen [Y] en [X]. Het enkele feit dat die [Y] vervolgens op [X] afloopt rechtvaardigt niet dat verdachte op dat moment die [Y] tegen de grond slaat en vervolgens diens maat [slachtoffer 1] twee vuistslagen geeft.

Wat het vierde feit betreft blijft uit de aangifte en uit het proces-verbaal van bevindingen dat verdachte - betrokken bij een mishandeling - door politieambtenaren bij de schouders is gepakt, terwijl zij zich als politieambtenaren bekend maken. Verdachte is dusdanig opgefokt en onder invloed van alkoholhoudende drank dat hij zich in een reflex omdraait en één van de ambtenaren een vuistslag geeft.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

Zware mishandeling;

Ten aanzien van feit 2

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

Ten aanzien van feit 3 primair:

Poging tot zware mishandeling;

Ten aanzien van feit 4:

Mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of terzake de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

Ten aanzien van feit 5:

Het openlijk en in vereniging geweld plegen tegen goederen;

Ten aanzien van feit 6:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

7. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

De raadsman heeft ter terechtzitting ten aanzien van feit 1 betoogd dat er sprake is van noodweer-exces.

De rechtbank verwerpt dit verweer nu er ten aanzien van feit 1 geen sprake is van een noodweersituatie.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8. MOTIVERING VAN DE STRAF

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

Verdachte heeft zich in een openbare gelegenheid en op of aan de openbare weg schuldig gemaakt aan diverse geweldsmisdrijven tegen personen en goederen, welke misdrijven zich kenmerken door het zeer agressieve gedrag van verdachte, veelal zonder enige noemenswaardige aanleiding. Door dergelijke misdrijven wordt niet alleen pijn, letsel of schade aan de slachtoffers toegebracht, maar ook de openbare veiligheid in openbare gelegenheden of op de openbare weg geschaad, hetgeen tot gevoelens van onrust leidt in de samenleving.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 17 oktober 2001, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder terzake van geweldsdelicten is veroordeeld.

Die veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren.

- de over de verdachte uitgebrachte rapportages van de hand van E.C.G. van Baarsen, reclasseringswerker, gedateerd 27 november 2001 en 21 februari 2002.

Het psychologisch rapport opgemaakt door de psycholoog H. Scharft, gedateerd 5 december 2001 houdt onder meer in dat er bij verdachte sprake is van een persoonlijkheidsproblematiek waarin antisociale en paranoïde trekken opvallen. De betrokkene is een man die moeilijk mensen kan vertrouwen, zich snel benadeeld voelt en op door hem ervaren onrecht reageert met hevige woedegevoelens, die af en toe ook tot fysiek geweld leiden. De rapporteur acht de verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar. De rapporteur adviseert een deel van een eventuele straf voorwaardelijk op te leggen en hieraan als bijzondere voorwaarde te koppelen dat hij een ambulante behandeling zal ondergaan, welke behandeling het beste kan plaatsvinden bij een Forensisch Psychiatrische Kliniek of een Forensisch Psychiatrische Afdeling.

Met de conclusie van dit rapport kan de rechtbank zich verenigen.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zeer gemotiveerd is om iets aan zijn agressieprobleem te doen en dat hij de dagbehandeling bij De Waag wil volgen.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank er verder rekening mee gehouden dat de verdachte heeft erkend het strafbare feit te hebben gepleegd, dat is vermeld in de door de officier van justitie ter informatie bij het dossier gevoegde zaak, parketnummer 14.025216.01 ( eenvoudige belediging ), en welke door een korte vermelding op de dagvaarding ter kennis van de verdachte is gebracht.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting kenbaar gemaakt dat tegen de verdachte terzake van dat feit geen afzonderlijke vervolging zal worden ingesteld.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een gedeeltelijk onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is.

9. BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats], [adres], heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 13.259,41 wegens schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij, voorzover die de medische kosten, de reiskosten, de huishoudelijke hulp en aanpassingen, 1 maand contributie Pro Fit alsmede een deel van het smartegeld betreft, van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1 primair bewezenverklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 3446,73, kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen, waarvan € 3000,- als voorschot op de immateriële schade.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

Naar het oordeel van de rechtbank is het overige gedeelte van de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

9a. BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende te [woonplaats], [adres], heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 77,60 wegens schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 2 bewezenverklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag kan de vordering worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

9b. BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij [slachtoffer 4], domicilie kiezende te [woonplaats], [adres], heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 272,- wegens schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 4 bewezenverklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag kan de vordering worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

9c. BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij [slachtoffer 5], wonende te [woonplaats], [adres], heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 4921,25 wegens schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat een deel van de vordering van de benadeelde partij, voorzover die een deel van de schade aan de Opel Corsa betreft, van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 5 bewezenverklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 3000,-, kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

Naar het oordeel van de rechtbank is het overige gedeelte van de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

9d. BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij NUON, gevestigd te 1800 AJ Alkmaar, Postbus 384, heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 4679,77 wegens schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder 8 is tenlastegelegd, kan de benadeelde partij niet in de vordering, die betrekking heeft op dat tenlastegelegde feit, worden ontvangen.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering.

10. SCHADEVERGOEDING ALS MAATREGEL

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregelen besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 1 primair, 2, 4, 5 en 6 bewezenverklaarde strafbare feiten is toegebracht aan de benadeelden.

De toepassing van de vervangende hechtenis heft de op te leggen verplichting niet op.

11. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 45, 57, 141, 285, 300, 302, 304, 350 van het Wetboek van Strafrecht.

12. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 7 en 8 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde onder 1 primair, 2, 3 primair, 4, 5 en 6, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

* Veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 18 maanden.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

- de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich zal gedragen naar de aanwijzingen, die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit, in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt, ook indien deze aanwijzingen inhouden het volgen van de dagbehandeling bij De Waag, centrum voor ambulante forensische psychiatrie ( lokatie Utrecht dan wel Den Haag ) gedurende maximaal de proeftijd.

Verstrekt aan de genoemde instelling opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

* Wijst toe de vordering van de benadeelde partij tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 3446,73, ( vierendertig honderd zesenveertig euro en drieënzeventig eurocent) aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op € 794,12.

Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] te betalen een som geld ten bedrage van € 3446,73 , ( vierendertig honderd euro en drieënzeventig eurocent), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 70 dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

* Wijst toe de vordering van de benadeelde partij.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 77,60 ( zevenenzeventig euro en zestig eurocent) aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2] te betalen een som geld ten bedrage van € 77,60 , ( zevenenzeventig euro en zestig eurocent), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

* Wijst toe de vordering van de benadeelde partij.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 272,- ( tweehonderd tweeënzeventig euro) aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4] te betalen een som geld ten bedrage van € 272,- , ( tweehonderd tweeënzeventig euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

* Wijst toe de vordering van de benadeelde partij tot het hierna te noemen bedrag.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 3000,- ( drieduizend euro) aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 5] te betalen een som geld ten bedrage van € 3000,- ( drieduizend euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 60 dagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

* Verklaart de benadeelde partij NUON niet ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.S. van Leeuwen, voorzitter,

mr. H.E.C. de Wit en mr. J.M. Vos, rechters,

in tegenwoordigheid van G.A.M. Delis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 maart 2002.