Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2002:AD8652

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
30-01-2002
Datum publicatie
30-01-2002
Zaaknummer
14.010027-01, 14.010245-00, 15.030389-00, 14.015087-01
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2003:AN9571
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

De RECHTBANK van het arrondissement ALKMAAR

Parketnummers : 14.010027-01, 14.010245-00, 15.030389-99 (tul) en 14.015087-01 (ttzgev)

Datum uitspraak: 30 januari 2002

OP TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de rechtbank van het arrondissement Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichtingen Haarlem te Haarlem, Harmenjansweg 4.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 en 2 oktober 2001, op de terechtzitting van 12 december 2001, op de terechtzitting van 17, 18 en 19 december 2001 en de terechtzitting van 7, 8, 9, 10, 11 en 16 januari 2002.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is, nadat een vordering van de officier van justitie, strekkende tot aanpassing van de tenlastelegging in de zaak onder parketnummer 14.010027-01 op 10 juli 2001 is toegelaten, ten laste gelegd, dat

hij op of omstreeks 01 mei 2000 te Bergen, gemeente Bergen NH,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben

verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet met een

pistool en/of een revolver, althans een of meer (vuur)wapen(s), een of meer

kogel(s) geschoten in, althans in de richting van, het lichaam van die [slachtoffer 1],

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden,

welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van

het (tezamen en in vereniging) wegnemen met het oogmerk van wederrechtelijke

toeeigening in/uit een woning/pand aan de [straatnaam] van een portemonnee (met

daarin een of meer (bank)pas(sen) en/of een rijbewijs en/of een geldbedrag),

in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende

aan die [slachtoffer 1], althans aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang

tot die woning/dat pand hebben/heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen

goederen/geld onder zijn/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming,

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van

bovenomschreven strafbaar feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere

deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk

verkregene te verzekeren;

subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 01 mei 2000 te Bergen, gemeente Bergen NH,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben

verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet met een

pistool en/of een revolver, althans een of meer (vuur)wapen(s), een of meer

kogel(s) geschoten in, althans in de richting van, het lichaam van die [slachtoffer 1],

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden,

welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan

door/van een poging tot diefstal, daaruit bestaand dat verdachte en/of zijn

mededader(s) ter uitvoering van hun/zijn voornemen om tezamen en in vereniging

met elkaar, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening

in/uit een woning/pand aan de [straatnaam] weg te nemen geld en/of (andere)

goederen, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1], althans aan een

ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en zich

daarbij de toegang tot die woning/dat pand te verschaffen en/of die/dat weg te

nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak,

verbreking en/of inklimming,

in het bezit van een pistool en/of revolver naar de woning/dat pand zijn/is

gegaan en/of vervolgens het dakterras van die woning/dat pand zijn/is

opgeklommen en/of (vervolgens) een (toegangs)deur hebben/heeft geforceerd,

waarna verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) die woning/dat pand

zijn/is binnengegaan en/of die woning/dat pand hebben/heeft doorzocht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van

bovenomschreven strafbaar feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere

deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk

verkregene te verzekeren;

meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 01 mei 2000 te Bergen, gemeente Bergen NH, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, gedurende de voor de

nachtrust bestemde tijd in/uit een woning aan de [straatnaam], terwijl verdachte

en/of zijn mededader(s) zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de

rechthebbende bevond(en), heeft weggenomen een portemonnee (met daarin een of

meer (bank)pas(sen) en/of een rijbewijs en/of een geldbedrag), in elk geval

enig geldbedrag en/of enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), en zich daarbij de toegang tot die woning/dat pand heeft

verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s) met een pistool en/of een revolver, in elk geval een

of meer (vuur)wapen(s), een of meer kogel(s) hebben/heeft geschoten in,

althans in de richting van, het lichaam van die [slachtoffer 1], ten gevolge waarvan

die [slachtoffer 1] is overleden;

meest subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 01 mei 2000 te Bergen, gemeente Bergen NH,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, gedurende de voor de nachtrust

bestemde tijd in/uit een woning aan de [straatnaam], terwijl verdachte en/of zijn

mededader(s) zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende

bevond(en), weg te nemen geld en/of (andere) goederen, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), en zich daarbij de toegang tot die

woning/dat pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder

zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

het volgende heeft gedaan:

verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) zijn/is in het bezit van

een pistool en/of revolver naar de woning/dat pand toegegaan en/of vervolgens

het dakterras opgeklommen en/of hebben/heeft (vervolgens) een (toegangs)deur

geforceerd, waarna verdachte en/of zijn mededader(s) die woning/dat pand

zijn/is binnengegaan en/of die woning/dat pand hebben/heeft doorzocht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke poging tot diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 1], gepleegd met het

oogmerk om die (poging tot) diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s) met een pistool en/of een revolver, in elk geval een

of meer (vuur)wapen(s), een of meer kogel(s) hebben/heeft geschoten in,

althans in de richting van, het lichaam van die [slachtoffer 1], ten gevolge waarvan

die [slachtoffer 1] is overleden;

en in de zaak onder parketnummer 14.010245-00:

feit 1.

hij op of omstreeks 11 maart 1999 in de gemeente Heemskerk tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer

f 367.346,35, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende

aan de Rabobank Heemskerk, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of

dat/die geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel

van braak, verbreking en/of inklimming en/of welke diefstal werd voorafgegaan

en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een

medewerker van die Rabobank, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging

met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) een vuurwapen, althans een

daarop gelijkend voorwerp, op die medewerker hebben/heeft gericht en/of

gericht gehouden, althans zichtbaar bij zich hebben/heeft gehad, en/of

verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) die medewerker

hebben/heeft toegevoegd:"Ga op de grond liggen" en/of "Maak alle kluizen open"

en/of "Maak open", althans woorden van dergelijke strekking en/of inhoud,

en/of

verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) anderszins gewelddadig en

bedreigend hebben/heeft gehandeld;

feit 2.

hij op of omstreeks 11 mei 2000 in de gemeente Heiloo tussen (ongeveer) 01.00

en 06.00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in/uit een

woning aan de [straatnaam], alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten

weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen autosleutel(s) en/of sleutel(s)

van een garage en/of een tas (inhoudende identiteitskaart en/of rijbewijs

en/of een of meer bankpasje(s) en/of enig geldbedrag), in elk geval enig goed

en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

feit 3.

hij op of omstreeks 11 mei 2000 in de gemeente Heiloo tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een garage van een pand aan de [straatnaam] heeft weggenomen

een auto, merk Audi, type Cabrio, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak en/of verbreking en/of een valse sleutel;

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 11 mei 2000 tot en met 21 augustus 2000 in

de gemeente(n) Heiloo en/of Castricum, in elk geval in Nederland, vier,

althans een of meer, velgen en/of banden heeft verworven, voorhanden heeft

gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van die velgen en/of banden wist dat het (een) door

misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

feit 4.

hij in of omstreeks de periode van 15 tot en met 16 juli 2000 te Egmond aan

Zee, gemeente Egmond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand aan de [straatnaam]

weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan de

gemeente Egmond, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen en/of

die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door

middel van braak, verbreking en/of inklimming, het volgende heeft gedaan:

verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) hebben/heeft met behulp

van een ladder of trap de 1e verdieping van dat pand beklommen, en/of

verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) hebben/heeft een raam van

dat pand geforceerd, en/of

verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) zijn/is dat pand

binnengegaan, en/of

verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) hebben/heeft getracht de

kluis met behulp van een of meer slijpschijven open te breken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 5.

hij op of omstreeks 21 augustus 2000 in de gemeente Castricum in een woning

aan het [straatnaam] munitie van categorie III, te weten een patroon, kaliber

9 mm, voorhanden heeft gehad;

feit 6.

hij op of omstreeks 21 augustus 2000 in de gemeente Castricum een busje

traangas, merk Trilliarde, type Eurogas, zijnde een voorwerp bestemd voor het

treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of

weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder

6°, voorhanden heeft gehad:

feit 7.

hij op of omstreeks 03 juli 2000 in de gemeente Heiloo als bestuurder van een

motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval op de Kanaalweg, de plaats van

het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of

redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten de gemeente Heiloo)

schade was toegebracht;

feit 8.

