Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2001:AD6791

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
04-12-2001
Datum publicatie
12-12-2001
Zaaknummer
14.010125.00,23.001337.98 (tul), 23.002258.94(tul) en 23.000122.95(tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK te ALKMAAR

Parketnummer : 14.010125.00, 23.001337.98 (tul), 23.002258.94(tul) en 23.000122.95(tul)

Datum uitspraak: 4 december 2001

OP TEGENSPRAAK

VERKORT VONNIS van de Arrondissementsrechtbank te Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans gedetineerd in Huis van Bewaring De Compagnie en Zwaag te Zwaag.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 november 2001.

1. TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat

1.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 februari 2000 tot en met 30 maart 2000 te Abbekerk, gemeente Noorder-Koggenland en/of in de gemeente Wervershoof en/of op andere plaatsen in de/het gerechtelijk(e)

arrondissement(en) Alkmaar en/of Haarlem en/of Amsterdam, althans in Nederland (telkens) [slachtoffer 1] heeft bedreigd met met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht en/of met enig

misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met brandstichting, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd:

- "ik schiet die kankerhoer dood" (daarmee doelend op de echtgenote van die

[slachtoffer 1]) en/of

- "ik steek je huis in de fik" en/of

heeft verdachte (telkens) voornoemde [slachtoffer 1] toegevoegd dat hij, verdachte, de personenauto van die [slachtoffer 1] zou doen verdwijnen en/of dat hij, verdachte, de echtgenote van die [slachtoffer 1] "wat" zou aandoen, althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 30 maart 2000 te Abbekerk, gemeente Noorder-Koggenland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [echtgenote van slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet een of meerma(a)l(en) (hard) op/tegen het kruis en/of de onderbuik, althans het lichaam van die [echtgenote van slachtoffer 1] heeft geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 30 maart 2000 te Abbekerk, gemeente Noorder-Koggenland, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [echtgenote van slachtoffer 1]), een of meerma(a)l(en) (hard) op/tegen het kruis en/of de onderbuik, althans het lichaam heeft geschopt en/of getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij op of omstreeks 3 april 2000 in de gemeente Wervershoof [echtgenote van slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (met zijn hand) een

beweging gemaakt alsof hij de keel van die [echtgenote van slachtoffer 1] doorsneed en/of (met zijn hand) schietbewegingen gemaakt en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd : "ik schiet je dood" en/of "en nu ga je dood" en/of "je

leeft geen twee dagen meer", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 april 2001 tot en met 19 juni 2001 in de gemeente(n) Edam-Volendam en/of Wervershoof en/of (elders) in Nederland wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft

gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een persoon, genaamd [slachtoffer 2], en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 3], en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 4], met het oogmerk die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4], te

dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen, immers heeft verdachte opzettelijk met grote regelmaat

- zich opgehouden bij de woning van die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of bij het bedrijfspand en/of een markt alwaar die voornoemde perso(o)n(en) werkzaam was/waren en/of

- die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] met de auto gevolgd en/of klemgereden

waarbij verdachte die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] (telkens) beledigende en/of bedreigende en/of vreesaanjagende woorden en/of teksten heeft toegeroepen;

5.

hij op of omstreeks 19 mei 2001 in de gemeente Edam-Volendam, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) betrokken bij een verkeersongeval op de Willem Runderkampstraat te Volendam, de plaats van het ongeval heeft verlaten,

terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten [moeder van slachtoffers 2,3 en 4]) letsel en/of schade was toegebracht;

6.

hij op of omstreeks 19 juni 2001 in de gemeente Wervershoof een persoon, genaamd [slachtoffer 2], en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 3], gezeten in een personenauto, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend als bestuurder van een personenauto (met hoge snelheid) ingereden op en/of toe blijven rijden op voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3];

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

2. VRIJSPRAAK

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 4 en feit 6 is ten laste gelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2000 tot en met 30 maart 2000 in de gerechtelijke arrondissementen Alkmaar en/of Haarlem en/of Amsterdam, telkens [slachtoffer 1] heeft bedreigd met met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met brandstichting, immers heeft verdachte telkens opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd:

- "ik schiet die kankerhoer dood" (daarmee doelend op de echtgenote van die

[slachtoffer 1]) en/of

- "ik steek je huis in de fik" en/of

heeft verdachte (telkens) voornoemde [slachtoffer 1] toegevoegd dat hij, verdachte, de personenauto van die [slachtoffer 1] zou doen verdwijnen en/of dat hij, verdachte, de echtgenote van die [slachtoffer 1] "wat" zou aandoen, althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking;

2.

