Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2021:672

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
25-05-2021
Datum publicatie
06-07-2021
Zaaknummer
19/05952
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:980
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Ontbrekende pleitnota. De pleitnota die in het p-v is vermeld, ontbreekt bij de stukken die aan HR zijn gezonden. N.a.v. een door de raadsvrouw o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR gedaan verzoek is bij hof nadere informatie ingewonnen. O.g.v. die informatie moet worden aangenomen dat die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. HR kan daardoor niet nagaan of op tz. meer verweren zijn gevoerd dan wel of daar meer uos’en naar voren zijn gebracht dan die in de uitspraak van hof zijn vermeld. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/05952

Zitting 25 mei 2021

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de verdachte.

1. De verdachte is bij arrest van 24 december 2019 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, wegens onder 1. “mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. Voorts heeft het hof beslist op de vordering van de benadeelde partij, alsmede op een tweetal vorderingen tenuitvoerlegging, een en ander als in het arrest vermeld.

2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, heeft bij schriftuur en aanvullende schriftuur twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. Doelmatigheidshalve bespreek ik eerst het tweede middel. Dit middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 december 2019 nietig is, aangezien de door de raadsman bij die gelegenheid aan het hof overgelegde pleitnotities zich niet (meer) bij de stukken bevinden.

4. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 11 december 2019 is aldaar door de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van zijn pleitnotities die door hem aan het hof zijn overgelegd.

5. De in dit proces-verbaal vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsvrouw van de verdachte bij bericht in het webportaal van de Hoge Raad van 3 december 2020 tijdig aan de rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van deze pleitnotities. Desgevraagd heeft de voorzitter van het hof bij brief van 11 januari 2021 de Hoge Raad bericht dat deze pleitnotities niet op het hof zijn achtergebleven.

6. Gelet hierop valt niet na te gaan of ter terechtzitting verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.

7. Het voorgaande betekent dat het eerste middel buiten bespreking kan blijven.

8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG