Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2001:AB2631

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
03-07-2001
Datum publicatie
13-07-2001
Zaaknummer
14.010081.01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met anderen ingebroken in het gemeentehuis van Egmond aan Zee.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK te ALKMAAR

Parketnummer : 14.010081.01

Datum uitspraak : 3 juli 2001.

OP TEGENSPRAAK

V E R K O R T V O N N I S van de Arrondissementsrechtbank te Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in De PI Toorenburgh, Unit Zuyder Bos te Heerhugowaard, Copernicusstraat 10.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 juni 2001.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht.

De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

Op vordering van de officier van justitie is de tenlastelegging ter terechtzitting gewijzigd.

Een kopie van die vordering is als bijlage 2 aan dit vonnis gehecht. De inhoud van de gewijzigde tenlastelegging geldt als hier ingevoegd.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in bijlage 3 van dit vonnis.

De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1. en 3. tenlastegelegde,

telkens:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van het onder 2. tenlastegelegde:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

ten aanzien van het onder 4.primair tenlastegelegde:

als bestuurder van een motorrijtuig overtreden van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;

ten aanzien van het onder 5. tenlastegelegde:

als bestuurder van een motorrijtuig overtreden van artikel 7, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, meermalen gepleegd.

STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

MOTIVERING VAN DE STRAFFEN

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft samen met anderen ingebroken in het gemeentehuis van Egmond aan Zee.

Om de hoogte te overbruggen werd eerst een ladder weggenomen van een bedrijfsauto. Deze ladder was met touwen vastgebonden aan de imperiaal.

Eenmaal in het gemeentehuis zijn met groot gereedschap en grof geweld gaten gemaakt in een houten vloer en het betonnen plafond van de kluis. Door het alarm is men op de vlucht geslagen.

Ook pleegde verdachte wederom met anderen, een bedrijfsinbraak in Beverwijk, waar eveneens het alarm de inbraak verstoorde.

Op 14 januari 1998 heeft verdachte zonder rijbewijs rijdend in een personenauto in de gemeente Egmond in de avonduren een overstekende voetganger aangereden. Verdachte is na deze aanrijding doorgereden, terwijl hij wist dat de voetganger gewond was. Verdachte bekommerde zich geenszins om de gewonde man en reed hard weg. Volgens eigen zeggen omdat hij niet in het bezit was van een rijbewijs.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 16 maart 2001, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder terzake van onder meer vermogensdelicten tot vrijheidsbenemende straffen veroordeeld.

Die veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren;

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport, gedateerd 11 mei 2001 van H.W.D. van Kalderen, reclasseringswerker bij de Reclassering Nederland.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een grotendeels onvoorwaardelijke gevangenisstraf op haar plaats is.

De rechtbank acht de gevorderde taakstraf gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten niet passend en geboden.

MOTIVERING VAN DE BIJKOMENDE STRAF

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van de feiten 4. en 5. een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen dient te worden opgelegd.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht,

en de artikelen 6, 7, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

De rechtbank komt op grond van het vorenstaande tot de volgende beslissing.

De rechtbank:

Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 21 (eenentwintig) maanden.

Beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 7 (zeven) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij anders wordt beslist.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Ontzegt de verdachte wegens het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 4. bewezenverklaarde strafbare feit de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Ontzegt de verdachte wegens het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 5. bewezenverklaarde strafbare feit de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Gelast de teruggave aan de verdachte van:

1 STK Schoeisel Kl:grijs -country life- maat 42,

5 STK Pet base ball,

1 Ds Kl:zwart telcom

waarin 2 scanners hebben gezeten TW 1000,

1 STK Zaklantaarn Kl:blauw,

1 STK Tapeband Kl:grijs-KIP steinband,

1 STK Schroevendraaier Kl:bruin - kruiskop,

1 STK Schroevendraaier Kl:rood - hsw,

1 STK Schroevendraaier Kl:rood - famex,

1 STK Bumper Kl:blauw RENAULT.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. de Klerk, voorzitter, mr. H.E.C. de Wit en mr. C. van Boven, rechters, in tegenwoordigheid van B.M. Strijd-van den Berg, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 juli 2001.