hij op 30 maart 2000 te Abbekerk, gemeente Noorder-Koggenland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [echtgenote van slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet eenmaal hard tegen het kruis en de onderbuik van die [echtgenote van slachtoffer 1] heeft geschopt of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op 3 april 2000 in de gemeente Wervershoof [echtgenote van slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met zijn hand een beweging gemaakt alsof hij de keel van die [echtgenote van slachtoffer 1] doorsneed en met zijn hand schietbewegingen gemaakt en daarbij deze dreigend de woorden toegevoegd : "ik schiet je dood" en/of "en nu ga je dood" en/of "je leeft geen twee dagen meer", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

4.

hij op 19 mei 2001 in de gemeente Edam-Volendam, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) betrokken bij een verkeersongeval op de Willem Runderkampstraat te Volendam, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist aan een ander, te weten [moeder van slachtoffers 2,3 en 4] schade was toegebracht;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

5. BEWIJSMIDDELEN

( ------------------------ )

6. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

t.a.v. feit 1:

Bedreiging met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht en met enig misdrijf tegen het leven gericht en met brandstichting, meermalen gepleegd;

t.a.v. feit 2:

Poging tot zware mishandeling;

t.a.v. feit 3:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

t.a.v. feit 5:

Overtreding van artikel 7, eerste lid aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994;

7. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8. MOTIVERING VAN DE STRAFFEN.

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

De verdachte heeft op verschillende momenten in de maanden februari, maart en april 2000 het echtpaar [slachtoffer 1] bedreigd. Verdachte heeft mevrouw [slachtoffer 1] in deze periode ook een keer geschopt in de onderbuik. De omstandigheid dat zij hierbij geen blijvend letsel heeft opgelopen is een gelukkige, die echter geenszins aan de verdachte te danken is. Verdachte heeft door zijn handelen de openbare veiligheid geschaad, hetgeen tot gevoelens van onrust leidt in de samenleving.

Verdachte heeft tevens een botsing veroorzaakt met de auto van aangeefster Tol. Hierna is verdachte weggereden zonder dat zijn identiteit behoorlijk kon worden vastgesteld. Zodoende heeft hij zich onttrokken aan de verantwoordelijkheid die van een deelnemer aan het verkeer wordt vereist.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd , waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder terzake van geweldsdelict is veroordeeld.

Die veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een gedeeltelijk onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is.

9. VORDERING TENUITVOERLEGGING VOORWAARDELIJKE STRAF

De officier van justitie vordert dat de rechtbank zal gelasten dat de bij arresten van het Gerechtshof te Amsterdam van respectievelijk, 4 maart 1999, 13 april 1995 en 17 oktober 1994 in de zaak met de respectievelijke parketnummers: 23.001337.98, 23.000122.95 en 23.002258.94 aan de verdachte opgelegde straffen voorzover voorwaardelijk opgelegd, alsnog zullen worden ten uitvoer gelegd, op grond van het feit dat de verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde voor het einde van de proeftijd zich niet schuldig te zullen maken aan een strafbaar feit.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de vorderingen gegrond, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat de verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde voor het einde van de proeftijd zich niet schuldig te zullen maken aan een strafbaar feit.

Daarom behoort in beginsel de gevorderde tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde straffen te worden gelast.

De rechtbank vindt echter, gelet op het tijdsverloop aanleiding om de vordering van de officier van justitie met betrekking tot de parketnummers 23.000122.95 en 23.002258.94 af te wijzen.

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie met betrekking tot het parketnummer 23.001337.98 toe.

10. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14g, 45, 57, 285, 302 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

11. BESLISSING

De rechtbank:

- Verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder feit 4 en feit 6 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

- Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

- Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

- Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

- Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde onder feit 1, 2, 3 en 5 tot een gevangenisstraf voor de tijd van 18 maanden.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

* de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

- Ontzegt de verdachte wegens het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder feit 5 bewezen verklaarde strafbare feit de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden.

Beveelt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij anders wordt beslist.

- Gelast de tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, opgelegd bij voormeld arrest van 4 maart 1999 in de zaak met parketnummer 23.001337.98 aldus, dat die straf geheel wordt ten uitvoer gelegd.

Wijst af de vordering van de officier van justitie strekkende tot tenuitvoerlegging van de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd, bij voormelde arresten van 13 april 1995 en 17 oktober 1994 in de zaken met parketnummers 23.001337.98 en 23.002258.94.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. de Klerk, voorzitter,

mr. H.A. van den Berg en mr. A.J. Hardonk, rechters,

in tegenwoordigheid van G.A.M. Delis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 december 2001.

Parketnr. 14.010125.00, 23.001337.98 (tul), 23.002258.94(tul) en 23.000122.95(tul)

Datum uitspraak: 4 december 2001