hij op of omstreeks 18 september 1999 in de gemeente Castricum als bestuurder

van een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval op de Soomerwegh,

althans de kruising of splitsing van die weg met de Geesterduinweg, de plaats

van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of

redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten [slachtoffer 3]) letsel

en/of schade was toegebracht;

feit 9.

hij op of omstreeks 18 september 1999 in de gemeente Castricum als bestuurder

van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg(en), de

Geesterduinweg en/of de Soomerwegh, zonder dat aan hem door de daartoe

bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet

1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe

dat motorrijtuig behoorde;

en in de zaak onder parketnummer 14.015087-01:

feit 1.

hij op of omstreeks 14 en/of 15 april 2000 in de gemeente Heiloo tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand aan de [straatnaam] heeft

weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) f 8000,--, althans enig geldbedrag

en/of een (gouden) ketting en/of een (gouden) horloge, in elk geval enig goed

en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) en/of

geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming, door via een raam dat pand binnen te klimmen

en/of door middel van een slijptol/slijpschijf en/of een breekijzer een in een

toiletruimte aanwezige kluis open te slijpen en/of te breken;

feit 2.

hij op of omstreeks 15 en/of 16 juli 2000 te Noordwijk, gemeente De Wolden,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand aan de Nieuwe Zeeweg

(zwembad) heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) f 5565,--, althans

enig geldbedrag, en/of 5, althans een of meer, cadeaubonnen, in elk geval enig

goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan "NV

Sportfondsenbad Noordwijk", in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen geldbedrag en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. VOORVRAGEN

Ontvankelijkheid van de officier van justitie in de zaak onder parketnummer 14.010245-00 feit 1.

Van de zijde van de verdediging is aangevoerd dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk is ten aanzien van dit feit. De verdediging brengt daartoe het volgende naar voren. De verdenking tegen de verdachte is gerezen na het in beeld brengen van het telefoonverkeer tussen het mobiele telefoontoestel dat zich bevond in de gestolen VW Golf, die na de overval als vluchtauto zou zijn gebruikt, en het telefoontoestel met nummer [06-nummer], dat kennelijk in gebruik was bij verdachte. De officier van justitie in Haarlem heeft toestemming gegeven om printgegevens van de telefoon met nummer [06-nummer] op te vragen, maar nu dit niet is gevolgd door de opening van een gerechtelijk vooronderzoek, zijn de processen-verbaal die betrekking hebben op de printgegevens van dit toestel vernietigd. Door het vernietigen van deze printgegevens is voor de verdediging niet controleerbaar of de eerdergenoemde verdenking gerechtvaardigd was.

Hierdoor is het fair-trial beginsel geschonden, aldus de verdediging.

De rechtbank overweegt het volgende.

De printgegevens met betrekking tot het telefoontoestel met nummer [06-nummer] zijn, conform het bepaalde in artikel 125f van het Wetboek van Strafvordering vernietigd en kunnen niet meer aan het oordeel van de rechtbank worden onderworpen.

De vordering printgegevens ten aanzien van de gestolen GSM, uit welke printgegevens het telefonisch contact blijkt met het telefoontoestel met het nummer [06-nummer], is daarentegen wel tijdig gevolgd door een vordering gerechtelijk vooronderzoek tegen de verdachte. De printgegevens met betrekking tot de gestolen GSM, bevinden zich in het dossier. Rechterlijke toetsing met betrekking tot telefonisch contact tussen de gestolen GSM en het telefoontoestel met nummer [06-nummer] is dan ook mogelijk.

De rechtbank oordeelt op grond van het bovenstaande dat geen sprake is van schending van het fair-trial beginsel, verwerpt het daartoe strekkende verweer en verklaart het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging.

3. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak onder parketnummer 14.010027-01 primair en in de zaak onder parketnummer 14.010245-00 feiten 4 en 7 is ten laste gelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

in de zaak onder parketnummer 14.010027-01:

subsidiair:

hij op 01 mei 2000 te Bergen, gemeente Bergen NH, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers hebben verdachte en zijn mededader met dat opzet met een pistool en een revolver kogels geschoten in het lichaam van die [slachtoffer 1], tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden,

welke vorenomschreven doodslag werd voorafgegaan van een poging tot diefstal, daaruit bestaand dat verdachte en zijn mededader ter uitvoering van hun voornemen om tezamen en in vereniging met elkaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [straatnaam] weg te nemen geld toebehorende aan die [slachtoffer 1] en zich

daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak en inklimming,

in het bezit van een pistool en revolver naar die woning zijn gegaan en vervolgens het dakterras van die woning zijn opgeklommen en vervolgens een toegangsdeur hebben geforceerd, waarna verdachte en zijn mededader die woning zijn binnengegaan en die woning hebben doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan de andere deelnemer straffeloosheid te verzekeren

en in de zaak onder parketnummer 14.010245-00:

feit 1.

