Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:1999:AF0033

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
18-03-1999
Datum publicatie
09-08-2006
Zaaknummer
99.10 R
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:1999:AE9556
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Door overdracht onderneming kort voor indiening van het verzoekschrift heeft verzoeker de schuldeisers de mogelijkheden ontnomen hun vordering te verhalen, niet te goeder trouw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Alkmaar

Enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken

X. geboren ... te P.

wonende ...

heeft op 2 februari 1999 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

De mondelinge behandelingen hebben plaatsgevonden op 25 februari 1999 en 11 maart 1999, waarbij verzoeker is verschenen.

Verzoeker heeft de rechtbank nog enige stukken doen toekomen.

DE BEDOORDELING VAN HET VERZOEK:

Uit de stukken en hetgeen verzoeker ter gelegenheid van de mondelinge behandelingen naar voren heeft gebracht is onder andere komen vast te staan dat verzoeker een onderneming heeft gedreven welke onderneming op 1 december 1998 met alle baten en lasten is overgedragen.

Door de overdracht van deze onderneming, kort voor de indiening van het onderhavige verzoekschrift, heeft verzoeker de schuldeisers de mogelijkheid ontnomen hun vorderingen te verhalen op de activa van die onderneming, waardoor deze schuldeisers in de uitoefening van hun recht zijn benadeeld.

Weliswaar waren de betrokken activa in pand gegeven aan de RaBo Bank te R., doch gezien de positie van onder ander De Ontvanger der Belastingen, die volgens een overgelegd schrijven van verzoeker tenminste een bedrag van f. 40.000,-- te vorderen heeft, komt het de rechtbank voor dat inderdaad van bovenbedoelde benadeling van schuldeisers sprake is.

De rechtbank acht het gezien het vorenstaande aannemelijk dat verzoeker ten aanzien van het onbetaald laten van zijn schulden niet te goeder trouw is geweest, zoals bedoeld in artikel 288 lid 2 sub b Fw.

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling dient derhalve te worden afgewezen.

BESLISSING

De rechtbank:

Wijst het verzoek af.

Gewezen door mr. H. Warnink, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 maart 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.