Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2000:AA4639

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
01-02-2000
Datum publicatie
23-09-2003
Zaaknummer
14.010098-99
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte en zijn mededaders hebben gedurende een geruime periode uit financieel gewin deelgenomen aan een criminele organisatie. Verdachte en zijn mededaders hebben zich in dat verband op systematische wijze meermalen schuldig gemaakt aan mensenhandel.

Verdachte heeft hierbij op tirannieke wijze een leidinggevende en coördinerende rol vervuld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK te ALKMAAR

Parketnummer : 14.010098-99

Datum uitspraak: 1 februari 2000.

OP TEGENSPRAAK

V E R K O R T V O N N I S van de Arrondissementsrechtbank te Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het

OPENBAAR MINISTERIE

tegen:

[verdachte],

geboren te Tenja (Joegoslavië) op [...] 1942,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Haarlem te Haarlem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 januari 2000.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is, nadat een vordering van de officier van justitie strekkende tot wijziging van de tenlastelegging is toegelaten, tenlastegelegd, dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 1997 tot en met 18 mei 1999 in de gemeente(n) Beverwijk en/of Alkmaar en/of elders in Nederland en/of in Slowakije, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie bestond uit hem, verdachte, en/of [mededader 1] en/of een persoon bekend onder de naam [mededader 2] en/of een persoon bekend onder de naam [mededader 3] en/of [mededader 4]en/of [mededader 5] en/of [mededader 6] en/of [mededader 7] en/of [mededader 8] en/of een of meer andere personen en welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het een of meermalen plegen van

- mensenhandel (als bedoeld in artikel 250ter lid 1 onder 1 en/of 2 en/of lid 2 onder 1 van het Wetboek van Strafrecht) ten aanzien van vrouwen afkomstig uit Slowakije, en/of

- mishandeling (als bedoeld in artikel 300 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht), en/of

- een ander opzettelijk wederrechtelijk van de vrijheid beroven en/of beroofd houden (als bedoeld in artikel 282 lid 1 en/of lid 2 van het Wetboek van Strafrecht),

terwijl hij, verdachte, (een van) de bestuurder(s) van bovengenoemde organisatie was;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 1997 tot en met 18 mei 1999 in de gemeente(n) Beverwijk en/of Alkmaar, althans in Nederland en/of

Slowakije, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meer anderen, genaamd

A. [naam] (werknaam Camilla), en/of

B. [naam] (werknaam Tina), en/of

C. [naam] (werknaam Anja), en/of

D. [naam] (werknaam Carmen), en/of

E. [naam] (werknaam Cica), en/of

F. [naam] (werknaam Maja),

in Slowakije en/of elders buiten Nederland heeft aangeworven en/of (vanuit dat/die land[en]) heeft meegenomen, (telkens) met het oogmerk die perso(o)n(en) in een ander land (Nederland) in de prostitutie te brengen,

en/of

- door geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en), en/of

- door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere feitelijkhe(i)d(en), en/of

- door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, en/of

- door misleiding,

tot prostitutie heeft gebracht,

bestaande dat aanwerven en/of vervoeren en/of geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of dat misbruik en/of die misleiding (telkens) hieruit, dat verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s);

ten aanzien van A. [naam] [in of omstreeks de periode van 01 februari 1998 tot en met 9 juli 1998])

- haar in Slowakije hebben/heeft benaderd en/of aangeboden en/of voorgesteld, in elk geval aangeworven om in Nederland in de prostitutie te werken en/of haar daartoe per auto naar Nederland vervoerd en/of ondergebracht in de woning van verdachte en/of een of meer van diens mededader(s), en/of

- haar hebben/heeft voorgehouden dat zij slechts drie of vier mannen per avond/nacht zou moeten bedienen en/of dat de inkomsten op fifty/fifty basis verdeeld zouden worden en/of dat zij overdag voldoende tijd zou hebben om te gaan of te staan waar zij wilde en/of overdag in de huishouding en/of kinderoppas zou kunnen fungeren, en/of

- haar de werkelijke omstandigheden hebben/heeft verzwegen waaronder zij in Nederland zou verblijven en/of werken, en/of