hij op 11 maart 1999 in de gemeente Heemskerk tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer f 367.346,35 toebehorende aan de Rabobank Heemskerk, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming en welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen een medewerker van die Rabobank, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte of zijn mededader een op een vuurwapen gelijkend voorwerp zichtbaar bij zich heeft gehad, en verdachte of zijn mededader die medewerker heeft toegevoegd:"Ga op de grond liggen" en "Maak alle kluizen open" en "Maak open"

feit 2.

hij op 11 mei 2000 in de gemeente Heiloo tussen ongeveer 01.00 en 06.00 uur, tezamen en in vereniging met een ander uit een woning aan de [straatnaam], alwaar verdachte en zijn mededader zich buiten weten en tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen autosleutels en sleutels van een garage en een tas (inhoudende identiteitskaart en rijbewijs

en bankpasjes en enig geldbedrag), toebehorende aan anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak

feit 3.

hij op 11 mei 2000 in de gemeente Heiloo tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een garage van een pand aan de [straatnaam] heeft weggenomen een auto, merk Audi, type Cabrio, toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel

feit 5.

hij op 21 augustus 2000 in de gemeente Castricum in een woning aan het [straatnaam] munitie van categorie III, te weten een patroon, kaliber 9 mm, voorhanden heeft gehad

feit 6.

hij op 21 augustus 2000 in de gemeente Castricum een busje traangas, merk Trilliarde, type Eurogas, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met een verstikkende en weerloosmakende en traanverwekkende stof van de categorie II, onder

6°, voorhanden heeft gehad

feit 8.

hij op 18 september 1999 in de gemeente Castricum als bestuurder van een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval op de kruising van de Soomerwegh met de Geesterduinweg, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist aan een ander (te weten [slachtoffer 3]) schade was toegebracht

feit 9.

hij op 18 september 1999 in de gemeente Castricum als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de Geesterduinweg, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet

1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe

dat motorrijtuig behoorde

en in de zaak onder parketnummer 14.015087-01:

feit 1.

hij omstreeks 15 april 2000 in de gemeente Heiloo tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand aan de [straatnaam] heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer f 8000,- en een gouden ketting en een gouden horloge, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming, door via een raam dat pand binnen te klimmen en de weg te nemen goederen en het weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door braak, door door middel van een slijptol en een breekijzer een in een toiletruimte aanwezige kluis open te slijpen en te breken

feit 2.

hij omstreeks 16 juli 2000 te Noordwijk, gemeente De Wolden, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand aan de Nieuwe Zeeweg (zwembad) heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer f 5565,-, en 5 cadeaubonnen, toebehorende aan "NV Sportfondsenbad Noordwijk", waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming en het weg te nemen geldbedrag en de goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

6. BEWIJSVERWEREN

Ten aanzien van parketnummer 14.010027-01 subsidiair.

De verdediging heeft gesteld dat de verklaringen van de getuige [getuige 1], zoals hij deze tegenover de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank (verder ook te noemen: de rechter-commissaris) en ter terechtzitting heeft afgelegd, niet voor het bewijs gebruikt mogen worden, omdat -kort gezegd- het recht van de verdediging de getuige te ondervragen zou zijn geschonden.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt:

De rechtbank heeft het verzoek van de verdediging om de getuige [getuige 1] ter terechtzitting te horen gehonoreerd. De rechtbank heeft daartoe het onderzoek ter terechtzitting geschorst en vervolgens toen de getuige opnieuw niet was verschenen de medebrenging van de getuige bevolen.

De getuige is (uiteindelijk) ter terechtzitting verschenen en heeft bij deze gelegenheid onder ede verklaard dat hij bleef bij zijn verklaring tegenover de rechter-commissaris. Hij heeft niet willen antwoorden op overige vragen van de zijde van de rechtbank, de officier van justitie en van de verdediging. De rechtbank heeft daarop gijzeling van de getuige bevolen. De rechtbank heeft de getuige op de terechtzittingen van 19 december 2001 en 7 januari 2002 opnieuw voor zich doen geleiden, teneinde hem nader te (doen) ondervragen. Bij beide gelegenheden heeft de getuige niet nader inhoudelijk willen verklaren en niet op vragen willen antwoorden.

Gelet op de hiervoor omschreven gang van zaken kan niet gesteld worden dat het recht van de verdediging om de getuige vragen te stellen is geschonden. Dat de getuige geweigerd heeft te antwoorden op de gestelde vragen doet daaraan niets af.

Niets staat het gebruik van de door de getuige ter terechtzitting en bij de rechter-commissaris afgelegde verklaringen in de weg.

Derhalve verwerpt de rechtbank het verweer.

7. BEWIJSOVERWEGINGEN

Ten aanzien van parketnummer 14.010027-01 subsidiair.

1.

De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen die de getuige

[getuige 2] tegenover de politie, de rechter-commissaris en ter terechtzitting heeft afgelegd, gelet op de innerlijke tegenstrijdigheden in die verklaringen, niet tot het bewijs kunnen dienen van betrokkenheid van verdachte bij de dood van de heer [slachtoffer 1].

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

Niet is komen vast te staan dat de getuige [getuige 2] bewust leugenachtig heeft verklaard.

De verklaringen die de getuige [getuige 2] heeft afgelegd zijn inderdaad op onderdelen innerlijk tegenstrijdig. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is daar waar de getuige [getuige 2] zich bedient van veronderstellingen.

De rechtbank is er voorts van overtuigd dat de getuige [getuige 2] op de punten die voor de bewijsvoering zijn gebruikt, de waarheid heeft gesproken.

2.

De rechtbank heeft bewezen geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van gekwalificeerde doodslag. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Uit de bewijsmiddelen vloeit voort dat verdachte zich tezamen met een ander in

de woning van de heer [slachtoffer 1] heeft bevonden. Tevens staat vast dat verdachte en zijn mededader twee vuurwapens bij zich hadden en dat met beide wapens van korte afstand

op het lichaam van de heer [slachtoffer 1] is geschoten. Weliswaar staat niet vast wie van de verdachten welk wapen hanteerde, maar uit het voorgaande vloeit voort dat beide

verdachten hebben geschoten op het lichaam van de heer [slachtoffer 1]. Naar het oordeel van de rechtbank brengt deze feitelijke gang van zaken mee dat het intreden van de dood van de

heer [slachtoffer 1] aan beide verdachten moet worden toegerekend, ongeacht wie van hen het

dodelijke schot heeft afgevuurd.

De rechtbank overweegt voorts, dat nu van korte afstand (minder dan 1 meter) met een vuurwapen is geschoten op de borststreek van de heer [slachtoffer 1], de opzet van verdachte en

zijn mededader naar objectieve maatstaven moet zijn gericht op het doden van die [slachtoffer 1].

8. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van 14.010027-01 subsidiair:

medeplegen van doodslag, voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan de andere deelnemer aan dat feit straffeloosheid te verzekeren

ten aanzien van 14.010245-00

feit 1:

diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

feit 2:

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten en tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels

feit 5:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet Wapens en Munitie

feit 6:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet Wapens en Munitie

feit 8:

overtreding van artikel 7, eerste lid aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994

feit 9:

overtreding van artikel 107, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994

ten aanzien van 14.015087-01

feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming en

waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming en

waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

9. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

10. MOTIVERING VAN DE STRAF.

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

Met betrekking tot de aard van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan heeft de rechtbank het volgende overwogen.

Verdachte heeft zich alleen, dan wel met een of meer anderen, schuldig gemaakt aan een reeks van strafbare feiten, variërend van overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994, tot (zware) vermogensmisdrijven en een levensdelict.

Verdachte heeft met name de inbraken weloverwogen en goed voorbereid gepleegd en zich daarbij laten leiden door de aard en omvang van de eventuele buit en zich niet bekommerd om de slachtoffers.

