Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2022:761

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
15-08-2022
Datum publicatie
14-09-2022
Zaaknummer
22/02335
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Wvggz. Art. 2:1 lid 6 Wvggz. Beroep van betrokkene op wilsbekwaam verzet. Acuut levensgevaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 22/02335

Zitting 15 augustus 2022

CONCLUSIE

M.L.C.C. Lückers

In de zaak

[betrokkene] ,
verzoeker tot cassatie,
advocaat: mr. E.F.A. Linssen-van Rossum,

tegen

Officier van Justitie in het arrondissement Amsterdam,
verweerder in cassatie,
niet verschenen.

Partijen worden hierna verkort aangeduid als betrokkene respectievelijk officier van justitie.

1 Inleiding en samenvatting

1.1

In deze Wvggz-zaak is een zorgmachtiging verleend ten aanzien van betrokkene, inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg onder meer het toedienen van medicatie als maatregel kan worden getroffen. In cassatie klaagt betrokkene dat de rechtbank miskent dat art. 2:1 lid 6 onder b Wvggz voor het honoreren van wilsbekwaam verzet uitsluitend een uitzondering maakt als er sprake is van een acuut levensgevaar voor betrokkene zelf of een aanmerkelijk risico voor anderen.

2 Feiten en procesverloop

2.1

Bij verzoekschrift, bij de rechtbank Amsterdam ingekomen op 2 maart 2022, heeft de officier van justitie verzocht een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene te verlenen voor de duur van zes maanden. Bij dat verzoekschrift is onder meer een medische verklaring overgelegd die op 24 februari 2022 is ondertekend door een niet bij de behandeling betrokken psychiater. De officier van justitie heeft voorgesteld – voor de gehele looptijd van de te verlenen machtiging – daarin de volgende vormen van verplichte zorg op te nemen:
- Toedienen van vocht en voeding;
- Toedienen van medicatie;
- Het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- Beperken van de bewegingsvrijheid;
- Onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beinvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- Aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- Opnemen in een accommodatie.

2.2

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 maart 2022. Gehoord zijn: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; de behandelend psychiater en de agoog.

2.3

De advocaat heeft namens betrokkene een beroep gedaan op wilsbekwaam verzet en verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 4 februari 20221. Volgens de advocaat is er geen sprake van acuut levensgevaar of ernstig gevaar voor derden, zodat de voorkeur en wensen van betrokkene dienen te worden gehonoreerd. Daarnaast betoogt de advocaat dat er geen verslag van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog is waaruit blijkt dat betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat is.

2.4

Bij beschikking van 25 maart 2022 heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend tot en met uiterlijk 25 september 2022. Naar het oordeel van de rechtbank treft het beroep op wilsbekwaam verzet geen doel. De rechtbank overweegt daartoe:

“Het ernstig nadeel zit in de visie van de rechtbank met name in de katatonie. Des te vaker katatonie optreedt, des te meer schade dit aan betrokkene zal toebrengen. Recent - in december 2021 - heeft betrokkene nog een katanonische fase doorlopen die in potentie dodelijk had kunnen zijn. De katanonie kan ineens en zomaar optreden. Voorkomen moet worden dat er bij betrokkene katatonie optreedt. Door middel van onderhoudsmedicatie is dit mogelijk. De rechtbank schat de kans op ernstig nadeel zo hoog in dat een geslaagd beroep op wilsbekwaam [verzet] daarom niet tot de mogelijkheden behoort. Betrokkene schat dat risico’s anders in maar die inschatting is een gevolg van de stoornis. Nu het beroep op wilsbekwaam verzet geen doel treft, zal de rechtbank geen uitspraak doen over ontbreken van een verslag van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog waaruit blijkt dat betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat is.”

2.5

Namens betrokkene is – tijdig – beroep in cassatie ingesteld. Namens de officier van justitie is geen verweerschrift ingediend.