- haar, vanaf haar komst in Nederland, hebben/heeft belemmerd te gaan en/of te staan waar zij wilde en/of haar (nagenoeg) voortdurend (in de woning en/of op haar werkplek en/of daarbuiten) onder controle en/of toezicht gehad of gehouden, althans voorgehouden dat zij voortdurend onder controle en/of toezicht werd gehouden en/of dreigend toegevoegd dat zij zich aan de eisen (dansen en/of niet praten met andere(n) en/of het aantal klanten en/of overschrijding van de maximum tijd van 15 minuten a f 50,- per klant) moest houden en/of haar verdiensten geheel of gedeeltelijk hebben/heeft ingenomen en/of achtergehouden en/of haar hebben/heeft voorgehouden dat zij ten opzichte van verdachte en/of een of meer van diens mededader(s) een schuld had opgebouwd en/of opbouwde (bestaande uit ondermeer gemaakte kosten voor reispapieren en/of reiskosten en/of kleding en/of huisvesting/voeding etc.), en/of

- haar hebben/heeft medegedeeld, dat zij ten opzichte van officiële instanties, zoals de politie, niet de waarheid over de omstandigheden waaronder zij hier verbleef en/of werkte, mocht vertellen, en/of

- haar een of meerma(a)l(en) hebben/heeft gestompt en/of geslagen en/of geschopt, en/of

- haar een of meerma(a)l(en) hebben/heeft verkracht, en/of

- haar (anderszins) door woorden en/of gebaren en/of gedrag vrees hebben/heeft aangejaagd en/of angst hebben/heeft ingeboezemd, in elk geval voor haar een bedreigende sfeer hebben/heeft gecreëerd, en/of

- misbruik hebben/heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiende overwicht op die [naam],

en/of

ten aanzien van B. [naam] [in of omstreeks de periode van 1 mei 1998 tot en met 18 mei 1999])

- haar in Slowakije hebben/heeft benaderd en/of aangeboden en/of voorgesteld, in elk geval aangeworven om in Nederland als (striptease)danseres en/of in de prostitutie te werken en/of haar daartoe (onder begeleiding) per bus naar Nederland vervoerd en/of ondergebracht in de woning van verdachte en/of een of meer van diens mededader(s), en/of

- haar de werkelijke omstandigheden hebben/heeft verzwegen waaronder zij in Nederland zou verblijven en/of werken, en/of

- haar, vanaf haar komst in Nederland, hebben/heeft belemmerd te gaan en/of te staan waar zij wilde en/of haar (nagenoeg) voortdurend (in de woning en/of op haar werkplek en/of daarbuiten) onder controle en/of toezicht gehad of gehouden, althans voorgehouden dat zij voortdurend onder controle en/of toezicht werd gehouden en/of dreigend toegevoegd dat zij zich aan de eisen (dansen en/of niet praten met andere(n) en/of het aantal klanten en/of overschrijding van de maximum tijd van 15 minuten a f 50,- per klant) moest houden en/of haar verdiensten geheel of gedeeltelijk hebben/heeft ingenomen en/of achtergehouden en/of haar hebben/heeft voorgehouden dat zij ten opzichte van verdachte en/of een of meer van diens mededader(s) een schuld had opgebouwd en/of opbouwde (bestaande uit ondermeer gemaakte kosten voor reispapieren en/of reiskosten en/of kleding en/of huisvesting/voeding etc.), en/of

- haar hebben/heeft medegedeeld, dat zij ten opzichte van officiële instanties, zoals de politie, niet de waarheid over de omstandigheden waaronder zij hier verbleef en/of werkte, mocht vertellen, en/of

- haar een of meerma(a)l(en) hebben/heeft gestompt en/of geslagen en/of geschopt, en/of

- haar een of meerma(a)l(en) hebben/heeft verkracht, en/of

- haar hebben/heeft gedwongen toe te zien terwijl een ander slachtoffer van mensenhandel, althans prostituee (die zich niet aan de aanwijzingen had gehouden) door verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) werd mishandeld, en/of

- haar (anderszins) door woorden en/of gebaren en/of gedrag vrees hebben/heeft aangejaagd en/of angst hebben/heeft ingeboezemd, in elk geval voor haar een bedreigende sfeer hebben/heeft gecreëerd, en/of

- misbruik hebben/heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiende overwicht op die [naam],

en/of

ten aanzien van C. [naam] [in of omstreeks de periode van 1 februari 1999 tot en met 18 mei 1999])

- haar hebben/heeft aangeboden en/of voorgesteld, in elk geval aangeworven om in Nederland in de prostitutie werkzaam te zijn en/of haar daartoe (onder begeleiding) per bus naar Nederland vervoerd en/of ondergebracht in de woning van verdachte en/of een of meer van diens mededader(s), en/of

- haar de werkelijke omstandigheden hebben/heeft verzwegen waaronder zij in Nederland zou verblijven en/of werken, en/of