Dit laatste kenmerkt ook de inbraak in de woning bij restaurant 't Woud. Zowel in de woning als in het restaurant waren tijdens de inbraak mensen aanwezig. Verdachte en zijn mededader hebben bij deze gelegenheid allebei een wapen bij zich gedragen. Toen zij betrapt werden hebben zij de restauranteigenaar -de heer [slachtoffer 1]- van zeer nabij neergeschoten, tengevolge waarvan hij ter plaatse is overleden.

De rechtbank beschouwt dit als een koelbloedige handeling, waarbij verdachte en zijn mededader om zichzelf straffeloosheid te verzekeren niet hebben geaarzeld te schieten en daarmee het leven van een onschuldig slachtoffer te nemen.

De rechtsorde is hierdoor ernstig geschokt en met name aan de nabestaanden is onherstelbaar leed toegebracht. Het doden van een medemens is één van de meest grove schendingen van de rechtsorde.

Naast de aanzienlijke materiële schade die er is ontstaan, is er sprake van aanzienlijke psychische schade bij de slachtoffers van de overvallen en de ramkraken.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 2 april 2001, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder terzake van een vermogensdelict met geweld tot voorwaardelijke vrijheidsbenemende straf en terzake een opiumdelict tot een (deels onvoorwaardelijke) vrijheidsstraf van langere tijd is veroordeeld.

Die veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten.

- de brief van de Reclassering Nederland, Ressort Haarlem, van 19 februari 2001, waaruit blijkt dat verdachte niet mee wil werken aan het opmaken van voorlichtingsrapportage.

De rechtbank heeft geen rekening kunnen houden met bijzondere omstandigheden, de persoon van de verdachte betreffende, nu verdachte niet heeft willen meewerken aan een deskundigenonderzoek dienaangaande.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de duur van de op te leggen straf rekening gehouden met de leeftijd van verdachte.

De rechtbank is gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van lange duur op haar plaats is.

Hierbij speelt met name de aard en de ernst van de bewezenverklaarde doodslag een rol van betekenis. Daarbij acht de rechtbank van ondergeschikt belang dat onder parketnummer 14.010027-01 ([zaak 't Woud]) niet het primaire maar het subsidiaire tenlastegelegde is bewezenverklaard.

De officier van justitie heeft de rechtbank in de zaak onder parketnummer 14.010245-00 feit 9 (de overtreding van rijden zonder rijbewijs) geen strafoplegging gevorderd, wegens gebrek aan belang in relatie tot de overige zaken, en de rechtbank verzocht schuldigverklaring zonder oplegging van straf uit te spreken.

De rechtbank zal de officier van justitie in deze volgen.

11. MOTIVERING VAN DE MAATREGEL

De rechtbank is van oordeel, dat de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

a. 1 9 mm patroon

b. 1 busje traangas TRIALLIARDE eurogas

dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het algemeen belang.

Verder is uit het onderzoek op de terechtzitting het volgende gebleken.

Het bewezenverklaarde in de zaken onder parketnummer 14.010245-00 feiten 5 en 6 is begaan met betrekking tot de voorwerpen onder respectievelijk a en b.

12. BESLISSING OMTRENT INBESLAGGENOMEN VOORWERPEN

De rechtbank is van oordeel, dat de in beslaggenomen voorwerpen, te weten:

a. 4 velgen

b. 4 banden Kumho ecsta supra

dienen te worden teruggegeven aan de rechthebbende.

13. BENADEELDE PARTIJEN

1.De benadeelde partij Rabobank Heemskerk, Burgemeester Nielenplein 6, 1961 NV Heemskerk, heeft voor de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van fl 369.155,96, omgerekend € 167.515,67 wegens schade die de verdachte met zijn mededaders aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij

van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze stafzaak.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING in de zaken onder parketnummer 14.010245-00 feit 1 bewezenverklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte -ook al zijn andere daders daarbij betrokken- rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag kan de vordering worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voorzover het toewijsbare reeds door de mededaders aan de benadeelde partij is voldaan.

2. De benadeelde partij Sportfondsenbad Noordwijk, Nieuwe Zeeweg 65, 2201 TM Noordwijk aan Zee, heeft voor de aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van fl 2.123,06, omgerekend €EUR 963,40 wegens schade die de verdachte met zijn mededader aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij

van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze stafzaak.

Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING in de zaken onder parketnummer 14.015087-01 feit 2 bewezenverklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte -ook al is een andere daders daarbij betrokken- rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag kan de vordering worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De verdachte is niet tot vergoeding gehouden voorzover het toewijsbare reeds door de mededader aan de benadeelde partij is voldaan.

14. SCHADEVERGOEDING ALS MAATREGEL

1.

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer Rabobank Heemskerk naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder parketnummer 14.010245-00 feit 1 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht aan de benadeelde.

De toepassing van de vervangende hechtenis heft de op te leggen verplichting niet op.

2.

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat

de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer Sportfondsenbad Noordwijk naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder parketnummer 14.015087-01 feit 2 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht aan de benadeelde.

De toepassing van de vervangende hechtenis heft de op te leggen verplichting niet op.

15. VORDERING TENUITVOERLEGGING VOORWAARDELIJKE STRAF

De officier van justitie vordert dat de rechtbank zal gelasten dat de bij vonnis van de rechtbank Haarlem van 5 juli 1999 in de zaak met parketnummer 15.030389-99 aan de verdachte opgelegde straf voorzover voorwaardelijk opgelegd, alsnog zal worden tenuitvoergelegd, op grond van het feit dat de verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde voor het einde van de proeftijd zich niet schuldig te zullen maken aan een strafbaar feit.

De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is om over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering gegrond, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat de verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde voor het einde van de proeftijd zich niet schuldig te zullen maken aan een strafbaar feit.

Daarom behoort de gevorderde tenuitvoerlegging van de niet tenuitvoergelegde straf te worden gelast.

16. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straffen en de maatregelen zijn gegrond op de artikelen

9a, 14g, 14h, 36b, 36c, 36f, 47, 57, 63, 310, 311, 312, 288 van het Wetboek van Strafrecht,

de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie en

de artikelen 7, 107, 176 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

17. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder parketnummer 14.010027-01 primair en onder parketnummer 14010245-00 feit 4 en feit 7 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

Bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd ten aanzien van parketnummer 14.010245-00 feit 9.

Veroordeelt de verdachte voor het overige bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 12 (twaalf) jaar.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer: 1 9 mm patroon en 1 busje traangas TRIALLIARDE eurogas.

Gelast de teruggave aan de rechthebbende [slachtoffer 2]: 4 velgen en 4 banden Kumho ecsta supra.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij Rabobank Heemskerk:

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € EUR 167.515,67 (eenhonderdzevenenzestigduizendvijfhonderdvijftien euro zevenenzestig eurocent) aan de benadeelde partij Rabobank Heemskerk als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voorzover de verschuldigde bedragen reeds door de mededaders zijn voldaan.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd Rabobank Heemskerk, Burgemeester Nielenplein 6, 1961 NV Heemskerk, te betalen een som geld ten bedrage van € EUR 167.515,67 (eenhonderdzevenenzestigduizendvijfhonderdvijftien euro zevenenzestig eurocent), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 360 (driehonderdzestig) dagen.

Bepaalt dat de betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betalingen aan de Staat.

Bepaalt dat de betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij Sportfondsenbad Noordwijk:

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € EUR 963,40 (negenhonderddrieenzestig euro veertig eurocent) aan de benadeelde partij Sportfondsenbad Noordwijk als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Bepaalt dat de verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voorzover de verschuldigde bedragen reeds door de mededader zijn voldaan.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd Sportfondsenbad Noordwijk, Nieuwe Zeeweg 65, 2201 TM Noordwijk aan Zee, te betalen een som geld ten bedrage van € 963,40 (negenhonderdrieenzestig euro veertig eurocent) bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 19 (negentien) dagen.

Bepaalt dat de betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betalingen aan de Staat.

Bepaalt dat de betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.

Gelast de tenuitvoerlegging van de niet tenuitvoergelegde gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, opgelegd bij voormeld vonnis van 5 juli 1999 in de zaak met parketnummer 15.030389-99 aldus, dat die straf geheel wordt tenuitvoergelegd.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Westdorp, voorzitter,

mr. H.E.C. de Wit en mr. J.F. Aalders, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. van Lingen en W. Veenstra, griffiers, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 januari 2002.