3 Bespreking van het cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel bevat twee onderdelen. Onderdeel 1 klaagt dat de rechtbank miskent dat art. 2:1 lid 6 onder b Wvggz voor het honoreren van wilsbekwaam verzet uitsluitend een uitzondering maakt als er sprake is van een acuut levensgevaar voor betrokkene zelf of een aanmerkelijk risico voor anderen. Volgens het onderdeel bevestigt de rechtbank dat het in dit geval gaat om betrokkene zelf, maar gaat eraan voorbij dat het ernstig nadeel van de katatonie onvoldoende is om geen gevolg te geven aan een als wilsbekwaam beoordeeld verzet van betrokkene. De wetgever heeft de grens bij het honoreren van het wilsbekwaam verzet gelegd bij het voorkomen van acuut levensgevaar en niet bij een kans op ernstig nadeel. Of betrokkene de inschatting van het nadeel ten gevolge van zijn stoornis anders maakt, zoals de rechtbank overweegt is voor de toepassing van art. 2:1 lid 6 onder b Wvggz niet relevant, aldus nog steeds het onderdeel.

3.2

Art. 2:1 lid 1 Wvggz bepaalt dat de zorgaanbieder en de geneesheer-directeur voldoende mogelijkheden bieden voor zorg op basis van vrijwilligheid, om daarmee verplichte zorg zoveel mogelijk te voorkomen. Lid 2 voegt daaraan toe dat verplichte zorg alleen als uiterste middel kan worden overwogen, indien er geen mogelijkheden voor vrijwillige zorg meer zijn.

3.3

Art. 2:1 lid 6 Wvggz bepaalt dat de wensen en voorkeuren van de betrokkene ten aanzien van de verplichte zorg worden gehonoreerd, tenzij:

- a. de betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is, of

- b. acuut levensgevaar voor de betrokkene dreigt dan wel er een aanzienlijk risico voor een ander is op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

3.4

In de beschikking van 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:123 oordeelde de Hoge Raad dat art. 2:1 lid 6 Wvggz ook van toepassing is in de fase van de afgifte van een zorgmachtiging. De Hoge Raad vervolgde dat:

“(…) indien de betrokkene tijdens de procedure tot het verlenen van een zorgmachtiging een voldoende toegelicht bezwaar maakt tegen de voorgestelde verplichte zorg en de situaties als bedoeld in art. 2:1 lid 6, aanhef en onder b, Wvggz zich niet voordoen, de rechter dient te beoordelen of de betrokkene wilsbekwaam is. Hiertoe dient, indien daarover in de medische verklaring niet is gerapporteerd, een verklaring te worden gevraagd van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog waaruit blijkt of de betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is. Zo nodig dient de procedure daartoe te worden aangehouden. In het geval dat uit de medische verklaring of uit de hiervoor bedoelde verklaring van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog blijkt dat de betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is, dient diens bezwaar tegen de verplichte zorg te worden gehonoreerd.”2

3.5

In de onderhavige zaak is de rechtbank van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie, waarbij in floride psychotische episoden katatonie kan voorkomen. Naar het oordeel van de rechtbank vloeit uit deze psychische stoornis ernstig nadeel voort. De rechtbank overweegt in rov. 2.2 – waartegen in cassatie niet wordt opgekomen – ten aanzien van het ernstig nadeel het volgende:

“Anders dan de advocaat heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat deze stoornis leidt tot ernstig nadeel. In psychotische episoden kan betrokkene katatoon worden, hetgeen een potentieel dodelijke aandoening is. Er zijn weliswaar periodes dat het heel goed gaat met betrokkene maar ook periodes waar de lijdensdruk hoog is. Hij hoort dan stemmen, heeft angstig ervaringen en gaat dan zo extreem strikt leven en dat eten en drinken niet goed lukt. In juni en december 2021 is er nog sprake geweest van een periode met een ernstig katatoon beeld. Daarnaast is er in juni 2021 waterschade in de woning geweest vanuit een psychotische beleving.
Dit ernstig nadeel is gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige materiele schade.”