- hebben/heeft verzwegen dat haar inkomsten zouden worden verdeeld, en/of

- haar, vanaf haar komst in Nederland, hebben/heeft belemmerd te gaan en/of te staan waar zij wilde en/of haar (nagenoeg) voortdurend (in de woning en/of op haar werkplek en/of daarbuiten) onder controle en/of toezicht gehad of gehouden, althans voorgehouden dat zij voortdurend onder controle en/of toezicht werd gehouden en/of dreigend toegevoegd dat zij zich aan de eisen (dansen en/of niet praten met andere(n) en/of het aantal klanten en/of overschrijding van de maximum tijd van 15 minuten a f 50,- per klant) moest houden en/of haar verdiensten geheel of gedeeltelijk hebben/heeft ingenomen en/of achtergehouden en/of haar hebben/heeft voorgehouden dat zij ten opzichte van verdachte en/of een of meer van diens mededader(s) een schuld had opgebouwd en/of opbouwde (bestaande uit ondermeer gemaakte kosten voor reispapieren en/of reiskosten en/of kleding en/of huisvesting/voeding etc.), en/of

- haar hebben/heeft medegedeeld, dat zij ten opzichte van officiële instanties, zoals de politie, niet de waarheid over de omstandigheden waaronder zij hier verbleef en/of werkte, mocht vertellen, en/of

- haar een of meerma(a)l(en) hebben/heeft gestompt en/of geslagen en/of geschopt, en/of een of meerma(a)l(en) hebben/heeft gedreigd te slaan, en/of

- haar een of meerma(a)l(en) met de dood hebben/heeft bedreigd, en/of

- een of meerma(a)l(en) ontuchtige handeling(en) hebben/gepleegd bij die Kostova, en/of

- haar door woorden en/of gebaren en/of gedrag vrees hebben/heeft aangejaagd en/of angst hebben/heeft ingeboezemd, in elk geval voor haar een bedreigende sfeer hebben/heeft gecreëerd, en/of

- misbruik hebben/heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiende overwicht op die Kostova,

en/of

ten aanzien van D. en/of E. en/of F.[namen]

- hen, althans een of meer van die perso(o)n(en), aangeboden en/of voorgesteld, in elk geval aangeworven om in Nederland in de prostitutie werkzaam te zijn en/of hen/haar daartoe (onder begeleiding) naar Nederland vervoerd en/of ondergebracht in de woning van verdachte en/of een of meer van diens mededader(s), en/of

- die vrouwen, althans een of meer van die vrouwen hebben/ heeft verzwegen de werkelijke omstandigheden waaronder zij in Nederland zou(den) verblijven en/of hun/haar werkzaamheden zoud(en) moeten verrichten, en/of

- die vrouwen, althans een of meer van die vrouwen, na aankomst in Nederland, hebben/heeft belemmerd te gaan en/of te staan waar zij wilde(n) en/of hun/haar (nagenoeg) voortdurend (in de woning en/of op hun/haar werkplek en/of daarbuiten) onder controle en/of toezicht gehad of gehouden, althans voorgehouden dat zij voortdurend onder controle en/of toezicht werd(en) gehouden en/of dreigend toegevoegd dat zij zich aan de eisen (dansen en/of niet praten met andere(n) en/of het aantal klanten) moest(en) houden en/of hun/haar verdiensten geheel of gedeeltelijk hebben/heeft ingenomen en/of achtergehouden en/of die vrouwen, althans een of meer van die vrouwen hebben/heeft voorgehouden dat zij ten opzichte van verdachte en/of een of meer van diens mededader(s) een schuld had(den) opgebouwd en/of opbouwde (bestaande uit ondermeer gemaakte kosten voor reispapieren en/of reiskosten en/of kleding en/of huisvesting/voeding etc.), en/of

- die vrouwen, althans een of meer van die vrouwen hebben/heeft medegedeeld, dat zij ten opzichte van officiële instanties, zoals de politie, niet de waarheid over de omstandigheden waaronder zij hier verbleven/ verbleef en/of werkte(n), mocht(en) vertellen, en/of

- die vrouwen, althans een of meer van die vrouwen, een of meerma(a)l(en) hebben/heeft gestompt en/of geslagen en/of die vrouwen, althans een of meer van die vrouwen, een of meerma(a)l(en) hebben/heeft verkracht, en/of

- die vrouwen, althans een of meer van die vrouwen, door woorden en/of gebaren en/of gedrag vrees hebben/heeft aangejaagd en/of angst hebben/heeft ingeboezemd, in elk geval voor hun/haar een bedreigende sfeer hebben/heeft gecreëerd, en/of

- misbruik hebben/heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiende overwicht op die perso(o)n(en),

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maanden augustus 1998 tot en met november 1998 in de gemeente(n) Beverwijk en/of Alkmaar en/of Den Haag, althans in Nederland en/of Slowakije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk

(G.) [maam] in de prostitutie te brengen, in Slowakije hebben/heeft benaderd en/of aangeboden en/of voorgesteld, in elk geval aangeworven, om in Nederland in de prostitutie werkzaam te zijn en/of die [naam] (onder begeleiding) per bus naar Nederland meegenomen en/of die [naam], terwijl zij minderjarig was tot prostitutie gebracht;

3.

hij in of omstreeks de periode van 14 mei 1998 tot en met 9 juli 1998 op een of meer verschillende tijdstippen in de gemeente(n) Beverwijk en/of Alkmaar (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [naam] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam], hebbende verdachte (telkens) zijn penis gebracht in de vagina en/of de mond van die [naam] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte die [naam] heeft gestompt en/of geslagen en/of op de grond heeft gegooid en/of de kleding van die [naam] (gedeeltelijk) kapot heeft gescheurd en/of omlaag heeft getrokken en/of heeft uitgetrokken en/of die [naam] meermalen met mishandeling heeft bedreigd en/of (mede daardoor) voor die [naam] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en/of misbruik heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiende overwicht op die [naam];

4.

hij in of omstreeks de periode van 22 augustus 1998 tot en met 18 mei 1999 op een of meer verschillende tijdstippen in de gemeente Beverwijk (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [naam] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam], hebbende verdachte (telkens) zijn penis gebracht in de vagina van die [naam] en/of zijn penis geduwd/gebracht in de mond van die [naam] en/of zijn penis geduwd of gebracht in de anus van die [naam] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte die [naam] een of meermalen heeft gestompt en/of geslagen en/of die [naam] een of meermalen met mishandeling heeft bedreigd en/of (mede daardoor) voor die [naam] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en/of misbruik heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiende overwicht op die [naam];

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft ten aanzien van de geldigheid van de dagvaarding het volgende overwogen.

Het Openbaar Ministerie heeft blijkens de opbouw van het onder 2. in de tenlastelegging opgenomen feit beoogd o.a. "het misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht" nader feitelijk te omschrijven. Het vervolgens onder deze feitelijke omschrijving opnemen van de enkele zinsnede dat verdachte "misbruik heeft gemaakt van uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht" is onbegrijpelijk, zodat op dit specifieke onderdeel de dagvaarding nietig moet worden verklaard.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat

1.

hij in de periode van 1 januari 1997 tot en met 18 mei 1999 in de gemeenten Beverwijk en Alkmaar en elders in Nederland en in Slowakije, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie bestond uit hem, verdachte en [mededader 1] en [mededader 2] en [mededader 3] en [mededader 4]en [mededader 5] en [mededader 6] en [mededader 7] en [mededader 8] en een of meer andere personen en welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het meermalen plegen van

- mensenhandel (als bedoeld in artikel 250ter lid 1 onder 1 en/of 2 en/of lid 2 onder 1 van het Wetboek van Strafrecht) ten aanzien van vrouwen afkomstig uit Slowakije,

terwijl hij, verdachte, een bestuurder van bovengenoemde organisatie was;

2.

hij in de periode van 1 januari 1997 tot en met 18 mei 1999 in de gemeenten Beverwijk en Alkmaar en in Slowakije,

telkens tezamen en in vereniging met een ander of anderen, anderen genaamd

A. [naam] (werknaam Camilla), en

B. [naam] (werknaam Tina), en

C. [naam] (werknaam Anja), en

D. [naam] (werknaam Carmen), en

E. [naam] (werknaam Cica), en

F. [naam] (werknaam Maja),

in Slowakije heeft aangeworven en vanuit dat land heeft meegenomen, telkens met het oogmerk die persoon in een ander land (Nederland) in de prostitutie te brengen,

en/of

- door geweld, en/of

- door bedreiging met geweld, en/of

- door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, en/of

- door misleiding,

tot prostitutie heeft gebracht,

bestaande dat aanwerven en vervoeren en geweld en die bedreiging met geweld en dat misbruik en die misleiding telkens hieruit, dat verdachte en/of een of meer van zijn mededaders

ten aanzien van A. [naam] in de periode van 01 februari 1998 tot en met 9 juli 1998

- haar in Slowakije hebben/heeft benaderd en voorgesteld om in Nederland in de prostitutie te werken en haar daartoe per auto naar Nederland vervoerd en ondergebracht in de woning van verdachte en een van diens mededaders, en

- haar hebben/heeft voorgehouden dat zij slechts drie of vier mannen per avond/nacht zou moeten bedienen en dat de inkomsten op fifty/fifty basis verdeeld zouden worden en dat zij overdag voldoende tijd zou hebben om te gaan of te staan waar zij wilde, en

- haar de werkelijke omstandigheden hebben/heeft verzwegen waaronder zij in Nederland zou verblijven en werken, en

- haar, vanaf haar komst in Nederland, hebben/heeft belemmerd te gaan en te staan waar zij wilde en haar nagenoeg voortdurend in de woning en op haar werkplek en daarbuiten onder controle en toezicht gehad of gehouden en toegevoegd dat zij zich aan de eisen (niet praten met anderen en/of het aantal klanten en/of overschrijding van de maximum tijd van 15 minuten à f 50,- per klant) moest houden en haar verdiensten geheel of gedeeltelijk hebben/heeft ingenomen en achtergehouden en haar heb-ben/heeft voorgehouden dat zij ten opzichte van verdachte en een of meer van diens mededaders een schuld had opgebouwd en opbouwde (bestaande uit onder meer gemaakte kosten voor reispapieren en reis en kleding en huisvesting/voeding etc.), en

- haar hebben/heeft medegedeeld, dat zij ten opzichte van officiële instanties, zoals de politie, niet de waarheid over de omstandigheden waaronder zij hier verbleef en werkte, mocht vertellen, en

- haar meermalen hebben/heeft gestompt en geslagen, en

- haar door woorden en gedrag vrees hebben/heeft aangejaagd,

en

ten aanzien van B. [naam]) in de periode van 1 mei 1998 tot en met 18 mei 1999

- haar in Slowakije hebben/heeft benaderd en voorgesteld om in Nederland in de prostitutie te werken en haar daartoe onder begeleiding per bus naar Nederland vervoerd en ondergebracht in de woning van verdachte en een van diens mededaders, en

- haar de werkelijke omstandigheden hebben/heeft verzwegen waaronder zij in Nederland zou verblijven en werken, en

- haar, vanaf haar komst in Nederland, hebben/heeft belemmerd te gaan en te staan waar zij wilde en haar nagenoeg voortdurend in de woning en op haar werkplek en daarbuiten onder controle en toezicht gehad of gehouden en toegevoegd dat zij zich aan de eisen (dansen en/of niet praten met anderen en/of het aantal klanten en/of overschrijding van de maximum tijd van 15 minuten à f 50,- per klant) moest houden en haar verdiensten geheel of gedeeltelijk hebben/heeft ingenomen en achtergehouden en haar hebben/heeft voorgehouden dat zij ten opzichte van verdachte en een of meer van diens mededaders een schuld had opgebouwd en opbouwde (bestaande uit onder meer gemaakte kosten voor reispapieren en reis en kleding en huisvesting/voeding etc.), en

- haar hebben/heeft medegedeeld, dat zij ten opzichte van officiële instanties, zoals de politie, niet de waarheid over de omstandigheden waaronder zij hier verbleef en werkte, mocht vertellen, en

- haar meermalen hebben gestompt en geslagen, en

- haar hebben gedwongen toe te zien terwijl een ander slachtoffer van mensenhandel, die zich niet aan de aanwijzingen had gehouden, door verdachte werd mishandeld, en

- haar door woorden en gedrag vrees hebben/heeft aangejaagd,

en

ten aanzien van C. [naam] in de periode van 1 februari 1999 tot en met 18 mei 1999

- haar hebben/heeft aangeboden om in Nederland in de prostitutie werkzaam te zijn en haar daartoe onder begeleiding per bus naar Nederland vervoerd en ondergebracht in de woning van verdachte en een van diens mededaders, en

- haar de werkelijke omstandigheden hebben/heeft verzwegen waaronder zij in Nederland zou verblijven en werken, en

- hebben/heeft verzwegen dat haar inkomsten zouden worden verdeeld, en

- haar, vanaf haar komst in Nederland, hebben/heeft belemmerd te gaan en te staan waar zij wilde en haar nagenoeg voortdurend in de woning en op haar werkplek en daarbuiten onder controle en toezicht gehad of gehouden en toegevoegd dat zij zich aan de eisen (niet praten met anderen en/of het aantal klanten en/of overschrijding van de maximum tijd van 15 minuten à f 50,- per klant) moest houden en haar verdiensten geheel of gedeeltelijk hebben/heeft ingenomen en achtergehouden en haar hebben/heeft voorgehouden dat zij ten opzichte van verdachte en een of meer van diens mededaders een schuld had opgebouwd en opbouwde (bestaande uit onder meer gemaakte kosten voor reispapieren en reis en kleding en huisvesting/voeding etc.), en