3.6

De overweging van de rechtbank vindt steun in rubriek 4e van de medische verklaring, waarin de onafhankelijke arts heeft opgemerkt dat uit het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn psychische stoornis ernstig nadeel voortvloeit bestaande uit: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en ernstige materiele schade. Daarbij is als de belangrijkste categorie ‘levensgevaar’ aangekruist. Onder rubriek 4a van de medische verklaring is het ernstig nadeel als volgt toegelicht:

“In psychotische episoden kan betrokkene katatoon worden, hetgeen een potentieel dodelijke aandoening is. Daarnaast is er in juni 2021 waterschade in de woning geweest vanuit een psychotische beleving. Kennelijk kan de heer gevaarlijke acties ondernemen vanuit hallucinaties of wanen.

Vermagering, waarbij er een tekort aan voedingsstoffen/ vitamninen kan ontstaan, hetgeen kan leiden tot lichamelijke schade.”

3.7

Ook uit het zorgplan onder rubriek 5b heeft de zorgverantwoordelijke over het ernstig nadeel opgenomen:

“-katatonie is een potentieel dodelijke aandoening, indien betrokkene onopgemerkt en/of onbehandeld katatoon is, kan dit ernstige orgaanschade veroorzaken.

-schade aan de woonomgeving indien betrokkene zoals in juni 2021 veroorzaakte. Er is nu geen sprake van een uitzettingstraject oid via de woningbouwvereniging.

-zelfverwaarlozing door onvoldoende voeding of onmogelijkheid tot eten in een katatone toestand

-zelfdoding ten gevolge van de de psychose”

3.8

De rechtbank heeft het ernstig nadeel dat door katatonie wordt veroorzaakt geplaatst in het licht van acuut levensgevaar voor betrokkene. De rechtbank heeft overwogen dat de kans op ernstig nadeel zo hoog wordt geschat dat een geslaagd beroep op wilsbekwaam verzet niet tot de mogelijkheden behoort. In deze overweging in samenhang gelezen met rov. 2.2 ligt besloten dat de rechtbank van oordeel is dat sprake is van acuut levensgevaar voor betrokkene waardoor de voorkeuren en wensen van betrokkene niet gehonoreerd hoeven te worden. Zoals de rechtbank in rov. 2.2 – waartegen in cassatie geen klachten zijn gericht – uiteen heeft gezet, wordt het ernstig nadeel voornamelijk veroorzaakt door het katatoon worden van betrokkene en dreigt er levensgevaar. Zoals ook uit de medische verklaring blijkt, is katatonie een potentieel dodelijke aandoening. In rov. 2.6 heeft de rechtbank ook overwogen dat dit ineens en zomaar kan optreden. Zowel in juni 2021 als in december 2021 hebben zich kort achter elkaar twee psychotische episodes voorgedaan, waarbij betrokkene katatoon was. In december is hij in een zeer zorgelijke situatie aangetroffen. Daarnaast heeft de psychiater ter zitting nog toegelicht dat hoe vaker katatonie optreedt des te groter de schade die bij betrokkene wordt veroorzaakt en dat de avond in december potentieel dodelijk had kunnen aflopen. De katatonie kan opeens optreden.3 In het licht van het voorgaande is het niet onjuist of onbegrijpelijk dat de rechtbank van oordeel is dat het beroep op wilsbekwaam verzet geen doel treft. Dat betrokkene de kans op een dodelijke afloop anders inschat, doet hieraan niet af. In zoverre faalt onderdeel 1 dan ook.

3.9

De rechtbank hoeft geen onderzoek uit te voeren naar de wilsbekwaamheid van betrokkene indien er sprake is van acuut levensgevaar voor betrokkene of er een aanzienlijk risico voor een ander is in de zin van art. 2:1 lid 6 BW. Betrokkene heeft dan ook geen belang bij zijn klachten (in onderdeel 1 en onderdeel 2) die zijn gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de rechtbank geen uitspraak zal doen over het ontbreken van een verslag van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog. De rechtbank, zo volgt ook uit de uitspraak van de Hoge Raad van 4 februari 2022, hoeft immers pas te beoordelen of betrokkene wilsbekwaam is indien art. 2:1 lid 6 onder b Wvggz niet van toepassing is.

4 Conclusie

De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

1 ECLI:NL:HR:2022:123.

2 Met weglating van de voetnoten.

3 Blz. 2 van het proces-verbaal.