- haar hebben/heeft medegedeeld, dat zij ten opzichte van officiële instanties, zoals de politie, niet de waarheid over de omstandigheden waaronder zij hier verbleef en werkte, mocht vertellen, en

- hij, verdachte haar meermalen heeft gestompt en geslagen en meermalen heeft gedreigd te slaan, en

- hij, verdachte haar meermalen met de dood heeft bedreigd, en

- haar door woorden en gedrag vrees hebben/heeft aangejaagd,

en

ten aanzien van D. [naam]

- die persoon hebben/heeft aangeworven om in Nederland in de prostitutie werkzaam te zijn en haar daartoe onder begeleiding naar Nederland vervoerd en ondergebracht in de woning van verdachte en een van diens mededaders, en

- die vrouw hebben/heeft verzwegen de werkelijke omstandigheden waaronder zij in Nederland zou verblijven en haar werkzaamheden zou moeten verrichten, en

- die vrouw in Nederland hebben/heeft belemmerd te gaan en te staan waar zij wilde en haar nagenoeg voortdurend in de woning en op haar werkplek en daarbuiten onder controle en toezicht gehad of gehouden en haar verdiensten gedeeltelijk hebben/heeft ingenomen en achtergehouden en die vrouw hebben/heeft voorgehouden dat zij ten opzichte van verdachte en een of meer van diens mededaders een schuld had opgebouwd en opbouwde (bestaande uit onder meer gemaakte kosten voor reis en kleding en huisvesting/voeding etc.), en

- door woorden en gedrag voor haar een bedreigende sfeer hebben/heeft gecreëerd,

ten aanzien van E. [naam]

- die persoon hebben/heeft voorgesteld om in Nederland in de prostitutie werkzaam te zijn en haar daartoe onder begeleiding naar Nederland vervoerd en ondergebracht in de woning van verdachte en een van diens mededaders, en

- die vrouw, na aan-komst in Nederland, hebben/heeft belemmerd te gaan en te staan waar zij wilde en haar nagenoeg voort-durend in de woning en op haar werkplek en daarbuiten onder controle en toezicht gehad of gehouden en toegevoegd dat zij zich aan de eisen (niet praten met anderen en/of het aantal klanten) moest houden en haar verdiensten geheel of gedeeltelijk hebben/heeft ingenomen en achtergehouden en die vrouw hebben/heeft voorgehouden dat zij ten opzichte van verdachte en een of meer van diens mededaders een schuld had opgebouwd en opbouwde (bestaande uit onder meer gemaakte kosten voor reis en kleding en huisvesting/voeding etc.), en

- die vrouw meermalen hebben/heeft geslagen, en

- die vrouw door woorden en gedrag vrees hebben/heeft aangejaagd,

en

ten aanzien van F.[naam]

- die persoon hebben/heeft aangeworven om in Nederland in de prostitutie werkzaam te zijn en haar daartoe onder begeleiding naar Nederland vervoerd en ondergebracht in de woning van verdachte en een van diens mededaders,

en

hij in de periode van augustus 1998 tot en met november 1998 in de gemeente Beverwijk en in Slowakije, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk (G.) [naam] in de prostitutie te brengen, die [naam] in Slowakije heeft aangeworven, om in Nederland in de prostitutie werkzaam te zijn en die [naam] onder begeleiding per bus naar Nederland heeft meegenomen en die [naam], terwijl zij minderjarig was tot prostitutie heeft gebracht;

3.

hij in de periode van 14 mei 1998 tot en met 9 juli 1998 op een tijdstip in de gemeente Beverwijk door geweld [naam] heeft gedwongen tot het ondergaan van een handeling die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam], hebbende verdachte zijn penis gebracht in de vagina van die [naam] en bestaande dat geweld hierin dat verdachte die [naam] heeft gestompt en geslagen en op de grond heeft gegooid en de kleding van die [naam] gedeeltelijk kapot heeft gescheurd en omlaag heeft getrokken en heeft uitgetrokken;

4.

hij in de periode van 22 augustus 1998 tot en met 18 mei 1999 op verschillende tijdstippen in de gemeente Beverwijk telkens door geweld en/of bedreiging met geweld M. [naam] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam], hebbende verdachte telkens zijn penis gebracht in de vagina van die [naam] en/of zijn penis geduwd in de mond van die [naam] en/of zijn penis geduwd in de anus van die [naam] en bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld telkens hierin dat verdachte die [naam] heeft geslagen en/of die [naam] met mishandeling heeft bedreigd.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

BEWIJS

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

BEWIJSMIDDELEN

(...)

STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de bewezenverklaarde feiten uitsluit, zodat dit strafbaar is.

De bewezenverklaarde feiten leveren op:

ten aanzien van feit 1:

het als bestuurder deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

ten aanzien van feit 2:

mensenhandel door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3 en 4:

verkrachting, meermalen gepleegd.

STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

MOTIVERING VAN DE STRAF

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte en zijn mededaders hebben gedurende een geruime periode uit financieel gewin deelgenomen aan een criminele organisatie. Verdachte en zijn mededaders hebben zich in dat verband op systematische wijze meermalen schuldig gemaakt aan mensenhandel.

Verdachte heeft hierbij op tirannieke wijze een leidinggevende en coördinerende rol vervuld.

Verdachte heeft door zijn handelen meegewerkt aan de instandhouding van een illegaal circuit dat zich aan iedere gerechtvaardigde controle onttrekt.

Verdachte en zijn mededaders hebben vrouwen die zich in sociaal en/of economisch opzicht in een zwakke positie bevonden vanuit Slowakije aangeworven en meegenomen en met gebruik van ongeoorloofde middelen in Nederland tot prostitutie gebracht.

Mensenhandel is een zeer ernstig misdrijf dat een lange vrijheidsstraf rechtvaardigt. Dit geldt te meer nu verdachte en zijn mededaders deze vrouwen, die zich in een kwetsbare en afhankelijke positie bevonden, hebben misbruikt en uitgebuit. Zij hebben deze vrouwen op geraffineerde wijze naar Nederland gelokt en in de prostitutie te werk gesteld. Vervolgens hebben zij hen voorgehouden dat zij een schuld hadden opgebouwd en opbouwden, hen ernstig belemmerd in hun bewegingsvrijheid, vrijwel permanent gecontroleerd en een aantal van hen mishandeld. Ook heeft verdachte bewerkstelligd dat in een aantal gevallen de vrouwen sexuele handelingen moesten tolereren van hemzelf en van hun zogenoemde begeleiders, dan wel van andere mannen, niet zijnde betalende klanten. Ook dit gedrag van verdachte kan worden beschouwd als onderdeel van de stelselmatige onderdrukking, waaraan de desbetreffende vrouwen in Nederland ten prooi vielen en met welke onderdrukking werd beoogd mogelijke weerstand van de vrouwen te breken en te voorkomen dat zij met de prostitutie zouden stoppen. Bovendien werden de vrouwen verplicht al hun verdiensten aan verdachte en zijn partner af te staan. Mede hierdoor werd het voor de vrouwen onmogelijk gemaakt ten aanzien van het uitoefenen van de prostitutie vrije keuzes te maken en zelfstandig beslissingen te nemen. Daarbij komt dat dit alles geschiedde in een sfeer van (be)dreiging en geweld, waaraan met name verdachte een grote bijdrage heeft geleverd.

Verdachte en zijn mededaders hebben door aldus te handelen de geestelijke en lichamelijke integriteit van de slachtoffers ernstig geschonden. Aangenomen mag worden, dat de slachtoffers mede en vooral door toedoen van verdachte in meer of mindere mate zijn getraumatiseerd.

Daarnaast heeft verdachte zich op gewelddadige en intimiderende wijze meermalen schuldig gemaakt aan verkrachting. Hierdoor heeft hij de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers ernstig geschonden, hetgeen voor hen nadelige psychische gevolgen van mogelijk lange duur met zich kan brengen.

Naar het oordeel van de rechtbank is het verdachte geweest die het binnen de organisatie voor het zeggen had. Met name verdachte is zeer gewelddadig opgetreden. Hij heeft de rechten van de betrokken vrouwen met voeten getreden, hetgeen in de straftoemeting tot uitdrukking moet worden gebracht.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister, gedateerd 5 juni 1999, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder terzake van een soortgelijk misdrijf is veroordeeld.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport, gedateerd 5 juli 1999 van A.P. Thoolen, reclasseringswerker, verbonden aan Reclassering Nederland.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is.

GEEN BESLISSING OMTRENT INBESLAGGENOMEN VOORWERPEN

Nu de officier van justitie niet de in artikel 309, lid 1 Wetboek van Strafvordering genoemde lijst heeft overgelegd, zal de rechtbank geen beslissing nemen met betrekking tot de inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen.

BENADEELDE PARTIJ

Ter terechtzitting is verschenen een persoon, genaamd

mr. G.A.M. van Dijk, die heeft verklaard zich in het geding over de strafzaak te voegen namens de benadeelde partij:

[naam], in verband met een vordering tot vergoeding van ¦ 15.000,= wegens immateriële schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Zulks geldt echter alleen ten aanzien van de schade, die het rechtstreeks gevolg is geweest van de onder 3. tenlastegelegde en bewezenverklaarde verkrachting. Schade, die het gevolg zou zijn van de bewezenverklaarde mensenhandel is naar het oordeel van de rechtbank niet eenvoudig vast te stellen.

De rechtbank heeft bewezenverklaard dat de verdachte J. [naam] heeft verkracht. Het is algemeen bekend dat een verkrachting psychische schade veroorzaakt.

De rechtbank stelt de hoogte van dat bedrag op grond van de thans bekende gegevens naar redelijkheid en billijkheid vast op ¦ 5.000,=. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.

Naar het oordeel van de rechtbank is het overige gedeelte van de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

BENADEELDE PARTIJ

Ter terechtzitting is verschenen een persoon, genaamd

mr. D.J. Klock, die heeft verklaard zich in het geding over de strafzaak te voegen namens de benadeelde partij:

[naam] in verband met een vordering tot vergoeding van ¦ 15.110,= wegens materiële (¦ 110,=) en immateriële

(¦ 15.000,=) schade, die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Zulks geldt echter alleen ten aanzien van de schade, die het rechtstreeks gevolg is geweest van de onder 4. tenlastegelegde en bewezenverklaarde verkrachtingen. Schade, die het gevolg zou zijn van de bewezenverklaarde mensenhandel is naar het oordeel van de rechtbank niet eenvoudig vast te stellen.

De rechtbank heeft bewezenverklaard dat de verdachte [naam] meermalen heeft verkracht. Het is algemeen bekend dat dergelijke verkrachtingen psychische schade veroorzaken.

De rechtbank stelt de hoogte van dat bedrag op grond van de thans bekende gegevens naar redelijkheid en billijkheid vast op ¦ 7.610,= (¦ 110,= materiële schade en ¦ 7.500,=

immateriële schade).

De vordering kan tot dat bedrag worden toegewezen.

Naar het oordeel van de rechtbank is het overige gedeelte van de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

BENADEELDE PARTIJ

Ter terechtzitting is verschenen een persoon, genaamd

mr. M.G.C. van Riet, die heeft verklaard zich in het geding over de strafzaak te voegen namens de benadeelde partij:

[naam] in verband met een vordering tot vergoeding van ¦ 5.115,= wegens materiële (¦ 115,=) en immateriële

(¦ 5.000,=) schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard is dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

SCHADEVERGOEDING ALS MAATREGEL

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 3. en 4. bewezenverklaarde strafbare feiten is toegebracht aan de benadeelden.

De toepassing van de vervangende hechtenis heft de op te leggen verplichting niet op.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f, 57, 140, 250ter en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank komt op grond van het vorenstaande tot de volgende beslissing.

De rechtbank:

Verklaart de dagvaarding nietig voorzover het betreft de onder 2. van de tenlastelegging opgenomen feitelijke omschrijving van het misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht voorzover omschreven als "misbruik hebben/heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiende overwicht".

Verklaart bewezen, dat de verdachte het tenlastegelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feiten.

Verklaart de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf voor de tijd van acht jaar.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering van de benadeelde partijen tot de hierna te noemen bedragen.

Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van ¦ 5.000,= (vijfduizend gulden) aan de benadeelde partij

[naam], p/a mr. G.A.M. van Dijk, postbus 3092, 1801 GB Alkmaar, als schadevergoeding.

Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die deze benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken. De tot op heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

Verklaart deze benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd: [naam], p/a

mr. G.A.M. van Dijk, postbus 3092, 1801 GB, Alkmaar, te betalen een som geld ten bedrage van ¦ 5.000,= (vijfduizend gulden), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van vijftig dagen.

Bepaalt dat betalingen aan deze benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan deze benadeelde partij.

Veroordeelt de verdachte voorts tot het betalen van een bedrag van ¦ 7.610,= (zevenduizendzeshonderdtien gulden) aan de benadeelde partij [naam], p/a mr. D.J. Klock, postbus 3092, 1801 GB, Alkmaar, als schadevergoeding.

Verklaart deze benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd: M. [naam], p/a

mr. D.J. Klock, postbus 3092, 1801 GB, Alkmaar, te betalen een som geld ten bedrage van ¦ 7.610,= (zevenduizend-zeshonderdtien gulden), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van zeventig dagen.

Bepaalt dat betalingen aan deze benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.

Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan deze benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij [naam] niet ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Westdorp, voorzitter,

mr. S.M. Jongkind-Jonker en mr. J.F. Aalders, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.M. Devis en mr. S.E. Reichert, griffiers, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 februari 2000.